> nieuwsbrief > 34e jg. - 4e trimester 2016


Bijdragen over:


Mededelingen

Hernieuwen ledenbijdrage voor 2016

Mocht u – tot nog toe nagelaten hebben uw bijdrage te vereffenen, dan kan dit alsnog en dit bij voorkeur gebruik van ons ‘Belgische’ zogenaamd ‘Europees’ rekeningnummer iban BE13 4648 2202 5139 – bic: KREDBEBB BE, waarvan de rekeningoverzichten ons dagelijks meegedeeld worden. U krijgt dan het jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ 38 (2016) alsnog tegen de leden-prijs van 29 € toegestuurd.

EUVO (EUropa der VOlkeren) werd opgericht door de E.H. Luc Vranckx (Antwerpen 10 juli 1931-Varsenare 8 mei 2014) in 1984.

Vanaf de oprichting was het doel bij uitstek het Vlaamse karakter van de Franse Westhoek te bewaren en te bevorderen.

In het gezegende jaar 2014 stond de teller van het aantal geplaatste borden op meer dan 750. Elk jaar worden er een 40-tal nieuwe borden geplaatst.

Oude borden die de tand des tijds niet overleven, worden op eenvoudig verzoek vervangen. Naast het bord ontvangen de bewoners een Leeuwenvlag en een tweetalig perkament met daarop de tekst die wordt gelezen voor het huis n.a.v. de onthulling. Borden met Vlaemsche of Nederlandse tekst wordt aangebracht op huizen, boerderijen, afspanningen, kerken kapelletjes en gemeentehuizen.

Contacteer ons indien u een EUVO-bord wenst te plaatsen of te sponsoren. Is een bord verdwenen of onleesbaar laat het ons weten. Neem daartoe contact op met Karel Appelmans, 06 18 22 49 57 karel.appelmans@gmail.com of met Mark Ingelaere 32 477 19 13 05 tisjetasje1853@gmail.com

 

LIHF – L’Info(rmation) Histoire de Flandre


C’est un lieu ouvert à tous eu qui s’intéressent à l’histoire de la Flandre, q’elle soit française, belge ou zélandaise. Tout un chacun y trouvera:

o   Plussieurs centaines d’ouvrages et doument à consulter, répartis en 30 thèmes majeurs.

o   Une exposition permettant de déouvrir l’histoire de la Flandre.

o   Un ensemble de données consultables sur disque dur.

o   Un conseiller historique au service du public.

o   Des conférences et expositions poncttuelles par des spéialistes volontaires agrées par le comité sientifique du LIHF.

o   Un lieu de réunion de travail utilisable sur demande, par des sociétés actives en matière d’histoire et de patrimoine de la Flandre.

o   À terme une structure organisatrice de découverte de lieu emblématique du patrimoine flamand de France, Belgique ou Zélande.

Renseignements pratiques cette structure gérée par le CHAB (Cercle d’Histoire et d’Archéologie de Bailleul), et installé dans des locaux communaux, se présente comme suit:

o   Lieu: 1, rue Pharaon de Winter, au rond-point où est situé le monument britannique 14-18, au départ de la route de Méreren-Cassel.

o   Jours et heures d’ouverture: mardi, mercredi, jeudi, de 10h à 13h et de 14h à 17h, ainsi sur rendez-vous pour les groupes et associations, et nocturne le mercredi jusqu’à 20h.

o   Contact: +336 11 51 57 03, ericvanneufville@aol.fr
 

Uit en over Frans-Vlaanderen


Cyriel Moeyaert & Mark Ingelaere

o   De Vlaamse leeuw is terug op het stadhuis van Belle. Er zijn nieuwe toeristische panelen over de wederopbouw van de stad, uitleg in het Frans, Engels, Duits en Nederlands.

o   Ongeveer 560 Franse leerlingen volgen school in Belgisch Vlaanderen. Tijdens het schooljaar 2014-15 volgden 141 Franse kinderen les in het Vlaamse kleuteronderwijs, 235 in het Vlaamse lager onderwijs en 186 in het Vlaamse secundair onderwijs. Globaal genomen is er een stijging Ten opzichte van 5 jaar geleden, zeker in het lager onderwijs.

o   Op 15 augustus hebben de bewoners van Ghyvelde en Adinkerke verbroederd met een wandeling, drank en dans. De burgemeesters van de grensgemeentes, Ann Vanheste van De Panne en Jean Decool van Ghyvelde, benadrukken in hun speech de vriendschap tussen de bevolking van de twee grensgemeentes.

o   Er is een plan om de molens van Frans-Vlaanderen te erkennen als UNESCO-werelderfgoed.

o   Mark Ingelaere zoekt geregeld Vlaams sprekende Frans-Vlamingen op en probeert van hun gesprek een kort filmpje te maken. Die opnames zijn bijzonder waardevol omdat het gaat over een uitstervende taal, dat zal maar veel later beseft worden. De filmpjes zijn te zien op volgend YouTube kanaal: https://www.youtube.com/ channel/UCdrj4xaIvZ3ekOmmM5dD8uQ

o   De vereniging EUVO (zie ook hierboven) werkt naarstig verder en staat goed aangeschreven bij de Frans-Vlamingen. Er is veel vraag naar nieuwe borden, intussen worden er ook oude borden vervangen. Mede dank zij EUVO wordt het Vlaamse karakter van de Franse Westhoek bewaard en bevorderd.

