> nieuwsbrief > 31e jg. - 4e trimester 2013

Bijdragen over: Tip

Mededelingen


Zannekin Ontmoetingsdag te Namen op zaterdag 26 oktober 2013

Verder in dit nummer vindt u alle informatie met betrekking tot de Zannekin-ontmoetingsdag te Namen. Net zoals onze Studie-uitstap van dit voorjaar kadert ook deze activiteit binnen de herdenking van de Vrede van Utrecht van driehonderd jaar terug. Ook Namen werd dan een Barrièrestad binnen de Oostenrijkse Nederlanden, waardoor de stad een Noord-Nederlands garnizoen binnen haar muren kreeg. Ter plaatse zijn daar nog heelwat sporen van terug te vinden.

 

Zannekinfeest te Rexpoede in Frans-Vlaanderen

En nog levensblijken – en dewelke! – van een Frans-Vlaamse naamgenoot vreemd aan onze Stichting ZANNEKIN. Naast het volkse vermaak zorgde de historicus Eric Vanneufville – spreker op onze Ontmoetingsdag van 2013 te Villeneuve d’Ascq – er voor de bezinnende ernstige noot met een lezing over de geschiedenis van Frans-Vlaanderen.

Naast de Zannekin-reus in zijn geboortedorp Lampernisse beschikt Rexpoede voortaan dus ook over een gelijknamige reus. Het programma van deze festiviteiten (zie affiche) werd ook in het Nederlands verspreid.

 

 

ZANNEKIN-Ontmoetingsdag te Namen


in het kader van het Vrede van Utrecht 1713 en in de Barrièrestad Namen op zaterdag 26 oktober 2013, in samenwerking met Orde van den Prince Graafschap Namen, Orde van den Prince Land van Edingen en het Algemeen-Nederlands Verbond Oost- en Zeeuws-Vlaanderen

Plaatsen van samenkomst: in de voormiddag: Château de Namur’- Zaal “Guillaume III”, Avenue de l’Ermitage, 1 – 5000 Namen

In de namiddag: Citadel van Namen, Route Merveilleuse 64 – 5000 Namen

Programma:

10.00 uur: Welkom met koffie, thee, fruitsap, koekjes en gebakjes

10.20 uur: Verwelkoming door Mark Dubrulle uit Hastière (B), voorzitter van de Orde van den Prince afdeling Namen

10.30 uur: Lezing “De Vrede van Utrecht – 1713, ingrijpend voor de Nederlanden” door Jan van Tongeren uit Maarssen (NL), vicevoorzitter van de Stichting Zannekin

11.10 uur: Lezing “Het Walenland binnen de Nederlanden” door Wim van Heugten uit Duiven (NL), algemeen president van de Orde van den Prince en bestuurslid van de Stichting Zannekin

11.30 uur: uitgebreid wandelbuffet

12.45 uur: Korte wandeling naar de Citadel

13.00 uur: In de videozaal: “2000 jaar Naamse geschiedenis”

13.30 uur: Rondleiding door de “Souterrains” (ondergrondse bouwwerken), door de “Caserne des Hollandais”, de “Pont des Hollandais”

14.30 uur: Toeristisch treintje langsheen de citadel

15.30uur: Terug naar de Château de Namur voor een gezellige nababbel of vrije tijd in de stad Namen

Deelnameprijs: 65,00 €uro voor leden en hun huisgenoten, (35,00 €uro voor jongeren tot 15 jaar) - 70,00 €uro voor niet-leden

Dit is een voor iedereen geldende all-in-prijs voor de hele dag, die niet kan aangepast worden.

Hierin zijn begrepen:

-              huur van de zaal in de Château de Namur met projectieapparatuur en klankinstallatie

-              ontvangst vanaf 10.00 uur

-              uitgebreid wandelbuffet inclusief drank

-              toegang en gidsen in de citadel

-              toeristisch treintje

Opgelet! Sinds september 2013 vinden voor een paar jaar restauratie- en renovatiewerken plaats in de citadel, waardoor bepaalde delen tijdelijk niet meer toegankelijk zijn voor het publiek. We krijgen niettemin te uitzondelijken titel de gelegenheid om de meeste ruimten toch nog te bezichtigen.

SPERTIJD: deelname schriftelijk of via e-post aanmelden vóór 18 oktober 2013 bij het ZANNEKIN-secretariaat, Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper – maurits.cailliau@skynet.be en gelijktijdige betaling op een van onze rekeningen IBAN: BE13 4648 2202 5139 - BIC: KREDBEBB.

