> nieuwsbrief > JGe jg. - Xe trimester JAAR

Bijdragen over:



Mededelingen

Hernieuwen ledenbijdrage voor 2016

Maakt u bij voorkeur gebruik van ons ‘Belgische’ zogenaamd ‘Euro-pees’ rekeningnummer iban BE13 4648 2202 5139 – bic: KREDBEBB BE, waarvan de rekeningoverzichten ons dagelijks meegedeeld worden. Bijliggend betaalformulier – enkel voor wie tot nog toe naliet z’n bijdrage te vereffenen - kan u daartoe dienstig zijn.


De Nederlanden “extra muros” – jaarboek 38 - ZANNEKIN-Jaarboek 2016


Het nieuwe jaarboek is einde mei verschenen. Hieronder leest u alvast het ten geleide, tevens een inhoudsoverzicht op de aan bod komende onderwerpen.

Dit 38e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ brengt eens te meer merkwaardige bijdragen over de territoria die deel uitmaken van onze Nederlandse kijk op de geschiedenis van onze territoria ‘extra muros’. Als steeds opent het jaarboek met wat de ‘programmaverklaring’ van de Vereniging /Stichting Zannekin kan genoemd orde; m.a.w. waar het ons om gaat.

Eens te meer is onze trouwe medewerker Cyriel Moeyaert present, dit keer met een bijdrage over De Vlaming Willem van Rubroek. We geven meteen mee dat hij een tweede aanvulling op stapel heeft staan op zijn Woordenboek van het Frans-Vlaams; een tweede Nieuw Oud Vlaams dus, aansluitend op zijn Nieuw Oud Vlaams 1, dat we in 2011 (naast ons jaarboek) mochten uitgeven en dat in 2014 al een herdruk beleefde. Zijn Nieuw Oud Vlaams 2 is ondertussen van de persen gerold en werd aan de leden als bijlage bij het jaarboek toegestuurd.

Klaas van Gelder en Jan Debets besteden in Barrièretroepen in de Oostenrijkse Nederlanden: vloek of zegen uitgebreid aandacht aan wat daarmee - nu ruim drie eeuwen terug - allemaal gepaard ging, en waarmee de barrièresteden in dit perspectief te maken kregen.

Chronologisch daarop aansluitend vestigt Frank Judo de aandacht op een merkwaardige pamflet van de Gentse jurist Jean-Louis Serlippens die, in 1815 naar aanleiding van het aantreden van het Koninkrijk der Nederlanden, de aandacht vestigde op de aan Frankrijk verloren irredenta. Zijn opstel Strategische belangstelling voor de Zuidelijke Nederlanden in de schaduw van Waterloo vertelt ons daar meer over.

In Emile Verhaeren (1855-1916) de Franstalige dichter met een Vlaams hart haalt Ruud Bruijns een figuur voor het voetlicht die een eeuw terug overleed maar, niettegenstaande zijn Franstaligheid een Vlaming in hart en nieren bleef en - getuige zijn oeuvre - de leuze “de taal is gans het volk” glansrijk weerlegde.

Ook van de hand van Ruud Bruijns is de “trouvaille” Les Marches de l’Est (1909-1914) over Vlaanderen, Wallonië en de grensgebieden van de Nederlanden. Het geopolitieke belang van dat hier door vrijwel niemand gekende Franse tijdschrift werd tot nog toe nergens in de Nederlanden onderkend. Zijn eerste exploratie is dan ook verhelderend en toont alvast aan dat het staatsimperialisme evenzeer aan de zuidgrens als aan de oostgrens van de Nederlanden zijn aanhangers had.

In 1965 publiceerde de (toen nog) Vereniging Zannekin, onder de titel Bezinning bij een verjaardag, de rede die Jean-Marie Gantois gehouden had op 13 september 1964, naar aanleiding van de viering van zijn 60e verjaardag in het Grafelijk Slot van Male. Zijn persoonlijkheid lag overigens aan de basis van de heroprichting van de vereniging. We zijn ondertussen zowat vijf decennia verder en al die jaren werd zijn spoor verder gevolgd en (ook richting ‘Duitse’ Nederlanden) uitgebouwd. Daarom brengen we in piëteitsvolle herinnering het biografische essay van Jos Vinks onder de summiere titel Jean-Marie Gantois. Hij was immers zowat de geestelijke stichter van Zannekin. Daarop aansluitend volgen de Herinneringen aan Jean-Marie Gantois van Hendrik Blanckaert, een telg uit de Blanckaert-stam die destijds met Nicolaas Zannekin aantrad in de Slag van Kassel in 1328.

Ook weer prominent aanwezig in deze editie is Zeno Kolks. Gewoontegetrouw brengt hij ook nu weer kunsthistorische gegevens op architectonisch terrein aan de oppervlakte. Ook zijn Gebouwen en beeldhouwwerken die in onze gebieden door oorlogs- en ander geweld definitief ten onder zijn gegaan kadert binnen dit perspectief. Zijn bijdrage vormt andermaal de naadloze overgang van de zuidelijke naar de noordelijke gebieden.

Volgen van de hand van Marten Heida De Gelderse Achterhoek en het Westmunsterland tijdens de Eerste Wereldoorlog en Oostrand-sprokkels. In de eerste bijdrage bespreekt hij uitgebreid de tweetalige boekpublicatie Als Krieg und Frieden nebeneinander wohnten – Toen oorlog en vrede elkaars buren waren terwijl hij in zijn tweede bijdrage tal van wetenswaardigheden over de ‘Duitse’ irredenta bijeensprokkelde.

