> nieuwsbrief > 1e trimester 2017

Bijdragen over:
  
 
Mededelingen

Hernieuwen ledenbijdrage voor 2017  

Hoewel we, zoals elk jaar overigens, straks weer geconfronteerd zullen worden met de – uiteraard weer eens naar boven – aangepaste posttarieven, blijft uw ledenbijdrage voor 2017 ongewijzigd. Ze beloopt voor het in mei 2017 te verschijnen nieuwe Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ en voor de driemaandelijkse Nieuwsbrief Zannekin 29 €. Vanaf 35 € wordt u met dank als steunend lid geboekt.

Maakt u bij voorkeur gebruik van ons ‘Belgisch’ zogenaamd ‘Europees’ rekeningnummer iban BE13 4648 2202 5139 – bic: KREDBEBB BE, waarvan de rekeningoverzichten ons dagelijks meegedeeld worden. Bijliggend betaalformulier kan u daarbij dienstig zijn. Leden genieten bovendien ook een tastbare vermindering op de deelnamekosten van de Zannekin-activiteiten.

 

De bibliotheek van de Franse Nederlanden

De Katholieke Universiteit Campus Kortrijk bezit met betrekking tot de geschiedenis van Frans-Vlaanderen twee heel interessante collecties: de Bibliotheek de Franse Nederlanden en het Archief van de Franse Nederlanden. Beide collecties voeren terug op de figuur van de Frans-Vlaamse priester Jean-Marie Gantois. Gantois was de voorman van de regiona-listische beweging in Noord-Frankrijk. Na zijn dood werd zijn bibliotheek in 1969 op aanbeveling van toenmalig adjunctbibliothecaris Eric Defoort en met de medewerking van de Ieperse Vereniging Zannekin, door de bibliotheek K.U.Leuven Campus Kortrijk verworven.

De Bibliotheek de Franse Nederlanden bevat in de eerste plaats een omstandige collectie boeken en tijdschriften betreffende de geschiedenis en de literatuur van Frans-Vlaanderen. De nadruk van de verzameling ligt duidelijk op de historische en culturele verbondenheid van Vlaanderen met Noord-Frankrijk in de ruime betekenis van het begrip. In die zin reikt de bibliotheekcollectie veel verder dan werken over het gebied van de Franse Westhoek. Zo toont de bibliotheekcollectie een mooie doorsnede van de literatuur die voorhanden is met betrekking tot het grondgebied ten noorden van de Somme. Tot op heden wordt de bibliotheekcollectie vanuit dezelfde ruime invalshoek aangevuld. 

In het Archief van de Franse Nederlanden hebben de meeste documen-ten betrekking op de inzet van J.-M. Gantois in de Frans-Vlaamse regionalistische beweging. De nadruk ligt bijgevolg op vraagstukken rond volk en identiteit. Het betreft briefwisseling, documentatie over gelijkaardige bewegingen (Bretoens regionalisme), documenten allerhande over (culturele) Vlaamse verenigingen in Noord-Frankrijk en Vlaanderen (vooral voor de periode 1900-1960). Het archief bevat onder andere een selectie uit het archief Lemire. Bijzonder interessant is de reproductie op microfilm van de Franse politierapporten (1925-1935) uit de Archives Départementales du Nord. De verslagen geven een duidelijk beeld van de houding van de Franse overheid ten aanzien van het Frans-Vlaams regionalisme en bieden een staalkaart van het flamingantisme in Noord-Frankrijk. Eveneens uit de departementale archieven werden alle documenten verzameld betreffende het toezicht op het religieus onderricht in Noord-Frankrijk. Officieel moest dit in het Frans worden gegeven, maar in tal van gemeentes (Killem, Bambeke, Gode-waarsvelde, …) bleef de voertaal het Vlaams. Omstreeks 1900-1903 ontstond in Killem rond deze kwestie een conflict hetgeen een grote weerslag had in de pers en bij de lokale bevolking.

________________

Bron: Nieuwsbrief Davidsfonds Frans-Vlaanderen, oktober 2016. De vereniging organiseerde op 8 oktober 2016 een bezoek aan de bibliotheek en het archief De Franse Nederlanden. Binnen dit archief wordt overigens ook het archief van de Vereniging/Stichting Zannekin bewaard.

 

Een Fries reist door de Nederlanden in Frankrijk
Wido Bourel



175 jaar geleden, op 12 september 1840, werd de Friese taalkundige en dialectoloog Johan Winkler (1840-1916) geboren.

Zijn boek Oud Nederland, in 1888 in Den Haag uitgegeven, heeft in mijn bibliotheek een ereplaats gekregen.

In dit werk beschrijft Johan Winkler taal en volkeren van de oude, historische Nederlanden van Friesland tot de Nederlanden in Frankrijk en in Duitsland.

