> nieuwsbrief > 33e jg. - 2e trimester 2015

Bijdragen over:


Mededelingen

 

Hernieuwen ledenbijdrage voor 2015

Het hernieuwen van de bijdragen voor 2015 verliep tot nog toe uitzonderlijk vlot. De weinigen die het over het hoofd zagen vinden hierbij andermaal een betaalformulier. De bijdrage beloopt voor het in mei te verschijnen nieuwe Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ en voor de driemaandelijkse Nieuwsbrief Zannekin 29 €. Vanaf 35 € wordt u met dank als steunend lid geboekt.

Maakt u bij voorkeur gebruik van ons ‘Belgische’ zogenaamd ‘Euro-pees’ rekeningnummer, waarvan de rekeningoverzichten ons dagelijks meegedeeld worden. Bijliggend betaalformulier kan u daarbij dienstig zijn. Leden genieten bovendien ook een tastbare vermindering op de deelnamekosten van de Zannekin-activiteiten.

 

Zannekin-activiteiten 2015

Dit jaar keren we de volgorde van onze traditionele om: de Ontmoetingsdag plannen we op zaterdag 30 mei te Ophain-Bois-Seigneur-Isaac op het domein van Baron Snoy et d’Oppuers in Waals Brabant (nadere gegevens daaromtrent verder in deze Nieuwsbrief); de Studie-uitstap komt er op zaterdag 3 oktober: vanuit Halle verkennen we dan het oude Henegouwen aan weerskanten van de ‘Schreve’.

In 2015 plannen we – in het kader van 1815 en de hereniging van de Nederlanden - een meerdaagse reis rond koning Willem I. Deze is gepland van 21 tot en met 25 augustus en zal ons doorheen de Benelux-landen gidsen naar locaties die herinneren aan deze vorst. Ook hieromtrent nadere gegevens verderop in deze Nieuwsbrief.

 

Groôsk West-Friesland | Hardcover

verhalen en wetenswaardigheden

Peter Koomen,

ISBN: 9789055124282 Hardcover, 320 p., 19,95 €.

Nederlandstalig

Verschenen: november 2014

Te bestellen via de boekhandel.

Aanbevolen!

 

 

Praktische gegevens bij de Ontmoetingsdag van 30 mei in Waals Brabant


Samenkomst om 10.00 uur – Halle – Nmbs-station. Busrit naar Ophain-Bois-Seigneur-Isaac.

10.30 uur: Ontvangst door Baron Snoy et d’Oppuers. Uiteenzetting en rondleiding door het kasteel en het kasteeldomein, waarbij de familie doorheen de geschiedenis van de Nederlanden wordt toegelicht.

Middagmaal (zie hierna).

Lezing door Prof. Dr. emeritus en voormalig VUB-rector Els Witte over het Orangisme tijdens en na de hereniging der Nederlanden van 1815 tot 1830.

Daarna busrit en wandeling in en om de Sint-Geertrui-stiftkerk te Nijvel o.l.v. Jan van Tongeren. Omstreeks 18.30 uur terug in Halle.

Fomule A: Busritten + de hele dag in het kasteeldomein met lezingen, rondleidingen in het domein en bezoek aan Nijvel alsmede een rijkelijk banket in het kasteel van de baron: 70,00 € per persoon.

Formule B: Busritten + de hele dag in het kasteeldomein met lezingen, rondleidingen in het domein en bezoek aan Nijvel alsmede een dag-schotel in een Waals-Brabants spijshuis: 50,00 € per persoon.

Deze dag wordt samen met de Orde van den Prince Brussel geogani-seerd.

Inschrijven tot en met 24 mei 2015 via het Zannekin-secretariaat, Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper (e-post: maurits.cailliau@skynet.be) en gelijktijdige betaling van het verschuldigd bedrag (waaruit de gekozen formule blijkt) op rekening IBAN BE13 4648 2202 5139 – BICKREDBEBB t.n.v. Vereniging/Stichting Zannekin, B.8900 Ieper.

 

Praktische gegevens m.b.t. de meerdaagse reis ‘In het spoor van Willem I’,
Koninkrijk der Nederlanden - Royaume des Belgiques

Data: 21, 22, 23, 24, 25 augustus 2015 (vijf dagen)

Stramien: Dag een: opstapplaatsen: 09.30 uur: Ukkel Stalle (Edouard Michielsstraat 51); 10.00 uur: Halle Stationlangs het kanaal Brussel – Charleroi gegraven ten tijde van koning Willem I.

