> nieuwsbrief > 33e jg. - 3e trimester 2015

Bijdragen over:




Mededelingen


Hernieuwen ledenbijdrage voor 2015

Wie zijn bijdrage voor het jaar 2015 vereffende kon ondertussen al uitgebreid kennis nemen van de inhoud van ons 37e jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’. Verderop leest u meer over de rijke inhoud van het nieuwe jaarboek dat we u tot uiterlijk 30 augustus nog kunnen aanbieden tegen de ledenprijs (waarin ook uw abonnement op de Nieuwsbrief begrepen is) van 29 €. Laat deze kans niet liggen.

Zannekin Studie-uitstap

Onze Studie-uitstap komt er op zaterdag 3 oktober: vanuit Halle verkennen we dan het oude Henegouwen aan weerskanten van de ‘Schreve’. Alle info leest u in onze volgende Nieuwsbrief.

‘Retour aux Sources’

De jonge Frans-Vlaming Pascal Flament uit Rijsel liet zich ongetwijfeld inspireren door het baanbrekende historische werk van wijlen Albert Delahaye, bij het concipieren van zijn studie. Waar Delahaye destijds de Nederlandse vroeggeschiedenis situeerde binnen de Franse Nederlanden, komt Flament tot opzienbarende afwijkende conclusies: niet binnen de Franse Nederlanden, wel veeleer binnen de zuidelijke (Belgische) Nederlanden zou die vroeggeschiedenis te situeren zijn. SEMafoor, het blad van Studiekring Eerste Millenium, besteedde in zijn nummer 2/2015 al uitgebreid aandacht aan het werkstuk van Pascal Flament. ZANNEKIN-leden die door het onderwerp geboeid zijn, kunnen via aan eenvoudig e-postverzoek de tekst van Flaments studie als pdf-bestand opvragen.

 

Praktische gegevens m.b.t. de meerdaagse reis
‘In het spoor van Willem I’,
Koninkrijk der Nederlanden - Royaume des Belgiques


 

Data: 21, 22, 23, 24, 25 augustus 2015 (vijf dagen)

Stramien: Dag een: opstapplaatsen: 09.30 uur: Ukkel Stalle (Edouard Michielsstraat 51); 10.00 uur: Halle Stationlangs het kanaal Brussel – Charleroi gegraven ten tijde van koning Willem I.

10.45 uur: vertrek Brussel Centraal Station, Kardinaal Mercierstraat. In Brussel: rit langs o.a. het Paleis der Academiën, de standbeelden van Willem van Oranje, Marnix van Sint-Aldegonde, Brialmont en Cockerill. Rit naar Antwerpen met stop te Waarloos (vrij middagmaal). In Antwerpen: Willemsdok, het monument van de Merode (Berchem) en Antwerpen Zuid, daar waar de citadel heeft gestaan en het monument vanwege de tolvrijheid van de Schelde - monument ter ere van Willem van Oranje en Marnix van Sint-Aldegonde. Rit naar Den Haag met stop te Zundert. In Den Haag: rit langs een aantal bezienswaardigheden. 19.00 uur – Avondmaal en overnachting in Den Haag.

Dag twee: Den Haag en Delft: vertrek om 09.00 uur: met tram van lijn 1 (Scheveningen – Delft) naar Delft. In Delft: - bezoek aan het Prinsenhof, daar waar Willem van Oranje werd vermoord, en de Nieuwe Kerk met de graven van de stadhouders en de koningen en koninginnen van Nederland - Vrij middagmaal. In Den Haag: bezoek aan het Binnenhof en een wandeling langs de diverse paleizen van het koninklijkhuis, Lange Voorhout, Noordeinde, Koninklijke Stallen, Plein 1813-1814 (monument Willem I) vlak om de hoek is ook nog het Panorama Mesdag, zeker de moeite waard het is namelijk een zicht op Scheveningen in de jaren 1880. Vandaar met de bus langs het Vredespaleis, ontworpen door de Frans-Vlaming Louis Cordonnier, naar Scheveningen, langs de plaats waar Willem I uit Engeland per boot landde (ook een monument). 19.00 uur – Vrij avondmaal en overnachting in Den Haag.

Dag drie: vertrek om 08.00 uur – van Den Haag naar Amsterdam. In Amsterdam: het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk (waar Willem I werd ingehuldigd), de Nederlandse Bank opgericht door Willem I. Vrij middagmaal. Van Amsterdam naar Apeldoorn: Langs een stukje Noord-Hollands kanaal (op verzoek van Willem I aangelegd) - via dijk Enkhuizen-Lelystad naar het Loo Apeldoorn - Uniek bezoek aan Paleis Het Loo te Apeldoorn. Via Amersfoort met zijn monument ter ere van de Belgen en Austerlitz met zijn piramide terug naar Den Haag: 19.30 uur – Vrij avondmaal en overnachting.

