> nieuwsbrief > 33e jg. - 4e trimester 2015

Bijdragen over:

Mededelingen

Hernieuwen ledenbijdrage voor 2015

Wie zijn bijdrage voor het jaar 2015 vereffende kon ondertussen al uitgebreid kennis nemen van de inhoud van ons 37e jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’. Wie dit tot nog toe naliet kan z'n  vergetelheid kan alsnog rechtgezet worden door overboeking van 29 € op een van onze rekeningen. Het jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ 39 (2015) wordt hem of haar dan stante pede toegestuurd na boeking van de bijdrage.

Jean-Marie Gantois

Het jongste nummer van het Bulletin des Amis de Jean Mabire is quasi volledig gewijd aan diens contacten met de zuidelijke Nederlanden. Jean Mabire (1927-2006) was een Normandische auteur en regionalist met tal van vrienden en contacten in Vlaanderen. In het betreffende nummer (nr. 45 – Solstice d’été 2015) werd ook een uitgebreide bijdrage opgenomen gewijd aan de Frans-Vlaamse voorman priester Jean-Marie Gantois. In een volgend nummer van de Zannekin-Nieuwsbrief komen we daarop uitgebreid terug. Hierbij alvast de contactgegevens van de Association des Amis de Jean Mabire: www.jean-mabire.com Adres: 15, route de Breuilles, F. 1730 Bernay Saint Martin.

 

Forum Vlaamse Vrouwen - Stichting Zannekin - Orde van den Prince Land van Edingen

Weekeinde Den Haag in de voetsporen van Willem I


op 30 en 31 oktober & 1 en 2 november 2015

De 200e verjaring van de troonsbestijging van Willem I grijpen we aan om een aantal activiteiten 'In de voetsporen van Willem I' te organiseren, zo ook een weekeinde in Den Haag, Delft en Scheveningen

CONTACT: FVV-Nationaal: 09 223 38 83 - info@vlaamsevrouwen.org

30 en 31 oktober & 1 en 2 november 2015

In het raam van Koning Willem I – Weekeinde In Den Haag met drie overnachtingen (twee volle dagen).

Vrijdag 30 oktober:

Ieder op eigen houtje (trein of auto) naar Den Haag (hotel Mercure Den Haag Centraal - Spui 180,- 2511 BW ’s-GRAVENHAGE –Nederland – Tel. (+31)70/2039002)

– 20.00 uur welkomstdronk – overnachting.

Zaterdag 31 oktober:

Ontbijtbuffet – dagkaart HTM-tram. Voormiddag en middag in Delft (Prinsenhof, Nieuwe Kerk, wandeling door de historische stadskern) – vrije lunch.

Namiddag in Den Haag (Haagse Binnenhof met Ridderzaal, Willem één–boekententoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek, vrije tijd of gegidste wandeling door de stad).

19.00 uur: vriendenmaal met verbroedering – overnachting

Zondag 1 november:

Ontbijtbuffet - dagkaart HTM-tram.

Voormiddag even uitwaaien in Scheveningen (plaats waar Koning Willem I aan wal kwam) – vrije lunch.

Namiddag in Den Haag(wandeling langs het Vredespaleis, het Plein 1813, het Panorama Mesdag en andere bezienswaardigheden – keuze tussen een bezoek aan het Mauritshuis met zijn rijke collectie schilderijen of het Gemeentemuseum voor de tentoonstelling “Ode aan de Nederlandse mode”).

18.30 uur - vriendschapsborrel en vrij avondmaal – overnachting.

Maandag 2 november:

Ontbijtbuffet – iedereen keert op eigen houtje huiswaarts of neemt nog een dagje deel aan “ludiek Den Haag” en keert dan huiswaarts.

PRIJS:

295,00 €uro per persoon. In deze prijs zijn begrepen: 3 overnachtingen in dubbelkamer, 3 x ontbijtbuffet, 1 avondmaal op zaterdag, toegangen, HTM-tram-dagkaarten, stadsbelasting, gidsen; niet inbegrepen overige maaltijden en drank bij zaterdag-diner) 50,00 €uro toeslag voor eenpersoonskamer; tot en met 15 jaar: 150,00 €uro.

Wil voor deelname het hoger vermelde FVV-contactadres benutten.


 

Henegouwen aan weerzijden van de Schreve, met de klemtoon op Bergen/Mons (in 2015 Culturele hoofdstad)


Onze ZANNEKIN-Nieuwsbrief is een driemaandelijkse uitgave, waarvan het 4e nummer eerst aanvang oktober kan verschijnen. Dit was rijkelijk te laat om u de gegevens mee te delen van onze Studie-uitstap die al op zaterdag 3 oktober plaatsvond. Daarom ontvingen de ZANNEKIN-leden onderstaande gegevens per omzendbrief.