o   Binnenkort start het nieuwe werkjaar van het Davidsfonds Frans-Vlaanderen. Ook het Davidsfonds Frans-Vlaanderen zet zich in voor het behoud, de verspreiding en de verdediging van de Vlaamse cultuur en Nederlandse taal in Frans-Vlaanderen. Informatie bij de secretaris: gijs.van.ryckeghem@skynet.be

o   Ons tweede Nieuw Oud Vlaams is verschenen als bijlage bij het nieuwste jaarboek van Zannekin De Nederlanden “extra muros”. Het is apart te verkrijgen bij Zannekin of bij Cyriel Moeyaert. Ook in het Huis van de Peneslag in Noordpene is het voorradig.

o   Onze vriendin Denise Becue is overleden. Dat is heel jammer, ze sprak een schitterend Frans-Vlaams. Ze verzorgde tot op het eind haar mooie tuin, ze ging elk jaar naar Lourdes. Ze was huishoudster geweest bij de Vlaamssprekende pastoor Defoort in Sint-Janskappel. Hij was ook van Krochte. Ze woonde in Krochte langs de Romeinse heerweg en had een EUVO-bordje met de wijknaam erop Den Iepe, naast een Vlaamse kapel die ze dagelijks bezocht. Ze is in Krochte begraven.

o   Metselaar Marcel Depauw van Nieuw Koudekerke, een goede, vlot Vlaams sprekende vriend, is ons ook ontvallen. ’t Is heel jammer en verdrietig: we hebben hem de eerste keer ontmoet in Kapellebroek: een verrassende en verblijdende ontmoeting. Hij kon boeiend vertellen over z’n strenge vader die hem hielp om z’n handicap te overwinnen.

o   We lezen in de Nieuwsbrief Stichting Taalverdediging dat Google op de kaart van Wallonië de plaatsnamen in het Nederlands voorkomen, en ook in Frans-Vlaanderen, b.v. Rijsel en Duinkerke. Kan iemand nakijken of ook Belle, Sint-Winoksbergen, Broekburg en Sint-Omaars in dit geluk delen?

o   Op 19 tot 21 augustus kregen we weer het Zannekin-feest in Rekspoede, waarvan in het Frans gezegd wordt: “c’est un réenraci-nement de l’identité flamande”. Hoopvol en hartverwarmend.

o   Op 25 juni werd het mooie bord met een Nederlandse aanroeping weer plechtig aangebracht en ingezegend onder het calvariekruis in Ochtezele. Kort tevoren werd het na herstel vriendelijk overhandigd aan Karel Appelmans door het VTI van Lokeren. We kunnen die mensen niet dankbaar genoeg zijn. Ook Karel Appelmans verdient een proficiat. Een Nederlands grafkruis van een vrouwmoeder op het kerkhof van Ochtezele, zal na de nodige zorg eraan door Mark Ingelaere, weer op z’n oude plaats geplant worden

o   Wido Bourel - die over Lodewijk de Baecker een schitterend boekje geschreven heeft - bracht ons op 23 april een fijne spreekbeurt bij z’n graf in Noordpene, nadat het keurig hersteld werd op zijn initiatief. We mogen hem hiermee gelukwensen. Lodewijk de Baecker is echt een grote van ons volk als historicus en taalkundige. Hij beschouwde nog de Nederlanden als een eenheid en het Nederlands ook de taal van Frans-Vlaanderen. Wido’s hulde viel te lezen in onze vorige Nieuwsbrief.

o   Frank Allacker van Broekburg heeft ontdekt dat het Meethof in Broekburg het buitenhuis was van Edmond de Coussemaker. Hij vroeg ons naar de etymologie van Meethof. Meet zoals in Meet-kerke betekent ‘weiland’.

o   Jacques Fermaut kent het Frans-Vlaamse woord voor ‘vrijster’ of verloofde, namelijk ‘motresse’. Maar hoe heet de mannelijke verloofde in het Frans-Vlaams? Ik wist het niet. Volgens Jacques heet die ‘sjaai’. Ze heeft een sjaai. Dat staat niet in onze woordenboeken terwijl motresse er wel in voorkomt. Nog geen etymologie ervan gevonden. Bedankt, Jacques.

 


De Nederlanden, een verhaal van gemiste kansen


Jan Verhaverbeke, Edegem


Inleiding

Als je de geschiedenis bekijkt, dan sta je eerder verwonderd over het feit dat die sterke Heel-Nederlandse staat er niet is gekomen: hij kreeg herhaalde kansen. De politiek van Filips II (1527-1598) zit er zeker voor veel tussen, maar hij was beslist niet de enige die uiteindelijk de vorming van een machtig Nederlands rijk heeft verhinderd. Ook het optreden van de Oranje’s was niet altijd even gelukkig, achteraf gezien dan toch. Het had anders kunnen lopen. Het is natuurlijk gemakkelijk en eigenlijk oneerlijk de geschiedenis van achteren naar voren te schrijven en dan te vertellen hoe het had gemoeten, een bezigheid die in onze tijd met ijver beoefend wordt. Deze bijdrage wil dan ook niet beschuldigen maar constateren.