Zeer wetenswaardig is het relaas van zijn reis naar Frans-Vlaanderen in 1887. Johan Winkler maakt een unieke samenvatting van de situatie van land, volk en taal op het eind van de 19e eeuw. Toen kon men in Duinkerke, Sint-Winoksbergen, Hazebroek, Belle, Watten, allemaal steden die Johan Winkler bezocht, nog gezellig vertoeven zonder een woord Frans te spreken.

In de streek van Kales sprak men….

Iedereen heeft dezer dagen de mond vol van de havenstad Calais, Kales in het Nederlands. Over de streek van Kales schrijft Johan Winkler het volgende: ‘Nog ten huidigen dagen (1887!) spreken de dorpelingen, de boeren en de arbeiders, die in Artesië langs de zeekust wonen, tussen Kales en Bonen (Calais en Boulogne sur mer) tot aan het rivierke de Canche en tot kaap Wittenes (Blanc nez zeggen de Fransen, Whiteness de Engelsen), hun Oud-Diets, hun Oud-Vlaams, hun oude landseigene goudspraak van het Nederlands. Een oud-Nederlander, een waar vaderlander en tevens een verdienstelijk geschied- en taalvorser, de heer G.P. Ross die in deze streek woont, meldt ons enige nadere bijzonderheden van die hedendaagse Dietse volksspreektaal langs de kust van Artesië (…)

De streek van Kales nog Diets op ’t eind van de 19e eeuw, aldus het getuigenis van een Fries taalgeleerde. Men zegge het voort aan onze Vlaamse en Nederlandse pers!

______________

Bron: http://www.widopedia.eu/een-fries-reist-door-de-nederlanden-in-frankrijk


Omtrent het Walenland

De kijk van de Baarle-werkgroep
 
Uitgelicht: Wallonië en de Baarle Werkgroep

Voor de Baarle werkgroep is het probleem België, niet Wallonië. Wij stappen niet mee in een klimaat van wederzijdse verdachtmakingen en onbegrip tussen de twee naties Vlaanderen en Wallonië en de pogingen van België om deze twee naties tegen elkaar uit te spelen. Het Waalse volk is een bevriend buurvolk. Het verdwijnen van België betekent voor ons niet het doorknippen van alle banden met Wallonië, maar integendeel een politieke volwassenwording die noodzakelijk is om échte vriendschappelijke banden te creëren. Eventueel, zelfs in een confederale Nederlanden.

Historische banden

Er bestaat ontegensprekelijk een historische en culturele band tussen Vlaanderen en Wallonië. Dat is niet alleen een 'Belgisch' gegeven, maar was al het geval in de Middeleeuwen. Historisch heeft Wallonië meer een verwantschap met de Lage Landen dan met Frankrijk. Niettemin kunnen we vandaag spreken over twee naties met een duidelijke eigen identiteit; Vlaanderen en Wallonië zouden in elk ander 'federaal' land gelden als twee volwaardige deelstaten. Alleen heeft België, en de belgicistische elite, deze dubbele identiteit steeds genegeerd of grofweg ontkend. Net in het ontkennen van het eigen karakter van Vlaanderen en Wallonië ligt een van de drama's van de Belgische staat, door dit ontkennen kan ze, ironisch genoeg, de twee volkeren voortdurend tegen elkaar uitspelen in een mank draaiend staatsverband dat voor federalisme moet doorgaan (maar het eigenlijk niet is wegens het ontbreken van echte deelstaten). De Baarle werkgroep erkent ondubbelzinnig het eigen karakter van Wallonië en Vlaanderen als nationale identiteiten, maar merkt ook op dat er tussen die twee naties een eeuwenoude band is, die past in de context van de Lage Landen. De agressieve verfransingspolitiek die sinds 1830 in de Belgische staat werd (en nog steeds wordt) gevoerd vormt echter een obstakel voor de goede verstandhouding tussen Vlaanderen en de Franstalige/Waalse wereld in de Lage Landen. Indien Wallonië de banden met Vlaanderen op een vriendschappelijke manier wil aanhouden, zal het moeten ophouden met het verlenen van steun aan die politieke krachten die actief de verfransing van Vlaamse gemeenten en gebieden nastreven. Een Vlaams-Waalse verzoening en eventuele samenwerking op gelijke voet moet ook een erkenning impliceren van de culturele genocide die de Francofonie anderhalve eeuw lang heeft proberen uitvoeren op het Nederlandstalige deel van de zuidelijke Nederlanden. Pas wanneer de verfransingspolitiek aan banden gelegd wordt kan er een goede verstandhouding zijn tussen Vlaanderen en Wallonië. Dit zou zowel een verderzetting van historische banden als een breuk met een historische ontwikkeling betekenen.

