> nieuwsbrief > JGe jg. - 3e trimester 2017


Bijdragen over:
 
Mededelingen

 

   Vlag met het wapen van Zannekin in het gelijknamige restaurant te Lampernisse

 

Hernieuwen ledenbijdrage voor 2017

Dit is een laatste oproep tot hernieuwing van de ledenbijdragen voor 2017, gericht tot diegenen die tot nog toe verstek gaven. Toetreden kan nog steeds, mits overboeking van de ledenbijdrage. Even herinneren: de minimumbijdrage bleef ongewijzigd en bedraagt 29 €. In ruil daarvoor verzekeren we u andermaal de stipte toezending van het al in mei verschenen nieuwe Jaarboek de Nederlanden ‘extra muros’ – het 39e al – en van de vier nummers van ons kwartaalblad Nieuwsbrief Zannekin. Vanaf het bedrag van 35 € boeken we u met dank als steunend lid. Vereffening graag via onze rekening IBAN: BE13 4648 2202 5139 – BIC: KREDBEBB t.n.v. Vereniging/Stichting ZANNEKIN, Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper.

 

Zannekin-Ontmoetingsdag te Eupen 14 oktober 2017 - EUPEN en het VIERLANDENPUNT - 1815-2017, meer dan een grensgeval


Onze najaar studiedag heeft in de herfst plaats in het oostelijke deel van België waar in de voorbije tweehonderd jaar de grenzen meer dan eens verschoven.

Tijdens deze dag worden de historische gebeurtenissen sinds 1815, het jaar van het Congres van Wenen, uit de doeken gedaan. Het wordt een boeiende dag in een unieke omgeving.

De exacte locatie moet nog bevestigd worden. Alle details vindt u in de volgende Nieuwsbrief. NOTEER ALVAST de datum van zaterdag 14 oktober 2017.

 

Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ 2017


Maurits Cailliau

Ook dit 39e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ brengt weer een rijk palet aan bijdragen over de randgebieden van onze Lage Landen die deel uitmaken van ons geschiedkundig erfgoed. En als steeds openen we met de korte bijdrage die zowat in een notendop het “programma” van Zannekin verwoordt.

Voor de vierde keer besteedt Cyriel Moeyaert aandacht aan Het Nederlands in Sint-Omaars door de eeuwen heen. Dit vierde luik sluit naadloos aan op zijn vorige bijdragen met dezelfde titel in de jaarboeken 12 (1990), 21 (1999) en 30 (2008).

Van dezelfde auteur stamt ook de kortere bijdrage Meer Standaardtaal in het Frans-Vlaams dan in het West-Vlaams, dat in zeker opzicht een toelichting vormt op zijn beide publicaties Nieuw Oud Vlaams, die op hun beurt een aanvulling vormden op zijn succesvolle Woordenboek van het Frans-Vlaams (2005).

In de beide daaropvolgende bijdragen wordt aandacht besteed aan het thema dat centraal stond op onze Ontmoetingsdag van 2016 te Belle: de Beeldenstorm. Vooreerst komt de lezing van Marten Heida aan bod over De Beeldenstorm: een gereformeerde invalshoek, waarna de inbreng van Guido Vandermarliere over de Geuzenliederen voorgesteld wordt. De lezing van Wido Bourel te Belle zal opgenomen worden in het jaarboek 2018.

Met In het randgebied van de Nederlanden. Een reportage in de Romaanse gouwen brengt Maurits Cailliau een merkwaardig documentair verslag uit 1944 boven water, waarin toen vanuit Vlaams-nationalistische hoek met een voor dat tijdsgewricht opzienbarend verfrissende blik gekeken werd naar het Nederlandse verleden van onze territoria beneden de Belgische taalgrens. De toonzetting is van de auteur, de aangehaalde gegevens stammen van de toenmalige verslaggever Albert Derbecourt.

Al evenveel, zo niet nog meer, documentaire waarde bevat het onderzoek van Ruud Bruijns naar Het bewustzijn van de Nederlanden en de verloren gebieden in de 18e eeuw. Surfend doorheen gedigitaliseerde krantenbestanden uit die tijd kwamen hem tal van onvermoede Heel-Nederlandse getuigenissen onder ogen, waarbij pertinente aandacht voor de aan Frankrijk verloren gegane Zuidelijkste Nederlandse gebieden toen nog als vanzelfsprekend ervaren werd.