Opbouw van de Nederlanden in de 15e eeuw

In de 15e eeuw had vooral de Bourgondische hertog Filips de Goede (1396-1467) geduldig de bouwstenen bijeengebracht van een stevig middenrijk tussen het Franse en het Duitse. Tevens had hij behendig een centraal gezag uitgebouwd terwijl hij de steden en de adel toch voldoende macht en vooral machtsillusie liet. Zijn zoon en opvolger Karel de Stoute (1433-1477) beschikte helaas niet over de diplomatieke talenten van zijn vader. Zijn steile ambities en zijn drieste optreden maakten dat hij overal zijn krediet verspeelde en naast de begeerde koningskroon greep Hij stond wellicht ook onder sterkere druk want hij kreeg maar geen mannelijke erfgenaam. Dat hing als een molensteen rond de hals van Karel de Stoute want de Franse koning Jan II had destijds het hertogdom Bourgondië aan zijn vierde zoon Filips de Stoute in apanage gegeven en dat ging telkens verder op de mannelijke lijn. Toen de gevreesde en gehate heerser in 1477 sneuvelde en zijn 20-jarige dochter Maria van Bourgondië als enige erfgename achterliet, begon het Bourgondische rijk te wankelen. De steden eisten prompt hun vrijheden weer en de Franse koning scheurde het hertogdom Bourgondië los. Door het huwelijk van Maria met de Habsburger Maximiliaan van Oostenrijk nog in datzelfde jaar 1477 werden de Nederlanden gered maar uiteindelijk ging het stamland Bourgondië verloren.


Karel V en Filips II

De 16e eeuw is die van Karel V en Filips II. Ze hield aanvankelijk veel beloften in voor de Nederlanden maar eindigde dramatisch. Een verhaal van gemiste kansen. Karel V (1500-1558) zette de kroon op het werk dat zijn voorgangers waren begonnen. Hij verenigde de Zeventien Provinciën van Friesland en Groningen tot Artesië en Picardië. Met de pragmatieke sanctie van 1549, bekrachtigd door de Provinciale Staten, werden de Nederlanden voortaan een ondeelbaar geheel. In datzelfde jaar 1549 volgde zijn zoon Filips II (1527-1598) hem op in de Nederlanden. Zowel Karel als Filips zagen het als hun heilige taak een grote centraal gedirigeerde katholieke staat tot stand te brengen, maar de gelijkenis tussen beiden houdt daar ongeveer op. Karel was in Gent geboren en vooral in Mechelen opgegroeid in de Bourgondische hoftraditie. In vele opzichten was hij een Nederlander. Zijn zoon was aan het strenge Spaanse hof opgevoed in de Spaanse tradities. Filips was een Spanjaard, een vreemde, zonder gevoeligheid voor wat in de Nederlanden leefde.

Karel was op zich geen minder absoluut heerser dan zijn zoon, maar hij ging veel meer diplomatisch te werk en hij schuwde geen slinkse middelen om zijn doel te bereiken. Filips, van nature een twijfelaar, was op zijn manier heel eerlijk en rechtlijnig. Hij had een groot plichtsgevoel en wilde alles zelf regelen, tot de kleinste details. Zo was hij onder meer een nachtmerrie voor de bouwers van het Escoriaal. Zijn onevenwichtige zoon Don Carlos, die aan een tragisch einde zou komen, maakte ophef met een “boekje” over zijn vader vol bijtende ironie “De grote en bewonderenswaardige reizen van koning Filips”. Op de eerste bladzijde stond: “Van Madrid naar het Prado, van het Prado naar het Escoriaal, van het Escoriaal naar Aranjuez, van Aranjuez naar Segovia en van Segovia naar Madrid”. De andere bladzijden waren blanco…

Karel en Filips heersten over een wereldrijk maar Karel moest rekening houden met sterke buitenlandse tegenspelers. De Franse koning Frans I en de Engelse Hendrik VIII waren uit hetzelfde hout als de Habsburger gesneden. Karel had er dus belang bij de Nederlandse steden en staten te ontzien, al aarzelde hij niet om zijn geboortestad zwaar aan te pakken. Filips had althans tijdens zijn eerste regeerperiode veel minder buitenlands weerwerk want Frankrijk was door innerlijke twisten verscheurd.


Luther en Calvijn

Een groot verschil ten slotte was de “ketterij” waarmee beiden te maken kregen. Onder Karel kwam het Lutheranisme op maar Filips had vooral af te rekenen met het calvinisme. Dat wordt vaak in eenzelfde “protestantse” zak gestopt. Nochtans is er een groot verschil tussen beide. Luther keert zich o.m. tegen het supranationaal gezag van de paus en heft de kloosters op, maar hij raakt niet aan het gezag zelf, integendeel. Eigenlijk is dat veel vorsten welgevallig. De macht van Rome en de kloosters breken, speelt eerder in hun kaart.