Om 11.20 uur was er een rondleiding door de stad Bergen/Mons met de Sint-Waldetrudis-collegiale, het Belfort, de Grote Markt met het Stadhuis.

Als middagmaal genoten we van een lekkere Bergense specialiteit, een “côte al berdouille”, in het restaurant “Le Carillon”.

Vanaf 14.00 uur was er een rondrit met de bus naar Boussu met het mausoleum (*) in de kerk en naar de Frans-Henegouwse stad Condé-sur-l’Escaut met haar talrijke monumenten en bekende figuren. Nog een vrije pauze voor koffie of andere consumptie als afsluiter.

Verzamelplaats voor alle deelnemers was Bergen: rue du Chapitre bij het standbeeld van Roland de Lattre / Lassus aan de voet van de Sint-Waldetrudiscollegiale (Sainte-Waudru) om 11.15 uur. Men kon ook rechtstreeks naar Bergen sporen of rijden.

_______________

(*) Mausoleum van Jean de Hennin de Liétard (1499-1562), de eerste graaf van Boussu. Hij was grootstalmeester van Keizer Karel en echtgenoot van Anna van Bourgondië, de achterkleindochter van Filips de Goede.

 

De Belgicistische geschiedschrijving


Op 21 september 2015 was het 200 jaar geleden dat Willem-Frederik, in Brussel, ingehuldigd werd als koning Willem I van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (koning sinds 16 maart 1815). Met die verjaardag in het verschiet roeren voor- en tegenstanders van België zich nog eens extra. In Gent wil men koning Willem bedanken voor zijn beleid dat ontegensprekelijk voor Gent een weldaad was (stichting van de rijksuniversiteit en aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen, om maar twee spectaculaire realisaties op initiatief van koning Willem, op te noemen). Andere vinden dan weer dat de zwakheden van de koning nog maar eens belicht moeten worden: hij was tijdens de Franse bezetting een opportunist die er niet voor terugschrok met Napoleon zoete broodjes te bakken. Eenmaal aan de macht gedroeg hij zich als een despoot naar het model van keizer-koster Joseph II. Hij was een woekeraar, een twijfelaar, etc. In de grond is die discussie niet belangrijk; elke medaille heeft twee kanten. Van de grootste figuren uit de geschiedenis kan men, met wat veel of weinig zoeken, kleine kantjes blootleggen. De categorie van de heiligen buiten beschouwing gelaten, uiteraard.

Interessanter is het even stil te staan bij de grove geschiedenisvervalsing door belgicistische “historici” van de 19e eeuw (Henri Pirenne en Cie.) i.v.m. het ontstaan van de Belgische staat en de rol die Willem I daarbij gespeeld heeft. Hun tot op heden nog steeds populaire voorstelling van de gebeurtenissen komt hierop neer (eigenaardig genoeg, zowel in België als in Nederland). België, waarbij ze niet aarzelen de wording van België te laten teruggaan tot de middeleeuwen, of zelfs tot de Romeinen, wordt na de slag bij Waterloo, gekoloniseerd door de Noord-Nederlanders, de verfoeide “Hollanders”. Zij leggen hier hun wetten op, plunderen de staatskas om de schulden van het Noorden af te lossen, proberen de katholieke godsdienst te vervangen door het Calvinisme en tot afgrijzen van de betere bevolkingsklasse, willen ze het Nederlands opleggen als bestuurstaal. Daar tegen komen de Belgische revolutionairen in opstand en deze beweging wordt volgens hen gedragen door brede volkssteun. De Belgische helden treden, zoals dat helden past, heldhaftig op, verjagen het Noord-Nederlands koninklijk leger en “bevrijden” de Zuid Nederlanders die vanaf dan, zoals in het roemrijke verleden, opnieuw fier de naam Belgen dragen.

De eminente historica, Els Witte, gewezen rector van de VUB, verwijst, met haar recent verschenen studie Het verloren koninkrijk, het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie”, met feiten, namen en data, gesteund op uitgebreid archiefonderzoek, het belgicistische verhaal naar het rijk van de fabeltjes. (*)

Van een Noord Nederlandse kolonisatie is geen sprake; het volledig bestuurlijk apparaat, het leger in het Zuiden, het gerecht en de industrie, worden in het Zuiden geleid door autochtone Zuid Nederlanders (op enkele uitzonderingen na waarvoor men in het Zuiden geen geschikte kandidaten vond (universiteitsprofessoren bv.), functies waarvoor dan maar Noord-Nederlanders, maar ook Pruisen en Engelsen aangetrokken werden. De Noord-Nederlandse gewesten, verre van zich met deze gang van zaken te bemoeien, bekeken het beleid van koning Willem met argwaan. Zij vreesden concurrentie voor hun havens en hun wereldwijd handelsnetwerk, zagen met lede ogen dat ook Zuid-Nederlanders toegang kregen tot de koloniën en vreesden dat het hele avontuur hen teveel geld ging kosten. Koning Willem was zowat de enige Noord Nederlander die enthousiast aan de slag ging met het Verenigd Koninkrijk.