Dag vier: vertrek om 08.30 uur. Van Den Haag naar Ginneken/Breda of Nederweert met korte stop aldaar. Langs een stukje Zuid-Willemsvaart naar Vaals (Vierlandenpunt) en Kelmis (Neutraal-Moresnet). Geschiedenis van de ministaat Neutraal-Moresnet vanaf het Congres van Wenen in 1815. Vrij beklimmen van de Boudewijntoren of Wilhelminatoren. Middagmaal in De Bokkenrijder te Vaals. Van Vaals naar Maastricht: Wandeling door Maastricht – korte wandeling door het Fort Willem I op de Caberg en langs de geboorteplaats van Henriëtte d’Oultremont, tweede echtgenote van Willem I, geschiedenis van Nederlands-Limburg (1830-1839). Vervolgens busrit naar Valkenburg. 19.00 uur: Vriendenmaal en overnachting in Valkenburg.

Dag vijf: vertrek om 08.00 uur: Van Valkenburg naar Luik en Seraing – Luik: universiteit – Seraing: staalindustrie Cockerill. Gezamenlijk middagmaal. Naar Ligny, Fleurus, Quatre Bras, Waterloo, Zoniënwoud: Ligny: laatste overwinning van Napoleon - Quatre Bras: monument ter ere van de Nederlandse Huzaren – Waterloo: de heuvel met de leeuw op de plaats waar Willem van Oranje werd gewond - Zoniënwoud – startkapitaal van de “Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt”.

Afstapplaatsen: 18.00 uur – Halle Station - Kanaal Brussel Charleroi - 18.45 uur – Brussel Centraal Station – 19.30 uur - Ukkel Stalle (Edouard Michielsstraat 51).

PRIJS: 485,00 € per persoon (toeslag éénpersoonskamer: 80,00 €) op basis van 35 deelnemers. Inbegrepen: bus, gidsing, toegangen, overnachtingen, ontbijtbuffetten, twee middagmalen, twee avondmalen, documentatie. Naarmate er meer aanmeldingen binnenkomen, kunnen wij wellicht nog een maaltijd (begrepen in de prijs) toevoegen.

Aanmelden: reserveer uw deelname aan deze vijfdaagse reis door schriftelijke aanmelding (brief of e-postbericht) aan het Zannekin-secretariaat tot uiterlijk 1 augustus en gelijktijdige betaling van de reissom (zie administratieve gegevens op p. 2).

 

Terugblik op onze Ontmoetingsdag


In het kasteel Bois-Seigneur-Isaac ontving baron Bernard Snoy et d’Oppuers op 30 mei jongstleden de leden van de afdelingen Brussel en Land van Edingen van de Orde van den Prince en Zannekin. De baron hield in het Nederlands een verhaal over de geschiedenis van zijn familie aan de hand van portretten en schilderijen. Ter sprake kwamen de familiebanden. Een van zijn voorvaderen Dirk van Sonoy was de bekende watergeus.1 De familiebetrekkingen strekten zich uit over hele Nederlanden. Zo kwamen de abdij Ter Duinen in Koksijde en het bisdom Utrecht ter sprake.

Diederick van Sonoy, gouverneur van Noorthollant ende Waterlant

 

Het familiewapen bevat drie lisbloemen

De vader van Bernard, Jean-Charles (1907-1991), was een Belgisch amb-tenaar en politicus. In 1955 werd de Orde van den Prince opgericht door Guido van Geluwe. Jan-Charles wilde graag afdelingen in alle 17 Pro-vinciën. Dit lukte toen nog niet. Men moet Nederlands kunnen spreken. In het groothertogdom Luxemburg werd toen nog niemand gevonden. Verder was Jean-Charles een grote voorstander van de Benelux.

In 1953 zorgde Jean-Charles er mede voor dat er onderhandelingen wer-den gevoerd om de schoolstrijd te beslechten. Deze mislukten toen, maar later werd daar wel in geslaagd. Jean-Charles liet zich daarbij lei-den door het begrip tolerantia uit de sleutelbegrippen Amicitia et tole-rantia (vriendschap en verdraagzaamheid) van de Orde van den Prince.

Een ander onderdeel van de toespraak was de geschiedenis van het kasteel. Na de uiteenzetting gaf Bernard ons groepsgewijs uitleg over de bibliotheek. Onder andere waren de verzamelde werken van Jacob Cats in één band en een Franstalige geschiedenis van de Nederlanden te zien.