Calvijn daarentegen erkent geen enkel werelds gezag. Een heerser die het calvinisme steunt, zaagt eigenlijk de poten van onder zijn eigen troon. Het is daarom heel begrijpelijk dat het calvinisme daar waar het doordringt (in enkele Zwitserse kantons en in Noord-Nederland) tot een republikeinse staatsvorm leidt: de republiek der Verenigde Nederlanden.


De Beeldenstorm en de gevolgen ervan

De Beeldenstorm van 1566 was het werk van calvinisten, die vooral aanhang vonden bij de lagere middenklasse en de ambachten. Die mensen waren het ergst getroffen door de achteruitgang van de economie te wijten aan de geldverslindende oorlogen die vooral Karel V voerde. De Beeldenstorm ligt aan de basis van het drama dat zich zal afspelen en dat zo vermijdbaar was. In Madrid werd al lang argwanend gekeken naar de ontwikkelingen in de Nederlanden. Aan het hof waren er twee partijen die we met moderne termen als “haviken” en “duiven” kunnen betitelen. Het bericht van de Beeldenstorm sloeg in als een bom en gaf de haviken gelijk: met de ketters is geen land te bezeilen. Na lang aarzelen besloot Filips de havik Don Fernando Alvarez de Toledo y Pimentel, de derde hertog van Alva, met een leger van 10.000 man naar de Nederlanden te sturen om de orde te herstellen.


De hertog van Alva

Alva (1507-1582) was een onverschrokken soldaat, een groot veldheer en een onvoorwaardelijk dienaar van zijn vorst. Hij was niet zomaar een houwdegen. Hij had een degelijke humanistische opvoeding genoten. Zijn kasteel te Alba de Tormes in Oud-Castillië was een trefpunt van kunstenaars en grote geesten. Als hij de opdracht van Filips aanvaardde was hij 60, een oud man die slechts met veel moeite in het zadel zat, maar met een ijzeren wil zijn troepen leidde.


Alva grijpt in

Als hij in de Nederlanden aankwam was zijn taak eigenlijk al gedaan. De inlandse edelen inclusief Willem van Oranje (1533-1584) hadden de orde hersteld. Maar Alva wou eens en voorgoed komaf maken met alle ongeregeldheden. Hij richtte de Raad van Beroerte op, spoedig bloed-raad genoemd. Onder meer Egmont en Hoorne werden gehalsrecht en dat onder miskenning van het recht dat zij als Vliesridders hadden om uitsluitend door de Orde te worden berecht. Bovendien voerde Alva de nieuwe richtlijnen van het concilie van Trente uit en reorganiseerde de kerkelijke overheid. Door het harde optreden van Alva groeide het ongenoegen tegen Spanje en werd de godsdienstkloof groter.


Eerste inval van Willem de Zwijger

In 1568 viel Willem van Oranje vanuit Duitsland met een huurlingenleger de Nederlanden binnen. Enerzijds was dat een goed moment omwille van de onvrede tegen Alva en Spanje. Oranje rekende dus op de sympathie van de bevolking. Anderzijds had hij geen slechter moment kunnen kiezen want hij leverde daardoor het bewijs dat Alva en zijn huurlingenleger in de Nederlanden noodzakelijk waren, op een ogenblik dat de terugtrekking ervan in Madrid ernstig overwogen werd. De inval van Oranje mislukte uiteindelijk en Alva bleef. Daardoor was die inval vanuit het standpunt van de Nederlandse eenheid geen goede zaak, zomin als de Beeldenstorm van 1566. Opnieuw dus een gemiste kans temeer omdat het aanleiding gaf tot verdere verharding van Alva’s beleid.


Alva’s antwoord

Er kwam wel een algemeen pardon maar Alva voerde een reeks maatregelen in die de macht van de steden en de inlandse adel aan banden legde. De oprichting van een door de koning benoemde rekenkamer controleerde de financiën van de steden. Criminele rechtbanken, eveneens met centraal benoemde rechters, degradeerden de bestaande schepenbanken. Die centralisatiepolitiek was helemaal niet typisch voor Filips maar het was een algemeen verschijnsel, dat reeds eeuwen aan de gang was en dat onder de “Zonnekoning” Lodewijk XIV (1643-1715) wellicht zijn absolute hoogtepunt bereikte. De situatie in de Nederlanden was echter in zoverre verschillend dat in de eerste plaats de steden daar zulke macht hadden uitgebouwd dat de vorst er wel rekening moest mee houden. De Nederlandse staat is trouwens gevormd door een samengroeien van onderdelen, een federatie of confederatie, niet door verovering vanuit een centraal punt.

De druppel die de beker deed overlopen was de Tiende Penning, een belasting van 10%. Dat was niet eens zulke zware last maar het was wel een omwenteling. Er bestonden namelijk geen rechtstreekse belastingen en als de vorst extra geld nodig had, bijv. om oorlog te voeren, moest hij aan de staten vragen of ze wilden bijdragen, de zogenaamde “beden”. Hij kreeg over het algemeen wel wat hij vroeg, maar de geldschieters maakten van de situatie gebruik om privileges af te dwingen of wensen ingewilligd te zien. De Tiende Penning betekende dus een zware inbreuk op de gewoonten, en een gevoelige versterking van de vorstelijke macht.