Het Waalse drama

1830 was een ramp voor Vlamingen, maar niet minder voor Walen. Wallonië werd een economisch wingewest van de Belgische elite in Brussel. Net als in Vlaanderen kwam in Wallonië een agressieve verfransing op gang, maar in tegenstelling tot Vlaanderen kon Wallonië deze verfransing niet stuiten. De Waalse en Picardische volksdialecten (die géén Franse dialecten zijn) werden zwaar in de verdrukking gebracht. De redenen hiervoor zijn tweeërlei: allereerst had Vlaanderen de passieve en soms actieve culturele steun van de grote Noord-Nederlandse broer. Het bestaan van een soevereine en welvarende Nederlandstalige natiestaat heeft de Vlaamse emancipatie kracht bij-gezet. Hoewel er wel een particularistische stroming bestond in Vlaanderen, bleek het prestige van Nederland groot genoeg om de strijd voor een gezamenlijk algemeen Nederlands in Vlaanderen succesvol te ondersteunen. Wallonië heeft zulke steun nooit gehad, er bestond geen economische en/of politieke macht die het Waals kon beschermen tegen de verfransing. Een tweede reden voor de succesvolle verfransing van Wallonië was de opkomst van de door de Brusselse bourgeoisie beheer-de industrie, die vele Waalse arbeiders werk verschafte (de Vlaamse economische opleving kwam pas later; voor de doorsnee Vlaming was het Frans aanvankelijk niet meer dan een bestuurstaal, er hing niet direct een economisch voordeel aan vast tenzij hij naar Wallonië emi-greerde). Gedurende een goede anderhalve eeuw werd het Waals quasi volledig uit de politieke, ambtelijke, academische en economische sfeer verdrongen. In tegenstelling tot Vlaanderen was er geen actieve Waalse beweging om hier tegen in te gaan. Op cultureel vlak was er dus een genocide die veel succesvoller was dan die in Vlaanderen, maar ook op sociaaleconomisch vlak werd Wallonië volledig onder het bestuur van een vreemde elite geplaatst, namelijk de Brusselse francofone bour-geoisie. De macht van de Brusselse elite betekende voor Wallonië aan-vankelijk een economische opleving, maar na de Tweede Wereldoorlog ging het snel bergaf. Terwijl Vlaanderen tot bloei kwam liet de Brusselse bourgeoisie Wallonië en haar verouderde industrie vallen als een baksteen, waarmee de nog steeds voortdurende afhankelijkheid van Wallonië pijnlijk duidelijk werd. De regio werd een sociaal kerkhof, waar cliëntelisme en corruptie nu welig tieren. De schuld van deze malaise kan niet bij de Walen zelf gelegd worden (wat emotionele flaminganten te vaak doen) maar is volledig toe te schrijven aan de nalatigheid van de Belgische staat en de elite die in die staat de plak zwaait. Een economische en culturele heropleving van Wallonië kan bij-gevolg enkel tot stand komen als de Belgische staat eindelijk opgedoekt is. Brussel en België zijn nu nog steeds de grootste rem op de Waalse ontwikkeling, omdat Wallonië zichzelf afhankelijk blijft stellen van Brussel. De Vlaamse of Vlaams-Nederlandse beweging moet die ten-densen in Wallonië aanspreken die de Waalse afhankelijkheid van Brussel in vraag stellen.

België houdt de politieke volwassenwording tegen

Als men de commentaren van Belgicisten er op naleest krijgt men de indruk dat de communautaire problemen toe te schrijven zijn aan eng-geestig en bekrompen nationalisme van de 'extremistische' flaminganten. In de Vlaamse publieke opinie is de Waal een corrupte luierik, in de Waalse opinie is de Vlaming een onverdraagzame egoïst. Deze vooroordelen steunen nergens op en zijn in wezen ronduit racistisch, men moet zich dus de vraag stellen waar ze vandaan komen. Belgicisten wijzen uiteraard met de vinger naar de Vlaamse en de Waalse 'extremisten'. Men zou hun op het eerste zicht ook gelijk geven. Maar dan houdt men geen rekening met een fundamentele factor: elke communicatie, elk nieuws dat wordt verspreid tussen Vlaanderen en Wallonië, gaat langs de Belgische (Brusselse) kanalen. Er bestaat hoegenaamd geen rechtstreekse communicatie tussen Vlaanderen en Wallo-nië, niet op staatkundig vlak waar alles langs de federale regerings-niveaus wordt geregeld, en evenmin op het civiele vlak, behalve mis-schien enkele unitaristische middenveldorganisaties zoals de vakbon-den (en zelfs daar hebben we onze bedenkingen bij; ook in het midden-veld wordt alle communicatie via de Belgische kanalen gefilterd). Als er al vooroordelen en communautaire antagonismen zijn ontstaan, zijn ze net ontstaan dankzij de Belgische 'eenheid', niet ondanks. De vooroordelen en de antagonismen zouden wellicht verdwijnen als Wallonië en Vlaanderen op een volwassen en onafhankelijke manier met elkaar zouden gaan communiceren, maar dat zou dan ook per definitie het einde van België als tussenpersoon betekenen, dus het einde van België als staat. En omgekeerd, als de 'tussenpersoon' België zou verdwijnen, zouden de relaties tussen Vlaanderen en Wallonië wellicht veel positie-ver worden. Pas na een onafhankelijkheid kunnen Wallonië en Vlaanderen echt bevriende volwassen naties zijn. De Baarlewerkgroep pleit voor een rechtstreekse dialoog tussen Vlaanderen en Wallonië, zowel op politiek niveau als op niveau van de burgers. Hiervoor hebben we in de eerste plaats politieke leiders nodig die niet meer namens België maar namens Vlaanderen in gesprek gaan met Wallonië. Daarnaast moet Vlaanderen een concrete visie op Brussel en Wallonië ontwikkelen en een aanbod aan de Waalse burgers doen.