 Zicht op de Namense citadel

 

 

Stadsplan Namen met links (SNCB) het spoorwegstation

en midden-rechts het Citadeldomein


De Kapelle van Sinte-Mulders, ’n Iõngsje Hellege en Prinsesse


Op 10 augustus werd aan de Sinte Mildredakapel – Sinte-Mulders in het dialect van de streek – te Millam nabij Waten, een memoriebord ont-huld. Initiatiefnemers waren, naast ZANNEKIN, het FVV (Forum van Vlaamse Vrouwen) en EUVO (de vereniging die sinds jaar en dag Nederlandstalige borden in de Frans-Vlaamse Westhoek promoot). Ook de Orde van den Prince-afdeling Land van Edingen werkte mee aan de realisatie van dit initiatief.

 

Tijdens de plechtigheid werd het woord gevoerd door Nederlanders uit Noord en Zuid inclusief de Franse- of Zuidelijkste Nederlanden. Respectievelijk namen ZANNEKIN en het FVV het peter- en het meterschap van dit initiatief op zich. Wim van Heugten, president van de Orde van den Prince en bestuurslid van ZANNEKIN, plaatste de heilige Mildreda in haar tijdskader en lichtte haar betekenis toe (zie verder).

De E.H. Cyriel Moeyaert lichtte op een schitterende wijze de religieuze betekenis van Mildreda toe. Jan Paul Sepieter uit Niepkerke bij Armentiers sprak in vloeiend Nederlands de menigte toe en wist heel wat interessante zaken te vertellen. Jacques Delafosse uit Tatinghem bij Sint-Omaars bracht in sappig Vlamsj een getuigenis uit zijn jeugd tijdens dewelke hij van het naburige Volckerinckhove naar Millam stapte om samen met zijn broer Guy de mis in de Sinte-Mulderskapel te volgen. Jacques Porteman uit Thernes bij Beauvais, wiens ouders in Millam wonen, gaf interessante toelichtingen bij de kapel en het onderhoud ervan. FVV-voorzitster Gudrun Crassaerts sprak vriendelijke dankwoorden uit, waarna tot slot EUVO-voorzitter Karel Appelmans uit Bray-Dunes het memoriebord onthulde. Een kleine honderd aanwezigen vonden elkaar achteraf in de nabijgelegen Taverne Flamande voor de lunch.

 

Het tweetalige memoriebord geflankeerd door de Leo Belgicus-vlag

met de pijlenbundel van de Zeventien Provinciën

 

Sinte Mulders en de rol van de vrouw in het Europa van de Frankische tijd


Wim van Heugten, Duiven

Dames en heren, het is een hele eer voor me als Noord-Nederlander, om u hier in het kort te mogen toespreken.

Mesdames et Messieurs, C`est pour moi un grand honneur de vous faire un petit discours, à cet endroit remarquable, situé tout près de la chapelle sainte Mildrède. C`est en néerlandais que je commence pour en finir avec un résumé en français.

De plek waar we zijn is in meerder opzichten heel bijzonder. We bevinden ons in een van de vele historische grensgebieden in West-Europa. Iets verderop, in het stroomgebied van het riviertje de Aa met het moerasgebied de Clairmarais/Klommeres en het Ruhout, grensden Vlaanderen, het land van Guines en Artesië aan elkaar, historische staatkundige entiteiten die pas met de Franse Revolutie verdwenen.

Maar het is ook het gebied waarin het christendom al vroeg een grote uitstraling kende. In de Frankische tijd, en vooral in de 7e eeuw, ontstonden hier onder invloed van Ierse en Engelse monniken, en niet te vergeten dankzij doortastende vorstelijke families, invloedrijke abdijen als de Sint-Bertijnsabdij bij Sint-Omaars en de abdij te Sint-Rikiers. Volgens de bibliotheekcatalogus van laatstgenoemde niet ver van de Somme gelegen abdij bezat men er in het jaar 831 een ‘Passio Domini in theodisco et latino’, een passieverhaal dus in de Germaanse volkstaal en in het Latijn.

We zijn dus in een gebied waar de taal- en cultuurgrens verliep en in de voorbije eeuwen manu militaris, of als gevolg daarvan, onder druk zijn komen te staan ten nadele van het Nederlands. Maar ook voordien lag de streek in een van de culturele interactiezones waaraan Europa zo rijk is maar tevens tot de culturele en mentale rijkdom van het Avondland behoort. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Elzas, Zuid-Tirol. Het klinkt misschien heel gedurfd, maar Europa is niet ontstaan in het Ile de France rond Parijs: daar ontstond Frankrijk als idee en als staat. En bijvoorbeeld ook niet in de Mark Brandenburg rond Berlijn, om van Londen maar te zwijgen. Het huidige Europa ontstond in de interactiezones waar talen en culturen elkaar vanouds ‘raken’, beter is misschien te spreken van ‘ontmoeten’. Dáár was (en is) steeds wisselwerking tussen mensen en ideeën die tot het op een christelijke grondslag gestoelde Europa heeft geleid.