10.45 uur: vertrek Brussel Centraal Station, Kardinaal Mercierstraat. In Brussel: rit langs o.a. het Paleis der Academiën, de standbeelden van Willem van Oranje, Marnix van Sint-Aldegonde, Brialmont en Cockerill. Rit naar Antwerpen met stop te Waarloos (vrij middagmaal). In Antwerpen: Willemsdok, het monument van de Merode (Berchem) en Antwerpen Zuid, daar waar de citadel heeft gestaan en het monument vanwege de tolvrijheid van de Schelde - monument ter ere van Willem van Oranje en Marnix van Sint-Aldegonde. Rit naar Den Haag met stop te Zundert. In Den Haag: rit langs een aantal bezienswaardigheden. 19.00 uur – Avondmaal en overnachting in Den Haag.

Dag twee: Den Haag en Delft: vertrek om 09.00 uur: met tram van lijn 1 (Scheveningen – Delft) naar Delft. In Delft: - bezoek aan het Prinsenhof, daar waar Willem van Oranje werd vermoord, en de Nieuwe Kerk met de graven van de stadhouders en de koningen en koninginnen van Nederland - Vrij middagmaal. In Den Haag: bezoek aan het Binnenhof en een wandeling langs de diverse paleizen van het koninklijkhuis, Lange Voorhout, Noordeinde, Koninklijke Stallen, Plein 1813-1814 (monument Willem I) vlak om de hoek is ook nog het Panorama Mesdag, zeker de moeite waard het is namelijk een zicht op Scheveningen in de jaren 1880. Vandaar met de bus langs het Vredespaleis, ontworpen door de Frans-Vlaming Louis Cordonnier, naar Scheveningen, langs de plaats waar Willem I uit Engeland per boot landde (ook een monument). 19.00 uur – Vrij avondmaal en overnachting in Den Haag.

Dag drie: vertrek om 08.00 uur – van Den Haag naar Amsterdam. In Amsterdam: het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk (waar Willem I werd ingehuldigd), de Nederlandse Bank opgericht door Willem I. Vrij middagmaal. Van Amsterdam naar Apeldoorn: Langs een stukje Noord-Hollands kanaal (op verzoek van Willem I aangelegd) - via dijk Enkhuizen-Lelystad naar het Loo Apeldoorn - Uniek bezoek aan Paleis Het Loo te Apeldoorn. Via Amersfoort met zijn monument ter ere van de Belgen en Austerlitz met zijn piramide terug naar Den Haag: 19.30 uur – Vrij avondmaal en overnachting.

Dag vier: vertrek om 08.30 uur. Van Den Haag naar Ginneken/Breda of Nederweert met korte stop aldaar. Langs een stukje Zuid-Willemsvaart naar Vaals (Vierlandenpunt) en Kelmis (Neutraal-Moresnet). Geschiedenis van de ministaat Neutraal-Moresnet vanaf het Congres van Wenen in 1815. Vrij beklimmen van de Boudewijntoren of Wilhelminatoren. Middagmaal in De Bokkenrijder te Vaals. Van Vaals naar Maastricht: Wandeling door Maastricht – korte wandeling door het Fort Willem I op de Caberg en langs de geboorteplaats van Henriëtte d’Oultremont, tweede echtgenote van Willem I, geschiedenis van Nederlands-Limburg (1830-1839). Vervolgens busrit naar Valkenburg. 19.00 uur: Vriendenmaal en overnachting in Valkenburg.

Dag vijf: vertrek om 08.00 uur: Van Valkenburg naar Luik en Seraing Luik: universiteit – Seraing: staalindustrie Cockerill. Gezamenlijk middagmaal. Naar Ligny, Fleurus, Quatre Bras, Waterloo, Zoniënwoud: Ligny: laatste overwinning van Napoleon - Quatre Bras: monument ter ere van de Nederlandse Huzaren – Waterloo: de heuvel met de leeuw op de plaats waar Willem van Oranje werd gewond - Zoniënwoud – startkapitaal van de “Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt”.

Afstapplaatsen: 18.00 uur – Halle Station - Kanaal Brussel Charleroi - 18.45 uur – Brussel Centraal Station – 19.30 uur - Ukkel Stalle (Edouard Michielsstraat 51).

PRIJS: 485,00 € per persoon (toeslag éénpersoonskamer: 80,00 €) op basis van 35 deelnemers. Inbegrepen: bus, gidsing, toegangen, over-nachtingen, ontbijtbuffetten, twee middagmalen, twee avondmalen, documentatie. Naarmate er meer aanmeldingen binnenkomen, kunnen wij wellicht nog een maaltijd (begrepen in de prijs) toevoegen.