De plaats van Wallonië in de Lage Landen

Voornamelijk door de verfransingspolitiek van Brussel is Wallonië zijn aandacht meer gaan vestigen op de Franse cultuur en het prestige van Parijs. Dat verklaart meteen ook het bestaan van een rattachistische stroming in Wallonië, die eigenlijk historisch gezien onnatuurlijk is. Er bestaat echter ook nog steeds een eigen Waalse identiteit (en er bestaat ook nog steeds een Waals-nationale beweging). In heel wat opzichten is Wallonië nog steeds een deel van de Lage Landen. De Baarle werkgroep ziet voor Wallonië daarom nog steeds een plaats weggelegd in een confederatie van de Nederlanden, al is de beslissing natuurlijk aan Wallonië zelf. Indien Wallonië zou kiezen voor deelname aan de confederatie van de Lage Landen, zullen de verhoudingen heel anders liggen. Uiteraard zal Wallonië veel meer dan in het Belgische unitarisme van vandaag de mogelijkheden krijgen om zichzelf te ontplooien. Wallonië zal als entiteit ook veel sterker staan binnen de Lage Landen dan binnen een vereniging met Frankrijk, waar Wallonië met grote waarschijnlijkheid zal gedegradeerd worden tot een departement 'noord Frankrijk'. We hoeven er maar aan te herinneren wat er met de andere volkeren op Frans grondgebied gebeurd is (Bretagne, Corsica, Occitanië, noord Baskenland, ...), het lijkt ons weinig waarschijnlijk dat Wallonië anders behandeld zal worden. Binnen een context van de Lage Landen zou Wallonië wel een volwaardige partner zijn, en zouden de relaties met Vlaanderen ook veel directer en vriendschappelijker zijn. Als volwaardig lid van de Lage Landen zal Wallonië ook de garantie van taalrechten hebben op het eigen grondgebied. Zo Wallonië dat wenst kan het Frans (of zelfs het Waals) de eerste bestuurstaal van de staat Wallonië zijn. Er kan zelfs gewerkt worden aan een overlegorgaan waar elke taalgemeenschap aanwezig op het grondgebied van de confederatie vertegenwoordigd wordt (ook onder meer Duits en Fries). De hoedanigheid en de bevoegdheid van dit orgaan moet dan tussen de deelstaten worden onderhandeld. Wallonië zal echter wel moeten rekening houden met het overwegend Nederlandstalige karakter van de confederatie. Dat betekent dat er geen plaats meer is weggelegd voor Fransdolle arrogantie en dat de Franstalige vertegenwoordiging in de staatsstructuur ook navenant zal zijn. Dat betekent geen verneder-landsing van Wallonië (dat is allerminst een doelstelling van de Baarle werkgroep) maar dat betekent wel het einde van het Frans als domi-nante taal in de hogere niveaus van de staatsstructuren.

Conclusies en aanbevelingen

De Baarlewerkgroep pleit kort samengevat voor een rechtstreekse toe-nadering tussen Vlaanderen en Wallonië, zonder België of de Brusselse elite als tussenpersoon. Rechtstreekse toenadering betekent een verdie-pen van de relatie tussen Vlaanderen en Wallonië als bevriende buur-naties, maar daarmee ook ironisch genoeg het einde van de 'Belgische eenheid'. Concreet bevelen we de Vlaamse beweging en de Vlaamse (politieke) wereld in het algemeen aan om:

1. Een zo concreet mogelijke en coherente visie uit te werken over de toekomstige relaties tussen Vlaanderen en Wallonië.

2. Met deze visie als uitgangspunt naar de Waalse politici, midden-veldorganisaties én burgers te stappen.

3. Actief die tendensen in Wallonië op te zoeken en te ondersteunen die een pro-Waalse en anti-Belgische visie hebben.

4. Een burgertendens- of beweging in gang te zetten die de rechtstreekse dialoog tussen Vlamingen en Walen promoot, dus zonder Belgische tussenpersoon. Dit kan op vlak van culturele activiteiten, midden-veldwerking, nieuwe media en debat.