Achter de stichting van abdijen als Sint-Rikiers, Sint-Bertijns, stonden bovendien vorstelijke en vooraanstaande families. Uit zo’n familie stamde prinses Mildreda, geboren in het midden van de 7e eeuw als dochter van koning Merewald van Mercia en Ermenburga, prinses van Kent. Ze was ook een bloedverwante van de eerste christelijke koning Ashelred van Engeland en behoorde onmiskenbaar tot de elites, of in een moderne term: ‘talking classes’ (zoals de Amerikaanse socioloog Christopher Lasch, 1995 de nieuwe elites wel noemt) waarin het idee van Europa kon ontvonken. Opmerkelijk is dat uit die kringen veel vrouwelijke heiligen bekend zijn. Wat we daarvan moeten denken is nog onduidelijk. Dergelijke heiligenlevens uit deze streek en stammend uit de Frankische en Merovingische tijd kennen doorgaans als vast gegeven dat de vrouwelijke heiligen uit vorstelijke huizen stammen, soms voor hun vader/man moeten vluchten zoals bijvoorbeeld Oda die in Noord-Brabant wordt vereerd, maar ook vaak als kluizenares eindigen zoals Sinte Mildreda.

Na een periode doorgebracht te hebben in de Iers-Frankische en invloedrijke abdij Chelles nabij Meaux ten oosten van Parijs, vestigde prinses Mildreda zich tijdelijk als kluizenares hier nabij Millam, wachtend op een schip dat haar over zou zetten naar Engeland. Teruggekeerd in Engeland trok zij zich terug in het klooster Minster nabij Thanet, dat nog door haar moeder was gesticht en waar zij rond het jaar 700 overleed. Op fraaie wijze worden taferelen uit haar leven in deze kapel afgebeeld op de schilderijen, die Bernard Pieters uit Duinkerke in 1780 speciaal vervaardigde. Onder de schilderijen zijn alleen Nederlandse teksten aangebracht, en dat is minstens zo kenmerkend.

Gelet op haar bijzondere maatschappelijke positie en het feit dat zij heeft verbleven in een van de belangrijkste vrouwenabdijen van haar tijd – die van Chelles - moeten we haar ongetwijfeld ook rekenen tot de vrouwen die in het Europa van de 7e en 8e eeuw - maar zoals ook later Hildegard van Bingen in de 11e eeuw, en de Brabantse mystica Hadewych in de 13e eeuw - een belangrijke en nauwelijks te onderschatte culturele stem hebben laten horen.

Mesdames et Messieurs, en résumé: Au huitième siècle, la princesse anglo-saxonne Mildrède élit domicile à cet endroit-ci pour vivre en reclus. Depuis les temps les plus reculés les sphères d`influences culturelles française, néerlan-daise et à un degré moindre anglo-saxonne se côtoient dans cette région.

En outre, il y a longtemps, mais pas loin d`ici, le Comté Artois francophone confinait aux Flandres néerlandophones. Tel genre de zones interactives et cul-turelles constituent à présent, pour ainsi dire, la charpente des idées pour l`Europe dont les bases sont établies pendant l`époque francique - le temps du vivant de Mildrède. Sans doute, il faut compter Mildrède, vénérée ici,  parmi les femmes qui à l`aube de l`Europe du septième et du huitième siècle se sont faites remarquées par leur grande influence au point de vue culture. Un fait qui n`est certainement pas à sous-estimer. Tout comme, entre autres, Hildegard de Bingen au onzième siècle et Hadewych du Brabant au treizième.

Par conséquent l`importance de Mildrède a été plus que locale et plus que pu-rement religieuse. La commémoration de Mildrède nous fait entrevoir égale-ment le rôle joué par les femmes aux premiers jours de l`époque carolinienne.

_______________________

Wim van Heugten, 10 augustus 2013, bij de Sinte Mulderskapel te Millam in Frans-Vlaanderen, n.a.v. de onthulling van het herinneringsbord.

 

Het vertrek van de Fransen uit Ieper als gevolg van de Vrede van Utrecht in 1713


Maurits Cailliau

De Franse annexaties van Vlaanderen en van de Franse Nederlanden

In 1659 werd de Vrede van de Pyreneeën gesloten ten gevolge waarvan het grootste deel van Artesië, met o.m. de steden Broekburg en Grevelingen door Frankrijk geannexeerd werden.