Evenzeer kaderend binnen de herdenking van de Eerste Wereldoorlog, maar dan binnen de zuidelijke Nederlanden, kadert de slotbijdrage van Luc Collin over De Engelen van Bergen en Kerstmis 1914 in de loopgraven van de Westhoek waarin hij enkele hoopvolle maar o zo tijdsgebonden momenten evocerend in herinnering Afsluiten doen we traditiegetrouw met een andermaal rijke oogst aan Kroniek en boekbesprekingen, waarvoor voornamelijk Marten Heida zich inspande.

________________

N.a.v. De Nederlanden ‘extra muros’ 38 – Zannekin-jaarboek 2016. 208 pp, ill., ISBN 9789071326363. Het jaarboek kan nog tot einde juli 2016 besteld worden tegen de ledenprijs van 29 € (inclusief het abonnement op de Zannekin Nieuwsbrief). Daarna geldt de boekhandelprijs (verzending inclusief) van 35 €.

Rekeningen ten name van Vereniging/Stichting Zannekin, B. 8900 Ieper: België: iban: BE13 4648 2202 5139 – bic: KREDBEBB - Nederland: iban: NL68INGB0003876953bic: INGBNL2A

 

Dagje Den Haag op 6 augustus 2016 in het teken van 18e en 19e-eeuwse Vlaamse kunstenaars in de Hofstad


Programma:

11.00 uur – Plein Den Haag - De belangstellenden komen op eigen houtje naar Den Haag alwaar Jan van Tongeren hen om 11.00 uur stipt verwelkomt aan het Plein Den Haag bij het standbeeld van Willem van Oranje.

De wandeling vanaf het Plein zal 1 1/2 uur duren, dus tot ongeveer 12.30. Daarna op eigen gelegenheid lunch. Op het Plein zijn tal van restaurants en eetgelegenheden en is bij mooi weer vol met terrassen. Voor de diehards is er ook gelegenheid om het Mauritshuis op eigen kosten te bezoeken, waarbij Jan van Tongeren zal gidsen.

+/- 14.00 uur - beginnen we met de tweede helft van de wandeling, eerst richting Plein 1813 met het monument voor Koning Willem I en daarna omstreeks 14.45 uur het vlakbij gelegen Panorama Mesdag. Panorama Mesdag is een cilindervormig schilderij van ongeveer 14 meter hoog en met een omtrek van 120 meter. Het schilderij, dat een van de oudste 19e-eeuwse panorama's in de wereld is, is een vergezicht op de Noordzee, de duinen, Den Haag en Scheveningen. Het is in 1881 geschilderd door Hendrik Willem Mesdag, een beroemde kunstschilder uit de Haagse School. Hij was gespecialiseerd in het schilderen van zeegezichten. Zijn vrouw Sientje Mesdag-van Houten en de kunstschilders Théophile de Bock, George Hendrik Breitner en Bernard Blommers hebben ook een aanzienlijke bijdrage geleverd. (Toegang 10 €/pp. Vanaf 15 personen 8.50 € groepsprijs).

Van daar bezoeken we - tussen 16.00 en 17.00 uur - het Vredespaleis (toegangsprijs 8,50 €). Opgelet! Hiertoe dient men een geldig identiteitsbewijs voor te leggen; bovendien dient door ons gereserveerd te worden. Deze optie dient m.a.w. meegedeeld te worden middels uw aanmelding!

Vervolgens met de tram naar Scheveningen met het Willem I-monument, om dan om +/- 17.30 uur af te sluiten. Het ligt voor de hand dat menigeen dan nog iets gaat consumeren vooraleer ook weer met de tram richting parkeergarage P+R Hoornwijck of het Centraal Station te trekken.

Kosten?

Veel kosten zullen er niet zijn en deze zijn naargelang de wensen aan de hand van de hoger vermelde gegevens te berekenen. We berekenden deze (exclusief facultatief bezoek aan het Mauritshuis) op 20,00 €, bij aankomst ter plaatse te vereffenen. Bij wijze van handreiking ontvangen de deelnemers een handzame brochure die de gidssing in woord en beeld illustreert.

Hoe reist u naar Den Haag?

Auto - Met de auto naar de parkeergarage Den Haag: P+R Hoornwijck: parkeren en tramdagkaart: Je parkeert je auto de hele dag bij P+R Hoornwijck, en reist de hele dag met de tramlijnen van HTM. Je mag reizen met maximaal 4 personen. P+R-terrein Hoornwijck ligt aan de Laan van Zuid Hoorn 38 Rijswijk (parkeergarage). Je komt er via de A4 (afslag 9, Ypenburg) en de A13 (afslag 7, Den Haag-Zuid). Met tram 15 ben je – tot halte Spui vlakbij het Plein - zo ter plaatse. Parkeren + een dagkaart voor het openbaar vervoer voor 4 personen kost aan die P+R op zaterdag van 00:00 tot- 24:00 uur: € 2,00.

Openbaar vervoer - Voor mensen die met het openbaar vervoer komen: de internationale treinen stoppen op Den Haag Hollands Spoor. Daar overstappen op Den Haag Centraal en dan ong. 10 minuten lopen naar het Plein. Zie desgevallend www.9292.nl voor de aansluitingen.

Aanmelden: Het is noodzakelijk zich aan te melden. Dat kan schriftelijk per brief of e-postbericht via ons secretariaat  tot uiterlijk 29 juli. Indien ook geopteerd wordt voor een bezoek aan het Mauritshuis, dient dit op voorhand meegedeeld te worden.