Als scharnier tussen de Zuidelijke en de Oostelijke Nederlanden fungeert de bijdrage van Herman Vandormael over “Het wonder van Edingen” – de taalgrens van 1962. Daarin doet hij verslag over de taal-grensperikelen en –vervalsingen op de grens tussen Henegouwen en Brabant.

Emile Smit biedt ons met De Kleefse enclaves in Gelderland inzicht op de totstandkoming van de Duits Nederlandse grens in deze contreien. Tot de herziene grensafbakeningen kwam het in 1816-1817 als uitloper van wat op het Congres van Wenen bedisseld werd.

Het Graafschap Lingen: een tijdelijk stukje Nederland in Duitsland is het thema dat Zeno Kolks ons dit keer aanreikt. We vernemen meer over zowel de geschiedenis als de kunstgeschiedenis van dit gebied en zijn dwarsverbanden met de Nederlanden.

Leo Camerlynck brengt ons nog een stuk verder oostwaarts met zijn Tijdingen uit Oostland. Achtereenvolgens komen daarin aan bod: Wilamowice, een Vlaams dorp in Zuid-Polen, Michael Albert en de Flandrer in Transsylvanië en de Casselnaar Nicasius Elleboudt, een Vlaamse kerkleider in Hongarije. Een merkwaardig te noemen drieluik.

Vorig jaar startte Marten Heida met zijn Oostrand-sprokkels, zijnde een actualiteitskroniek over wat reilt en zeilt binnen de Duitse Nederlanden, die in dit jaarboek een logisch vervolg vindt.

Met de Kroniek en boekbesprekingen sluiten we traditioneel ons jaarboek af.

 

Uit en over Frans-Vlaanderen


Cyriel Moeyaert & Mark Ingelaere

 

§  Kurt Lapere, knap toponiemenkenner is van plan om twee atlassen te maken, een met alle straatnamen en toponiemen van Frans-Vlaanderen en een ander met die van Artesië en het Boonse (Pas-de-Calais).

§  Het Comité Flamand de France zal samen met de stad Sint-Winoksbergen plechtig de dertienhonderdste verjaardag vieren van Winoks sterfdag in september. Ook in Wormhout waar Winok gestorven is, hebben er plechtigheden plaats.

§  In Wormhout wordt een nieuwe reus geschapen die Sint-Winok voorstelt.

§  De oude getijden van Sint-Winok zullen bij die feestelijke herdenking in Sint-Winoksbergen en Wormhout gezongen worden door onder meer het dameskoor Cum Jubilo uit Watou.

§  Het schrijn van Sint-Winok stond vroeger in de Sint-Maartenskerk in Sint-Winoksbergen. Nu staat het in het museum in het pandjeshuis. In de kerk had ik de kans om er een rond detail van te fotograferen. Het stelt de processie van vroeger voor met het bad van het schrijn in de Kolme in de buurt van de Draaibrugge. Deze foto verschijnt in de Kalender van het Davidsfonds 2018.

§  Het nieuwste nummer van het Bulletin (nr. 111, juni 2017) – het tijdschrift van het Comité Flamand de France - staat een “Uutspraeke voor de Jaervergaeringe na Marcq-en-Baroeul” van Jean-Paul Couché. Daarin staat dat 15 dorpen of steden bereid zijn om alle straatnaamborden tweetalig te maken. En dat nog tiental andere dat ook willen doen. Ik hoop alleen dat de oude eentalige straatnaamborden niet verdwijnen.

§  Er zijn nu 800 mensen in Frans-Vlaanderen die elk jaar de streektaal leren. Couché noemt die West-Vlaams. De vraag is of de taal die ze leren echt West-Vlaams is. Wat zou het mooi zijn als ze eveneens Nederlands zouden leren waarmee ze veel verder zouden komen en contact krijgen met de cultuur van 23 miljoen Nederlandssprekenden. Er zijn ook bedenkingen bij de spelling en het woordgebruik. Ik geloof niet dat ‘uutspraeke’ ‘spreekbeurt’ betekent in het Frans-Vlaams, wel ‘toesprake’. Als ‘ae’ de weergave van ‘ao’, dan is in ‘uutspraeke’ een zuivere ‘a’ te horen in Frans-Vlaanderen is ‘a’ voldoende.

