> nieuwsbrief > 34e jg. - 3e trimester 2014

Bijdragen over:

Mededelingen

 

 

Ontmoetingsdag ZANNEKIN op zaterdag 11 oktober

 

Erkelenz (Nederlands: Erkelens) - een plaats in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, gelegen in het Kreis Heinsberg - wordt het oord van onze Ontmoetingsdag 2014. Noteer alvast de datum van 11 oktober. Alle praktische gegevens volgen in de Nieuwsbrief 4/2014 die u eind september aan krijgt.

 

Geschiedenis

In 1326 kreeg Erkelenz stadsrechten van graaf Reinald II van Gelre. Erkelenz en Kuckhoven maakten deel uit van het Overkwartier van het hertogdom Gelre. Keizer Karel V verovert 1543 Gelre, Erkelenz wordt deel van de Habsburgse Nederlanden. In 1607 neemt Frederik Hendrik van Oranje de stad bij verrassing in tijdens de Aanval op Erkelenz en neemt Hendrik van den Bergh gevangen. Erkelenz wordt hierbij ge-plunderd door de Staatsen en in brand gestoken. Het behoorde tot de Spaanse Nederlanden tot de stad in 1713 bij de Vrede van Utrecht als het Guliks Overkwartier werd toegewezen aan het hertogdom Gulik. De Fransen bezetten 1794 Erkelenz. In 1815 wordt de stad Pruisisch.

 

Nederlandse tekst op de kerkmuur: "In den jaren ons heren MCCCCLVII des eirsten dags nae sent peter ind pauwels dach toe IV uren veil hie eyn tore ned ind des andere jairs op de selve dach wart dese begoden weden"

 

  

Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ - 2014


Hierbij, bij wijze van voorproefje, het Ten geleide van het in mei jongstleden verschenen nieuwe ZANNEKIN-Jaarboek. Nieuw in deze editie zijn de talrijke kleurenillustraties, die ons ‘visitekaartje’ bij de tijd brengen. Mede door de opname van het register over de vijf jongste jaarboeken deinde de omvang uit tot 224 pagina’s. Bij wijze van kennismaking leest u hieronder een korte inhoudsopgave.

 

Dit 36e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ biedt andermaal een keur aan bijdragen over de territoria die deel uitmaken van ons Nederlandse kijk op de geschiedenis van onze territoria ‘extra muros’.

Als steeds stellen wij er prijs op het jaarboek in te leiden met de klassieke tekst waarin uiteengezet wordt waar het de Vereniging /Stichting Zannekin uiteindelijk om te doen is, en in welk perspectief wij ook ons jaarboek plaatsen.

Als blikopener is er de geopolitieke kijk van de betreurde André Belmans, die als geen ander geijverd heeft voor een gezamenlijke toekomst van ons territoriaal erfgoed.

Volgen de bijdragen die van ver of nabij handelen over de Franse - die wij verkiezen als de Zuidelijkste - Nederlanden te benoemen: ze handelen respectievelijk over Béthune (Jan van Tongeren), de abdij van Gizene en Waten (Cyriel Moeyaert en Antoon Lowyck), Michiel de Swaen (Camiel van Woerkum) en het fort van Mariembourg (Ruud Bruyns).

Volgt, bij wijze van scharnier, de bijdragen over Hoogstraten, de historische figuur en de plaats die zijn naam draagt (Luc Pauwels) en andermaal een luik gewijd aan de verwante architectuurvormen binnen de Nederlanden en de aangrenzende gebieden (Zeno Kolks).

Met de bijdragen rond de sabelsleper Maarten Schenk (Renaat Vanheusden) en de theoloog Ubbo Emmius (Marten Heida) komen ook de oostelijke Nederlanden ‘extra muros’ volop aan bod.

Een apart maar evenzeer grensoverschrijdend verhaal brengt Paul van Hauwermeiren, dat handelt over de kramertalen, zijnde het Bargoens van de destijds rondtrekkende handelslieden, dat ons van West-Vlaanderen tot in het Rijnland en nog verderop brengt.