____________________

Bron: Stichting Baarle Werkgroep Nieuwsbrief nr. 22 – maart 2014 15 / 17

 
Overwegingen bij de bijdrage "Gemiste kansen" in Nieuwsbrief 4/2016


Ik vind het een goed artikel over een stuk historie dat mensen uit onze kringen vanzelfsprekend bekend is.

Wel vind ik dat de auteur nogal snel heen stapt over het “geval” Karel de Stoute en weinig plaats besteedt aan het belang van zijn mislukking. Stel dat hij als overwinnaar uit de strijd was gekomen en het Middenrijk, of alvast een groot stuk er van (Lotharingen), had kunnen inlijven. Frankrijk en Duitsland zouden dan niet aan elkaar gegrensd hebben en zijn Rijk zou een machtig blok tussen en tegenover de twee andere opposanten gevormd hebben. Met als bijkomend voordeel dat dit Rijk altijd in staat zou geweest zijn de balans in een of andere zin te doen overhellen. Kunt ge voor u zelf de Europese geschiedenis eens in die zin “herschrijven”?

In zijn uitvoerige behandeling van de opstand der Nederlanden tegen Spanje in de 16/17e eeuw heeft hij het meermaals over “weer een ge-miste kans”. Persoonlijk zou ik die opstand in zijn geheel als één gemiste kans beschouwen. Bovendien vind ik dat hij – de auteur - nogal hard oordeelt over de figuur van Maurits van Nassau, die wel wat over-dreven wordt voorgesteld als een houwdegen, onverdraagzaam en niet breeddenkend. Johan van Oldenbarnevelt een “voorstander van de vrede”? Jawel, dat zal wel. Maar het was hem vooral te doen om eigenbelang. Maurits haalde vooral zijn steun bij de meer oostelijk, zeg maar: de armere landelijke gebiedsdelen, terwijl van Oldenbarnevelt de man was van de rijke, aan de Noordzee gelegen handelssteden (Holland en Zeeland) met hun grote vloot. Hij wilde handel drijven, dit wil zeggen: geld verdienen, en om dat te kunnen moest er natuurlijk eerst vrede komen. Om dat te bereiken wilde hij veel doen, zelfs in opstand komen tegen Maurits en … de idee van de eenheid van de Nederlanden opgeven. Volgens mijn bescheiden mening was zijn veroordeling dan ook terecht (voor dit oordeel steun ik mij hoofdzakelijk op een cursus van Prof. dr. Etienne Rooms). En dan tenslotte rest er ons de kansen die 1815 ons geboden heeft, maar die we inderdaad ook dan weer in 1830 lichtzinnig verkwanseld hebben. Ook hier gaat de auteur wat al te bondig over heen. Geen woord over de dromen die Willem l op een gegeven moment koesterde: de aanhechting van de gebieden in Noord-Frankrijk (o.a. Frans-Vlaanderen en Artezië) die ons door de Fransen in de loop der tijden werden ontroofd, meer concreet: het “herstel” van de z.g. Vauban-linie en zelfs de hoop dat hij opnieuw zijn voorvaderlijk territorium Nassau zou in handen krijgen. Kunnen wij ons dat Rijk voorstellen? Inderdaad, niet meer dan een droom, want het lag voor de hand dat de andere grote mogendheden dit niet zouden dulden. Zat de grote “verslagene" niet mee aan tafel in Wenen? Een stukje diploma-tische handigheid van Talleyrand! Maar zelfs die droom verdiende in het stuk een beetje meer aandacht.

Vik Eggermont


Bij de kaft-illustratie

Zojuist is de derde druk (!) van Histoire de la Flandre van onze vriend Eric Vanneufville bij de Bretoense uitgeverij Yoran verschenen. In dit boek schreef Wido Bourel over de geschiedenis van de Nederlandse taal onder de titel “Petite histoire et actualité de la langue des Flamands”. Meer informatie op de webstek van de uitgever:
http://www.yoran-embanner.com/histoire/35-histoire-de-flandre.html
Référence ISBN 978-2-914855-82-2 – prijs: 12 €. Genaaid, 11 x 17, 379 pp., met talrijke kaarten en illustraties,

 
Uit en over Frans-Vlaanderen

Cyriel Moeyaert & Mark Ingelaere

o   EUVO zorgde weer voor nieuwe huisnaamborden. In Sint-Jans-kappel verlangde Dominique Degroote een eerder Nederlandse naam: “Lisbloemenhuis”. Frans-Vlaams zeggen ze lisjbloeme (iris). In Sint-Winoksbergen was het bord “bij de Geschiedschrijver” bij Robert Noote aan vernieuwing toe. Hij woont vlak bij de schilder-achtige Kaaipoorte. In Bavinkhove bij Benjamin Lyoen lezen we: ”Tussen Berg en Moeras”, op een mooi gerenoveerd oud huis. In Berten kreeg de Brasserie van de familie Druon-Tops de toepas-selijke naam “Kasteelvijver” bij een heuse vijver. Op 30 meter van de Deschodtmolen in Wormhout woont Hervé Maes nu in “Het huis van de kleine Maes”. Onze zeer Vlaamse vriendin en leeftijd-genote Denise Becue woont in nr. 1 aan de Romeinse Heerweg in Krochte. Haar huis heet nu “De Niepe Hoek”, de naam van de wijk en van de daar verdwenen herberg. Niepe komt van den Iep (of olm). Charlotte Debroucke in Wormhout woont nu gelukkig in “Het voorouderlijk Huys”, een heel zinvolle naam. Ze is jammer genoeg sindsdien gestorven.