§  In het laatste nummer van IJzerhoek heeft Jean Adriansen twee mooie Vlaamse verhaaltjes gepubliceerd: “Achter den permis om te ryden” en “Den schooier in ’t onweerte”. Onder het opschrift van het blad staat terecht: “Voor het Vlaemsch erfgoed”.

§  Ik heb in dit nummer geboeid het artikel gelezen over Willem Clito, de minst bekende graaf van Vlaanderen. Hij schenkt in  1127 een Latijnse keure aan de stad Sint-Omaars, de zowat oudste keure van Vlaanderen. Wij krijgen er hier een Franse vertaling van. Willem Clito werd gewond door een speer in een veldslag bij Oostkamp en stierf enkele dagen later. Hij werd plechtig begraven in de Sint-Bertijnsabdij naast Robrecht de Fries. Na de verwoesting van de abdijkerk werd hij overgebracht naar de kathedraal. Hij werd opgevolgd door Dirk van de Elzas.

§  hat jongste nummer van Neerlandia publiceerde Wido Bourel een opmerkelijk artikel: Cathelijntje Trigault (1604-1689), moeder van alle Europese Amerikanen. Joris en Cathelijntje trouwden in de Waalse kerk in Amsterdam, voeren daarna vanuit Texel naar Amerika en landden bij de monding van de Hudson. De stichting heette ‘Nieuw Amsterdam’. Ze werden de stamouders van een miljoen Amerikanen. In hetzelfde nummer komt ook een opmerkelijk interview met de Vlaamse filosofe (uit Terneuzen) Ad Verbrugge die een heel sterk pleidooi houdt tegen de verengelsing van het onderwijs.

 

Olla Vogala



Het verhaal van de taal van de Vlamingen, in Frankrijk en elders / L’histoire de la langue des Flamands, en France et ailleurs

In deze tweetalige, beknopte geschiedenis van de taal van de Vlamingen neemt de auteur ons mee naar de verre oorsprong en in de boeiende geschiedenis van de Vlaamse streektaal die in Frans-Vlaanderen gesproken wordt.

Het Vlaams / Nederlands gaat in directe lijn terug op het Frankisch, taal van de stichters van het Frankenrijk, later afgekort tot Frankrijk. De taal van de Vlamingen en de Nederlanders is ouder dan het Frans. Het Frankisch werd ooit gesproken tot voor de poorten van Parijs.

Maar vandaag de dag is het Frans-Vlaams nog enkel de spreektaal van enkele duizenden Frans-Vlamingen in Frankrijk. De auteur schetst het verloop van deze ontwikkelingen, eeuwenlang voortgestuwd door de kwalijke Franse centraliserings- en nivelleringspolitiek. Hij legt zich niet neer bij het identiteitsverlies van de Vlamingen in Frankrijk en pleit hartstochtelijk voor de bevordering van het Nederlands, culturele voedingsbodem van het Frans-Vlaams dialect en taal van haast 25 miljoen Europeanen.

Dit boek is tweetalig opgevat. Het richt zich tot alle Frans-Vlamingen met interesse voor de taal van hun ouders, alsook voor al wie belangstelling heeft voor de regionale talen in Frankrijk en in Europa. Terwijl de Vlaamse en Nederlandse lezer een vergeten maar boeiende bladzijde van de geschiedenis van zijn moedertaal zal herontdekken.

_____________

N.a.v. Titel: OLLA VOGALA. Het verhaal van de taal van de Vlamingen, in Frankrijk en elders / L’histoire de la langue des Flamands, en France et ailleurs.

Tweetalige uitgave Nederlands-Frans, Verschenen bij de Bretoense uitgeverij Yoran Embanner. ISBN 978-2-36747-0474. Formaat: 12,5 x 19 cm, Afwerking: paperback, 160 blz. Prijs: 9 euro + 3,50 euro verzendkosten. Verdere info via: www.widopedia.eu Te bestellen via overboeking van 12,50 € op rekening BE38 8440 4509 0172 t.n.v. Bourel, Bouwel.