Voorafgaand aan de Kroniek en de boekrecensies leest u nog het summiere verhaal van Leo Camerlynck over de merkwaardige Zuid-Afrikaanse oorlogsgedenksite te Longueval, nu in Picardië, doch ooit binnen de zuidelijkste Nederlanden.

Voor het eerst verschijnt het jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ met de meeste illustraties in vierkleurendruk. Een extra-investering die hopelijk tot een bredere lezersschaar leidt!

Extra bij dit jaarboek is ook het overzichtsregister van de vijf vorige jaarboeken, dat deze editie iets omvangrijker dan gewoonlijk maakt. Daaruit leren we dat onze jaarboekenreeks tot einde 2013 niet minder dan 377 bijdragen (naast 221 boekrecensie) bundelde rond de Nederlanden ‘extra muros’.

In hun geheel vormen ze voorwaar een unieke documentatie over ons geestelijk en nationaal erfgoed.

Onze hernieuwde en niet geringe dank bij dit alles aan het adres van onze medewerkers, temeer daar allen ‘pro deo’ bijdragen tot de uitstraling van ons jaarboekenproject. Zonder hen hadden waren we voorwaar niet aan deze 36e editie toegekomen!

 

 

Plattdeutsch wird zum Unterrichtsfach an 27 Grundschulen in Schleswig-Holstein


Schon nach den Sommerferien geht es los: An 27 ausgewählten Grundschulen in Schleswig-Holstein wird dann zweimal in der Woche Plattdeutsch auf dem Lehrplan stehen. Das Bildungsministerium will kommenden Woche mitteilen, um welche Schulen es sich handelt. Nach Hamburg ist Schleswig-Holstein damit das zweite Bundesland, in dem Platt unterrichtet wird. 44 Schulen hatten sich im Norden beworben. „Wir sind erfreut über die große Nachfrage und froh, dass wir jetzt ein verbindliches Angebot für den Spracherwerb von Plattdeutsch an den Schulen haben“, sagte gestern die Sprecherin des Plattdeutschen Rates in Schleswig-Holstein, Marianne Ehlers, am Rande der konstituierenden Sitzung in Molfsee bei Kiel. Sie zeigte sich erleichtert, dass fast in allen Kreisen des Landes Schulen zum Zuge gekommen seien und versprach, auch die anderen Bewerber weiter zu unterstützen.

„In den Schulen, in denen es Unterricht geben wird, wird es nicht nur ums Lesen, Singen und Sketche spielen gehen“, sagte Heiko Gauert, der Schleswig-Holstein im Bundesrat für Niederdeutsch vertritt. Es gehe vielmehr darum, die Kinder in der Sprachkompetenz zu fördern. Ziel sei es, dass sie nach Ende der Grundschulzeit platt sprechen könnten und schreiben lernten. Die Lehrer, die Platt unterrichten, gibt es bereits an den Schulen, die alle ein Konzept eingereicht haben und nach einem vom Bildungsministerium abgesegneten Leitfaden den Unterricht gestalten. Dabei soll auf eine einheitliche Sprache geachtet, regionale Unterschiede aber durchaus akzeptiert werden.

Von einer Überforderung der Schüler will Ehlers nichts wissen. „Es ist nie so leicht, Sprachen zu lernen, wie im Alter zwischen drei und acht Jahren“, sagt die Referentin für Niederdeutsch beim Schleswig-Holsteinischen Heimatbund. Ziel sei es, noch mehr Schulen für das Plattdeutsche zu begeistern, um das Plattdeutsche lebendig zu halten. Heiko Gauert hofft gar auf eine Weiterführung des Platt-Unterrichts auch in den höheren Schulen. Damit setze das Land das um, was schon seit Langem von der EU beschlossen ist: dass Kinder zwei Fremd- und eine Regionalsprache erlernen. Oder, wie der zweite Sprecher des Plattdeutschen Rates, Klaus Nielsky, gern sagt: „Einsprachigkeit ist heilbar.“

______________

Bron: Aus der Redaktion des Holsteinischen Couriers vom 8 Mai 2014

 

 

Uit en over Frans-Vlaanderen


Cyriel Moeyaert en Mark Ingelaere

 

* Sinds zowat een jaar brouwt ‘Brasserie du Pays Flamand’ in Blaringem een nieuw soort bier dat de naam kreeg ANOSTEKE, dit is de algemeen bekende afscheidsgroet van alle Frans-Vlamingen en betekent “Toet een naoste keer” of tot de volgende keer. Je kunt over dit bier ook nakijken op internet www.ANOSTEKE.com .