o   Horst van Cuyck publiceerde De Graaf en De Heilige Eustaas en Ida van Boulogne. Een rijk geïllustreerd boek van 64 bladzijden. De moeder van Eustaas was Mathilde van Leuven kleindochter van Karel van Lotharingen, de laatste mannelijke afstammeling van Karel de Grote. Eustaas was afstammeling van Judith, gehuwd met Boudewijn I en achterkleindochter van Karel de Grote. Dat Ida in Bouillon geboren zou zijn is niet zeker: het is een veronderstelling (Ducatel, Vie de Sainte Ide de Loraine, 16, voetnoot 1). De auteur vermeldt niets over de taal van Ida. Daar heb ik meer aandacht voor in m’n artikel Een Dietse abdij in het graafschap Gizene in het voorlaatste jaarboek ‘De Nederlanden extra muros’ (2014).

o   Het museum van Sint-Winoksbergen organiseert het jaar door voor-drachten over lokale geschiedenis en kunst. Op 3 april gaf Kristof Papin er een voordracht over het 15e-eeuwse Sint-Winoksbergen. Het grootste Nederlandstalige archief van Frans-Vlaanderen in deze stad is heel rijk en een goudmijn voor genealogen en historici. Voor meer info over het programma en de vaste collectie www.musee-bergues.fr. (K. Papin). Hopelijk wordt z’n voordracht ergens gepubliceerd.

o   In de Mémoires van de Antiquaires de la Morinie (IX, 1851) ontdekte ik het bestaan in het archief van Sint-Winoksbergen van een hand-schrift Dictionarium – biglotton geographicum Latino-Belgicum et Belgi-co-Latinum, (Latijns-Nederlands en Nederlands-Latijns) gemaakt door de prior van Sint-Cecilia Frederick Codron in Diksmuide (1770). Het was blijkbaar bestemd voor het onderwijs en misschien aanwezig in het Sint-Winokscollege.

o   Het nieuws hierover verheugde Hugo de Schepper die een boek gepubliceerd heeft over het algemeen Nederlands bewustzijn in de Nederlanden: Belgium dat is Nederlandt, Identiteiten en identiteitsbesef in de Lage Landen, 1200-1800. Het is een rijk geïllustreerde uitgave op albumformaat, met kaarten en foto’s allerhande in betrekking met de inhoud. 128 blz. boeiende historische inhoud. Uitgeverij Papieren Tijger, Breda. Hugo de Schepper is heel blij met historische blijken van Nederlandse identiteit in Frans-Vlaanderen zoals boven vermeld geografisch woordenboek.

o   Van Hugo de Schepper ontving ik volgende informatie over een speciaal tweetalig (Frans-Engels) nummer, Collection Histoire de la Revue du Nord, No 30: L’identité au pluriel. Jeux et enjeux des apartenances des Anciens Pays-Bas, XIVe – XVIIIe siècles. Identity and identities. Belonging at Stake in the Low Countries, 14e-18e Centuries.

o   Nadat ik in korte tijd drie goede Nederlandse vrienden verloren had: Luc Verbeke, Luc Vranckx en Piet Paardekooper, is me nu ook een Frans-Vlaams vriend ontvallen waarmee ik geregeld brieven wisselde: kanunnik Michel Spanneut uit Steenvoorde, professor en was decaan van de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren geweest aan de Katholieke Faculteiten in Rijsel. Hij was in Steenvoorde geboren op 6 november 1919 en is in Rijsel gestorven op 3 mei 2014. Hij sprak niet alleen goed Vlaams maar kende ook goed Nederlands. Hij heeft voor een paar jaar een Vlaams toneelstuk besproken dat ontdekt was op de pastoriezolder van Morbeke: Arlequin, Wildeman. Zie m’n lexicon hierover in het Jaarboek de Franse Nederlanden (nr. 36, 2011)

o   Frank Masschelein sprak met de heer Maillet, leider van de Frans-Vlaamse actiegroep Tweetalen. Deze actiegroep heeft als doel een tweetalige bewegwijzering in dorpen en steden, ook van wijk- en straatnamen. Ze verlangen ook tweetaligheid in de gemeentehui-zen. De petitieactie hiervoor op internet werd al door 600 mensen ondertekend. De groep Tweetalen bestaat uit 50 doorgaans jonge mensen, al dan niet studenten. Ze zijn voorstander van Nederlands in Frans-Vlaanderen maar willen ook dat dat Frans-Vlaams behouden blijft.