Koning Willem kreeg daarbij de volle steun van de Zuid-Nederlandse ambtenaren, officieren, industriëlen en zelfs van een deel van de clerus.

Als in september 1830 de troebelen losbarsten, betuigt de integrale Zuid-Nederlandse elite haar trouw aan koning Willem, ook als zij in de eerste plaats geviseerd wordt en zij het slachtoffer wordt van de revolutie. Zij vormen vanaf dan de orangistische beweging. Maar laat er geen misverstand over bestaan, deze orangisten zijn niet de voorlopers van de latere Vlaamse Beweging en spelen ook geen rol in het ontstaan en de eerste stappen van de Vlaamse Beweging, op enkele uitzonderingen na, Jan Frans Willems bv. Het orangisme was volledig Franstalig en de leden ervan kwamen uit alle provincies van wat we nu Wallonië en Vlaanderen noemen. Orangisten hadden dus wel kritiek op de taalpolitiek van de koning maar dat deed geen afbreuk aan hun loyaliteit. Voor hen was de koning het wettig gezag en de band met de Verenigde Nederlanden. Helaas is later gebleken dat deze gepersonaliseerd band een belangrijke zwakte was bij de instandhouding van de Verenigde Nederlanden. Om die reden was ook de hetze van de belgicisten tegen de persoon van koning Willem zo hevig.

Waar kwamen de revolutionairen van de septemberdagen dan vandaan? Tuig, een bende schurken, begeleid door avonturiers infiltreerde het land vanuit Frankrijk met de bedoeling hier een nieuwe Franse staat op te richten. Liberale advocaten en journalisten zagen er een opportuniteit in om hun maatschappelijke denkbeelden, het liberalisme van de 19e eeuw, in de praktijk te brengen, en bezorgden aan de plundering van onze gewesten een doelstelling. Uiteraard maakten zij handig gebruik van de verpaupering van het gewone volk en de sociale onrust die daarmee gepaard ging. Men zal het ondertussen wel begrepen hebben: soortgelijke “revoluties” maken we vandaag mee in Oost Oekraïne, Syrië en Irak. Ons verhaal over 1830 is 185 jaar oud, maar het doet heel modern aan. Alleen namen en plaatsen zijn veranderd. Het bandietenleger liquideert, vanaf september 1830, zonder pardon, het volledige Zuid-Nederlands bestuurlijk apparaat. De techniek die daarvoor gebruikt wordt, hebben we daarna in de Belgische context, nog een paar keer mogen ervaren: lijsten van te liquideren personen, intimidatie, meubels op straat gooien, huizen plunderen en in brand steken… uiteindelijk broodroof. Van een breed gedragen volksopstand is in 1830 geen sprake. Een ruime meerderheid van de bevolking blijft de koning trouw. Dat blijkt in het bijzonder uit de verkiezingen na de revolutie: ondanks intimidatie en vervalsing stemmen de kiezers voor de orangisten.

Hoe is het dan kunnen mislopen? Een hele reeks factoren speelden mee. De Zuid Nederlandse elite was overtuigd van de wettelijkheid van haar bestuur en rekende op de kracht van haar band met koning Willem. Dit ambtenarenkorps was helemaal niet opgewassen tegen bendes schurken die, met geweld en minachting van de wettelijkheid, brutaal de ambtenaren uit hun ambt verdreven. De gewraakte ambtenaren doken onder, vluchten naar het buitenland of keerden zich, gedegouteerd, af van de politieke strijd. Zij vroegen bijstand aan de koning, kregen deze ook in de vorm van geldelijke steun, maar dat was in deze omstandigheden ondoeltreffend. De koning was naïef (hij sprak over de infiltranten/opstandelingen als “nos frères égarés”), te weinig vastberaden en vond in het Noorden geen steun voor een krachtig (militair) antwoord op de indringers. De kroonprins (de Prins van Oranje), een wispelturige opportunist met een troebele levenswandel, vond er niet beter op dan de politiek van zijn vader te ondermijnen, uit vals begrepen ambitie. In volle opstand kandideerde hij voor de Belgische troon.