* Boven een garage vind je in Stapel in een raampje onder een mooi volks beeld van een man en eronder ongeveer hetzelfde opschrift. Hier is het goed verzorgd en wordt het geregeld herschilderd.

* Onder leiding van Bernard Dannoot van Rekspoede bezocht de groep “Vlaemsch klappen” op 25 mei het museum Het huis van de Veldslag in Noordpene. Ze interesseerde zich voor de geschiedenis van de veldslag maar ook voor het Vlaams dat je daar kunt beluisteren met een koptelefoon. Het zijn verklarende teksten goed en trouw uitgesproken door Jacques Delafosse, Volkerinkhovenaar, Josiane Ryckebusch uit Bollezele en Bruno Verhaeghe, Houtkerkenaar. Dezelfde groep is ook bij de Vlaamse toneelopvoering in Ekelsbeke opgetreden met enkele goed gezongen Vlaamse liederen. Op de foto staat Filip Ducourant de conservator van het museum trots in hun midden.

* Op zondag 26 januari voerde het Volkstoneel voor Frans-Vlaanderen in Ekelsbeke weer en Vlaams stuk uit: ’t Kruus van ‘n Coin Perdu. Ik had liever “Verloren Hoekje” zien staan. Ook die dag trad een groep van ruim twintig mannen en vrouwen tussen twee bedrijven op met Vlaamse liederen, dit keer uit de Coussemakers Chants populaires des Flamands de France. Er was ook een nieuw lied bij “De Vlaamsche Tale”, heel geestdriftig gezongen. Zelfs m’n voorbuurman in de zaal zong ijverig mee en hij bezat de tekst ervan. We vroegen die maar hij kon die niet afstaan: hij had er maar één. De maat werd geslagen door een flinke vrij jonge Frans-Vlaamse vrouw.

* Op de helling van de Zwarte Berg staat het kapelletje “Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen” (Notre Dame des Flandres), met binnenin het bekende beeld van Onze Lieve Vrouw met aan haar voeten de Vlaamse Leeuw en het Vlaamse leeuwenschild.

* In de Hossenaerestraete tussen Link en Drinkham heeft een bakker een bestelwagen waarop in grote letters VLANDEREN staat. Vlak in de buurt kun je in de geveltop van een huis een Vlaamse Leeuw afgebeeld zien alsook een huis met een Vlaamse Leeuwenvlag.

* In Sint-Pietersbroek hadden we een sympathieke ontmoeting met Marcel Depauw. Die man spreekt heel vlot z’n Vlaams en niet zonder humor. Hij is vroeger metselaar geweest, hij heeft het huis gebouwd waarin z’n dochter woont; hij is geboren in Rozendaal bij Duinkerke en woont nu in Bray-Duinen. Toen we toevallig vroegen of hij kon zwemmen, zei hij “lik e looten”, zoals iemand van lood.

* Tussen Wilder en Wormhout, in de Pepers straete staat de kapel met het oude opschrift binnenin “Ich Mattheus Martein ende Joanne Pieternelle Neut verkiesen de gebenedide maghet ende moeder Godts Maria voor onze pateronesse ende voorspraekeresse ook voor onse kinderen ende naestene beneffens de kinderen onser ouders ende voorouders die sedert duivel jaer der peste in de loge grislen” (Zie Nieuw Oud Vlaams, s.v duivel jaer). In 1985 was die kapel gerenoveerd. en de opschriften op tegels aangebracht die in de muur zitten. Maar nu staat die kapel leeg en zonder deur. Ze moet nodig hersteld worden. Ze dateert uit de eerste helft van de achttiende eeuw. 1847 geloof ik. De tekst is mysterieus en wijst terug op de pest. Er is op andere tegels een Franse vertaling van de oude tekst te lezen.