 

Ontmoetingsdag Zannekin - Frans-Vlaamse Cultuurdag 2016
op zaterdag 24 september in het teken van de Geuzenopstand (1566-2016) in Belle / Bailleul


Locatie: Spijshuis “La pomme d'or”, 27 rue d'Ypres – 59270 Belle / Bailleul. Tel 03 28 49 11 01

Programma:

10.30 uur: ontvangst deelnemers; Koffie/Thee

11.00 uur: Verwelkoming door Eric Vanneufville, voorzitter van het ‘Huis van het Nederlands’ (MNL) te Belle, en door Leo Camerlynck, voorzitter van de Stichting Zannekin

11.15 uur: Lezingen over de “1566, jaar van de Beeldenstorm” door Martin Heida, voormalig voorzitter van de Vereniging/Stichting Zan-nekin, en door de Frans-Vlaming Wido Bourel

12.30 uur: Vlaams middagmaal

14.00 uur: Rondleiding door de stad Belle met Jan van Tongeren en Leo Camerlynck als gidsen; met aandacht voor:

o   het Maison du Néerlandais / Huis van het Nederlands

o   de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Halle

o   het Museum Benedict de Puydt onder leiding van conservatrice Hedwig van Hemel

o   de borstbeelden van Edmond de Coussemaeker en Marguerite Yourcenar

o   de Sint-Vedastuskerk

o   het Monument van de Gesneuvelden op de ruïnes van de oude kerk

o   de Kantschool

o   het Présidial des Flandres

o   het toekomstige Centre d’histoire et de culture flamandes

o   het Stadhuis en Belfort

17.00 uur: Vlaams gebak met koffie/thee en gezellige babbel

Vanaf 18.00 uur: einde/terugkeer

Deelnameprijs: koffie, middagmaal, drankforfait, namiddaghapje, toegangen: 55 €, bij aanmelding te vereffenen op een van onze rekeningen.

Aanmelden via ons secretariaat (e-bericht, brief, telefoon) kan tot uiterlijk 18 september via het secretariaar: Paddevijverstraat 2, B.8900 Ieper.
.U vindt onze coördinaten onder de administratieve gegevens.

 

Het monument van Edmond de Coussemaeker te Belle

Rond de Geuzentijd lopen momenteel tentoonstellingen:

te Ieper, in de Sint-Maartenskathedraal van 11 juni tot 11 september

te Poperinge in de Sint-Bertinuskerk van 10 augustus tot 14 september

 

Un éveilleur de peuple, l’abbé Jean-Marie Gantois (deel 2)


Fréderic van den Berghe

Eveiller le peuple

Gantois a tellement use et abuse de pseudonymes qu`il est vain d'en vouloir faire la liste. Mais son style et ses tournures sont assez faciles à déceler: «ça, c'est du Gantois!», on se trompe rarement. Ce péché mignon a l'avantage de démontrer que Gantois ne recherchait nullement la gloriole de la publicité de ses œuvres. L'important pour lui était d'éveiller le lecteur. Certains de ses farouches contempteurs ont voulu confondre opiniâtreté dans le combat avec prétention à la reconnaissance publique. Tout le monde ne passe pas son temps à sculpter sa propre statue.

Depuis 1941, le mouvement touche un public beaucoup plus large grâce à un journal hebdomadaire, La Vie du Nord, qui officiellement n'a aucun lien avec le Vlaams Verbond. Sous couvert d'une infinité de pseudonymes, Gantois y publie autant d'articles sur les sujets les plus variés, essentiellement l'histoire et la culture.

Il est cocasse de constater que si, au début, l'illustration pleine première page présentait tel ou tel beffroi, tel ou tel clocher, un moulin ou la récolte des chicons, des paysans au visage buriné et leurs solides épouses à fichu dans l`air du temps («la terre ne ment pas!»), ces thèmes firent place, à la longue, à d'accortes stars du cinéma ou du théâtre, qui avaient de proches ou lointaines attaches avec nos contrées... Le marketing n'avait pas encore été inventé, mais la méthode existait déjà. L'important était la marque de savon que l'on vendait, et le savon était flamand.

Régionaliste, flamingant au sans culturel du terme, on n'a jamais pris Gantois dans la collaboration politique ou toute une frange de l'intelligentsia française s`était fourvoyée. Une fois la guerre terminée, lorsque le VVF et ses dirigeants comparaîtront devant le Tribunal de Lille, dès le 9 décembre 1946, Gantois qui n`avait pas fini cette guerre dans les fourgons allemands en retraite se proclamait «ni coupable, ni repentant».

La République restaurée après l'intermède Pétain (Ah, lui aussi était de chez nous, pas de chancel), la République, donc, avait des comptes à régler. Un peu trop zélé, certains de ses serviteurs iront par exemple en Bretagne jusqu'à rechercher des «traitres» (nationalistes Bretons) qui avaient déjà été fusillés par les... nazis! En Flandre, c'était l'occasion rêvée de faire taire tout mouvement enraciné, identitaire dirait-on aujourd`hui. C'était la «divine surprise» des revanchards. «T'as du talent, je n'en ai pas, il faut que ça change!» disait Arletty en parlant de cette période de règlements de comptes.

Le procès

Le procès fut l'occasion, pour Gantois, de s'amuser aux dépens de ses détracteurs. Ses péroraisons savantes et ses remarques faussement naïves firent les délices du public ou suscitèrent son hilarité. C'est ce qu'en rapporte la presse de l`époque:

Le Président: Comment osez-vous dire que Jeanne d'Arc n'était pas française?

L'accuse: Mais bien entendu, Monsieur le Président, ses voix ne lui disaient-elles pas «Jeanne, va en France ou c'est grande pitié». Si elle devait aller en France, c'est que Domrémy n'y était pas!

Cruel, n'est-il pas? Et tant d'autres saillies du même tonneau. Dans son réquisitoire, le Commissaire du Gouvernement ne demande rien moins que la peine de mort. Le verdict sera sans commune mesure avec les attentes du Ministère Public et de la cohorte des adversaires et ennemis.

Une pièce remarquable cependant aurait dû anéantir Gantois devant ses juges. On sortit d'une malle de documents abandonnée au Touquet une lettre bientôt connue sous le nom de «Lettre à Hitler». Il s'agissait d'une cinquantaine de feuilles dactylographiées, accompagnées d'une lettre sans signature autographe ou Gantois, disait-on, faisait allégeance au Reich millénaire et à son Führer.