 

Belgisch Orangisme

 

Zo zag het er vroeger uit - het kasteel van de familie Snoy te Bois-Seigneur Isaac in Ophain

 

Vervolgens werd een voortref-felijke maaltijd geserveerd. Els Witte bracht na de hoofdschotel en voor het dessert een zeer gestruc-tureerd verhaal over het Belgisch orangisme. Waarom was er zo laat en zo weinig bekend over het Belgisch orangisme? Zij waren de verliezers en het Belgisch nationalisme was sterk. Wat waren de kenmerken van de Belgische orangisten? Een deel van de adel, amb-tenarij (waaronder het leger), de clerus en de vrije beroepen (onder-nemers). Had het Belgisch orangisme invloed op de Vlaamse Beweging? Nee, de Belgische orangisten waren voornamelijk Franstaligen die zowel in Vlaanderen als in Wallonië woonden. Waarom is het niet ge-lukt het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden te herstellen? Er was een verrassend grote aanhang. Er kwam helaas te weinig steun uit het Noor-den, die door de jaren heen ook minder werd. Men ondervond groei-ende tegenwerking van de Belgische staat (verbod op orangistische uitingen). Antwoorden op vragen leverde onder andere het volgende op. In het Noorden bestond er uitsluitend in kringen rond Willem I en Willem II steun. Het is nauwelijks bekend of er verschillende denk-beelden bestonden tussen de Belgische orangisten over het herstel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het herstel was het doel. Willem I was geen voorstander van bestuurlijke scheiding onder één koning. Niet valt te zeggen of een volksopstand leidde tot de Belgische Revolutie of andersom. Heel Europa bevond zich in een revolutionaire periode.

Het kasteel in z’n huidige toestand

 

Willem I deed al toegevingen tegen 1830 op taalgebied en religie. De kritiek in het Zuiden was eerst gericht op wijziging van het systeem met behoud van het Verenigd Koninkrijk der Neder-landen. Bannelingen (Belgische orangisten na 1830) gingen onder an-dere naar Aken, Rijsel en Malbode (Maubeuge). Na het dessert volgde een wandeling met de baron door de tuin met berceau (loofgang of overdekt wandelpad) en het landgoed

 

De Sint-Gertrudiscollegiale van Nijvel

Hierna namen de deelnemers onder dankzegging afscheid van de baron en zijn familieleden. Leden van Zannekin en enige belangstellenden van de Orde van den Prince vertrokken vervolgens naar de Sint-Gertrudis-kerk in Nijvel. Daar wachtte een enthousiaste gids ons op om een rond-leiding te geven. Hij begon te vertellen over het leven van Gertrudis. Zij is onder andere een beschermheilige voor de zeevaarders. Zij is bekend geworden door de verspreiding van de Karolingers. Er gebeurden wonderen. Daarom werd het een pelgrimsplaats. De pelgrims (vaak cri-minelen en zij stonken vaak) waren niet geliefd bij de gewone kerk-gangers. Daarom kregen de pelgrims een plek buiten de kerk om de mis niet te storen. Anno 2015 zijn er ongeveer 1200 kerken in de wereld met de naam van Gertrudis van Nijvel. De laatste jaren zijn er nieuwe bijge-komen in Nigeria, Kameroen en Brazilië.

Vervolgens deed de gids de geschiedenis van de kerk uit de doeken: 7e eeuwse kapel, 11e-12e eeuw Romaanse kerk. Tot de Tweede Wereld-oorlog een gotische kerk met huizen ertegenaan; het interieur was barok. Op 14 mei 1940 werd de kerk verwoest door een Duits lucht-bombardement. Na de oorlog werd de kerk in Romaanse stijl herop-gebouwd met een sober interieur met mooie kunstwerken. Met een Duitse gift kon een gouden reliekkast gemaakt worden. Elk jaar op 29 september, de feestdag van Sint-Michiel of de eerstvolgende zondag vindt de Sint-Gertrudis ommegang plaats. Een zilveren reliekkast wordt op een houten kar gezet die door zes Brabantse trekpaarden 12 kilometer wordt rondgetrokken. De beeldhouwer Laurent Delvaux (1696-1778) vervaardigde de grote en kleine preekstoel. Te zien is een schilderij (1647) “De maagd en Christus die tussenkomen voor een ziel van het vagevuur” van Theodoor van Thulden, een leerling van Peter Paul Rubens. In de crypte waren de graven van Gertrudis, Himeltrude (de eerste vrouw van Karel de Grote; graf 8e eeuw, zij was 1,85 m lang) en Ermentrude (dochter van Renier IV, graaf van Henegouwen en van Edwig, dochter van de Franse koning Hugo Capet (graf 10e eeuw) te zien. Verder bezochten wij de trap de Sint-Gertrudiskapel en de keizerlijke zaal. Onder de indruk van de pracht van de imposante geschiedenis bedankten wij de gids en namen wij afscheid van elkaar tot een volgende activiteit. Rudi Koot

Noot

1 Over deze Geuzenaanvoerder publiceerde dr. Friedrich Gorissen in het Jaarboek Zannekin 6 (1984), pp. 17- 22, een bijdrage onder de titel Derk Snoeij – de beroemde geuzenaaanvoerder Dirk Sonoy stamt uit Kalkar. Sonoy kwam ook ter sprake in de bijdrage van dezelfde auteur Tussen Amsterdam en Brussel. Cultuurhistorische opmerkingen tot een excursie naar de Duitse Nederrijn, in De Nederlanden ‘extra muros’ - Jaarboek Zannekin 25 (2003), pp. 205-232 en in Willy Alenus Welke taal spraken de eerste admiraals van Nederland?, in De Nederlanden ‘extra mros’ - Jaarboek Zannekin 30 (2008), pp. 27-34.