* In La Voix du Nord stond te lezen: Duinkerke. Er wordt voorzien in een studie over een verbinding van de oostelijke agglomeratie met een tramlijn die het station van Duinkerke zou verbinden met het communicatiecentrum van Leffrinkhoeke en het oosten van de agglomeratie tot Bray-Duinen en die verder zou worden doorgetrokken tot de steden Adinkerke en Veurne. Dit alles in een logica van integratie en grensoverschrijding, zo zegt de tekst in het besluit. Als me spreekt van logica dan kan het niet anders dan een tram te kiezen op meterspoor, om de verbinding te maken het de soortgelijke trams die in de deelstaat Vlaanderen circuleren.

 

 

De kapel tussen Wilder en Wormhout met het Nederlandstalige opschrift, waarvan hoger sprake

 

* Wie het dorp Ekelsbeke binnenkomt wordt op een bord langs de weg begroet met “Wellekom”. Wie het dorp verlaat krijgt op een bord de wens toegericht “Toet allicht”, d.i. “Tot binnenkort”. Het Frans-Vlaams ‘allicht’ is in het West-Vlaams ‘allichte’.

* In het nieuwste Bulletin van het Comité Flamand de France, met altijd bovenaan rechts op de voorpagina “Français je suis, Flamand je reste”, verschijnt een artikel van Max Deswarte over een onuitgegeven brief van Edmond de Coussemaker uit 1840 in verband met z’n historisch werk over de muziek, misschien wel Histoire de l’Harmonie au Moyen Age dat in 1852 verschijnt. De Coussemaker, later stichter en voorzitter in 1853 van het Vlaemsch Comiteyt van Vrankrijk (verfranst tot Comité Flamand de France) was een vooraanstaande kenner van de Middeleeuwse muziek. Hij gaf ook in 1856 z’n Chants populaires des Flamands de France uit. Het doet ons veel plezier dat Max Deswarte weer actief is in het doorsnuffelen van archieven en bibliotheken op zoek naar Nederlandse teksten en andere Vlaamse gegevens. (maxswarte@hotmail.fr)

In datzelfde Bulletin lezen we ook dat Jean-Pascal Vanhove een nieuwe biografie uitgegeven heeft L’abbé Lemire. (Editions Marais de Livre, 376 p., 22 euro). We zijn benieuwd.

* Er wordt op het ogenblik een bidprentje gedrukte tot gedachtenis van onze goede vriend Regis Degrand. Hopelijk wordt binnen afzienbare tijd voor hem een Nederlandse gedachteniseucharistie opgedragen in Frans-Vlaanderen. Hij is een van de eerste medewerkers aan Radio Uylenspiegel geweest en was een actieve medewerker met Luc Vranckx’s Euvo die voor de verspreiding van heel wat Vlaamse huisnaambordjes gezorgd heeft in z’n streek. Ook zijn huis kreeg het zinvolle huisnaambordje “Bij de Vlaming”.

* In Onze Taal (2/3 2012) verscheen een artikel “De sleutel tot de grote wereld. Standaardtaal als weg tot verheffing”. Standaardnederlands leren is geëmancipeerd raken. Ze tilt je uit boven je streek. Wie ze kent beleeft er plezier aan en voelt zich zelfverzekerd. Er zijn ook sociale beweegredenen. Standaardnederlands kennen geeft nieuwe kansen aan een kansarme dialect- of tussentaalspreker. Die zit in de kelder van de kansarmoede. Dit op grond van een democratisch en emancipatorisch standpunt. Wie Standaardnederlands spreekt ontsnapt aan de marginaliteit. Marginalisering kan tragisch zijn. Er zijn 23 miljoen Nederlandssprekenden. We kunnen daar ‘volwaardig’ bij horen.

Je kunt de rijkdom van ons dialect ook met plezier beleven en die rijkdom in stand houden. Ook taalkundig is dialectstudie waardevol. Ideaal is beide beheersen: Standaardtaal en dialect.

 

 

De Bourgondische vuurslag


Wido Bourel

 

Metsel- en symbolische tekens zijn veelvuldig aanwezig op allerlei gebouwen in de Neder-landen.