De houding van de bondgenoten was doorslaggevend en nefast. Pruisen, Oostenrijk en Rusland (de echtgenote van de Prins van Oranje was de zuster van de tsaar) steunden koning Willem slechts met mondjesmaat. Militaire bijstand zat er niet in omdat ze in eigen land met moeilijkheden geconfronteerd waren. De handtekeningen van twee andere grote mogendheden op het Congres van Wenen, Frankrijk en England, bleken niet veel waard te zijn. Zij gooiden het op een akkoordje om koning Willem de figuurlijke dolk in de rug te planten. Zij dachten uit de verbrokkeling van de Nederlanden voordeel te kunnen halen. Helaas, een derde partij, Duitsland, meende te kunnen profiteren van de zwakte van de Nederlanden, om via België Frankrijk aan te vallen.

Tienduizenden Franse en Britse jongens hebben in de grote oorlog van 1914-18 de Frans-Britse strategische blunder van 1830 met hun dood betaald.1

Het orangisme heeft na 1830 nog 20 jaar teruggevochten en zelfs een paar pogingen tot staatsgreep ondernomen om het wettelijk gezag te herstellen. Helaas tevergeefs. De twijfelende houding van de koning die daarenboven de steun van de noordelijke provinciën moest ontberen, deden deze pogingen tot staatsgreep, en (toen het te laat was, gelet op de geopolitieke situatie) zelfs een militaire invasie, mislukken. 1830 kwam dus duidelijk niet tot stand op basis van een algemeen ongenoegen in de Zuidelijke Nederlanden, want de Zuid-Nederlandse elites, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, apprecieerden in ruime meerderheid het welvaart brengend beleid van de koning. En terecht, want in 15 jaar heeft deze, ook al was hij dan een verlichte despoot, meer gedaan voor de ontwikkeling van onze gewesten met de aanleg van wegen en kanalen, de aanmoediging van nieuwe industrieën, de stichting van twee universiteiten en de inrichting van een degelijk scholennet, dan de Coburgs in de daarop volgende 150 jaar. Helaas, de feiten zijn wat ze zijn, maar de gelijkenis met sommige conflicten vandaag is opvallend.

Men beweert dat de geschiedenis zich herhaalt totdat wij het verleden goed begrepen hebben. De waarheid heeft haar rechten en geschiedenisvervalsing draagt niet bij tot een goed begrip van wat er in het verleden is gebeurd. Dit alles in het bijzonder ter overweging van de naïeve Vlaamse politici die straks, handjes schuddend en schouderklopjes gevend, de septemberdagen van de Franse gemeenschap (die feestdag is op 27 september) mee gaan vieren. Zo weten zij tenminste wat er dan gevierd wordt.

___________________

(*) Els Witte: Het verloren koninkrijk – Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie 1828-1850, 687 blz. uitg. De Bezige Bij Antwerpen, 2014.

1 Nota Willy ALENUS: Ik ben niet akkoord met de stelling “dat Engeland en Frankrijk voorzichtiger hadden moeten omspringen met de “Belgische” onafhankelijkheid (1830-1831–1839) en meer hadden moeten denken aan de slapende hond (Pruisen/Duitsland) die men zou (kunnen) wakker maken.” Deze vergetelheid zou hebben geleid, IN 1914- 1918, tot de aanval van Duitsland tegen Frankrijk, dit keer met door deweerlozezuidelijke nederlanden te trekken, wat o.a. tienduizenden jonge Belgische, Britse en Franse levens zou hebben gekost. Deze strategie werd inderdaad uitgebroed (het zogenaamde plan von schlieffen) en succesvol ten uitvoer gebracht, en dat gebeurde indedaad in 1914. Waar zit dan de fout in de “eindconclusie” (zie supra)? Die zit in de historische werkelijkheid = Pruisen/Duitsland is inderdaad, van 1830 tot 1870, sterk genoeg geworden om Frankrijk helemaal alleen aan te vallen in 1870/1871 (de eerste “percée de Sedan”), maar had het kennelijk helemaal niet nodig om zijn sterke legers door de Belgische Ardennen te loodsen. Recht op recht, met de ogen op Straatsburg en de Beneden- Rijn, dat was toen de leus.

 

Uit en over Frans-Vlaanderen


Cyriel Moeyaert

 

°  Wido Bourel is verkozen tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in Leiden. Onze beste gelukwensen. In ’t Pallieterke van 3 juni verscheen van hem een inhoudrijke lezersbrief “Eerherstel voor Willem I” waarin hij de grote geuzen uit de Zuidelijkste Nederlanden vermeldt die tot de zgn. Waalse Kerk hoorden: Loiseleur de Villiers, Taffin, Lobelius, Clusius. Marie van Riebeeck was geboren de la Quellerie, moeder van alle Afrikaners, vrouw van de stichter van Kaapstad. Ze waren allemaal tweetalig.