 
Jaarboek De Nederlanden 'extra muros' - 2015


 
 

Het 37e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ – dat medio mei verscheen - biedt eens te meer een keur aan bijdragen over de territoria die deel uitmaken van ons Nederlandse kijk op de geschiedenis van onze territoria ‘extra muros’.

Na vorig jaar aarzelend gebruik gemaakt te hebben van vierkleuren-illustraties – met het daarbij horende verhoogde kostenplaatje – zetten we die vernieuwing en verrijking met deze aflevering verder. Laten we stilstaan bij het een summier inhoudsoverzicht:

Cyriel Moeyaert komt andermaal aan het woord, enerzijds met een bijdrage over De Arme Klaren uit Veere (Walcheren) komen naar Sint-Omaars (in 1585) en, anderzijds, over het gebruik van Begrafeniskruisjes in Frans-Vlaanderen.

Mede naar aanleiding van onze Studie-uitstap 2014 naar de bronnen van de Schelde, hernemen we het onvolprezen prozagedicht van Jean-Marie Gantois over de Scheldebron – Adelbron.

In 2013 werd nabij de Sinte-Mulderskapel in Millam een tweetalig informatiebord over deze historische site ingewijd. Daarbij kwam Wim van Heugten aan het woord over Sinte Mildreda en de rol van de vrouw in het Europa van de Frankische tijd en bezorgde Leo Camerlynck informatie over De heilige Mildreda en het dorpje Millam in de Frans-Vlaamse Westhoek, waarbij ook toelichting bij de merkwaardige schilderijen in de kapel aldaar.

Ook Wido Bourel brengt ons naar de Zuidelijkste Nederlanden met een bijdrage over Louis Fruchart, de leider van een vergeten Boerenkrijg in die contreien. Met De vesting Philippeville en de Nederlanden sluit Ruud Bruijns zijn reeks af over het lot van de historische versterkingen in de zuidelijke Nederlanden.

Met zijn bijdrage over Het eerste Kartuizerklooster in de Nederlanden en de eerste Bijbelvertaling in het Nederlands bezorgt Herman Vandormael nieu-we gegevens met betrekking tot de lotgevallen van Herne en zijn kloostertradities in Henegouwen.

De bijdrage van Oebele Vries – “nomen est omen” – over Standen zonder landsheer – de vorming van een standenvertegenwoordiging in Friesland in de vijftiende eeuw, brengt ons naadloos van de Zuidelijke naar de Oostelijke Nederlanden. Zijn essay is de weergave van zijn inbreng op een studiedag van de Ostfriesische Landschaft in Aurich in de herfst van 2014, waarvan we de eer genieten het in het Nederlands te mogen brengen.

Ook Zeno Kolks ontbreekt niet in deze 37e editie en brengt met zijn studie over de Kunsthistorische overeenkomsten tussen de Nederlanden enerzijds, en noordwest Duitsland, Denemarken en Zweden, andermaal een beklijvend cultuurhistorisch luik.

Naast zijn bijdrage rond Sinte Mildreda brengen we van Wim van Heugten meteen ook de schriftelijke neerslag van zijn referaat op onze Ontmoetingsdag 2014 in Erkelens, waar hij handelde Over vollen en volmolens in het land van Maas en Rijn.

En over die Rijn handelt ook de bijdrage van Yvo Peeters in Twee eeuwen Centrale Commissie voor de Rijnvaart. Deze commissie die haar zetel heeft in Straatsburg, kan met haar tweehonderdjarig bestaan, wel als de oudste grensoverschrijdende instelling ter wereld beschouwd worden.

Voor onze afsluitende rubriek Kroniek en boekbesprekingen leverde Marten Heida traditiegetrouw weer het leeuwenaandeel.

Aan één minpunt kunnen we niet voorbij: tot en met vorig jaar genoot ons jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ een bescheiden subsidie vanwege de ‘Vlaamse Gemeenschap’. Reorganisatie – en wellicht ook besparingsdrift – binnen die diensten stelden daaraan met ingang van 2015 een einde, waarbij ons gesuggereerd werd ons licht op te steken bij de culturele diensten van de Provincie West-Vlaanderen. In dit perspectief wijzigden we het logo op pagina 2. Of dit er ‘met recht en reden’ prijkt zal de toekomst uitwijzen.

____________

N.a.v. Zannekin jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ – deel 37, 2015, 208 pp., ledenprijs: 29 €.