Aanmelden: reserveer uw deelname aan deze vijfdaagse reis door schriftelijke aanmelding (brief of e-postbericht) tot uiterlijk 1 augustus en gelijktijdige betaling van de reissom via het Zannekin-secretariaat, Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper (e-post: maurits.cailliau@skynet.be) en gelijktijdige betaling van het verschuldigd bedrag  op rekening IBAN: BE13 4648 2202 5139 – BIC: KREDBEBB t.n.v. Vereniging/Stichting Zannekin, B.8900 Ieper.

 

9e “Zwijgende Voettocht door het slagveld van de Peene”


 

 

Op zaterdag 25 april 2015 heeft in Zuidpeene (Vlaanderen in Frankrijk”) de 39e jaarlijkse “Zwijgende Voettocht door het slagveld van de Peene” plaats. Men verzamelt om 14.30 uur op het dorpsplein aan de kerk. Zuidpeene ligt in een rustige en groene omgeving, aan de voet van de Casselberg, op 15 km van Poperinge.

Op de grenslijn tussen Noord- en Zuidpeene staat de Peene-obelisk, die aan de veldslag herinnert. Deze natuurwandeling staat symbool voor de heropleving van het Nederlands en de Vlaamse cultuur in Frankrijk.

Ieder jaar komen ettelijke volksbewuste Vlamingen en Nederlanders naar deze voettocht afgezakt. Onze Frans-Vlaamse broeders weten dit zeker te waarderen.

De deelname aan de voettocht kan gevolgd worden door een bezoek aan het nabijgelegen historische vestingstadje Cassel, met zijn vele Vlaamse geschiedkundige gebouwen, de Vlaamse vrije radio Uylenspieghel en de vele Vlaamsgezinde drankgelegenheden in de dorpen in de omgeving.

De “Zwijgende Voettocht van de Peene” is geen betoging. Er worden geen slogans geroepen, noch spandoeken meegedragen. We wandelen dus enkel achter de Vlaamse Leeuwevlag en de Heel-Nederlandse vlag met de kleuren Oranje-wit-blauw.

 

Jaarboek De Nederlanden 'extra muros' - 2015

 

Het 37e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ – dat medio mei verschijnt - biedt eens te meer een keur aan bijdragen over de territoria die deel uitmaken van ons Nederlandse kijk op de geschiedenis van onze territoria ‘extra muros’.

Na vorig jaar aarzelend gebruik gemaakt te hebben van vierkleuren-illustraties – met het daarbij horende verhoogde kostenplaatje – zetten we die vernieuwing en verrijking met deze aflevering verder. Maar la-ten we aanvangen met een summier inhoudsoverzicht:

Cyriel Moeyaert komt andermaal aan het woord, enerzijds met een bijdrage over De Arme Klaren uit Veere (Walcheren) komen naar Sint-Omaars (in 1585) en, anderzijds, over het gebruik van Begrafeniskruisjes in Frans-Vlaanderen.

Mede naar aanleiding van onze Studie-uitstap 2014 naar de bronnen van de Schelde, hernemen we het onvolprezen prozagedicht van Jean-Marie Gantois over de Scheldebron – Adelbron.

In 2013 werd nabij de Sinte-Mulderskapel in Millam een tweetalig infor-matiebord over deze historische site ingewijd. Daarbij kwam Wim van Heugten aan het woord over Sinte Mildreda en de rol van de vrouw in het Europa van de Frankische tijd en bezorgde Leo Camerlynck informatie over De heilige Mildreda en het dorpje Millam in de Frans-Vlaamse Westhoek, waarbij ook toelichting bij de merkwaardige schilderijen in de kapel aldaar.

Ook Wido Bourel brengt ons naar de Zuidelijkste Nederlanden met een bijdrage over Louis Fruchart, de leider van een vergeten Boerenkrijg in die contreien.

Met De vesting Philippeville en de Nederlanden sluit Ruud Bruijns zijn reeks af over het lot van de historische versterkingen in de zuidelijke Nederlanden.

Met zijn bijdrage over Het eerste Kartuizerklooster in de Nederlanden en de eerste Bijbelvertaling in het Nederlands bezorgt Herman Vandormael nieu-we gegevens met betrekking tot de lotgevallen van Herne en zijn kloostertradities in Henegouwen.

De bijdrage van Oebele Vries – “nomen est omen” – over Standen zon-der landsheer – de vorming van een standenvertegenwoordiging in Friesland in de vijftiende eeuw, brengt ons naadloos van de Zuidelijke naar de Ooste-lijke Nederlanden. Zijn essay is de weergave van zijn inbreng op een studiedag van de Ostfriesische Landschaft in Aurich in de herfst van 2014, waarvan we de eer genieten het in het Nederlands te mogen brengen.