°  Op de “Dag van het Nederlands” van het KFV op 5 september in Belle werden drie prijzen uitgereikt. De Vital Celen-prijs was heel terecht voor Philippe Ducourant, een vurige verdediger van het Nederlands en van de volkstaal in Frans-Vlaanderen, beheerder van het museum van de Peneslag in Noordpene en ook leraar Nederlands. De Luc Verbeke-prijs ging naar de Frans-Vlaamse auteur uit Hazebroek Jacques Messiant, geboren in Morbeke, verdediger van de Frans-Vlaamse cultuur. De derde prijs Luc Verbeke voor een publicatie in het Nederlands was voor “Grens” van Ons Erfdeel. Ook de prijzen van de Taalprijsvraag werden uitgereikt. Het was een goed verzorgde bijeenkomst, maar nogal overwegend Frans en zonder Vlaamse Leeuw of Vlaamse liederen.

°  De verslaggever van de IJzerwake was verrast omdat in de voorbeden van de eucharistieviering gebeden werd voor de minderheden in Frankrijk, bepaald voor de Vlaamse minderheid. Die minderheden worden onrechtvaardig bejegend: hun immaterieel erfgoed, hun taal en cultuur, wordt gaandeweg ondermijnd, wordt zo goed als niet onderwezen en dreigt zodoende te verdwijnen. Dat is een heuse diefstal. Het stoffelijk erfgoed wordt wel in zekere mate beschermd. In Frans-Vlaanderen is er gaandeweg sprake van een linguicide. Gelukkig is er nog geen etnocide, integendeel: de Frans-Vlaamse etnie bloeit en is levend: getuige de vele nieuwe Vlaamse opschriften en de talrijke Vlaamse Leeuwen. alsook het getuigenis van veel mensen.

°  EUVO is springlevend, een teken van een gezonde Vlaamse etnie. Het jonge echtpaar Fabrice en Anne Sophie Vandewalle bouwden een nieuw huis in de Pauwer-straete in Buisscheure. Ze zijn opgetogen met hun nieuwe huis dat ze “la maison désirée” noemen maar ze willen er een Vlaams bord op met de Vlaamse naam, al spreken ze geen Vlaams. Het wordt “’t lang Begeirde Huus”. Hun zoontje Jules is nog geen jaar oud.

ü  Voor de derde keer vierde Rekspoede z’n “Zannekin feest”. Het werd een tweedaagse op 22 en 23 augustus. Er stonden ambachtelijke kraampjes en er waren reuzen van de partij. Ook het folkbal ontbrak niet en een concert om op te luisteren tegelijk met veel andere animaties. Een conferentie mocht niet ontbreken en tot slot was er ook een optreden van ‘De verschrikkelijke Vikings’. Zie ook op de webpagina www.zannekinfeest.com

ü  In Rubroek woont het echtpaar Adrien Ryckelynck: man en vrouw spreken altijd Vlaams onder elkaar. Adrien heeft dezelfde naam als z’n heeroom, de priester die stierf als pastoor van De Bakke, de volksnaam voor Sint-Mommelingen (in de 7e eeuw Oudemonstre). Voordien was Adrien Ryckelynck kapelaan in Bollezele, z’n geboortedorp, en in Sint-Winoksbergen. Als kapelaan schreef hij verschillende leuke Vlaamse toneelstukjes, die ettelijke keren  opgevoerd werden in het interbellum.

°  Het Frans-Vlaams is dichter verwant met de Nederlands Standaardtaal dan het West-Vlaams. Ik schreef daarover een nog niet gepubliceerd artikel. Dit is ook een reden om het eens te zijn met Jan Verleysen die in ’t Pallieterke (9, 9, 15) zegt: “ik ben tegen het “ver-letsenburgischen” van de Vlamingen.” Hij bedoelt door het uitgeven van een Belgisch-Nederlands Woordenboek door De Standaard en nu ook een door het Davidsfonds. Er zijn veel redenen tegen het promoten van dat Belgisch Nederlands, een tussentaal: niemand weet welke woorden Belgisch Nederlands zijn en veel Belgisch Nederlandse woorden zijn onbekend in b.v het Frans-Vlaams of het West-Vlaams, zoals het woord ‘goesting’, onbekend in Frans-Vlaanderen en geen West-Vlaams. Dat het Standaardnederlands nog niet helemaal doorgedrongen is in Vlaanderen is geen reden om te zeggen dat het niet verder kan evolueren, zoals dat gebeurd is in Groningen, Drenthe of Zeeuws-Vlaanderen. Alleen het ABN, onze gemeenschappelijke cultuurtaal, geeft houvast. IJveren voor het Belgisch Nederlands is een vorm van Belgicisme en separatisme.