Tweede inval van Oranje

Alva had nu zowat iedereen tegen zich in het harnas gejaagd. De hoge clerus en de adel zagen hoe meer en meer Spanjaarden of instellingen en (s)pionnen van de koning (kardinaal Granvelle bijvoorbeeld, de eerste Aartsbisschop) de plaatsen innamen die zij vroeger bekleedden en hoe hun macht systematisch werd ondergraven. De bevolking leed onder de lasten van de krijgsverrichtingen en keerde zich tegen de ongenadige vervolging van de ketters. De tijd was rijp voor een tweede inval van Oranje.

Die kwam er in 1572 dit keer vanuit Frankrijk. Aanvankelijk verliep hij succesvol; veel steden liepen over. Alva nam wraak. De eerste stad die de Spaanse furie te verduren kreeg was Mechelen, andere volgden. Die nodeloze brutaliteit had echter een omgekeerd effect en leidde tot grotere weerstand en weerbaarheid. Misschien had De Zwijger toen de hele Nederlanden kunnen veroveren maar het werd een nieuwe gemiste kans. In de Bartholomeusnacht van 23 op 24 augustus 1572 werden de Hugenoten, die Oranje steunden, afgeslacht en Oranje’s basis in Frankrijk stortte in elkaar. De inval stagneerde. De Nederlanden bleven voor het grootste gedeelte in handen van Alva, en voor een klein deel in handen van Willem de Zwijger. Hiermee was de aanzet tot de scheuring van de Nederlanden ingezet, maar er was nog altijd niets onherroepelijks gebeurd.


Requesens

Intussen was het in Madrid duidelijk geworden dat het harde optreden van Alva gefaald had. Hij werd teruggeroepen in 1573 en vervangen door Luis Requesens, een duif. Eigenlijk kwam die te laat want de zaak zat op dat moment al in een escalatiespiraal. Requesens vaardigde een pardon uit, schafte de Raad van Beroerten en de Tiende Penning af maar zijn redelijkheid werd beschouwd als zwakheid. Bovendien mocht hij geen toegevingen doen inzake godsdienst of de macht van de Staten. Er kwam dus geen vrede maar voortzetting van de oorlog ondanks de onderhandelingen met afgevaardigden van Oranje te Breda 1575. Of Requesens toch zou zijn geslaagd, blijft een onbeantwoorde vraag want hij stierf onverwacht op 5 maart 1576.


Interregnum van de Staten-Generaal

Zijn dood verraste Madrid en Filips was vanzelf niet de man van vlugge beslissingen. Er stond niet direct een opvolger klaar en volgens de geldende voorschriften werd het landsbestuur overgenomen door de Staten-Generaal. Intussen was het slecht betaalde Spaanse huurlingen-leger aan het muiten geslagen. Plunderingen en brandschatting werden een ware plaag en deden de afkeer van de bevolking nog toenemen. Oranje werd ter hulp geroepen. Steunend op een bepaling dat de hertog van Brabant (Filips II dus) geen niet-Brabantse troepen mocht lichten zonder toestemming van de Staten-Generaal van Brabant, eisten deze de terugroeping van de Spaanse troepen en lichtten zelf een leger. Op 4 november 1576 kwam het tot een bloedig treffen met het Spaanse garnizoen in Antwerpen, de “Spaanse furie”.


De Pacificatie van Gent

Mede door de Spaanse furie werd op 6 november 1576 de Pacificatie van Gent afgesloten tussen de loyale (koningstrouwe) staten enerzijds en Oranje, Holland en Zeeland anderzijds. Een nieuwe grote kans. Men is het erover eens dat de Spaanse troepen uit de Nederlanden weg moesten, dat het calvinisme de godsdienst van Holland en Zeeland zou worden en dat in de andere 15 provincies niets mocht worden ondernomen tegen de katholieken. De “plakkaten” tegen de ketters worden geschorst.


Don Juan

Intussen had Filips zijn halfbroer Don Juan als gouverneur-generaal afgevaardigd en die kwam einde 1576 in de Nederlanden aan. Na moeizame onderhandelingen met gedeputeerden van zijn onderdanen kwam in 1577 het “Eeuwig Edict” tot stand. De Pacificatie van Gent werd erkend in die zin dat de Spaanse troepen zouden worden teruggetrokken maar de katholieke godsdienst moest overal, dus ook in Holland en Zeeland, worden gehandhaafd of hersteld. Maar nu tekende Willem van Oranje niet want het calvinisme wou zijn positie in Holland en Zeeland niet kwijtspelen Daardoor kwamen scheuren in het Nederlands blok.  Don Juan zag het Eeuwig Edict verworpen, ronselde een leger en veroverde bij verrassing Namen. Het einde van een nieuwe kans. Dezelfde Don Juan die in de slag van Lepanto onsterflijke roem had vergaard, stierf als een ontgoocheld man te Bouge bij Namen op 1 oktober 1578. Hij was nauwelijks 31 jaar oud.