Het eerder door Engeland veroverde Duinkerke wordt in 1662 aan Frankrijk verkocht. Een jaar later al – 1663 – wordt de Franse taal er door Lodewijk XIV verplicht ingesteld. Ook Broekburg deelt dat verfransend lot. In 1684 wordt deze maatregel uitgebreid tot de andere sinds 1678 bezette Zuid-Nederlandse steden, waaronder Kortrijk, Ieper, Veurne en Oudenaarde.

Zes jaar na Duinkerke, in 1668 worden, ten gevolge van de Vrede van Aken1, Rijsel, Dowaai, Orchies en Sint-Winoksbergen door Frankrijk aangehecht. Negen jaar daarop, in 1677, liep de Slag aan de Penebeek nabij Kassel faliekant af voor de Nederlandse coalitielegers. Het geschil werd beslecht bij de Vrede van Nijmegen (1678) ten gevolge waarvan nu ook Kassel en Belle door Frankrijk geannexeerd worden. Ook Ieper, Veurne en andere Zuid-Nederlandse steden worden bij Frankrijk gevoegd.

Bij de Vrede van Utrecht – 1713 – wordt, mits wat grenscorrecties, de sindsdien definitieve nieuwe staatsgrens tussen Frankrijk en de – wat het zuiden van de Nederlanden betreft – Oostenrijkse Nederlanden vastgelegd. Ieper, Veurne, Menen en enkele andere steden – die voortaan als Barrièresteden zullen fungeren – komen terug naar de Nederlanden. Vlaamse steden als Kassel en Belle evenwel blijven bij Frankrijk.

In dit overzicht in een notendop gaan we uiteraard voorbij aan de tijdelijke Franse veroveringen in het spoor van de Franse Revolutie, toen zowat gans Europa, zij het tijdelijk – dat verhaal eindigt in Waterloo - “Frans” werd. Aan het eind van de rit werd in 1815 (Congres van Wenen) immers, voor wat de Nederlanden betreft, teruggegrepen naar de grensafbakeningen van 1713.

Tussen 1678 (Vrede van Nijmegen) en 1713 (Vrede van Utrecht) had Frankrijk het aldus ook te Ieper – evenals te Veurne, Kortrijk en Oudenaarde - voor het zeggen. Vanaf 1713 tot 1794 hebben de Habsburgers weer het hoogste woord in hun Katholieke Nederlanden. De eerdere Franse veroveringen binnen de zuidelijkste Nederlanden bleven echter onaangeroerd; een situatie die zou herhalen na de val van Napoleon. Reden waarom we het sindsdien over Frans-Vlaanderen en – ruimer – de Franse of Zuidelijkste Nederlanden hebben.

Iepers interludium

In 1678 – op 13 maart – hadden de legers van Lodewijk XVI Ieper omsingeld. Een week later, op 25 maart, zien de Spaanse troepen het niet meer zitten, wordt een staakt het vuren afgekondigd en volgt de overgave van de stad. Tijdens het beleg had Nikolaas de Kanonnier vanuit de stad de Franse koning ei zo na in zijn kantonnement op het Wieltje dodelijk geraakt. Het vervolg van het verhaal was dat Vauban opdracht kreeg nieuwe versterkingen aan te leggen, waarbij onder andere de inundatie van Lichterveldt of Paddevijver – in de Franse literatuur ook “Pas de Vivre” genoemd – aangelegd werd, waarop thans de woning staat van uw kroniekschrijver!

In 1713 breekt, zoals vermeldt, een nieuwe Oostenrijkse Tijd aan die aanvangt met de Vrede van Utrecht. In het spoor daarvan krijgt Ieper, als gevolg van het Barrièretraktaat van 1715 een Hollands garnizoen toebedeeld.

Te Ieper is het vertrek van de Fransen in 1713 in het collectieve geheugen opgeslagen dank zij het volkslied Het vertrek van de Franschen uit Ieperen. Het moet zijn dat van al die Franse oekazes op taalgebied (sinds 1684) weinig was blijven hangen. Al die tijd was de bezetter als dusdanig ervaren geworden, en waren ze vreemden gebleven: de “Franschen”, te onderscheiden van de “onzen”.

Den eersten Mei, wil mij verstaan,

Zoo zijndere de Franschen uit Ieperen gegaan;

Al met ’t gespeel van de trommels en de fluit

Zoo trokken zij de Meesenpoort uit!

            - Falderalderadera –

Al met ’t gespeel van de trommels en de fluit

Zoo trokken zij de Meesenpoort uit!

            - Falderadera –

Buiten op het veld, daar staat een hoogen boom,

Waar dander logieren veel meisjes schoon;

En zijnder logieren en wijnder blijven hier;

De menschjes hên veel meer plezier.

 

Den Franschen commandant kwam op de Markt gegaan;

Hij vond den generaal van de Pruisen staan.