Ook Zeno Kolks ontbreekt niet in deze 37e editie en brengt met zijn studie over de Kunsthistorische overeenkomsten tussen de Nederlanden ener-zijds, en noordwest Duitsland, Denemarken en Zweden, andermaal een be-klijvend cultuurhistorisch luik.

Naast zijn bijdrage rond Sinte Mildreda brengen we van Wim van Heugten meteen ook de schriftelijke neerslag van zijn referaat op onze Ontmoetingsdag 2014 in Erkelens, waar hij handelde Over vollen en volmolens in het land van Maas en Rijn.

En over die Rijn handelt ook de bijdrage van Yvo Peeters in Twee eeuwen Centrale Commissie voor de Rijnvaart. Deze commissie die haar zetel heeft in Straatsburg, kan met haar tweehonderdjarig bestaan, wel als de oudste grensoverschrijdende instelling ter wereld beschouwd worden.

Voor onze afsluitende rubriek Kroniek en boekbesprekingen leverde Marten Heida traditiegetrouw weer het leeuwenaandeel.

Aan één minpunt kunnen we niet voorbij: tot en met vorig jaar genoot ons jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ een bescheiden subsidie vanwege de ‘Vlaamse Gemeenschap’. Reorganisatie – en wellicht ook besparingsdrift – binnen die diensten stelden daaraan met ingang van 2015 een einde, waarbij ons gesuggereerd werd ons licht op te steken bij de culturele diensten van de Provincie West-Vlaanderen. In dit perspec-tief wijzigden we het logo op pagina 2. Of dit er ‘met recht en reden’ prijkt zal de toekomst uitwijzen.

____________

N.a.v. Zannekin jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ – deel 37, 2015, 208 pp., ledenprijs: 29 €.

 

 

Uit en over Frans-Vlaanderen


Cyriel Moeyaert


o   Op 9 februari trad onder ruime belangstelling het Volkstoneel voor Frans-Vlaanderen op in Ekelsbeke over vinkenzetting (wedstrijd met gekooide vinken). Onder de pauze mochten we luisteren naar een groep Frans-Vlamingen, 17 vrouwen en mannen, die Nederlandse liederen zongen. Iets opmerkelijks in Frans-Vlaanderen. De leiding was in handen van een nog jeugdige, geestdriftige dame. Ze zongen allemaal met een duidelijke Vlaamse trots. Een van de liederen was het carillonlied van Ekelsbeke “Adieu Ekelsbeke, adieu gij schonen carillon, ik ga naar vreemde streke”. Een ander lied was dat van Raymond Declercq: “Het moet ezzeid zyn, me zyn in Vlaanderen”. Ook vorig jaar trad die groep op in Ekelsbeke. Bewijs dat de Vlaamse identiteit er almaar sterker beleefd wordt.

o  
Op 8 februari kwam EUVO in Sint-Jan-ter-Biezen samen met de Werkgroep de Nederlanden. De aanwezigen gingen akkoord om die twee verenigingen samen te voegen. De toekomst ziet er goed uit: een groot aantal huizen in Frans-Vlaanderen krijgen ook dit jaar een Vlaams of Nederlands zwart-geel huisnaam-bord versierd met de Vlaamse Leeuw en het wapenschild van de stad of het dorp. Tot nog toe zijn er 750 zulke borden aangebracht in Frans-Vlaanderen.

o  
Wido Bourel stelde voor om het graf van Lodewijk de Baecker in Noordpene te herstellen of te vernieuwen. Met z’n boek De saga van Lodewijk heeft hij die grote Vlaming die vooral Nederlander was sterk in het licht gesteld. Op z’n voorstel is van overal geestdriftig ingegaan en zal EUVO-De Werkgroep de uitvoering ervan met geestdrift en de nodige inspanningen zoeken te realiseren. Het wordt binnenkort beslist een mooi Nederlands feest in Noordpene.

o  
Godelieve Melis stuurde me een gedicht over de verbroedering van Rubroek en Mongolië: een mooi berijmd verslag. Ze schreef ook ver-schillende vlotte en stemmige verzen over Frans-Vlaanderen, over de watergangen, over Ekelsbeke e.a. Ze zijn het lezen en verspreiden waard.

o  
Er werd es gezegd dat de Frans-Vlamingen hortend hun Vlaams spreken en veel Franse of bastaardwoorden gebruiken. Mark Ingelaere weerlegt dat door een aantal visuele en auditieve opnamen van Frans-Vlaamse sprekers die hij op internet gezet heeft, zodat iedereen ze kan bekijken en beluisteren. Het valt op dat die sprekers zo ongedwongen en vlot spreken, zelfs al kunnen sommigen hun taal niet lezen of schrij-ven. Het is meteen een aanklacht tegen het verbod om op school hun taal te kunnen leren. Ze kenden geen woord Frans toen ze de eerste naar school gingen. Bovendien kregen ze verbod om er hun taal te spreken. Ze vertelden wel es welke straf ze kregen als ze toch hun moedertaal spraken.