In het Frans-Vlaamse Kaaster heeft een, in deze uitvoering, zeldzaam teken op de aloude kapel van de Drie Maagden me lang geïntrigeerd. Het gaat om een motief in baksteen, op het eerste zicht in de vorm van de letter V op een soort sokkel. Het is ge-metseld in een buitenmuur van het middengedeelte van de kapel, ge-bouwd in de 15e eeuw. Het staat boven een vroegere deuropening, nu dichtgemetseld, waarvan plaats en omvang nog duidelijk zichtbaar zijn.

Het is de betreurde Frans-Vlaanderen vriend en bekende heemkundige Antoon Lowyck die me er ooit op attent maakte dat het hier gaat om een Bourgondische vuurslag.

Een vuurslag was een ijzeren staafje voorzien van een dubbel gat waarin men twee vingers stak om het vast te houden. Met dit metalen instrumentje (zie figuur 2) werd op een vuursteen geslagen om vonken te veroorzaken en zo vuur te doen opvlammen in mos, gedroogd hout, linnen of ander licht ontvlambaar materiaal, tondel of tonder genoemd.

De vuurslag, alsook het Andries- of maalkruis (in de vorm van de letter X), werden de symbolen van Bourgondië. Het gebruik van bakstenen maakt de weergave van een vuurslag rechtlijnig en hoekig. Maar het kan ook in andere uitvoeringen heel sierlijk gekruld zijn zoals de keten van de Orde van het Gulden Vlies waarvan de schakels evenveel vuur-slagen afbeelden.

Symbolen van Bourgondië en van de Nederlanden

Het merkwaardig metselteken op de kapel van Kaaster combineert misschien de twee Bourgondische symbolen. Het Andrieskruis is niet goed afgewerkt maar toch met en beetje verbeelding perfect te reconstrueren. Horizontaal op het Andrieskruis is de vuurslag aangebracht. Sommige bronnen mer-ken op dat dit motief op een liggende B lijkt, de B van Bourgondië dus.

O.m. op de muren van het kasteel van Rumbeke in West-Vlaanderen kan men het maal- of Andrieskruis alsook de vuurslag ook samen zien maar dan wel naast elkaar, als twee afzonderlijke tekens. En op de muur van de kerk van Dessel in de Antwerpse Kempen kan men een Bourgondische vuurslag zien die gelijkt op het metselteken van de kapel van Kaaster.

In de 15e eeuw was het aanbrengen van de vuurslag een teken van ver-bondenheid met Bourgondië en van politieke eenheid van de Ne-derlanden. In zijn boek Metseltekens in West-Vlaanderen en Noord-Frank-rijk citeert de auteur Geert Hoornaert de historicus Henri Pirenne als volgt: “Il (= de vuurslag) a servi d’emblème national aux provinces bel-ges (‘Belgische’ in de zin van Nederlandse provincies)… qu’il en a été si longtemps de leur unité politique.”

Het maalkruis en het Sint-Andrieskruis zijn in hun verschillende varianten een symbool van feodale macht. Ze vinden betekenis en oorsprong in het ‘maalrecht’; Wie het recht had om een molen te bezitten of om te malen gebruikte als symbool de ‘rijn’, een, meestal uit vier takken bestaand ijzer dat door de molenas werd aangedreven en de bovenste molensteen deed ronddraaien.

___________

Bron: http://www.widopedia.eu/de-bourgondische-vuurslag

 

Lodewijk De Baecker


Wido Bourel

 

Op 16 april 1814 vieren wij de 200e verjaardag van de geboorte van de Frans-Vlaamse voorman Lodewijk De Baecker. De Baecker was jurist van opleiding. Maar hij werd vooral bekend als dynamisch verdediger van de Nederlandse taal en cultuur in Frankrijk, alsook als germanist en filoloog.

Zijn boek Les Flamands de France. Etudes sur leur langue, leur litérature et leurs monuments (1850) werd een mijlpaal in de heropleving van de Nederlandse gedachte in Frankrijk.