Farnese

Zijn opvolger als gouverneur-generaal van de Nederlanden werd zijn vroegere luitenant Alexander Farnese, een kleinzoon van Karel V via diens verhouding met Johanna van der Gheynst. Farnese was een briljant veldheer en diplomaat. Als Italiaan kende hij de macht en de gevoeligheden van steden maar ook hun onderlinge wedijver. Hij slaagde erin een wig te drijven tussen calvinisten en katholieken, geholpen door het optreden van de extremistische calvinisten dat minstens even onverdraagzaam was als dat van de harde katholieken.


De Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht

Mede onder impuls van Farnese sloten de rooms-katholieke Waalse gewesten op 6 januari 1579 de Unie van Atrecht af waarin ze hun trouw aan de koning en de rooms-katholieke godsdienst bevestigden en hun privileges behielden. Het antwoord volgde op 23 januari 1576 met de Unie van Utrecht. De voornaamste deelnemers waren Holland, Zeeland, Utrecht en Groningen maar veel Zuid-Nederlandse steden sloten zich erbij aan: Gent, Ieper, Antwerpen, Brugge, Lier, Breda, Venlo, Mechelen. Dit laatste zou spoedig daarna naar de Unie van Atrecht overstappen wat aanleiding gaf tot de “Engelse” furie, Britse huurlingen in dienst van de Staatsen.

De Unie van Utrecht bevestigde de solidariteit in de strijd tegen de koning. Inzake religie werd bepaald dat in Holland en Zeeland alleen de gereformeerde godsdienst werd toegelaten en dat de andere gewesten vrij waren in de keuze van een godsdienst mits niemand om zijn geloof werd vervolgd.


Farnese’s opmars en stilstand

Intussen zette Farnese geduldig zijn veroveringswerk voort. De val van Antwerpen in 1585 betekende een belangrijk keerpunt. Farnese heroverde voor de Spaanse kroon het grootste gedeelte van de Nederlanden. Weer lag de weg naar hereniging van de Nederlanden open maar Farnese kon het werk niet afmaken. In 1588 moest hij zijn troepen aan de Noordzee samentrekken als ruggensteun voor de aanval van de “Invincible armada” (de onoverwinnelijke vloot) op Engeland. Zoals bekend werd dit een deerlijke mislukking vooral te wijten aan slechte planning en slechte uitvoering, in combinatie met tegenvallend weer.

Het mislukte Engeland-avontuur betekende echter niet dat Farnese de handen weer vrij kreeg want vanaf 1589 moest hij zijn strijdmacht gedeeltelijk inzetten in de Franse burgeroorlog. Hij overleed op 2 december 1592 te Atrecht. Op dat ogenblik waren de Nederlanden, op Holland en Zeeland na, nog vrij intact in het bezit van de koning. En er was nog geen sprake van een kloof tussen Noord en Zuid.


Maurits van Oranje

Na de moord op Willem van Oranje (1584, door Filips II gesponsord) volgde zijn tweede zoon Maurits hem op. Maurits (1567-1625) was een bekwaam veldheer maar de breeddenkendheid en de verdraagzaamheid van zijn vader was hem vreemd. Met koning Hendrik IV, die in 1589 op de troon kwam, had Frankrijk de eenheid hersteld. De Fransen werden weer een geduchte speler op het internationale schaakbord. Dat viel samen met een verzwakking van het Spaanse rijk dat de rust in de Nederlanden niet hersteld kreeg en zijn aanval op Engeland mislukt zag.

Gebruik makend van die situatie zwengelde Maurits de oorlog weer aan en veroverde in de jaren 1592-1598 Oost-Nederland en Zeeuws-Vlaanderen. Nu kregen we wel een splitsing Noord-Zuid maar volgens een erg willekeurige grens, bepaald door de krijgsverrichtingen. Die grens liep (en loopt) dwars door Vlaanderen, Brabant en Limburg. Pas in 1629 zouden Breda en ’s-Hertogenbosch door de Staatse troepen worden ingenomen.


Albrecht en Isabella

En toch was er wellicht nog een ultieme kans tot herstel van de natie onder Albrecht en Isabella (1598-1621-1633). Ze mochten autonoom over de Nederlanden regeren en kregen de kans om een derde Habsburgs rijk (naast het Oostenrijkse en het Spaanse) op te bouwen. Albrecht was een klaarziend en verdraagzaam man die over een geloofsgemengd rijk had kunnen heersen. Hij bewerkte mede het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). Zijn overlijden in 1621 betekende echter meteen het einde van de laatste kans, enerzijds omdat was bepaald dat de Nederlanden terug naar de Spaanse kroon gingen als Albrecht en Isabella kinderloos bleven, maar anderzijds ook omdat Maurits van Nassau, die een eigen rijk wilde vestigen, de wapens weer opnam. Dat eigen rijk was voor hem belangrijker dan de eenheid van de Nederlanden. Maurits was overigens nooit gelukkig geweest met het 12-jarig bestand. Een voorstander van de vrede als Johan van Oldenbarnevelt was in 1619 op het schavot geëindigd.