o   Apotheker Pierre Magnier van Loberge de ons al vergast heeft op leuke verhalen, heeft ons nu een mooie verzameling Frans-Vlaamse herinneringen gestuurd in het Frans-Vlaams van z’n jonge jaren: woorden en uitdrukkingen die wel es erg realistisch zijn.

o  
Mark Ingelaere verzamelde een groot aantal scheurkalender De Druivelaar 2015 bij de banken en de drukkerij. Ze zijn bestemd voor de Frans-Vlamingen die er met aandrang naar vragen. We kregen voor Nieuwjaar al een hele doos kalenders van iemand uit Antwerpen en van enkele anderen ook een mooi aantal Druivelaars. Langs deze weg willen we de gevers van harte bedanken uit naam van de Frans-Vlamingen. Ook de familie Strobbe feliciteren we nu de scheurkalender honderd jaar bestaat. De Druivelaar is ieder jaar even goed verzorgd, even boeiend en even leerzaam: meestal humor van de bovenste plank.


o  
Jacques Mahieu uit Bazenghen in de streek van Bonen, publiceerde: Les noms de lieux de la Cote Opale au Moyen Age - Tome II Konings Vlaanderen Arrondissement de Dunkerque. Hierin vermeldt hij in alle dorpen en steden alle toponiemen verklaart ze etymologisch. Een prachtig werk. Mahieu kan moeilijk de geschiedenis van al die dorpen en steden kennen, vandaar soms een vergissing. De Broeders Wilhelmieten hadden ooit hun klooster in Eringem. De toponiem Wilhelmine verwijst daar-naar. Mahieu vergist zich hier in z’n etymologische verklaring. Dit als voorbeeld. Toch is het ongelooflijk zo goed als volledig vermelden van straat- en wijknamen in alle dorpen en steden. Een prachtig werk.

o  
In z’n ‘Inleiding’ schrijft Jacques Mahieu (blz. 14: Sauvetage d’une langue), ik vertaal: De ontdekking of herontdekking van dit land is boeiend door z’n door en door Vlaamse bouwkunst, z’n ongelooflijk talrijke kapellen, z’n niet verdwijnende molens op hun wallen. Dit moet gepaard gaan met de ontdekking of herontdekking van het hele erf-goed, waar de taal deel van uitmaakt, duizendjarig juweel, doorgegeven van generatie aan generatie, van mannen en vrouwen, hun voorouders, die geen misprijzen verdiend hebben maar daarentegen ten volle onze hoogschatting en eerbied waard zijn.

o 
Als ik aan hen denk en aan de generaties die komen wil ik de gemeentelijke verantwoordelijken uitnodigen om het overgeërfde erfgoed, dat de taal is, te laten herleven gewoon in de naam van straten en wijken en tweetalige naamborden aan te brengen. Een aanzet tot het leren van “nuze Vlaamsche tale”. Opmerking. Er zijn in Frans-Vlaanderen wel een paar honderd eentalig Nederlandse straatnamen. Die hoeven zeker niet tweetalig te worden. Meer dan zevenhonderd vijftig huizen, kerken, gemeentehuizen en herbergen kregen van EUVO een Nederlands huisnaambord. Als nu de gemeentelijke overheid erin slaagt om aan de dorpen en steden hun eigen oorspronkelijke naam terug te geven op de wegwijzers en andere borden, dan bereiken we al veel voor het behoud van dit kostbaar waardevol erfgoed zoals Jacques Mahieu het voorstelt. Er zijn gelukkig al vouwblaadjes verschenen met de oude Nederlandse dorps- en stedennamen, o.m. “Welkom in Frans-Vlaanderen” uitgegeven door Pays de Flandre, Hazebroek. www.frans-vlaanderen. Deze folder is tegelijk ook in het Engels. De Nederlandse tekst is Kristof Papin. Proficiat.

o  
Wat de ondertitel betreft van Mahieus boek: Konings Vlaanderen, haal ik hier aan wat Gezelle in Loquela schreef over ”Keizersch, of op z’n Keizersch spreken = Vlaamsch of op zijn Vlaamsch gelijk wijlieden hier in ’t Vlaamsch Vlanderen plegen. Geh. in vlaamsch Vrankrijk, omtrent Cassel. Louis XIV, de koning van Vrankrijk, gespotnaamd Piètje quatorze, heeft fransch Vlanderen afgedwongen tegen Keizer Ferdinands rijk ’t jaar Ons Heeren 1638, en bij Vrankrijk gevoegd; dus wierden de hedendaagsche fransche vlamingen alstoen koninksch en wij lieden bleven keizersch; en onze sprake is in hunne ooren keizersch geble-ven.” Opm. Natuurlijk is Frans-Vlaanderen pas in 1678 bij Frankrijk aangehecht door de Vrede van Nijmegen, na de slag aan de Pene bij Kassel in 1677.