Een rechtstreeks gevolg van Les Flamands de France was de oprichting in 1853 van het Comité Flamand de France (CFF), de eerste georganiseerde Vlaamsvoelende vereniging in Frans-Vlaanderen. De Baecker werd medestichter en eerste ondervoorzitter van het CFF. Maar hij keerde later het Comité de rug toe wegens gebrek aan radicalisme.

Hij volgde op eigen houtje een zeer invloedrijke koers inzake verdediging en onderwijs van het Nederlands in Frankrijk. De Baecker was een van de eerste Frans-Vlamingen die sprak over het Nederlands i.p.v. over het Vlaams en vond het woord Néerlande uit als Franse vertaling voor de Nederlanden.

 

Germanist en filoloog

Lodewijk De Baecker laat een omvangrijk oeuvre achter als germanist en filoloog. Hij publiceerde een vijftigtal boeken over zijn geboortestreek, maar ook en vooral over de grote epossen van de Germaanse literatuur als De Niebelungen, Beowulf, Gudrun, de Heliand, enz.

Een van zijn merkwaardigste werken heet De la religion dans le Nord de la France avant le christianisme. In dit boek schetst hij een beeld van de Germaanse mythologie en gaat hij op zoek naar sporen van heidense overlevering in de cultuur en tradities van de Zuidelijkste Nederlanden.

Lodewijk De Baecker beschikte over een invloedrijk netwerk in Franse politieke kringen tijdens de periode van het tweede Franse keizerrijk. Hij geraakte ook bevriend met grote Vlaamse en Europese namen uit zijn tijd. Dr. Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) in Vlaanderen, J.A. Alberdingk Thijm (1820-1889) in Nederland, alsook Jacob Grimm (1785-1863) en August Heinrich Hoffmann von Fallersleben (1798-1874) in Duitsland. Deze pionier va de Nederlandse Gedachte overleed op 4 februari 1896, op 81 jarige leeftijd, in Parijs. Hij werd in het Frans-Vlaamse dorpje Noordpeene begraven waar hij ook een kasteeltje bezat.

_________________________

Naar aanleiding van de 200e verjaardag van zijn geboorte bereidt de auteur een nieuwe publicatie over Lodewijk De Baecker voor die nog dit jaar zal verschijnen.

Bron: http://www.widopedia.eu/lodewijk-de-baecker

 

 

700 jaar Kartuizerklooster te Herne – Eerste Nederlandse Bijbel


 

Afbeelding van het historische zegel van het Hernse Kartuizerklooster

 

 

Ter gelegenheid van 700 jaar Kartuizerklooster te Herne en van de eerste bijbelvertaling naar het Neder-lands werd een map uitge-geven "Ten profijte van alle mensen - 700 jaar Kartuizer-klooster te Herne".

De map bevat een historisch overzicht door Dr. Herman Vandormael over de Hernse Kartuizers.

Tevens zijner kopieën van de oudste Nederlandse vertaling van de Bijbel alsook mooie kleurenreproducties.

Kostprijs: 12,00 €uro plus verzendkosten. Info op het nummer 00 32 485 630 227 of via leo.camerlynck@skynet.be

 





Vanaf de zijlijn


Marten Heida

 

Ontmoetingen met Johannes Diekhoff

Op 5 augustus 2013 overleed in Emden op 94-jarige leeftijd de schrijver en ijveraar voor het behoud van de Oostfriese streektaal Johannes Diekhoff. Maar ook als pedagoog heeft hij van zich doen spreken en wel in zijn functie van leidinggevende aan de Duits-Nederlandse Volks-hogeschool die gehuisvest is in het De Pottere-Huis te Aurich.

Ik heb hem in de loop van de voorbije jaren drie keer ontmoet. Daarover nadenkend heb ik moeten vaststellen dat ik van de derde keer nauwelijks een herinnering bewaard heb. Eigenlijk is het niet meer dan dat ik hem - en zijn vrouw - op het huisadres ontmoet heb. Ik heb alle schuilhoeken van mijn geheugen onderzocht maar er is niets bewaard gebleven van wat ik toen met hem besproken heb.