Accusation bien plus grave que celles de certains témoins qui avaient entendu dire (par leur concierge?) que Gantois était destiné à devenir évêque d'Ypres, à moins que ce soit GauIeiter de Flandre «ou quelque chose de ce genre». Des «élucubrations qui doivent laisser sceptiques les jurés» note le journal Nord-Soir.

Cette fameuse lettre n`eut pas l'effet létal escompté. De toute évidence, le mémoire est une compilation de diverses thèses et articles de Gantois; on y reconnait bien son style et ses arguments, largement développés par ailleurs. La lettre proprement dite est d'une telle servilité et obséquiosité qu'elle ne peut être de Gantois. Les connaisseurs y ont vu la patte d'un professeur allemand, Franz Petri, spécialiste ès germanite, bien introduit en haut-lieu, et habitue des formules de politesse de ces milieux.

Eric Defoort (Université de Courtrai - kulak), qui dirigea après la mort de l`Abbe le legs de sa riche bibliothèque, interroge à ce sujet lors d'un colloque, admit qu'il était bien difficile de faire la part entre ce qui revint à Petri et ce qui est de Gantois. Le débat est clos: on n'a jamais pu prouver l’authenticité de la lettre. Si cela avait été le cas, l`Abbe n'aurait pas échappé au peloton d'exécution. La justice populaire fut en fin de compte bien plus clémente. Gantois écopa de cinq ans de prison et en effectuera à peine plus de trois. Finalement, un épilogue judiciaire en rapport avec la minceur du dossier d`accusation.

L'après-guerre

Gantois sortit de prison le 8 octobre 1948, mais restait interdit de séjour dans 17 départements. Bien entendu les 4 du Nord de la France sur lesquels s`étendait l'action du VVF, mais aussi, - et là, quel aveu pour la République! - toute la frange périphérique de l'Hexagone: les 5 (oui: 5!) départements bretons, 3 d'Alsace-Lorraine, 2 de Savoie, les Alpes maritimes, les Pyrénées Atlantiques et Orientales. Total 17.

Seule la Corse avait été oubliée parmi les régions où l'abbé cultivait ses relations...

L'Abbé connut alors un exil temporaire dans une contrée qui ne devait vraiment pas lui déplaire: la Bourgogne. Puis ensuite à Brachay, en Haute-Marne. Il mit à profit ses loisirs forcés pour écrire et correspondre avec ses très nombreux amis. Dès 1950, il peut revenir en vacances dans son village de Watten. La rapidité de ce retour à une situation normale est tout de même à porter au crédit de la France: dès 1951, des lois d'amnistie sont votées pour les personnes frappées d`«indignité nationale», un concept juridique inventé lors de la Libération/épuration (qui sera aboli par une loi de 1953 qui mettra fin à l'inéligibilité et rétablira les droits à la retraite). Seuls resteront imprescriptibles les «crimes contre l'Humanité».

Un pays européen n`a pas encore entrepris cette démarche plus de 70 ans après ces évènements: la Belgique où, au nom de la vertu, on s'obstine à refuser l'amnistie ou la réhabilitation des réprouvés. Alors qu'en France c'est en 1964 qu'on libère le dernier condamné pour collaboration, on se demande pourquoi la Belgique, toujours si prompte en toute chose à suivre la mode de Paris, refuse cette fois de suivre l`exemple de la France...

La troisième partie de la vie de Gantois, si elle fut plus discrète, n'en sera pas moins active, et même prolifique. L`Abbé ayant renoué avec ses nombreux amis et s'en étant fait de nouveaux grâce au... procès, se relance dans la publication de nombreux articles dans diverses revues françaises, belges ou néerlandaises. C`est l'époque où il collabore à la revue normande Viking. En Flandre même, il prend contact avec un jeune médecin, engagé volontaire en 1944 (donc clean, comme on dirait aujourd'hui), Jan Klaas, de Saint-Omer, qui deviendra son bras droit dans l'aventure de la résurrection d'un périodique flamand en France: Notre Flandre. Car là encore, c'est bien entendu l’œuvre de l`Abbé; la revue ne survivra pas à sa mort, et le dernier n°, en 1969, est un hommage. Le docteur Klaas, créera alors La Nouvelle Flandre, d'orientation plus générale (culture, langue, mais aussi économie, évènements sociaux, aménagement) mais qui ne dépassera pas le n° 5.

Une notoriété internationale

Au fil des ans, le caractère de Gantois accepte de moins en moins ce qu'il considère peut-être à tort comme des compromissions, et il se brouillera avec de gens de bonne volonté qui, de leur, côté, fournissent un travail non négligeable, notamment dans l`enseignement de la langue néerlandaise. Citons ici le Comité pour la Flandre française, et son animateur infatigable, Luc Verbeke, de Waregem, en Flandre Occidentale belge.

S'il se coupe de certains, l'Abbé conserve de solides amitiés avec d'autres, notamment avec H.P. Schaap, avocat juif néerlandais, officier dans l'armée (néerlandaise) des Indes. Très tôt, dès les années vingt, Schaap est membre fondateur de l'association estudiantine nationaliste Diets Studentenverbond, et il refondra en 1964 l'association Zannekin (la précédente avait succombé en 1944) dont le but est de financer et aider par tous les moyens l'idée flamande en Flandre française, notamment la revue Notre Flandre.

C'est cette association qui forcera Gantois à accepter un hommage qu'il méritait bien pour son 60 anniversaire (1964), au château des comtes de Flandre, à Male, près de Bruges. Les messages qu'i| reçut à cette occasion lui parvinrent du monde entier, il n'est que de relire le n° spécial de Notre Flandre édité à cette occasion. En 1962 déjà, l'année de son retour à Lille à la paroisse St-Michel, il avait déjà reçu la consécration de son apostolat flamand lors de son élection à l'Académie Néerlandaise de Leyde, au fauteuil occupé auparavant par deux autres Flamands de France, Camille Looten et René Despicht.