 


Uit en over Frans-Vlaanderen


Cyriel Moeyaert


o   Mark Ingelaere heeft het kapelletje “Onze-Lieve-Vrouw-van-Vlaanderen” ontdekt en gefotografeerd. Het staat in Sint-Jans-Kappel, in de Chemin du Bowland (een slop). We weten nog niet wie het heeft laten bouwen Het is tweetalig met ook: Notre Dame de Flandre.

o   Over de begrafeniskruisjes heb ik een artikel geschreven dat in dat het jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ verschenen is. Ondertussen hebben Mark Ingelaere en ik een verlaten kapel bij een verlaten boerderij ontdekt waarin nog enkele begrafeniskruisjes staan. Ze blijven bewaard want ze zijn geschilderd. Een goed idee overigens nu het gebruik van die kruisjes niet meer bestaat.

o   Mark Ingelaere heeft een tekst gepubliceerd, in Frans-Vlaanderen in het Nederlands, geschreven door een onderwijzer die benoemd werd in Klamarasj (Clairmarais). Dat was onder de Franse Revolutie en de auteur is blijkbaar een jacobijn. Het centrum van Klamarasj had toen nog geen kerk of school want het behoorde tot de parochie Schoubroek en Cloquette, waar vóór de Franse Revolutie een kerk stond. Elke parochie moest een school stichten. Of de abdij van Klamarasj een school gehad heeft moet nog onderzocht worden.

o   Dat de adel in de vroege en latere Middeleeuwen verfranst was wordt nog altijd ten onrechte bevestigd. Van de heren van Morbeke b.v. zijn twee Nederlandse brieven bekend die gepubliceerd zijn in het Bulletin des Antiquaires de la Morinie III, pp. 562, 563, Ze zijn in het jaar 1491 vanuit Belle geschreven aan de magistraten van Ieper. De aanspreking luidt als volgt: “Eerwerdighe ende wyse heeren, ic ghebiede (gelieve) my tot ulieden also jonstighelycke als ic must (moet) ende can…”. De tekst werd door M. Diegerick van Ieper meegedeeld blijkbaar in handschrift en met fouten gekopieerd.

o   Ook de brief die Pieter de Coninck aan de Sint-Omaarsnaars in 1306 schreef was in het Nederlands, maar alleen de Franse vertaling ervan bestaat nog. (A. Derville, Histoire de Saint-Omer, p. 274).

o   In Komen ten zuiden van de Leie, zien we bij de kerk de mooie Nederlandse grafsteen van Jan van den Clite, heere van Comene (+ 1443). De tekst is in sierlijke gotische letters gebeeldhouwd. Ik bezit er een gedeeltelijke foto van want het is een hele brede marmeren grafsteen. Hij was de oom van de historicus Filips van Komen.

o   Jan Rauwel uit Strazele is op 4 oktober 2014 thuis overleden. Jan kende en schreef Nederlands. Hij heeft ook deelgenomen aan de Taalprijsvraag van het KFV. Hij was een trouwe vriend en en een gelovig man. We nemen deel in de rouw van z’n vrouw Paule Appelghem en z’n kinderen.

o   De “Conseil régional du Nord-Pas-de-Calais” heeft gestemd tegen de motie “agir en faveur des langues régionales”: handelen ten bate van de regionale talen. Het Front National, de groenen en de socialisten hebben tegen gestemd (60 stemmen), het linker front en een lid van de UMP hebben voor gestemd (29 stemmen), de andere partijen hebben zich onthouden. Vrienden uit het Baskenland, uit Occitanië en de Provence, uit Corsica, Bretagne, Normandië, de Elzas en de Antillen hebben geprotesteerd tegen de weigering van de vermelde regionale raadslieden om de motie goed te keuren, om o.m. het Vlaams te promoten in Frans-Vlaanderen.

o   Het 3e Uylenfeest, het feest van Radio Uylenspiegel in Kassel, vond plaats op zaterdag 16 mei in de feestzaal van Kassel. De voorzitter Jan-François Chiloup zegt dat het feest een uitstekende gelegenheid is om de Vlaamse cultuur te versterken. Het feest biedt een forum aan de Frans-Vlaamse verenigingen. IJzerhouck, S.O.S Blootland, het Huis van het Nederlands uit Belle, de Michiel de Swaenkring en veel anderen waren aanwezig.

o   In het laatste jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ staat het prozagedicht van Jean Marie Gantois: “Scheldebron, Adelbron”. Ik heb dat handschrift lange jaren in bezit gehad. Ik had het nog gekregen van Antoon Lowyck die het gered heeft na de dood van Gantois.

o   Ook de foto van de Latijnse tekst op de gedenksteen is opgenomen, eertijds aangebracht door de monniken van de nabije Sint-Maartensabdij. Het opschrift bij de Scheldebron verscheen al in Zannekin. Mark Ingelaere ontdekt in mijn “papieren” (gekregen van Antoon Lowyck) een brief van de archivaris van de abdij van Tongerlo aan Gantois, met de volledige oorspronkelijke tekst van het opschrift:

 

‘Ab humo labente obrutus

suscitaris munitus’

‘Bedolven onder de neervallende aarde

verrijs je versterkt’.