°  De Sint-Winoksbergse rederijkers in de tweede helft van de achttiende eeuw voelden zich Nederlanders en keken op naar de grote dichters Vondel, Hooft, Cats, enz. maar ook naar Michiel de Swaen en Andries Steven. Dit blijkt uit de verzameling rederijkers-gedichten Verzaemeling der prysvragen. Hierin spreken ze van Nederland waartoe ze hoorden en van Nederlanders die ze waren. B.v “Ik hebbe reeds doen zien dat neerland héft meer iver tot het dicht dan eenig ander ryken.” - “En dat om hunnen zin te ontdekken door de Nederlander schier geen last moet zijn gedaen.”(Zie verder blz. 143-147).

°  Het tweetalig tijdschrift IJzer Hoek drukt ook die Nederlandse naam op de voorpagina naast Yser Houck. Waarom zouden we in onze Nederlandse teksten niet eveneens de naam “IJzer Hoek” schrijven? De vereniging promoot toch het Vlaamse erfgoed en de Nederlandse Standaardtaal. Ik weet ook niet waarom we  het “Huis van het Nederlands” niet altijd zo zouden noemen in onze Nederlandse teksten en niet “Maison du Néerlandais” of MNL zoals hier en daar in het persdossier in Nederlandse teksten. Het lelijke Bozar is zeker niet na te volgen. We beschikken over de mooie naam Paleis voor Schone Kunsten.

°  In Sint-Janskappel ontdekte Mark Ingelaere het nieuwe opschrift op het gemeentehuis (mairie). In grote letters prijkt daar nu WET HUYS. Al sinds enkele jaren heeft het gemeentehuis van Hooimille het opschrift STADHUIS in grote letters. Heel veel andere gemeentehuizen dragen het EUVO-bordje Wet Huys.

°  Godelieve Melis gaat door met het publiceren van mooie Nederlandse gedichten over Frans-Vlaanderen. Die worden nu ruim verspreid via Forum in “Nederlands in Frans-Vlaanderen” via internet. Onze beste gelukwensen.

°  Eveneens onze gelukwensen aan Philippe Ducourant en zijn vrouw met hun zoontje Elooi. Een nieuwe Frans-Vlaming die onze taal zal leren en spreken en bijdragen tot de groei en de bloei van de Frans-Vlaamse etnie.

°  Op initiatief van Bernard Dannoo werd in z’n dorp Rekspoede een kapel gerenoveerd. De erin vereerde Maria kreeg een nieuwe Nederlandse naam bovenaan: Onze Lieve Vrouwe van vertrouwdheid. Onderaan kun je lezen: ersticht ’t jaer 1847 van Menheer Behaeghe. Bij de plechtige opening bracht Bernard Dannoo in het Vlaams uitgebreide uitleg over deze vernieuwde kapel.

°  De Frans-Vlaamse stad en haven Duinkerke heeft een promotiecampagne gevoerd om Belgische ondernemingen aan te trekken en is daarin bijzonder goed geslaagd. Duinkerke is een ideale vestigingsplaats voor Belgische (meestal Vlaamse) bedrijven. Er wordt onder meer gewezen op de geografische nabijheid. De Frans-Vlaamse stad benadrukt ook over een uitstekende ontsluiting van snelwegen, waterwegen en spoorwegverbindingen te beschikken.

°  Het overheidsagentschap Dunkerque promotion zegt zich in het verleden toegespitst te hebben op bedrijven uit eigen land en uit Duitsland, maar dat het zich nu op België richt. Het agentschap merkt bij de krant De Tijd op dat Belgische ondernemingen nu al de meerderheid van de buitenlandse bedrijven vertegenwoordigen.

°  Een aantal bedrijfsleiders van Belgische ondernemingen met activiteiten in Duinkerke wijst ook op de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel en een aantrekkelijker aanbod aan industriegronden.