Fin mai 1968, au lendemain de l'enterrement de sa mère, Gantois décède dans des circonstances pénibles. Il ne faut pas cependant évoquer quelque complot trouble comme certains l'ont fait d'un air entendu. Probablement pris d`un malaise lors d'une promenade le long du canal de la Colme, à Watten, il glissa sur la berge et se retrouva à mi-corps dans l`eau, sans qu'on en ait trouvé dans ses poumons. Donc, pas de noyade.

Dieu lui avait accordé de mourir là où il était né, n'était-ce pas une grâce? Dieu est d'ailleurs facétieux, Lui qui avait fait naitre Gantois un 21 juillet, ce qui ennuyait beaucoup celui-ci, rappela l'âme de son prêtre wallon et ennemi intime de Gantois, l'abbé Jules Mahieu, grand napoléonomane, le 11 juillet 1968. Espérons que le paradis est assez vaste pour qu'ils ne se rencontrent jamais.

Il faudrait des thèses universitaires pour rendre compte de l`action de |'abbé Gantois, et évaluer son influence, et son héritage. S'il est impossible de transposer toutes ses idées à l'époque actuelle, c`est que le monde change et évolue, que bientôt un demi-siècle nous séparera de sa mort. Si les soixante-huitards font déjà figure d'anciens combattants, que dire d'un homme dont l'essentiel de l'action se situe dans l'entre-deux-guerres?

Que reste-t-il de l’Abbé? Et bien ses écrits. Un proverbe flamand dit «Wie schrijft die blijft». (Celui qui écrit reste présent). Chacun peut faire son miel, critiquer, apprécier, apprendre, découvrir, voire même rejeter, mais juger sur pièces. C'est sur ce principe que repose |'honnêteté intellectuelle. On voudra bien, dans cet océan d'écrits, méditer sur ce que l'Abbé disait de l'Europe. Munis de ce viatique, partons à la découverte de notre passé, imaginons notre avenir, la tâche est grande. Il y a encore des beffrois à construire.

_______________

Bron: Magazine des Amis de Jean Mabire, nr 45, Solstice d’Eté 2015, pp. 14-17. Publicatie van de l’Association des Amis de Jean Mabire, 15, route de Breuilles, F. 17330 Bernay Saint Martin. Prijs: 5 €. Zie ook: www.jean-mabire.com

In het betreffende rijk geïllustreerde nummer van 40 pagina’s wordt verder ook uitgebreid aandacht besteed aan:

Opmerking: Jean Mabire (1927-2006) was een Normandische auteur en regionalist met aandacht voor de Franse Nederlanden.

 

Kinderen van de Beeldenstorm


Met deze studie is Wido Bourel (°Kaaster in Frans-Vlaanderen 1955) aan zijn tot nog toe omvangrijkste publicatie toe. Zijn onderwerp kadert in de herdenking van het uitbreken van de Beeldenstorm te Steenvoorde, op 10 au-gustus 1566, dus dit jaar 450 jaar geleden.

In zijn inleidend hoofdstuk schets hij summier de oorzaken ervan en de wervelstorm die daarop doorheen de Nederlanden raasde. Uit dit tijdsgewricht selecteerde hij een tiental ‘kinderen’ – zowel bekende als beruchte, maar ook soms uit het collectieve geheugen ver-dwenen – Zuid-Nederlanders. Even opsommen: Charles de l’Ecluse, plantkundige uit Atrecht; Pieter l’Oyseleur de Villers uit Rijsel, rechterarm van Willem van Oranje en auteur van diens Apologie; Pieter Datheen, de psalmberijmer uit Kassel, wiens graf we tevergeefs zochten in Elbing (thans Polen); Adriaan de Berghes uit Olhain en Guislain de Fiennes uit Lumbres, admiralen van de Watergeuzen; Antonius Temmerman Fabri uit Duinkerke, de dubieuze dominicaan betrokken bij een aanslag op Willem van Oranje; Pieter Platevoet uit Dranouter, predikant en cartograaf in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie; Gautier Herlin, watergeus uit Valencijn; Cathelyntje Trigault uit Prisches, de moeder van alle Europese Amerikanen; Maria de la Queillerie uit het Leiedal, echtgenote van Jan van Riebeeck en eerste Europese vrouw op Kaap de Goede Hoop.

Over deze tien, de ene al meer bekend dan de andere, wist de auteur hun levensverhaal te achterhalen en de meest markante scharnier-punten ervan in het licht van hun tijd te boekstaven. Een niet geringe prestatie die getuigt van een erudiete zoektocht doorheen zijn bronnen.

In zijn afsluitend nawoord besteedt de auteur ook nog aandacht aan begrippen als ‘volkssoevereiniteit’ (Althusius), ‘historische lotsver-bondenheid’ (die Henegouwers, Artesiërs en Picardiërs terecht tot Nederlanders stempelt) en ‘religie en fanatisme’ (meer dan ooit aan de orde in deze tijd). Sterk aanbevolen!

____________________

N.a.v. Wido Bourel, Kinderen van de Beeldenstorm. Tien bekende, beruchte of vergeten Zuid-Nederlanders in de geuzentijd, gen., 123 pp., ISBN 978-94-9143-606-2, NUR 630, prijs: € 20,00 + € 3,50 verzendkosten. Bestellen via overboeking van het bedrag op rekening IBAN: BE38 8440 4509 0172 – BIC: RABOBE22 t.n.v. Wido Bourel, Merellaan 7, 2288 Bouwel.