o  
Wido Bourel sprak op 23 februari op uitnodiging van de Marnixring Gaston Feremans in Mechelen over “de Nederlanden in Frankrijk”. Hij bracht een kritisch referaat over Napoleon op 2 maart voor een geïnteresseerd publiek van een veertigtal CEO’s op uitnodiging van de firma “Inventi”, consultants in verkoop en verkoopmanagement.

o   Dit jaar verschijnt van de hand van Wido Bourel een hernieuwde en aangevulde uitgave van het boekje Cyriel Moeyaert, in de taaltuin van mijn vaderen. De eerste oplage is uitverkocht.

o 
 
Op 2 april zal Wido Bourel in Ranst spreken over de “Nederlanden in Frankrijk” voor de nieuwe Marnixring in oprichting “Land van Playsantie”.

o   Dezelfde Wido werkt samen met enkele vrienden verder aan het plan om het graf van Lodewijk de Baecker in Noordpene te restaureren. Met medewerking van Mark Ingelaere werd al een controle van het graf uitgevoerd alsook een prijsofferte voor de restauratie opgemaakt. Ze onderhandelen momenteel met de plaatselijke autoriteiten vooraleer in actie te kunnen komen. Meer nieuws binnenkort op www.widopedia.eu

o  
Opmerking van de redactie:
Cyriel Moeyaert (°23 mei 1920), auteur van deze rubriek, wordt straks 95 jaar wordt. Onze hartelijke gelukwensen bij z’n verjaardag liggen voor de hand! Zijn grote verdiensten worden ook door anderen ho-gelijk gewaardeerd. Zo zal hem op 18 oktober de Marnix Erepenning toegekend worden, waar bij Wido Bourel het laudatio zal uitspreken.

 

 



Andermaal ‘het dipje van Leo’

Een lezersbrief

1) Haast iedereen ligt te jammeren dat er weinig omtrent Frans-Vlaanderen te doen is. Maar verdomme, Zannekin organiseert twee activiteiten per jaar. Akkoord, niet steeds over Frans-Vlaanderen, maar toch… Waarom komen zij daar dan niet in massa op af?

2) Het is een algemeen geldend verschijnsel in deze tijd: het teruglopen van de ledenaantallen en de belangstelling voor het verenigingsleven. Alle verenigingen kampen daarmee. Waarom zou Frans Vlaanderen daar aan ontsnappen? Het is bijgevolg geen uitzonderlijk feit. Komt er ooit een verandering, wie zal het zeggen?

3) De jongere generatie interesseert zich nu eenmaal minder aan de vorm van activiteiten waarvoor wij warm liepen. Zij zitten voor hun laptop en hoe al die dingen ook mogen heten. Misschien is het aan ons om meer daarop over te schakelen. Zelf heb ik geen hoge dunk over die websites, enz… maar ik ben dan ook een oude man. De jeugd denkt er wellicht anders over. Gebruiken wij dus hun middel, eerder dan te verwachten dat zij zich tot onze methode zullen bekeren.

4) En hoe vreemd het ook moge klinken: maar zelfs taalvraag-stukken, zoals bv. het onderwijs van het Nederlands in Frans Vlaanderen. is niet hun eerste zorg. Schakelen wij onze aandachtspunten dan ook niet beter over naar het geopolitieke standpunt? Een Frans-Vlaming die geen woord Nederlands praat of verstaat is er niet minder een Nederlander om. Leggen wij bijgevolg voortaan meer de nadruk op de noodzaak van eenheid van de Nederlanden als tegengewicht van de te grote macht van de grote staten in Europa en op de rol die zij daarbij kunnen spelen. Eerder dan ons te beperken tot de herleving van het Nederlands, hoe sympathiek ik dat ook vind.

Vik Eggermont

De saga van Lodewijk



Over Lodewijk de Baecker, voorvechter van de Nederlandse Gedachte in Frankrijk

Op 16 april vierden wij de 200e verjaardag van de geboorte van de Frans-Vlaamse voorman Lodewijk de Baecker (1814-1896), een rechter die bekend werd als filoloog en dynamisch verdediger van de Neder-landse taal en cultuur in Frankrijk.