 

Het opschrijft is dus gemaakt toen de Scheldebron weer is gaan vloeien na door de aarde bedolven geweest te zijn.

o   Hij suggereert dat de steen waarschijnlijk verwoest werd onder de Eerste Wereldoorlog en niet volledig hersteld. Als je de foto goed bekijkt (p. 19) zie je dat de steen uit twee delen bestaat. De oorspronkelijke tekst over de bron van de Schelde kun je volgens Charles-Louis Hugo vinden in Sacri et canonici Ordinis Praemonstratensis Annales, Tomus II, p. 328. (1736). Het boek is te raadplegen via Google books. Misschien kan iemand onderzoeken wat er gebeurd is met de gedenksteen.

o   In ’t Pallieterke van 27 mei is een kort artikeltje verschenen: “Feest op de Schreve”over de 95e verjaardag van Cyriel Moeyaert. “Cyriels passie voor Frans-Vlaanderen, het is het onvermijdelijke doel van zijn vrije dagen. Hij is ook een briljant Frans-Vlaanderen-kenner. Naar aanleiding van z’n 70 jaar priesterschap en z’n 95e verjaardag heeft de Frans-Vlaming Wido Bourel een herziene uitgave gebracht van zijn boekje Cyriel Moeyaert, in de taaltuin van mijn vaderen”.

o   In Meervoud, mei 2015 lezen we over een feestje, begin mei in Godewaarsvelde. Yvonne Dupont, een monument van een café-bazin, vierde het feit dat ze 60 jaar (!) gastvrouw geworden was in haar afspanning die vroeger ‘Le Progrès’ heette, maar sinds een tiental jaren ‘Le Repos du Guerrier’. Het café is er eentje waar de tijd is blijven stilstaan: er prijkt een prachtige formicatoog in knalgeel oranje en de gelagzaal lijkt wel een bloementuin. De bazin, voor de klanten ‘Vontje’, gaat er prat op dat ze Vlaams spreekt… Vontje is op haar 82e nog niet van plan om te stoppen… Op het café komt binnenkort een EUVO-herbergnaam-bord in het Nederlands.

 

 

  

CYRIEL MOEYAERT


In de taaltuin van mijn vaderen

 

Cyriel Moeyaert (°1920) is een van de belangrijkste Frans-Vlaanderen-kenners. Zijn uitzonderlijke kennis van de streektaal maakt van hem de eminente specialist van het Frans-Vlaams. Met zijn Woordenboek van het Frans-Vlaams wist hij een uitzonderlijk wetenschappelijke bijdrage te leveren, door het verzamelen van de bijzondere woordenschat en het bewaren van de taal gesproken over de Schreve.

Als tiener werd Cyriel Moeyaert in het interbellum Vlaams en Heel-Nederlandsgezind, in de geest van Rodenbach en het AKVS. Deze overtuiging wist hij over te dragen aan generaties jonge mensen in Midden- en Frans-Vlaanderen. Schrijver dezes is er één van. Deze uitgave is dan ook een persoonlijke getuigenis én een hommage aan de 95-jarige.

Deze tweede herziene uitgave bevat heel wat nieuwe weetjes over Cyriel Moeyaert, van zijn voorzitterschap van het Komitee voor Frans-Vlaanderen tot zijn vriendschap met verschillende Zuid-Vlaamse voormannen. De auteur kon ook stukken raadplegen van- en over onuitgegeven foto’s beschikken uit het persoonlijk archief van Cyriel Moeyaert.

________

N.a.v.: Wido Bourel, Cyriel Moeyaert - In de taaltuin van mijn vaderen. Uitgeverij ID - ISBN 978-94-9143-604-8 - NUR 600 - 69 blz. met 19 illustraties – Formaat: 20 x 12,4 cm. Prijs: tot 31.07.2015.: 14 € (+ 3,50 € verzendkosten). Nadien: 16 + 3,50 € verzendkosten.

De oplage is beperkt. U kan reeds uw exemplaar reserveren door het bedrag van 17,50 euro (14 euro + 3,50 euro verzendkosten) te storten op rekening BE38844045090172 (Rabobank, op naam van W. Bourel)

 

 

Trois siècles de Lettres Néelandaises dans le nord de la France

 

In ons jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ 34 (2012) brachten we de bijdrage Drie eeuwen Nederlandse Letteren in Noord-Frankrijk van de hand van Cyriel Moeyaert en Yvo Peeters.