 

Nieuw Oud Vlaams 2


De uitgave van een tweede bundel Nieuw Oud Vlaams (2), van de hand van Cyriel Moeyaert – met nieuwe aanvullingen op zijn Woordenboek van het Frans Vlaams, kon ondertussen gerealiseerd worden. Onze leden vonden het als bijlage bij het Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ 2016. Ook dit tweede deel telt 96 pagina’s en is ruim geïllustreerd met o.a. foto’s van zegslieden ons bezorgd door Mark Ingelaere. Extra-exemplaren van deze uitgave kunnen besteld worden door overboeking van 10 € (leden) of 12 € (niet-leden) op onze bankrekening (zie p.2), met de vermelding: ‘Nieuw Oud Vlaams 2’. Van de 2e druk van Nieuw Oud Vlaams 1 resten nog aan handvol exemplaren verkrijgbaar aan dezelfde prijs. Bij bestelling daarom steeds specifiëren welk deel – 1 of 2 – gewenst wordt.

 


 

Restauratie graf Lodewijk de Baecker


Naar aanleiding van de 40e Zwijgende voettocht aan de Penebeek op 18 april 2016 werd op het kerkhof van Noordpene het gerestaureerd graf van Lodewijk de Baecker ingehuldigd.

Opmerkelijk is de niet mis te verstane tekst op de gedenksteen: ‘Trouw aan de Neder-landse Gedachte,’ waarmee de kern van De Baeckers streven terecht beklemtoond wordt.

Initiatiefnemer van de restauratie was Wido Bourel die daarvoor zowel de Marnixring als onze Vereniging/Stichting Zannekin wist te winnen. Hij lichtte bondig de verdiensten toe van Lodewijk de Baecker. Tot slot vergastte Claude Devulder, voorzitter van het Comité van de Pene, de aanwezigen op doedelzakmuziek. Die viel na afloop van de voettocht ook te beluiteren bij het afsluitend vriendentreffen met samenzang en volksdans.

Wido Bourel is ook de auteur van de publicatie De saga van Lodewijk. Over Lodewijk de Baecker, voorvechter van de Nederlandse Gedachte, dat in 2014 verscheen en waarin aandacht besteedt werd in onze Nieuwsbrief 2/2015, p. 16.

Na de plechtigheid aan het gerestaureerde graf van Lodewijk de Bae-cker werd de 40e voettocht-tocht doorheen het Slagveld van de Penebeek (1677) aangevat.

 

 

(Foto’s Edgard Stubbe)

 

 

Hulde aan het graf van Lodewijk de Baecker


Wido Bourel

Beste Vlaamse vrienden, e zijn vandaag bijeen om hulde te brengen aan een groot man van ons volk: Lodewijk de Baecker. Twee jaren geleden, n.a.v. de 200e verjaardag van zijn geboorte, schreef ik een boekje over Lodewijk. De titel: De Saga van Lodewijk. En de ondertitel die veel zegt over de man: voorvechter van de Nederlandse Gedachte in Frankrijk. Het was voor mij de gelegenheid om zijn graf te komen opzoeken in Noord-pene. En dat viel tegen: ik ontdekte een vuil, vervallen graf. Anoniem ook: zelfs de naam van Lodewijk was onleesbaar geworden. Zo kwam ik op het idee om het graf van Lodewijk de Baecker te laten restaureren en te voorzien van een nieuwe tekst in de vorm van een gedenkplaat.

Wie was Lodewijk de Baecker? 

Officieel was hij, volgens een Franse biografie verschenen in 1860, en ik citeer: magistraat, germanist, archeoloog, officier van de academie, inspecteur van het beschermd historisch patrimonium van het Noorder-departement, correspondent van het ministerie van binnenlandse zaken en van onderwijs, lid van verschillende geleerde genootschappen in Frankrijk en elders. Voor ons Vlamingen blijft hij vooral de onvolprezen auteur van meer dan vijftig boeken. Boeken over Vlaanderen, over de heidense tijden, en ook over de grote Germaanse epossen als de Niebe-lungen, Gudrun en het Roelandslied.

Een boek als mijlpaal

Een mijlpaal in de Vlaamse heropleving is zijn boek Les Flamands de France. Deze publicatie leidde tot de oprichting in 1853 van het Comité Flamand de France, toen nog een echt Vlaams Comité waarvan Lodewijk medeoprichter en ondervoorzitter werd. Maar De Baecker was een Vla-ming uit één stuk en verliet snel het CFF omwille van gebrek aan radi-calisme. Lodewijk de Baecker ijverde zijn leven lang - dan maar op zijn eentje - ten gunste van het onderwijs van de Nederlandse taal en cul-tuur. Alleen was hij actiever dan alle Vlaamse verenigingen samen.

Actualiteit van Lodewijk

De gedachten van Lodewijk de Baecker blijven zeer actueel. Hij besefte beter dan wie ook dat de Nederlanden in Frankrijk geen ‘Hauts de Fran-ce’ waren maar, historisch en cultureel, het zuiden van de Nederlanden. Beter geïnspireerd dan de huidige Franse machthebbers noemde hij de regio Néerlande. Actueel ook: in het voetspoor van de Vlaamse en Nederlandse voormannen uit zijn tijd was hij de eerste in Frankrijk die het begrip Nederlands introduceerde om onze taal en haar dialecten aan te duiden. De huidige verdedigers van het Vlaams als een aparte taal, vreemd aan het Nederlands, kunnen van Lodewijk nog iets leren.

Lodewijk de Baecker onderhield nauwe en vriendschappelijke contacten met grote namen als Ferdinand Augustijn Snellaert, Josephus Alber-dingk Thijm, Jacob Grimm en Heinrich Hoffmann von Fallersleben.