Zijn boek Les Flamands de France. Etudes sur leur langue, leur litérature et leurs monuments (1850) werd een mijlpaal in de heropleving van de Nederlandse gedachte in Frankrijk en leidde tot de oprichting van het Comité Flamand de France (CFF), de eerste Vlaams-gezinde vereniging in Frans-Vlaanderen. De Baecker keerde het CFF later de rug toe omdat het zich liet ringeloren door de Franse auto-riteiten.

Hij ageerde zeer efficiënt voor de verdediging en het onderwijs van het Nederlands in Frankrijk. De Baecker was een van de eerste Frans-Vlamingen die altijd over het Nederlands sprak i.p.v. het Vlaams.

Als germanist en volkskundige liet hij een omvangrijk oeuvre na: vijftig boeken over zijn geboortestreek en over grote Germaanse epossen als de Nibelungen, Gudrun en het Roelandslied. Bekend werd ook zijn De la religion dans le Nord de la France avant le christianisme waarin hij de Germaanse mythologie beschrijft en de heidense overlevering in de cultuur en tradities van de Zuidelijkste Nederlanden.

De Baecker beschikte over een invloedrijk netwerk in de Franse politiek en was ook bevriend met grote taalkundigen uit zijn tijd waaronder Snellaert in Vlaanderen, Alberdingk Thijm in Nederland, Jacob Grimm en Hoffmann von Fallersleben in Duitsland. Deze pionier van de Nederlandse gedachte overleed op 4 februari 1896 en werd begraven in het Frans-Vlaamse dorpje Noordpene.

Titel: De saga van Lodewijk. ISBN 978-90-8182-493-4, 54 blz. met 17 illustraties, formaat: 20 x 12,4 cm. Prijs: €16,50

 

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

Een ondergeschoven kind

Ik geef toe dat deze zegswijze een niet erg kindvriendelijke uitspraak is. Men bedoelt ermee te zeggen dat het onderwerp waarop het betrekking heeft van weinig waarde is en dus nauwelijks in tel.

Als ik deze zegswijze aanhaal is dat om aan te geven dat de werke-lijkheid die ermee wordt aangegeven voor veel Nederlanders (en Vlamingen?) geldt voor de positie van het Duits. En dat terwijl in economisch opzicht Duitsland de belangrijkste handelspartner is van de Lage Landen.

Toen het Nederlandse koningspaar vorig jaar in mei een bezoek bracht aan het oostelijke buurland kwam dit onderwerp ter sprake. Met klem hebben beiden tijdens hun verblijf in het ‘Zentrum für Niederlande-Studien’ te Munster gewezen op het grote belang van het goed kunnen beheersen van de Duitse taal. Naar de mening van de vorst zou het een goede zaak zijn als er in het middelbaar beroepsonderwijs meer aan-dacht aan deze taal zou worden geschonken. Er zijn in Duitsland veel stageplekken beschikbaar maar om daarvoor in aanmerking te komen moet men wel de Duitse taal goed machtig zijn.

Op de Zannekin-Ontmoetingsdag van 23 oktober 2010 in Bentheim stond deze problematiek ook op de agenda. Aan mevr. Van der Zande, lerares Nederlands aan een school voor middelbaar beroepsonderwijs te Nordhorn, was gevraagd ons te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het onderwijs van het Nederlands in het aan Nederland grenzende deel van Duitsland. In dit verband is het opmer-kelijk te moeten vaststellen dat er in dit gebied meer Nederlands deel uitmaakt van het vakkenpakket dan Duits bij de Nederlandse middel-bare scholieren in het aangrenzende deel van Nederland. Hoe deze kaarten in Vlaanderen geschud zijn is mij niet bekend, maar ik heb het idee dat daar de situatie weinig verschilt van die in Nederland.

Mevr. Van der Zande onderstreepte het grote belang van de spreekvaardigheid. Dank zij het uitstekende lesmateriaal waarover ze beschikt kan ze daar veel aandacht aan schenken. Om deze vaardigheid van haar leerlingen in de praktijk te toetsen hebben er van tijd tot tijd uitwisselingen plaats met leerlingen van Nederlandse gelijksoortige scholen. Uiteraard blijft het daar niet bij: op hun beurt krijgen de Duitse 1eerlingen hun Nederlandse ‘collega’s’ op bezoek. Weldra blijkt dat het met hun spreekvaardigheid slecht gesteld is; in veel gevallen duurt het niet lang dat er wordt overgeschakeld naar het Engels.