o   Van Alaan Delepeleire ontving ik een brochure over de verdwenen vrouwelijke abdij Marquette gelegen aan de samenvloeiing van Marque en Deule ten noorden van Rijsel. Ze werd in 1228 gesticht door Johanna gravin van Vlaanderen, gehuwd met Ferrand van Portugal. Ze werden er later allebei in begraven. De brochure brengt verslag over de fundamenten van die abdij die blootgelegd en onderzocht werden. Het was een bloeiende abdij gebleven tot aan de Franse Revolutie. Bovengronds werd alles 1794 vernield behalve een monumentale poort die pas een tijd geleden afgebroken werd omdat die bouwvallig was. Wordt die abdij of de poort nu weder-opgebouwd?

o   IJzerhoek bestaat 25 jaar. Dat werd herdacht en gevierd op zondag 22 juni in Volkerinkhove. Onder de spreekbeurten werd er ook een in het Frans-Vlaams gehouden. De feestrede hield Erik Vanneufville over de geschiedenis van Vlaanderen, een spreekbeurt die altijd boeiend en leerzaam is. IJzerhoek is bloeiend, heeft vrij veel leden, geeft een mooi tijdschrift uit met telkens een Frans-Vlaams verhaal, organiseert heel wat activiteiten voor het behoud van het Vlaamse erfgoed en helpt het Vlaams herleven. We wensen het nog veel voorspoedige jaren

o   Het boek van Erik Vanneufville Le front Flamand 1214-1328, de Bou-vines à Cassel heb ik geboeid gelezen. Het is verhalend geschreven zoals goede historieboeken moeten zijn en brengt veel onbekende of minder bekende details aan het licht. Vanaf de nederlaag bij Bovingen (Bouvines) in 1214 over de overwinning bij Kortrijk in 1302 tot de nederlaag met Zannekin bij Kassel in 1328, met alles wat er tussendoor gebeurd is. Het boek werd geschreven in Vlaamse geest.


Vanaf de zijlijn

Marten Heida

Post uit Duinkerke

Sinds enige tijd krijg ik post uit deze Frans-Vlaamse havenstad. Ze wordt mij toegezonden door een organisatie die zich noemt: “Komitee ter eerbiediging der Vlamingen”. Het wil opkomen voor de taalrechten van de Vlaamssprekende bevolking in deze regio. Terecht wordt gesteld dat Vlaamse burgerschap een persoonlijke zaak is. Maar dat wordt door de Franse overheid niet erkend. Tegen deze achtergrond heeft het zich in mei 2016 gericht tot de voorzitter van de in Rijsel zetelende Regionale Raad. In hun schrijven beklagen ze zich over het feit dat van hen gevraagd wordt dat ze als Vlamingen niet bestaan. En dat terwijl ze op het internationale vlak erkend en gerespecteerd worden. Ze tekenen dan ook protest aan tegen de politiek van de Franse overheid met be-trekking tot de huisvesting van grote aantallen migranten in hun streek. Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat zij als Vlamingen moeten integreren. Deze situatie vergelijken ze met de kolonisering zoals die zestig jaar geleden nog voorkwam in Algerije.

Uit het schrijven wordt duidelijk dat twee partijen in de Regionale Raad eenstemmig hebben geweigerd het Vlaams als regionale taal te erken-nen. In dit verband brengen ze de voorzitter onder het oog dat “onze kinderen niet weten dat ze Vlamingen zijn en ook niet op de hoogte zijn van de geschiedenis en de taal van Vlaanderen”. Wel moeten ze kennis nemen van de namen van hen die zich verzet hebben tegen het facisme.

Bij dit beroep op één van de leidinggevende politici in hun regio hebben ze het niet gelaten. Zo is er onder meer een schrijven gericht aan de Duitse Bondskanselier Angela Merkel. Ze stellen haar op de hoogte van hun onderdrukking door de Franse overheid. Immers hun elementaire verzoeken zijn geweigerd omdat ze als Vlamingen niet bestaan voor de Franse wet. “Het onderwijs en het gebruik van onze originele taal –het Vlaams en haar moderne vorm het Nederlands – zijn verboden.” Op Merkel wordt een beroep gedaan deze respectloze opstelling van de Franse overheid ter sprake te brengen in haar contacten met de verant-woordelijke machthebbers.

In het bovenstaande heb ik getracht weer te geven wat er vanuit Duin-kerke aan activiteiten ten behoeve van Frans-Vlaanderen wordt onder-nomen. Ze getuigen ervan dat een nieuwe generatie bezig is zich bewust te worden van de Vlaamse eigenheid. Ik kan me daar – staande op de zijlijn – over verheugen.