Zij gaven den hand en ze zeien adieu: -

            Zo zijn de Franschen al foutu!

Ook ander relicten die herinneren aan de Vrede van Utrecht – als toenmalige grenspalen - zijn in onze contreien nog bewaard en mits wat speurwerk terug te vinden. (Zie foto.)

Het overlijden van de Oostenrijkse keizer Karel VI in 1740, het aantreden van diens dochter Maria Theresia en de nieuwe Franse inval in de Zuidelijke Nederlanden van Lodewijk XV, waarbij op 6 juni 1744 Ieper andermaal in Franse handen kwam, luiden een nieuwe episode in. De nieuwe Franse bezetting zou vijf jaar duren en eindigen met een nieuwe Vrede van Aken2 in 1748.

De periode tussen de Vrede van Aken (1748) en het overlijden van keizerin Maria-Theresia (1782) was voor onze streken een van de rustigste die we ooit gekend hebben. Vanaf 1782, onder het bewind van haar zoon Jozef II wordt het Barrièretraktaat (daterend van 1713) opgezegd en valt de beslissing om de versterkingen van de grenssteden met Frankrijk te ontmantelen. De zuster van Jozef II, Marie-Antoinette huwt dan met de Franse koning Lodewijk XVI. In 1783 is Ieper al gedemilitariseerd en, op de hoofdomwalling na, ontmanteld.

Bron: Iepersch Oud-Liedboek, Brussel, 1962, pp. 271-273

______________

1 Vrede van Aken [1668] De Vrede van Aken werd op 2 mei 1668 tussen Frankrijk en Spanje gesloten. Het verdrag maakte een einde aan de Devolutieoorlog die in 1667 was begonnen. Tijdens de vredesonderhandelingen trad Paus Clemens IX op als bemiddelaar. De Vrede van Aken kende aan Lodewijk XIV de door hem veroverde gebieden in Vlaanderen toe.

2 Vrede van Aken [1748] De Vrede van Aken werd ondertekend op 18 oktober 1748 en maakte een eind aan de Oostenrijkse Successieoorlog, die in 1740 was begonnen. Het Vredesverdrag werd getekend in de Rote Saal in het stadhuis van Aken. Onder de bepaling van het vredesakkoord behield de Habsburgse keizerin Maria Theresia het bewind over de Zuidelijke Nederlanden.

 

 

Voor- en achterzijde van een Oostenrijkse-Franse grenspaal – in uitvoering van de Vrede van Utrecht in 1713 - met de adelaar en de lelies,

zoals die in de Zakstraat te Nieuwkerke (West-Vlaanderen) staat.

(Foto René Verstraete, Watou

__________________

Een eerdere versie van deze bijdrage is verschenen in het heemkundigetijdschrift Iepers kwartier, 49e jg., nr. 3/2013, pp. 98-102.

 

Herbert Paul Schaap


Geboren te: Groningen op: 3 november 1894 - Overleden te: Zierikzee op: 12 juli 1982

Roeland Raes

 Dr. Herbert Schaap is een van die té zeldzame Nederlanders die zich levenslang Groot-Nederlander noemden en zich zonder complexen voor de Nederlandse gedachte inzetten. Herbert Paul Schaap werd in november 1894 in Groningen geboren; zijn vader was advocaat en beleed de Joodse religie; zijn moeder was Amerikaanse en Luthers. Herbert studeerde in Groningen en kwam voor het eerst met jonge Vlamingen via de ‘Nederlandsche gymnasiastenbond’ in contact. In 1913 schreef Schaap zich aan de universiteit van Groningen in voor de rechtsfaculteit.

In 1914 moest hij zijn studie onderbreken voor legerdienst. De vier oorlogsjaren besteedde hij om zijn verdere studies voor te bereiden. En tijdens zijn studentenjaren was hij voorzitter van de studenten-afdelingen van het Algemeen Nederlands Verbond, de nog steeds bestaande verenging van en voor Nederlandstaligen, die de laatste halve eeuw jammer genoeg haar strijdbaarheid verloren is.

In 1922 werd hij ‘advocaat en procureur’ eerst in Groningen, dan in Haarlem. Hij was intussen gehuwd en had drie kinderen. Na de Eerste Wereldoorlog raakte Schaap bekend met tal van Vlaamse activisten die in 1918 naar Nederland uitgeweken waren.

Meer bepaald had hij een goede relatie met Professor Jozua de Decker en priester Robrecht de Smet, redacteurs van het radicale weekblad Vlaanderen, en hij schreef er nu en dan in. In juli 1922 ging in Utrecht de stichting door van het Dietsch Studenverbond met o.a. de Vlamingen Rob van Genechten en Marcel Minnaert, en de Nederlanders L.W. van Soest, H.G. Cohen Stuart en Schaap zelf.