De vrede van Westfalen: scheiding van Noord en Zuid

De scheiding van Noord en Zuid werd in 1648 bezegeld bij de Vrede van Westfalen (of “van Münster” waar het verdrag afgesloten werd). De scheiding had grote gevolgen. Mede door de massale immigratie van veel ondernemende lieden uit de Zuidelijke Nederlanden ontwikkelde het Noorden zich in de 17e eeuw tot de eerste zee- en handelsmogendheid van de westerse wereld. Het Zuiden zonk weg. Uiteindelijk moesten de Noord-Nederlanders de duimen leggen voor de Engelsen, gewoon omdat ze niet talrijk genoeg waren. Met hun 2 miljoen kwamen ze volk te kort voor de uitbouw van een imperium. Hetzelfde geldt overigens voor de Portugezen. De 3 miljoen Engelsen bereikten net genoeg “kritische massa” om het met een moderne term te zeggen.

Men kan slechts dagdromen over wat een Nederlandse natie van 5 miljoen (3 miljoen in het zuiden) had kunnen betekenen. Nieuw Amsterdam zou geen New York zijn geworden en de Verenigde Staten wellicht Nederlands … In elk geval zou heel de verdere geschiedenis er anders hebben uitgezien.

In 1815 kregen we een nieuwe kans: “Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden”. We hadden toen weliswaar niet meer dezelfde troeven als in de 16e eeuw maar ook dan nog konden we een wereldmacht worden die niet in de schaduw van de groten moest gaan staan. De geschiedenis van de 19e en de 20e eeuw zou anders verlopen zijn, vreedzamer wellicht. Maar dat is natuurlijk koffiedik kijken. De feiten zijn wat ze zijn. De grote historische kansen zijn voorbij en als er ooit nog komen dan zullen het steeds kleinere zijn. Maar zelfs die lijken erg ver weg.

____________

Bron: Klapgat-Echo, Gidsenbond Mechelen, 262-63, april-sept. 2002.

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

Tussen Wachtendonk en Het Zijpe ligt de weg naar… Brussel

Tussen Keulen en Parijs ligt de weg naar Rome. Zo klinkt een oud volksliedje. Maar even waar is dat tussen Wachtendonk en Het Zijpe de weg ligt die Brussel als einddoel heeft. Tenminste dat was de werkelijkheid voor Godert van Bocholt.

Voor de meesten zal de plaatsnaam Wachtendonk niet al te vreemd in de oren klinken; het genoot in het verleden bekendheid als Gelders vestingstadje in het Nederrijnland. Geboren rond 1520 krijgt Godert van Bocholt het in 1547 voor het zeggen in Stad en Land Wachtendonk. Dat heeft hij te danken aan zijn verdiensten voor Karel V en diens land-voogdes Maria van Hongarije.

Negen jaar later komt Het Zijpe voor hem in beeld. Dat toenmalige moerassige gebied strekt zich uit te noordwesten van Alkmaar. Op 31 maart 1552 had Karel V de Utrechtse kanunnik Jan van Scorel belast met het beheer van een groots project: de indijking van Het Zijpe. Vier jaar later verwerft Godert hier land in eigendom; in loop van de daarop vol-gende jaren weet hij dat aanmerkelijk uit te breiden. Om het productief te maken richtte hij een zoutziederij in. Veel plezier heeft hij daar niet van gehad als gevolg van de Allerheiligenvloed van 1 november 1570. Wel werden plannen gemaakt om de dijken te herstellen maar de oor-logssituatie werd hem noodlottig. Het Noorderkwartier had namelijk de kant van Willem van Oranje gekozen. Dat had als gevolg dat Alkmaar belegerd werd door Spaanse troepen. Om ze te dwingen het beleg op te breken werd de omgeving onder water gezet. Voor Het Zijpe was dit desastreus; de polder moest aan de zee worden prijsgegeven.

In 1577 ondernam Godert een poging tot herindijking en wel in zijn functie als gedeputeerde van de Staten-Generaal voor Gelderland. Als heer van Grevenbroeck had hij een speciale band met Willem van Oran-je die toen nog stadhouder was van Holland en Zeeland. Maar zijn in-spanningen liepen op niets uit als gevolg van zijn overlijden op 21 oktober 1577.

Ik bracht zijn band met Willem van Oranje ter sprake. Die dateerde van juli 1553. In dat jaar werd de afdeling ruiterij van Godert door de land-voogdes onder het bevel van Willem van Oranje geplaatst. Deze had daarom verzocht om hem als zijn luitenant in dienst te kunnen nemen. Het is ondermeer in dit kader dat hij op gezette tijden in Brussel ver-bleef. Deze functie legde hij neer in de herfst van 1566. Wat hem tot deze beslissing heeft gebracht is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk hebben de gebeurtenissen van dat jaar – ondermeer het opsteken van de Beeldenstorm – daarop invloed gehad. Dat wil niet zeggen dat daarmee het contact verbroken was. In het geheim is hij Willem van Oranje tot grote steun geweest. Dat hij niet het lot gedeeld heeft van Egmond en Hoorne heeft hij waarschijnlijk te danken gehad enerzijds door de geringe betekenis die hem werd toegekend en anderzijds dat hij de prins niet volgde met betrekking tot zijn geloofsovertuiging: hij bleef katholiek.