Dankwoord

Tot besluit wil ik nog alle privé personen danken - alsook twee ver-enigingen - de stichting Zannekin en de Marnixring - die meehielpen om de nodige fondsen voor deze operatie te verzamelen. Een bijzondere woord van dank ook aan Mark Ingelaere voor de logistieke assistentie.

Lodewijk de Baecker, Vlaanderen en de Nederlanden groeten u als voorvechter, schrijver en filoloog, trouw aan de Nederlandse gedachte.

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

Een cisterciënzer klooster-“familie”

De grote inspirator van deze monnikenorde was Bernardus van Clair-vaux (1090-1153). Het is met name aan hem te danken dat deze orde zo’n grote vlucht nam in West-Europa. Vanuit Clairvaux waaiert deze klooster-“formule” onder andere uit in noordelijke richting en bereikt ook zo de lage landen. Drie van deze kloosters wil ik aan u voorstellen en wel vanwege de “familiale” verhouding die ze tot elkaar hebben.

De moeder

In 1165 – het was vorig jaar 850 jaar geleden – streken cisterciënzer monniken neer in de omgeving van het huidige Rinsumageest, een dorp een tiental kilometers ten zuidwesten van Dokkum gelegen. Het door hen gebouwde klooster – dat met een verwijzing naar het oorspron-kelijke klooster van deze orde Klaarkamp werd genoemd – was de eer-ste vestiging in onze landen. Deze plaats voldeed aan de voorwaarden die daaraan gesteld werden. Eén van de belangrijkste was dat in de directe omgeving stromend water aanwezig was. In de Klaarkampse optie voldeed daaraan het riviertje dat vandaag als Dokkumer Ee op de kaart staat aangegeven.

De monniken gingen gekleed in een habijt van goedkope ongekleurde wol. In Friesland werden ze in de volksmond “schiere” monniken ge-noemd. Tot op de dag van vandaag is deze naam te beluisteren in het eiland dat dienst deed als hun uithof: Schiermonnikoog. Naast de dienst van de gebeden hielden de monniken zich o.a. bezig met ontginnings-werkzaamheden. De eerste gebouwen werden opgetrokken uit turfsteen die aangevoerd werd uit de Eifel. Later werd overgeschakeld op bak-steen, gebakken van klei uit de directe omgeving; bovendien had men de beschikking over turf waarmee de ovens gestookt konden worden.

Het klooster Klaarkamp moet een indrukwekkend bouwwerk geweest zijn. Maar daarvan is niets bewaard gebleven. Als in 1580 Friesland om gaat, dat wil zeggen de zijde van de Hervorming kiest, wordt het kloos-ter opgeheven en gaat het “dienst’ doen als steengroeve. Het enige wat aan dit stuk verleden herinnert is een licht verhoogd stuk land waar ooit dit complex heeft gestaan.

De dochter

Zeven kilometer ten westen van de stad Groningen ligt het dorp Adu-ard. Hier werd in 1192 vanuit Klaarkamp de St.-Bernardusabdij gesticht, die zou uitgroeien tot een wetenschappelijk centrum. Met name de “Aduarder Kring” heeft van zich doen spreken. De namen van Wessel Gansfort en Rudolfus Agricola waren er nauw mee verbonden. De Beel-denstorm van 1566 mag dan aan deze abdij voorbij gegaan zijn, dat was niet het geval met het oorlogsgeweld. Daar kreeg het in 1568 mee te maken als nasleep van de gevechten bij Heiligerlee.

In 1594 wordt de stad Groningen door Prins Maurits veroverd als ge-volg waarvan het klooster werd opgeheven. In tegenstelling tot Klaar-kamp is in Aduard niet alles uitgewist. De ziekenzaal bleef behouden en doet tot op de dag van vandaag dienst als kerkgebouw van de plaatse-lijke Protestantse gemeente.

De kleindochter

Hiervoor moeten we de grens over en wel naar Oost-Friesland. Daar werd in 1230 vanuit Aduard te Ihlow – een dorp te zuidwesten van Au-rich – het klooster Schola Dei gesticht. Maar ook het “grootmoeder”-klooster Klaarkamp had de nodige bemoeienissen met dit “kleinkind”. De gebouwen werden opgetrokken op een verhoging in het landschap die omgeven was door moerassen. Dit bood aan de ene kant veiligheid, aan de andere kant nodigde deze ligging uit zich intensief bezig te gaan houden met ontginningswerk.

In 1529 gaven de graven Enno en Johan opdracht om de gebouwen af te breken. De stenen werden naar Aurich overgebracht en deels gebruikt voor hun eigen versterkingen en deels voor de bouw van de Lamberti-kerk. Ook het Antwerps retabel kreeg in deze kerk een plaats en bleef daardoor bewaard.

Vanaf 2005 hebben op het terrein van het voormalige klooster regel-matig opgravingen plaats gevonden. Ze gebeurden in het kader van het Ihlow-project. De eerste aanzet daartoe dateert van 1970; daaraan is de naam van Harm Wiemann nauw verbonden. In 2009 kon het afgerond worden met de voltooiing van de staalconstructie die een voorstelling geeft van de voormalige kloosterkerk.

Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53

NL-3905 CB Veenendaal

Voor belangstellenden geef ik nog een aantal uitgaven door: Philip Holt, Schiere monniken en grijze vrouwen. Cisterciënzers in Nederland 1165-1797, Een overzicht, Uitg. Damon, Budel. 2015. 344 blz. € 39,90. ISBN 978.94.6036.189.0.

Erwin Boers, Klaarkamp. Middeleeuws klooster bij Rinsumageest. Schiere monniken in noordelijk Fryslân, Uitg. Unipers, Hoorn. 2014. 96 blz. € 15,95. ISBN 978.90. 8741.029.2.

Berhard Buttjer (tekst) en Martin Stroman (foto’s), Wo einst die Mönche lebten. Die Klosterstätte Ihlow, ein Forst und zwölf Dörfer, Uitg. Verlag Soltau-Kurier, Norden. 2009. 156 blz. €19,50. ISBN 978-3-939870-22-7.