Hij was er lid van en zou de volgende jaren steeds ijveren voor drukke contacten tussen Nederland en Vlaanderen. Met alle uitingen van Groot-Nederlands geestesleven was hij nauw betrokken. Als in 1926 het gezaghebbend maandblad de Dietsche Gedachte verscheen werkte Schaap daar ook aan mee. Hij zou zich eerst uit de DG terugtrekken toen veel DSV’ers sympathie voor het nationaal-socialisme gingen betonen. In 1927 verhuisde Schaap naar Den Briel, waar hij griffier van het kantongerecht werd; na 10 jaar vervulde hij dezelfde opdracht in Assen. Bij de Duitse inval bleef Schaap buiten de collaboratie en weigerde ook het voorstel van Nationaal Frontleider Arnold Meijer om aldaar propagandaleider te worden.

De bezetter spaarde hem (hij was half-jood én een gezien figuur in de rechtswereld) maar in het najaar 1944 moest hij dan toch onderduiken in een psychiatrische instelling ‘waar hij een half jaar voor gek speelde’. In 1946 werd hij dan toch voor het leger her opgeroepen waar hij, met de graad van majoor moest optreden als ‘Commissaris van de krijgsraad te velde’. Vanaf maart 1950 kreeg hij eervol ontslag waarna hij zich als procureur in Assen, later in Zierikzee vestigde. In die stad bleef hij na zijn pensionering wonen, waar hij actiever was dan ooit. Vooral als het ging om de verdediging en versterking van de Groot-Nederlandse gedachte. Hij bleef vriendschap onderhouden, ook met wie tijdens de oorlog om idealistische motieven aan de ‘verliezende kant’ had gestaan.

Twee voorbeelden slechts: zijn bewondering voor dr. August Borms en zijn actieve inzet voor Frans-Vlaanderen. Het lot van Borms die in 1919 voor 10 jaren in de gevangenis moest blijven, trof Schaap diep. Toen Borms in 1929 vrij kwam, werd hij ook in Nederland gehuldigd. Vooral de in Den Haag georganiseerde meeting werd door Schaap ingericht en kende ruime belangstelling. Om de Vlaamse voorman ook materieel te ondersteunen, werd het ‘Borms-fonds’ opgericht, met een Nederlandse afdeling, waar Schaap penningmeester was.

Actieve belangstelling voor Frans-Vlaanderen. Tijdens zijn legerdienst – hij lag in de grensstreek met de provincie Antwerpen – had hij één en ander vernomen over de vereniging Pro Westlandia, (ook bezield door Borms) die zich met zang en declamatie (voordracht van literaire werken) in tal van Frans-Vlaamse gemeenten wijdde aan het verspreiden van Vlaamse taal en cultuur.

Eerst in 1928 raakte hij bevriend met twee jonge Frans-Vlaamse priesters Jean-Marie Gantois en Marcel Janssen, die op hem diepe indruk maakten. Schaap besloot, zich naar zijn mogelijkheden in te zetten voor het verdedigen van de eigen cultuur in de regio. Meer bepaald met priester Gantois onderhield hij drukke contacten en ondernam hij meermaals tochten in Frans-Vlaanderen; voor hem bevatten de Franse Nederlanden véél meer dan de Westhoek! Hij rekende er zowel Grevelingen en Ariën a.d. Leie, als Rijsel en Dowaai bij.

Schaap was een beminnelijk man en een goede organisator. Hij valt dan ook niet te verwonderen dat hij bij de (her)oprichting van de Heel-Nederlandse Vereniging ZANNEKIN haar eerste voorzitter werd. Jaren later werd hij erevoorzitter tot bij zijn overlijden. In Vlaanderen betoonde hij blijvende belangstelling en sprak er vaak, b.v. op de Frans-Vlaamse Cultuurdagen van Waregem. Graag werkt hij mee aan nationalistische Vlaamse bladen b.v. aan Dietsland-Europa.

Herbert Schaap was een man die in het zo conformistische Nederland zijn Groot-Nederlandse overtuiging trouw bleef en daar vaak met enthousiasme over getuigde. Zo zijn er helaas te weinig in het Noorden! Zijn beroepsloopbaan verliep voorspoedig, maar zijn mening bleef ongeschonden. Een voorbeeldig man.

-----------------------------------

Bron: Laagland, 04-2010 [43] – Nationalistische figuren

 

De Lage Landen in Transsylvanië


Waarom trokken bewoners van de Lage Landen — onder hen ook veel Vlamingen — naar het verre Transsylvanië, dat velen onder ons enkel kennen als het land van Dracula?