In hetzelfde jaar bundelden we diezelfde tekst in een handige brochure die op A5 formaat gepubliceerd werd door het ANV (Algemeen Nederlands Verbond) en het VVNA (Vereniging van Vlaams-Nationale Auteurs).

In 2015 verscheen de enigszins aangevulde Franstalige versie van deze tekst in de publicatiereeks van het ANV-Vlaanderen, onder de hoger vermelde titel. De Vlaamse minister-president schreef er een voorwoord bij.

Nieuw in deze Franstalige versie zijn ook enkele illustraties, ontleend aan de collecties van het Letterenhuis. Ze vormt het tiende deel van de ANV-reeks, die in opdracht van het ANV uitgegeven wordt bij de Academia Press in Gent.

Dit boekje leent zich beslist als een ideaal geschenkje voor wie zijn Franstalige connecties niet slechts wil plezieren, maar ook meer kennis wil bijbrengen omtrent dit belangrijke onderwerp.

Maurits Cailliau

_____________

N.a.v. Cyriel Moeyaert en Yvo Peeters, Trois siècles de lettres néerlandaise dans le nord de la France, 74 pp., leden ANV 10 € (niet-leden 12 €), ISBN 978 90 382 2427 5. Besteladres: ANV-kantoor, Vanderlindenstraat 44, 1030 Brussel, e-adres: backaert.anv@edpnet.be

 

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

 

Een unieke grensoverschrijdende publicatie

In de Nieuwsbrief 2011/2 heb ik gepleit voor grensoverschrijdende bestu-dering van de geschiedenis als middel om elkaar aan weerskanten beter te leren kennen. Of men in de regio Gelderse Achterhoek–Westmun-sterland kennis heeft kunnen nemen van dit pleidooi is me niet bekend; ik heb in elk geval vanuit die hoek geen reactie ontvangen.

Op zich is dat niet belangrijk. Wat wel van belang is, is dat men daar de door mij gesuggereerde weg is ingeslagen. Dat blijkt uit de publicatie die vorige herfst is verschenen onder de veelzeggende dubbele titel 1914-1918. Als Krieg und Frieden nebeneinander wohnten - Toen oorlog en vrede elkaars buren waren.

In het ‘Woord vooraf’ wordt uit de doeken gedaan hoe het tot deze uit-gave gekomen is. Tijdens een bijeenkomst in het voorjaar van 2012 van de Arbeitsgemeinschaft–Stichting Achterhoek-Westmunsterland spraken Henk Krosenbrink uit Winterswijk en Günther Inhester uit Borken elkaar. De eerste was van mening dat een herdenking van het feit dat het in 2014 honderd jaar geleden zou zijn dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak iets gedaan moest worden in het kader van de grensoverschrij-dende contacten. Günther Inhester nam vervolgens de taak op zich een groep geïnteresseerden bij elkaar te brengen. Dat had de oprichting van de Arbeitsgemeinschaft Erster Weltkrieg im dt.-nl. Grenzgebiet tot gevolg. De productie van het boek – dat het resultaat moest worden van de naspeuringen – is verzorgd door Timothy Sodmann uit Südlohn en Hans de Beukelaer uit IJzerlo.

Als de voortekenen niet bedriegen blijft het niet bij bovengenoemde vorm van samenwerking. Het is namelijk dit jaar 250 jaar geleden dat de Burloer Conventie tot stand kwam. Na lange onderhandelingen werd die op 19 oktober 1765 in het Klooster Mariengarden ondertekend. Het gevolg was dat de grens tussen Dinxperlo/Süderwick en Vreden-Olden-kott/Eibergen definitief werd vastgelegd en als uitvloeisel daarvan ge-markeerd door 186 grensstenen.

Het ligt in het voornemen van de Heimatverein Burlo/Borkenwirthe en Oeding en van de historische Kring Kotten vanaf september een reeks grensoverschrijdende activiteiten te organiseren. De initiatiefnemers willen ermee bereiken dat de grens nog meer aan scheidende functie gaat inboeten. “De wens is dat de mensen de grens opnieuw gaan ontdekken maar dan niet in de oude functie. Vandaag is de grens geen scheidingslijn maar een ontmoetingspunt.” Aldus één van de mensen die nauw betrokken is bij de verwerkelijking van de plannen. (Heimatbrief nr. 234 van de Kreis Borken november/december 2014, p. 6).

De regio Acterhoek–Westmunsterland vervult een voorbeeldfunctie. Het is mij tenminste niet bekend dat ook in andere grensregio’s op een dergelijke schaal projecten opgezet worden. Mocht dit wel het geval zijn dan stel ik het zeer op prijs daarover te worden geïnformeerd; dan kan ik er ruchtbaarheid aan geven. Voor het overige is het een aansporing voor andere regio’s tot vormen van samenwerking te komen. Aan de lengte van de grens ligt het niet; ik bedoel daarmee te zeggen dat er mogelijkheden te over zijn. Tot slot kan ik het niet laten nog een suggestie te ventileren aan het adres van de werkgroep die de hierboven genoemde publicatie heeft weten uit te brengen. En die is: waarom ook niet een soortgelijke publicatie uit te brengen met de Tweede Wereldoorlog als onderwerp?

Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53

NL 3905 CB Veenendaal

 

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck

Gebruik alstublieft de Nederlandse plaatsnaam

Wijlen Jozef van Overstraeten, de onvolprezen grote baas van de VAB-VTB, bestond het een vertegenwoordiger van de Suid-Afrikaanse Lugdiens niet op zijn kantoor te ontvangen zolang hij enkel een eentalig Engels visitekaartje bleef voorleggen. De VTB-baas hield er wat betreft het gebruik van het Nederlands een consequente houding op na. Dat kan minder gezegd worden van zijn opvolgers, die in hun publicaties over Plettenberg Bay en de Garden Route schrijven en niet Plettenberg Baai en de Tuinroete. Ook gebruiken ze liever Lille dan Rijsel. Deze achtbare organisaties zijn niet de enige, die eerder de Engelse en/of Franse benaming gebruiken dan de even oude en soms oudere Nederlandse plaatsnaam. De ANWB is al veel langer in datzelfde bedje ziek. En ook eerbiedwaardige verenigingen zoals het Davidsfonds of het Willemsfonds bezondigen zich steeds meer aan dit fenomeen. Zogenaamde progressieve groeperingen zullen dan zelfs weigeren de Nederlandse benamingen te gebruiken omdat er mogelijk een xenofoob geurtje aan vastkleeft.

Zo maakte een Vlaamse cultuurvereniging een reisverslag over een tiendaagse rondreis door Zuidelijk Afrika. Het wemelde uiteraard van overbodige Engelse benamingen. De plaatsnaam Kaapstad hebben ze als bij wonder bewaard, maar voorts bezochten ze Cape Point, Hout Bay, de “Company’s Garden”, de Long Street, het Afrikaans Language Monument, de Wine Estate Bosch-en-Dal, de Blyde River Canyon, de Fish Ri-ver Canyon in Namibië, de Union Building en de Church Square te Pretoria. Het zijn stuk voor stuk prachtige locaties maar waarom kunnen deksels de mooie Nederlandse benamingen niet worden gebruikt. Oordeelt u zelf: Kaappunt, Houtbaai, de Kompanjies Tuin, de Langestraat, het Afrikaans Taalmonument, het Wynlandgoed Bosch-en-Dal, de Blyde Rivier Canyon, de Visrivier Canyon, het Uniegebou en het Kerkplein te Pretoria.

Te pas en te onpas wordt over Enghien en Flobecq gesproken. Beide tweetalige municipaliteiten hebben een historische én officiële Nederlandse naam, zijnde Edingen en Vloesberg.

Bij menig Nederlandstaligen is het voorts bon ton om te gaan winkelen in de rue Neuve of langs de Avenue Louise te Brussel. Dat klinkt natuurlijk “sjieker” dan Nieuwstraat of Louizalaan.

Arras, Bailleul, Cambrai, Gravelines, Saint-Omer zijn mooie steden in de Franse Nederlanden maar ze worden nog mooier als je over Atrecht, Belle, Kamerijk, Grevelingen, Sint-Omaars spreekt.

We mogen de moed niet laten zakken doch consequent verder aan de weg timmeren.

 

Waterloo 1815 - 2015

Tweehonderd jaar na de veldslag bij Waterloo kan de Franse Natie haar nederlaag nog steeds niet verkroppen. Dat bleek eens te meer nadat de Koninklijke Munt van België een twee-euromunt wou slaan met een afbeelding van de heuvel en de leeuw van Waterloo. De Franse regering oefende ongehoorde diplomatieke druk uit op de Belgische regering om dit te verhinderen. In de plaats daarvan wordt een munt van 2,50 €uro geslagen, die als verzamelobject zal worden verkocht. Dit “collectors item” om het met een “trendy” woord te omschrijven wordt  op enkele duizenden exemplaren geslagen.

Voor Frankrijk ligt 1815 in Waterloo even gevoelig als de Ottomaanse volkerenmoord uit 1915 op de Armeniërs, Arameeërs en andere Christenen, die de Turkse staat weigert te erkennen.

Vreemd genoeg heerst op de site in Waterloo zelf eerder een sfeer van een Napoleontistisch pelgrimsoord dan van een herdenking van een bloedige veldslag met ettelijke duizenden slachtoffers. Of hoe de Fransen en Fransgezinden een gedenksite kunnen ombuigen in een oord waar een bloedig dictator wordt opgehemeld.

Leo N.J. Camerlynck

“De Zavelberg”

E. Michielsstraat 51 - B – 1180 UKKEL/Brussel

E. leo.camerlynck@skynet.be