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck

Een uniek Vlaams-Waals Natuurproject “De Rietbeemd - Les Prés Rosières”

In Overboelare en Moerbeke, deelgemeenten van de Oost-Vlaamse stad Geraardsbergen, en in Twee-Akren, deelgemeente van de Henegouwse stad Lessen, ligt het natuurreservaat ‘De Rietbeemd – Le Prés Rosières’.

Het hele gebied is in eigendom van de Waalse natuurbe-schermingsverenigingen Vogelbescherming (LRBPO) en de Vlaamse vereniging Natuurpunt. Thans is het nog het enige taalgrens-overschrijdend natuurreservaat in België.

De joviale Conservator van dit prachtig stukje meersenlandschap is Godfried Merlevede, zoon van Daniël Merlevede, die een tijd lang voorzitter was van het Komitee voor Frans-Vlaanderen (KFV). Godfried was lange tijd leraar Grieks en Latijn aan het College van Ge-raardsbergen.

De Rietbeemd ligt in de nog open, bebouwingsvrije vallei van de binnenkort opnieuw meanderende Marke, een visrijke bijrivier van de Dender. Nagenoeg de hele vallei is door het Vlaamse en het Waalse Gewest ingetekend als Habitatrichtlijngebied (Natura 2000). Op de heuvelflanken met prachtige vergezichten treft de bezoeker her en der gemengde loofbossen aan, met nog sporen van “wastines” of halfopen natuurlijke overgangszones tussen de verschillende bospercelen. Een tiental hectaren bos zijn zelfs eigendom van het reservaat.

http://www.natuurpunt-boven-dender.be/natuurgebieden/Rietbeemd/logorietbeemd.jpgDe Rietbeemd is bijna 80 ha groot en werd gesticht in 1987, toen er nog geen sprake was van enige natuurbescher-ming in deze streek!

Aan de rand van het natuurgebied werd een bezoekerscentrum ingericht in de schuur van de historische St. An-toonshoeve, die met eigen middelen werd verbouwd. Men kan in dit authentieke kader o.m. terecht voor een mooie diamontage van het reservaat in de vier seizoenen of een prachtig schaalmodel.

“Zelfs vanop de openbare weg kun je in dit ware stilte- en duisternisgebied nog ‘geluiden der stilte’ beluisteren zoals de zang van vogels of ’s nachts genietend van de kreten van 4 verschillende soorten uilen, de sterrenhemel bewonderen in de ingetogen vallei, zonder al te veel lichtvervuiling”, verklaart met enige trots conservator Godfried.

Overdag kan de wandelaar er, tussen een twintigtal verschillende soorten dagvlinders, ook de kudde Galloway- en Limousinkoeien bewonderen te midden van een gevarieerd landschap met knotwil-genrijen, hagen, houtwallen, rietvelden, prachtige geurige moeras-spirearuigten, moerasgebieden, ouderwets meanderende beekjes en amfibieënpoelen. De grazers worden ingezet voor de extensieve be-grazing van bepaalde percelen, wat duidelijk de biodiversiteit ten goede komt.

Dit is het te respecteren leefgebied van een hele schare vogels: nach-tegaal, wielewaal, buizerd, sperwer, wespendief, torenvalk, boomvalk, alle mogelijke soorten grasmussen, sprinkhaanzanger, rietgors (het logo van het reservaat), Orpheusspotvogel, steenuil, kerkuil, ransuil, bosuil, … om maar de belangrijkste te noemen.

http://www.natuurpunt-boven-dender.be/natuurgebieden/Rietbeemd/wegwijzers.jpg-for-web-large.jpg“Misschien heb je zelfs een onverwachte ontmoeting met één van onze laatste en ook mooiste nog overlevende wilde zoogdieren: de vos. Een hele belevenis! Ook een hermelijn, een wezel of een bunzing kan je pad kruisen, zonder de amfibieën te vergeten of de gouden tor, de hoornaar, de horzelvlinder en de weidebeekjuffer”, vervolgt conservator Godfried.

Sinds kort beschikt het reservaat ook over twee bewegwijzerde, vrij toegankelijke wandelpaden, met hier en daar een rustbank. Geleide wandelingen kunnen op aanvraag steeds georganiseerd worden. Alle info bij Godfried Merlevede – Chapelle Saint-Pierre 14 – B 7864 Twee-Akren/Lessen – E-post: derietbeemd@hotmail.com

FrankfurtFrankfurter Buchmesse

De jaarlijkse Frankforter boekenbeurs of Frankfurter Buchmesse, die in de maand oktober in Frankfurt plaatsvindt, is de grootste en belangrijkste ter wereld. Niet minder dan zevenduizend standhouders uit meer dan honderd verschillende landen hebben er een plek en ruim 9.000 journalisten en onge-veer 275.000 boekenliefheb-bers bezoeken ieder jaar deze beurs. Dit jaar vindt deze Buchmesse plaats van woensdag 19 oktober tot en met zondag 23 oktober 2016. Traditiegetrouw is er op deze Buchmesse een gastland (Ehrengast). Het is de bedoeling om dan de literatuur maar ook en vooral de cultuur in ruime zin van dit gastland extra in de kijker te zetten.

Na Nieuw-Zeeland (2012), Brazilië (2013), Finland (2014) en Indonesië (2015) zijn het dit jaar Vlaanderen en Nederland die zich gezamenlijk als ‘Ehrengast’ mogen voorstellen op 68e Frankfurter Buchmesse.

 

Leo N.J. CAMERLYNCK

«De Zavelberg» Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL / Brussel

T. 00 32 485 630 227 - F. 00 32 2 376 75 96

e. leo.camerlynck@skynet.be