Heel anders is dat het geval met de beide andere ontmoetingen. Die hebben blijkbaar een veel diepere indruk op mij gemaakt. De eerste moet in het laatst van de jaren 70 - begin jaren 80 van de vorige eeuw geweest zijn. Het was ter gelegenheid van onze eerste in Oost-Friesland belegde Ontmoetingsdag. Voor dit weekeinde hadden we onderdak gekregen in het hierboven al genoemde De Pottere-Huis te Aurich. De eerste avond stond helemaal in het teken van het doel waarvoor we naar Oost-Friesland waren afgereisd te weten een ontmoeting met een aantal personen die belang stelden in onze activiteiten omdat ze aansloten bij de grensoverschrijdende werking van het Huis. Van deze groep maakten onder andere Jürgen Byl en Johannes Diekhoff deel uit. Aanvankelijk was er sprake van een zekere spanning als gevolg van de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Het was Byl die het spanningsveld wist te doorbreken door het onderwerp van de bezetting aan te snijden. Al was het eerst nog wat aarzelend toch kwam de discussie al gauw op gang en kwamen de verhalen over de wederzijdse ervaringen los. Vooral dat van Diekhoff heeft toen grote indruk gemaakt. Hij vertelde dat hij als 21-jarige was ingedeeld bij de parachutisten die in de meidagen van 1940 deelnamen aan de gevechten rond Rotterdam. Voor-af waren ze ingelicht over het doel van hun actie. Het zou gaan om een tegen de Engelsen gerichte aanval; die waren Nederland binnengevallen en om hen te verdrijven had de Nederlandse regering de hulp ingeroepen van het Duitse leger. Pas toen ze geland waren in de buurt van de Waalhaven kwamen ze tot de ontdekking op welke schandelijke wijze ze misleid waren; niet tegen Engelse indringers moesten ze vechten maar tegen Nederlandse soldaten.

De volgende ontmoeting dateert uit de jaren 90; ze had plaats tijdens de tweede - weer - in Aurich belegde Ontmoetingsdag. Voor de bijeen-komst op zaterdagmiddag mochten we bijeen komen in de Land-schaftszaal van de Ostfriesische Landschaft. Eén van de sprekers was Johannes Diekhoff. Zijn onderwerp had alles te maken met zijn ijveren voor het Ostfreeske Platt. Aan de hand van een tweetal voorbeelden maakte hij duidelijk hoe sterk het beheersen van de streektaal op zijn retour was. Vanwege de sociale ‘Aufstieg’! spraken veel ouders met hun kinderen Hoogduits. Wanneer je dan ook door de winkelstraat van Aurich liep en je oor te luisteren legde, hoorde je de ouderen de streektaal spreken maar dat het overgrote deel van de jonge mensen zich van het Hoogduits bediende. Als tweede voorbeeld vertelde hij het volgende tragie-komische verhaal. In een poging een dam on te werpen tegen de achteruitgang van de streektaal werden schoolkinderen uitgenodigd deel te nemen aan voorleeswedstrijden van Ostfreeske teksten. Na afloop van zo’n wedstrijd werd de jeugdige winnares geïnterviewd door een verslaggever van de regionale radio. Tot ieders verbazing begreep het kind niets van wat haar gevraagd werd. Het bleek dat ze de door haar voorgelezen tekst uit het hoofd had geleerd.

Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53

NL 3905 Veenendaal

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck

 

Kerel van het koene Pajottenland Jef van den Bosch heeft ons verlaten

(….)

Kerels van 't koene Payottenland,

Dietsch gesnaveld en Dietsch gebakerd,

heil U, dat uw ziel nog blakert,

met nooit uit te blusschen vlam,

voor uw taal, van alle de schoonste,

voor uw streek, uw dorp, uw woonste,

voor uw bloed en voor uw stam.

Kerels van ' t koene Payottenland,

Geen stoerdere strijders zijn er in 't land!

 

Kerels van 't koene Payottenland,

niet te verwaalschen, niet te verfranschen,

vaarloos laat gij de leeuwen dansen,

roodgetongd en scherpgetand!

Laat ze brullen, laat ze klauwen,

laat ze leeuwenkermis houën

op eigen trant, in eigen land!