Ik heb in het bovenstaande slechts een paar facetten kunnen belichten van deze boeiende figuur. Wie breder over hem geïnformeerd wil wor-den kan daarvoor terecht in het boek dat Piet Dekker aan hem gewijd heeft: Godert van Bocholt. Enige heer, grootgrondbezitter en zoutzieder van De Zijpe. Eén van de oudste en trouwste dienaren van prins Willem van Oranje. Het boek is in 1998 verschenen bij Uitgeverij Picola (ISBN 90 6455 247 7; €31,50)

Marten Heida.

Prins Willem Alexanderpark 53

NL 3905 CB Veenendaal

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck

Belle in Frans-Vlaanderen kleurt zeer Vlaams

Van Friesland tot Frans-Vlaanderen zakten een zestigtal enthousiaste geschiedenisminnende belangstellenden op 24 september 2016 af naar het Frans-Vlaamse stadje Belle (Bailleul). De rode draad doorheen deze Zannekin-ontmoetingsdag was de herdenking van de Beeldenstorm, die 450 jaar geleden losbarstte in het Westkwartier.

Vlaamse leeuwenvlaggen alom kleuren het fraaie stadje aan de voet van de “Monts des Flandres”, de Frans- en West-Vlaamse getuigenheuvels aan beide zijde van de “schreve”, de grens tussen Frans- en West-Vlaanderen. De zwarte leeuw op gouden veld met rode klauwen en tong, symbool van Vlaanderen, verfraait het bordes van het stadhuis met stoer belfort. Huizen en gebouwen met trapgevels en rolgevels beklemtonen het Vlaams architectonische profiel van Belle.

Tijdens de dag zelf bracht voormalig voorzitter van de Stichting Zannekin Marten Heida een aangrijpende getuigenis hoe hij als Fries in de ban raakte van de Franse Nederlanden. Als christelijk-gereformeerde lichtte hij een Noord-Nederlandse visie toe op de gebeurtenissen van 1566 in het Westkwartier.

 

 

 

 



Marten Heida, voormalig voorzitter van Zannekin (foto Jérome Schoonaert)

 

Van links naar rechts, Guido Vandermarliere, Wido Bourel en Henri Vaassen. Rechtstaand Leo Camerlynck (foto Jerome Schoonaert)

De Frans-Vlaming Wido Bourel boeide eveneens met een overzicht van Belle tijdens de geuzentijd. Tevens beschreef hij het levenswerk van Pieter Plaetevoet, alias Petrus Plancius, uit Dranouter, en Pieter Daethen, alias Petrus Dathenus, uit Cassel. die beide een onuitwisbaar spoor hebben nagelaten voor ’s werelds religieus-historisch erfgoed.

Poperingenaar Guido Vandermarliere rondde het geschiedkundige luik rond de Beeldenstorm af met een aantal excerpten uit zijn jarenlang onderzoek, geboekstaafd in z’n recente werken Benauwde tijden in Poperinge en Poperingse geuzen in de storm van de tijd. Tevens droeg hij een ruim vierhonderd jaar oud Nederlands gedicht voor. De schriftelijke neerslag van deze boeiende referaten zal te lezen zijn in ons jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ van 2017.

Historicus Eric Vanneufville, voorzitter van het Huis van het Nederlands, enthousiasmeerde de aanwezigen met zijn pakkend testimonium over de werking van het “Maison du Néerlandais”. Begin 2017 wordt hij als voorzitter opgevolgd door Henri Vaassen, leraar Nederlands in Frans-Vlaanderen. Sinds 17 september 2016 is Eric directeur van het Vlaams Geschiedkundig Documentatiecentrum te Belle, het “LIHF” of “L’Info – Histoire de Flandre”.

Met een gezonde geestdrift wist Hedwig van Hemel, directrice van het Benedict de Puydt-museum, de aanwezigen rond te leiden in dit museum, dat onderdak biedt aan een uiterst rijke verzameling kunstobjecten en als een kleinood wordt gekoesterd.

Leo Camerlynck en Jan van Tongeren aan het woord in de raadzaal van het Belse stadhuis (foto Jérome Schoonaert)

Vicevoorzitter van de Stichting Zannekin Jan van Tongeren mocht eens te meer op zijn gekende schalkse wijze bijzonder leerrijke informatie bieden aangaande het stadhuis en de Sint-Vedastuskerk, beide fraaie gebouwen die heropgebouwd werden dankzij de Frans-Vlaamse architect Louis-Marie Cordonnier.

Een wandeling voltooide deze unieke onvergetelijke dag in een zonovergoten Belle. En misschien komen de Frans-Vlaamse cultuurdagen terug!

Hedwig van Hemel, Camiel van Woerkum en Henri Vaassen aan het Benedict de Puydt-museum (foto Jérome Schoonaert

 

Leo N.J. CAMERLYNCK

De Zavelberg

Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL / Brussel

T. 00 32 485 630 227

e.:leo.camerlynck@skynet.be