In zijn einde vorig jaar verschenen boek De Lage Landen in Transsylvanië - Nederlanders, Vlamingen en Walen in de kolonisering van Transsylvanië beschrijft Jean-Paul Van der Elst uitvoerig het hoe en het waarom van deze periode in de geschiedenis van onze streken én in deze van Hongarije. Welke sporen hebben zij er nagelaten in de oorkonden van het Hongaarse koninkrijk? In de namen van de dorpen en in de dialecten van deze “Sachsen” die er tot de omwenteling van 1989 nog talrijk woonden?

Op deze en nog vele andere vragen geeft de auteur in dit boek een doorgaans goed onderbouwd antwoord. Hij is er trouwens in geslaagd om de massa informatieve elementen in een leesbare tekst onder te brengen. Dat is een van de vele verdiensten van deze publicatie en iedereen zal begrijpen dat het geen sinecure geweest is om dat tot een goed einde te brengen. Alles wordt ondergebracht in een breed panorama waarin de vele details niet verdrinken in een onleesbare opsomming van namen en namen en nog eens namen. Achteraan wordt alles dan mooi afgerond met tien bladzijden illustraties.

Deze over het algemeen aan weinigen bekende periode uit de Europese geschiedenis wordt door de auteur terug in het volle daglicht geplaatst en we kunnen de lectuur van deze 130 bladzijden alleen maar aanbevelen. In de overtuiging dat men via de in voetnoten verwerkte bibliografie verder zal willen gaan in de kennismaking met deze emigratiegolf uit onze verre geschiedenis.

(Willy Cobbaut, in Mededelingen VVNA, nr. 3/2013.)

________________

N.a.v. Jean-Paul van der Elst, De Lage Landen in Transsylvanië, 130 blz. plus 10 blz. illustraties. Prijs: 17 euro (incl. portkosten). Bestellen via jeanpaul.vanderelst@gmail.com of bij de auteur. Rek. BE1O 7995 0584 5504 van J-P Van der Elst, Peizegemstraat 138 B, 1785 Merchtem. Levering na ontvangst van de betaling. (1SBN/EAN 9789082011302)

 

Vanaf de zijlijn

Marten Heida

Een bijgesteld beeld

Sinds 1614 was Wezel een door de Spanjaarden bezette stad. In deze situatie kwam een keer op 19 augustus 1629; op die dag slaagde Otto van Gent erin vanuit Emmerik Wezel in te nemen. Ter gelegenheid van dit voor de Republiek belangrijke feit werden meerdere gedenkpenningen geslagen. Naar de mening van Günter Warthuysen laat één daarvan het verschil zien tussen wat werkelijk gebeurd is en het propagandistisch aspect. In de tekst op de keerzijde is namelijk sprake van “herkregen vrijheid”. En daar zet Warthuysen een vraagteken bij. Want wat waren in het kader van de machtswisseling de gevolgen met betrekking tot de tegenstellingen op godsdienstig gebied?

Om daar een goed zicht op te krijgen is het volgens hem een goede zaak de historische achtergrond erbij te betrekken. Hij stelt dat de hoofd-oorzaak van het overslaan van het Spaans-Nederlandse conflict naar de Nederrijn de godsdienstige dimensie van de strijd was. Zo was daar aan de ene kant de Spaanse inzet voor de katholieke zaak terwijl aan de andere kant de Staten-Generaal ijverden voor de verbreiding van het geloof naar gereformeerd belijden.

Tegen deze ideologische achtergrond moeten twee gebeurtenissen in ogenschouw genomen worden die er de oorzaak van zijn geweest dat de oorlogsvonken oversloegen naar het hertogdom Kleef en aangrenzende gebieden. Als eerste noemt hij het zich afkeren van het katholicisme van de Keulse aartsbisschop Gebhard Truchsess von Walsburg in 1582. De tweede is de strijd om de erfopvolging na de dood van Johann Wilhelm, de laatste hertog van Kleef-Gulik-Berg in 1609; hij stief kinderloos.

Het gevolg daarvan is geweest dat als in 1618 de Dertigjarige Oorlog uitbreekt er sprake is van een machtsvacuüm in het noordelijk deel van het Nederrijnland. Vreemde machthebbers beschouwen het gebied als een soort oefenplaats. Dit zou niet hebben kunnen gebeuren als Pfalz-Neuburg en Brandenburg erin geslaagd waren tot overeenstemming te komen om hun gebieden tegen hen af te schermen.

Het tegenovergestelde deed zich zelfs voor te weten een verscherping van de godsdienstige tegenstellingen. Zo gingen de Brandenburgers over van het Lutherse naar het Calvinistische geloof en verzekerden zich daardoor van de sympathie van de Staten-Generaal terwijl men in Pfalz-Neuburg aanhanger werd van het katholicisme en zo zeker kon zijn van de steun van Spanje.