 

Kerels van 't koene Payottenalnd,

Geen stoerdere Vlamingen zijn er in 't land!

 

De laatste strofen van het bekende gedicht van de Pajot Pol de Mont (Wambeek, 15 april 1857 - Berlijn, 29 juni 1931) zijn helemaal van toepassing op het trouwe Zannekin-lid Jozef van den Bosch, beter bekend als “de Jef”. De in 1935 te Gooik geboren Jef woonde de meeste activiteiten van onze stichting Zannekin bij, in Keulen, Luxemburg, Frans-Vlaanderen…

Jef was ook in het Brusselse actief in de Nederlandstalige kringen zoals het Karel Bulsfonds.

Hij bleef zijn hele leven in het Pajottenland, meer bepaald in Dilbeek, wonen tot zijn heengaan op 10 mei 2014. De herinnering aan Jef en zijn echtgenote Germaine blijft.

 

Priester Luc Vranckx, de man die het Frans-Vlaamse straatbeeld hervervlaamste, ging heen

 

Er bestaat geen dorp in de Frans-Vlaamse Westhoek en ook daarbuiten waar geen zwart-geel bord op een of ander gevel van een herberg, kerk, raadhuis of ander gebouw prijkt met een Vlaams- of Nederlandstalige vermelding. Het is grotendeels het werk van EUVO (Europa der Volkeren), gesticht door de E.H. Luc Vranckx.

Honderden borden sieren menig Frans-Vlaams pand van Belle tot Heimfriedswilder. Luc wist hiervoor jongeren te mobiliseren en te bezielen om diverse acties en groepen rond het Jeugdpastoraal en voor de sociaal-culturele ontvoogding van Vlaanderen en de banden met Frans-Vlaanderen

Luc Vranckx werd op 10 juli 1931 te Antwerpen geboren en overleed op 8 mei 2014 te Varsenare. Luc was Doctor in de Sociologie aan de Gentse Rijksuniversiteit, nu UGent. Op 22 april 1960 werd hij priester gewijd te Roeselare. Hij was leraar aan het Brugse Sint-Leo-college, in de Verpleegstersschool van het Sint-Janshospitaal en aan het HVTI Ter Groene Poorte.

Luc Vranckx laat een merkbaar spoor na in de Zuidelijkste Nederlanden.

 

Herne in het Land van Edingen viert 700 jaar Kartuizerklooster en de eerste Bijbelvertaling naar het Middelnederlands

 

Tijdens het jaar 2014 is het 700 jaar geleden dat in Herne een kartuizerklooster werd gesticht. Tijdens zijn meer dan 450 jaar bestaan zou dit oudste kartuizerhuis van de Nederlanden uitgroeien tot een uiterst belangrijk literair en religieus centrum van de Lage Landen. De eerste vertaling van de Bijbel door Petrus Naghel in het plaatselijke Middelnederlands of Diets, zijnde de taal van het volk, wordt in brede historische kringen van kenners nog steeds beschouwd als één van de belangrijkste aspecten van het Hernse klooster.

Het klooster als religieuze instelling bestaat echter niet meer sinds 1783.

Doch, het Kartuizerklooster van Herne is niet zomaar een herinnering aan de Kartuizers die er van 1314 tot 1783 leefden. De meeste Kartuizers stamden uit Henegouwen en de Zuidelijkste Nederlanden. Het is van onschatbare waarde omdat het klooster van Herne niet allen het oudste in de Nederlanden is, maar omdat het een grote uitstraling en aanzien kende, en zelfs de functie van literair centrum in de lage Landen vervulde. Jan Ruusbroec bezocht het.

De in 1404 in Halle overleden Bourgondische hertog Filips de Stoute werd in een pij van de Kartuizers van Herne omhuld en overgebracht naar het kartuizersklooster van Champmol nabij Dijon.

Elders in deze nieuwsbrief vindt u nog informatie over “700 jaar Kartuizersklooster te Herne”.

Leo CAMERLYNCK

voorzitter Stichting Zannekin

“De Zavelberg” – Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 Ukkel / Brussel

Leo.camerlynck@skynet.be