Maar met deze uitwijkmogelijkheid hoeven ze natuurlijk niet aan te komen bij het Duitse bedrijfsleven en evenmin bij Nederlandse bedrij-ven die zich oriënteren op Duitsland. Ze zullen ontdekken dat ze zich-zelf behoorlijk in de vingers snijden. Deze Nederlandse bedrijven zullen zich genoodzaakt zien Duitse jongeren aan te werven voor het onder-houden van de daarbij behorende contacten en de Nederlandse hebben het nakijken.

Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53

NL 3905 CB Veenendaal

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck

 

Koning Willem I, de Verenigde Nederlanden en België

De geprezen historici P. van Hees en Hugo de Schepper schreven in hun bijdrage Tussen cultuur en politiek: het Algemeen-Nederlands Verbond 1895-1995 uit 1995 op bladzijde 22: "Van 1814 tot 1830 waren Noord en Zuid onder Koning Willem I verenigd tot één staat, het Koninkrijk der Nederlanden (in het Frans le Royaume des Belgiques)."

“Belgique” was tot 1814 een adjectief en van dan af een substantief, eerst enkel in het meervoud en daarna in het enkelvoud.

Tijdens de Brabantse omwenteling in 1789 werd gewag gemaakt van de Verenigde Belgische (of Nederlandse) Staten of les États Belgiques Unis. Nederland en België waren synoniemen.

Op de vraag hoe het komt dat reeds in 1814 en met een bevestiging door het Congres van Wenen in 1815 met de hulp van de toenmalige Europese grootmachten de historische Nederlanden opnieuw in ere werden hersteld, is nooit echt een pasklare verklaring gevonden. Op uitzondering van Artesië, Frans-Vlaanderen, Frans-Henegouwen en de Luxemburgse gebieden rond Montmédy en Diedenhofen (Thionville) in Frank-rijk en Bitburg en Prüm in Duitsland, alsook nog de Limburgse en Gelderse gebieden, die nu bij Duitsland horen, herrees de Bourgondische Kreits met ditmaal de toevoeging van het Prinsbisdom Luik met zijn elf Romaanse steden en zijn elf Dietse steden van het Graafschap Loon, nu de Belgische provincie Limburg.

Er heerste een sfeer van welvaart en van een voor die tijd gematigd welzijn. Grootse projecten zagen het daglicht. Het Orangisme kreeg vaste voet aan de grond, ook op Zuid-Nederlandse bodem.

Een op wraak en revanche zinnend Frankrijk ondernam pogingen om het nieuwe koninkrijk aan de Noordzee te destabiliseren, doch slaagde daar slechts gedeeltelijk in.

In 2014 verscheen bij De Bezige Bij in Antwerpen een haast 500 bladzijden tellend meesterwerk van Prof. Dr. Els Witte met als titel Het verloren koninkrijk en als ondertitel Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie 1828-1850.

Aan dit boek heeft Els Witte jaren gewerkt. De doorgaans positieve recensies maken gewag van een standaardwerk over een cruciale periode uit de geschiedenis van de Lage Landen. “Na een korte Belgische revolutie kwam er in oktober 1830 een einde aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een onvermijdelijke wending in de geschiedenis, zo lijkt het nu, maar dan wordt geen rekening gehouden met de felle oppositie van de orangisten”, lezen wij in een voorstelling van deze publicatie.

We vernemen ook dat de beweging van Oranjegezinden uit de elite in Vlaanderen, Brussel en Wallonië alles in het werk stelde om weer aansluiting te vinden bij het Nederlandse koninkrijk.

Om dat te kunnen bevestigen ondernam Prof. Dr. en ere-rector van de VUB Els Witte daartoe jaren lang onderzoek, onder meer in de archieven in Den Haag. Het staat nu vast dat de orangistische beweging, onmiddellijk volgend op de Belgische onafhankelijkheid van 1830, niet te minimaliseren valt. Gent was de koploper. In vrijmetselaarskringen bewoog het een en het ander.

“De figuur van magistraat Hippolyte Metdepenningen, orangistisch politicus, en grote bezieler van de werkplaats “Le Septentrion”, staat daarin centraal. “Le Septentrion” zou nog 50 jaar lang onderhevig blij-ven aan het Grootoosten der Nederlanden. En ook de dissidente “Fédération maçonnique belge”, opgericht in 1833 in het Luikse uit ongenoegen met het nieuwe Grootoosten van België, kon als oran-gistisch worden bestempeld.” Dit vernemen we van de erudiete histo-rica Els Witte.

Van 21 tot en met 25 augustus 2015 treden wij in de voetsporen van Koning Willem I en van het Orangisme. Hierover leest u meer elders in deze Nieuwsbrief.

Leo N.J. Camerlynck

“De Zavelberg”

E. Michielsstraat 51, B. 1180 UKKEL/Brussel

E. leo.camerlynck@skynet.be