Het is in dit “klimaat” dat in 1614 de stellingen worden betrokken: de troepen van de Republiek bezetten de steden Gulik, Goch, Rees en Em-merik terwijl de Spanjaarden zich meester maken van Wezel. Het is deze stad die op 19 augustus 1629 door Otto van Gendt voor de Republiek wordt veroverd.

Voor Wezel zou deze verovering in het teken moeten staan van “herkre-gen vrijheid”. Volgens Günter Warthuysen kan de vraag gesteld wor-den of die aanduiding wel in overeenstemming is met de werkelijkheid. Als de Spanjaarden in 1614 Wezel bezetten stellen ze zich aanvankelijk neutraal op inzake de godsdienstige rivaliteit. Pas in juni 1628 wordt besloten de aan Willibrord en Antonius gewijde kerk terug te geven aan de katholieken. Echter van lange duur is dit bezit niet geweest; direct na de verovering van de stad door de Staatse troepen wordt deze beslis-sing teruggedraaid. Het laat zich verstaan dat deze maatregel door de katholieken werd ervaren als een vorm van discriminatie; voor hen hield de machtswisseling allesbehalve een bevrijding in. Maar dat gold evenmin voor de protestantse meerderheid; het éne kwaad had ook voor hen plaats gemaakt voor het andere getuige het roven en plunderen van de nieuwe “gasten”. Vandaar dat het stadsbestuur pogingen onderneemt de Republiek ertoe te bewegen het garnizoen terug te trekken. Er was Wezel alles aan gelegen de neutrale status van voorheen te handhaven. Het zou echter blijken dat dit pogen vergeefs was.
______________

Bron:bijdrage van Günter Warthuysen in het Jahrbuch Kreis Wesel 2013.
Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53,

NL 3905CB Veenendaal

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck

Luxemburgs in Luxemburg

In het Groothertogdom Luxemburg heeft het Luxemburgs sinds 1984 de status van een officiële taal van het land gekregen. Het Duits en het Frans worden als hulp- en werktalen erkend en gebruikt.

Om en bij 250.000 mensen hebben het Luxemburgs als eerste taal en nog eens 50.000 als tweede taal. De meerderheid van de Luxemburgers heeft het Luxemburgs als moedertaal, en die taal speelt een nog grotere rol in de media, het onderwijs en het openbaar leven. In het hoger onderwijs domineren het Frans en het Duits, respectievelijk voor de humane wetenschappen en de technische studies.

Dagbladen en ruim verspreide publicaties zijn doorgaans in het Duits en gedeeltelijk in het Frans. Het Luxemburgs is zeer levend en levendig als informele omgangstaal, en handhaaft zich zeer goed. Het schrijdt zelfs vooruit. In het Luxemburgse parlement wordt nog haast uitsluitend Luxemburgs gesproken.

Evenwel ten gevolge van het grote aantal buitenlanders dat in Luxemburg, en hoofdzakelijk in diens hoofdstad, woont en werkt, en van wie de meesten het Frans als eerste of tweede taal Frans spreken, dringt het Frans zich op. In de talrijke Europese instellingen komt steeds meer Engels voor naast Frans en Duits. Het Luxemburgs is hier zo goed als onbestaand.

Tegen deze gang van zaken rijst steeds meer protest. De ‘Alternative Demokratësch Reformpartei’ of ADR vindt het niet kunnen dat een Luxemburger of Luxemburgstalige op veel plaatsen in zijn hoofdstad en delen van zijn Groothertogdom niet meer of nauwelijks in zijn Luxemburgse taal aan zijn trekken komt. Eén van hun slagzinnen bij de verkiezingen van oktober 2013 luidt: “Lëtzebuerger Sprooch = Integratioun” met een duidelijke Luxemburgse vlag.

 

In Arelerland of het Land van Aarlen, rond de Belgische stad Aarlen (Arlon) en in Buchholz wordt van oudsher het Luxemburgse dialect van het Duits gesproken. Mede door een sterk verfransingsbeleid werd in de stad Aarlen het Luxemburgs teruggedrongen. In de omliggende gemeenten komt het nog voor.

Sinds 24 december 1990 erkent de Franse Gemeenschap het Luxemburgs onder de naam Francique (Frankisch) als regionale taal. Sommige straatnaamborden zijn tweetalig (Frans en Luxemburgs) en er worden cursussen Lëtzebuergs georganiseerd doch daar blijft het bij.

Leo Camerlynck

“De Zavelberg”

Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL / Brussel

t. 00 32 485 630 227 e-post leo.camerlynck@skynet.be