Maar ik blijf wel zitten met een tweetal vragen. De eerste is: in hoeverre vindt deze nieuwe werking weerklank bij de bevolking; en als dat het geval is: slaagt men er dan in die te overtuigen van de noodzaak in actie te komen? De tweede vraag houdt met die laatste kanttekening nauw verband. Is de heer Triquet – de woordvoerder van deze hernieuwde werking – een roepende in de woestijn of weet hij zich omringd door een krans van medestanders. Als dat het geval is dan versterkt dat hun stem van aanklacht. Maar mocht blijken dat het niet meer is dan een één-mans-zaak dan zal hij noodgedwongen die roepende moeten blijven. Om hem een bemoedigende riem onder het hard te steken laat ik hier zijn adres volgen: Wido M. Triquet, MF-BV, 5 reu Jacques Bin-gen, F 59140 Dunkerque/Duinkerke. Wellicht put hij moed uit eventuele reacties om op de ingeslagen weg voort te gaan.

Marten Heida.

Prins Willem Alexanderpark 53, NL 3905 CB Veenendaal

 
Het laatste woord

Leo Camerlynck
 
Nederlands in de grensregio’s

Een heel interessant bericht van de Taalunie blokletterde het volgende: “De meerwaarde van buurtaalonderwijs in de grensregio”.

We lichten er een uittreksel uit. “Er zijn maar liefst 400.000 leerders van het nederlands in de grensgebieden. De positie van het nederlands is daar enorm belangrijk. En dus worden in deze regio’s veel initiatieven en activiteiten ontwikkeld ter ondersteuning van het onderwijs Nederlands.

In het Engels kun je elkaar verstaan. Maar door het spreken van elkaars landstaal leer je elkaar echt te begrijpen. En dat maakt het grote verschil. Door de taal van je buur te spreken heb je meer inzicht in de cultuur, omgangsvormen en begrip en finesses van de taal. De grensgebieden zijn de Federatie Wallonië-Brussel, Noord-Frankrijk, Noordrijn-Westfalen en Neder-saksen.” Tot zover het uittreksel uit het bericht.

Ter info, de Nederlandse Taalunie gebruikt de officiële benamingen voor de grensgebieden van het Nederlandse taalgebied. Zannekin gebruikt de historische benamingen, zijnde de Franse Nederlanden, het Walenland, de Duitse grensgebieden, en zonder Luxemburg te verge-ten. Buiten deze kleine toelichting en los daarvan mag dit Taalunie-bericht als een hoopgevend feit en zelfs signaal worden beschouwd.

De toestand in Duitsland blijkt beter te zijn dan in de Zuidelijkste Nederlanden. Dat valt te verklaren door het feit dat het Duits en het Nederlands beide West-Germaanse nauw verwante talen zijn. Spraak-kundig valt het voor een Duitstalige makkelijker Nederlands te leren dan omgekeerd. Er zijn echter twee schaduwzijden. Ten eerste valt het op dat de jonge Nederlander (en Vlaming) jammer genoeg steeds minder Duits kent en leert. Ten tweede, te pas maar vooral te onpas wordt onder jongeren hoofdzakelijk in het Engels geconverseerd.

De kennis van het Nederlands bij de Franstaligen neemt toe maar minder ingrijpend dan verhoopt. Naast het toenemend aantal Waalse scholen, die het Engels als tweede taal kiezen, kiezen steeds meer Waalse en Franstalig Brusselse scholen voor taalbad- of immersie-onderwijs, waarbij in een 50/50-verhouding de vakken in het Frans en in het Nederlands worden gedoceerd. Ook gaan talrijke Frans- en anderstaligen naar de Nederlandstalige scholen in Brussel en langs de taalgrens in Vlaanderen.

In het Frans-Vlaamse Halewijn (Halluin) is het Collège Robert Schuman sinds september 2016 met een soortgelijk experiment gestart. Hopelijk volgen andere Franse onderwijsinstellingen het Halewijnse voorbeeld. Voorts lopen om en bij vijftienhonderd meisjes en jongens school uit Frans-Vlaanderen in het West-Vlaamse onderwijscircuit.

Een bezwaar gedeeld door zowel Duitstaligen als Franstaligen is de slordigheid waarmee de Nederlandstaligen in Noord en Zuid de mooie Nederlandse taal hanteren. Verkavelingsvlaams, Poldernederlands, regiolecten werken remmend. Er is nog werk aan de winkel en er moet nog flink aan de weg getimmerd worden.


Verdringt het “Vlamsj” het Nederlands in de Frans-Vlaamse Westhoek?

In een volgend nummer gaan we uitgebreider in op een steeds gevoeliger wordend onderwerp, namelijk het “Vlamsj”, of wat er moet voor doorgaan, versus het Nederlands in de Frans-Vlaamse Westhoek. Ook u als Zannekin-lid mag nu al gerust uw mening hierrond ventileren. Meer hierover later.

Leo N.J. CAMERLYNCK

“De Zavelberg”

Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL / Brussel

t. 00 32 485 630 227

e-post: leo.camerlynck@skynet.be