Vanaf de zijlijn

Marten Heida

In gesprek met Harm Wiemann

Het is inmiddels al zo'n 40 jaar geleden. Ik bracht een bezoek aan dr. Harm Wíemann in zijn Oostfriese woonplaats Aurich. Het was tijdens het gesprek dat hij een uitspraak deed die diepe indruk op mij heeft gemaakt. We kregen het over de taalsituatie in Oost-Friesland en dan in het bijzonder over het Oostfreeske Platt. Geboren als Wiemann was in Bunde was hij zeer vertrouwd met de eigen streektaal; op de boerderij waar hij opgroeide hoorde en sprak hij niets anders. "Maar", zo liet hij mij weten - en in zijn stem klonken gevoelens van spijt door - "vraag mij niet in mijn moedertaal een voordracht te houden." Op mijn vraag: “Waarom niet?" antwoordde hij; "Daar heb ik het taalmateriaal niet voor als gevolg van mijn opleiding; alle lessen werden in het Hoogduits gegeven."

Een "vraaggesprek” met "Harm Wieman"

In gedachten neem ik u mee naar het jaar 2050. Eén van mijn achterkleinkinderen – hij/zij is dan rond de 40 jaar oud - is journalist bij een Nederlandstalig dagblad, Hij/zij is op bezoek bij ene Harm Wieman - maar dan uiteraard met één “n” want hij maakt deel uit van een Nederlandse familie - die ook universitaire studies gedaan heeft en wel in de economische sector. Het vraaggesprek spitst zich al gauw toe op de taalsituatie. Zowel de journalist als de heer Wieman is ervan overtuigd dat het met de beheersing van het Nederlands slecht gesteld is. Daarbij ontdekt de journalist dat het gesprek vlot verloopt zolang het over alledaagse zaken gaat maar zodra hij/zij wat dieper op een bepaald onderwerp in wil gaan merkt hij/zij dat de gesprekspartner naar woorden moet zoeken. Zonder dat hij er weet van heeft wat zijn/haar overgrootvader van de Oostfries Harm Wiemann te horen kreeg komt hij tot dezelfde vaststelling: "Het ontbreekt mij aan het juiste taalmateriaal. U moet weten dat ik al mijn studies zowel op middelbaar als universitair niveau in het Engels heb moeten doen. Ik kan dan ook onmogelijk een voordracht in het Nederlands houden."

Negatieve ervaring van een Franse student

Is het bovenstaande te zwaar aangezet? Als ik let op de gevolgen van de Engelse vloedgolf die in de loop van de voorbije halve eeuw over ons taalgebied is uitgerold dan ben ik niet bijster hoopvol gestemd. Triest is dat die golf ook gevolgen heeft voor hen die zich inspannen onze taal te leren. Een veel voorkomende klacht is dat ze nauwelijks de kans krijgen zich in het Nederlands uit te drukken. Dat ondervond een Franse student uit Parijs die bij professor Brachin Nederlands studeerde en in de jaren zeventig van de vorige eeuw een tweetal weken deel uitmaakte van ons gezin om zijn kennis van het Nederlands te vervolmaken. Hij vertelde ons dat hij, toen hij bij een restaurant aankwam om iets te gebruiken, niet de gelegenheid kreeg zijn bestelling in het Nederlands te doen; men had het buitenlands kenteken van zijn auto gezien en dat was voor het personeelslid voldoende hem - in dit geval - in het Frans aan te spreken.

Het wordt er niet schoner op

In snel tempo verengelst het straatbeeld. Vooral in de opruimingstijd is het helemaal boos en bar. Dan is er bijna geen etalageruit meer waarop met grote letters het woord “sale” niet is geplakt. Dit woord moet Franstalige bezoekers wel enorm afschrikken. Immers in hun taal heeft dit woord een betekenis die ertoe kan leiden dat ze zich wel tweemaal bedenken om een met dit woord gekenmerkte winkel binnen te gaan. In het geval ze hun schroom weten te overwinnen zullen ze ontdekken dat de vlag de lading niet dekt; het valt met de “vuil”-ligheid alleszins mee. Maar als echt uitnodigend zullen ze dit woordgebruik niet ervaren.

Wat ik met bovenstaande gezegd wil hebben? Wel dat het hoog tijd wordt dat men zich in ons taalgebied gaat bezinnen op de menselijke waarde van onze taal. Het is die taal die zo bepalend is voor onze identiteit.

Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53

NL 3905 CB Veenendaal

Het laatste woord

Leo Camerlynck

Multicultureel versus cultuur “van bij ons” - ook in de Nederlanden “extra muros”

“Multiculturaliteit is een verrijking”, luidt een slagzin waarmee men dagelijks om de oren wordt geslagen. Sommige protagonisten van de multiculturaliteit gaan zelfs zo ver om wie hun denkpatronen niet deelt voor intolerant, verkrampt en zelfs xenofoob te beschimpen. Diezelfde protagonisten halen in de meeste gevallen hun neus op voor de cultuur, waarin ze opgegroeid zijn. Nog andere verdedigers van de Multiculturaliteit houden discours, waarin ze nauwelijks hun afkeer versluieren voor de Westerse en in ons geval de Nederlandse identiteit.

Het is evenzeer fout te ontkennen dat alle beschavingen, waar ook ter wereld, invloeden van andere civilisaties hebben ondergaan. Dit is een proces dat eeuwen in beslag nam en nog neemt.

Enkele voorbeelden. Ons bankstelsel met renten, interesten en beleggingen hebben we grotendeels te danken aan het Joodse huishoudkundig stelsel, waarbij we tevens Arabische cijfers hanteren. Algebra stamt trouwens uit het Arabisch vocabularium. En als we alles lekker op een rijtje kunnen zetten, dan hebben we “mazzel”, en dat is dan weer Jiddisch. Ons concept van winkelcentra komt regelrecht van de Perzische bazaars, een Farsi woord overigens net als een kiosk. De naam van onze dierbare tulp stamt uit het Turks. En de Vlaamse leeuwenvlag werd op de Sarazeeërs buitgemaakt. Deze “uitheemse” inbreng heeft nooit geschaad, wel integendeel.

Want de tand des tijds heeft getrotseerd, staat evenwel in schril contrast met in onze Westerse wereld opgedrongen multiculturaliteit. “Couleur Café” en soortgelijke festivals met kunst en muziek uit andere werelddelen, waarbij Afrika en in mindere mate Azië en Latijns-Amerika de boventoon bepalen, mogen best plaatsgrijpen in onze verdraagzame Westerse landen, maar muzikale en artistieke manifestaties “van bij ons” moeten ook kunnen en mogen daarom niet geweerd worden zoals fanatieke protagonisten van de multiculturaliteit weleens opperen.

Valt het te tolereren dat steeds meer minaretten het landschap van onze christelijke en humanistische contreien bepalen terwijl er in landen met een overwegende moslimbevolking kerken, christelijke bedehuizen en symbolen worden vernield. In landen als Saoedi-Arabië staat de doodstraf op het belijden van een andere dan de islamitische religie.

Past deze kritische benadering over multiculturaliteit in de Nieuwsbrief van een genootschap zoals de Stichting Zannekin, dat zich bezighoudt met de Nederlanden extra muros? Waarom niet en wel hierom.

Tot een paar jaar geleden bestond er in de Rijselse voorstad Lambersart een “Vlaams Huis”, een knusse herberg die een aantal dagen per week haar deuren opende. Je kon er van lekkere drankjes en hapjes genieten, die van de “terroir” kwamen, m.a.w. streekgebonden Vlaamse producten. Regelmatig vonden er debatten plaats over actuele onderwerpen, en dus ook over de migrantenproblematiek. De initiatiefnemers van het Rijselse “Vlaams Huis” noemden zichzelf “identitaire”, wat neerkomt op zich verbonden voelen met de eigen – in dit geval Vlaamse – cultuur van Rijsel en Frans-Vlaanderen. Meer dan eens werden hun activiteiten door gauchistische groepuscules verstoord, die ze als racistisch en xenofoob taxeerden.

In Vlaanderen en in mindere mate in Nederland wordt genormeerd dat de multiculturaliteit in de samenleving en dus ook op cultureel vlak bevorderd dient te worden, zelfs als daar niet echt een behoefte aan bestaat. Tja, multicultureel versus eigen cultuur. Onze keuze is duidelijk met dien verstande dat iedereen wel welkom is in onze – met de nadruk op “onze” – dierbare cultuur van de Lage Landen bij de Noordzee en ze ook eerbiedigt.

Meer Lëtzebuergësch in Luxemburg-stad

De nieuwste straatnaamborden in de stad Luxemburg vermelden de straat, laan of weg in het Frans en het Lëtzebuergësch. Voordien was dat uitsluitend in het Frans en sporadisch in het Luxemburgs-Duits.

De Lëtzebuergësche vermelding is niet noodzakelijk een vertaling van de latere Franse herbenaming. De Lëtzebuergësche versie verwijst naar de oorspronkelijke naam.

Een en ander heeft te maken met het groeiende ongenoegen dat Luxemburg steeds meer bevolkt wordt door niet-Luxemburgers, die zich geen enkele moeite getroosten om zich aan te passen. De hoofdstad telt procentueel meer buitenlanders dan Luxemburgers. De Luxemburger voelt zich daarom minder thuis in zijn eigen hoofdstad. Het Groothertogdom Luxeburg, een land zonder taalproblemen?

Leo N.J. Camerlynck, voorzitter

“De Zavelberg”

E. Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL/Brussel

E. leo.camerlynck@skynet.be