 

1677 de Slag aan de Peene



 

NIEUWE PUBLICATIE

VERSCHIJNT IN HET NAJAAR:

Jacques Buttin, Philippe Ducourant, Dominique Hemery, Kristof Papin, Jean-Jacques Thybaut & Jocelyne Willencourt, 1677 - De Slag van de Peene - Een stuk Vlaanderen wordt ingelíjfd bij Frankrijk,

Uitgave van het Maison de la Bataille, Noordpeene, 2017.

 

De laatste slag van Kassel die geleverd werd tussen de Franse legers onder leiding van “monsieur' Filips van Orleans (broer van Lodewijk XIV) en Maréchal d'Humières en de Hollanders onder leiding van stadhouder Willem van Oranje, vond plaats op 11 april 1677 rondom de Peenebeek in Noordpeene. De Hollanders waren de stad Sint-Omaars te hulp gekomen dat werd belegerd door de Fransen en door dat nieuws verontrust, trok een deel van de Franse troepen richting Kassel. De Hollanders riepen verzamelen en vertrokken te Ieper op 8 april 1677. D'Humieres vreesde de slag te verliezen tegen de Hollanders en riep de hulp in van de Maarschalk de Luxembourg, wiens optreden beslissend zou blijken. De Hollanders, na eerst aan de winnende hand te zijn geweest, verloren uiteindelijk 'de slag van de Peene' en in het daaropvolgende verdrag van Utrecht (1678) zou Lodewijk XIV ook dit stuk van Vlaanderen definitief inlijven. Een mooi Museum in Noordpeene “la maison du Bataille' herinnert aan die slag en viert dit jaar zijn tiende verjaardag.

De obelisk herinnerend aan de Slag aan de Peene, 1677, met als opschrift:

 

Praelium Peenae ad Csletum XI Aprilis MDCLXXVII

 

En 1677 le 11 Avril a été dans cette plaine une Bataille décisive. Elle fut caue de l’annexion de ette contrée à la France.

 

Vertaalde: Op 11 april 1677 werd in deze vlakte een beslissende veldslag geleverd. Deze had de inlijving van dit gebied bij Frankrijk voor gevolg.

Ter gelegenheid van deze verjaardag verschijnt een nieuw overzichtswerk over deze soms vergeten veldslag, de voorgeschiedenis, de slag en de gevolgen op zowel taalkundig als institutioneel vlak. Een aantal auteurs hebben samen hun schouders gezet onder dit project.

Van het werk verschijnt zowel een Franstalige editie: 1677, la Bataille de la Peene – La Flandre déchirée, als een Nederlandstalige editie: 1677, De Slag van de Peene - Een stuk Vlaanderen wordt ingelijfd bij Frankrijk. Het werk wordt rijkelijk versierd met méér dan 50 illustraties, waarvan vele nooit eerder uitgegeven zijn.

_____________

Boek in A4-formaat, ca 200 pp., rijk geïllustreerd, met harde kaft. Prijs 20 € + 3 € verzendkosten (binnen Europa),. te storten op IBAN FR76 1670 6050 1016 3916 7110 201 (Swift code AGR|FRPP867) van Maison de la Bataille – F. Noordpeene.

Verdere info: Maison de le Bataille, 200 rue de la Mairie, F. 59670 Noordpeene. E-adres: maisondelabataille-noordpeene@wanadoo.fr
 

 

Frans-Vlaamse dorpen, een bezoekje waard


ZEGERSKAPPEL

 

 

Tussen Wormhout en Bollezele ligt Zegerskappel. In 1119 staat dit dorp al bekend als ‘Sigeri capella’ waarbij Sigeri betekent: de heer van de zege. De kerk heeft in de loop der tijden heel wat verbouwingen en aanpassingen ondergaan. Ze werd in 1585 nog erg beschadigd door de Geuzen. De datum 1614 die in de noordgevel is ingemetseld getuigt van herstelling. Er zijn in het bouwwerk romaanse, gotische en zelfs renaissance elementen te vinden. Er werd gebouwd met ijzerhoudend zandsteen, gele en rode baksteen, en kalksteen. De twee beuken hebben merkwaardig versierde topgevels. Je vindt er ook heel wat runetekens of metselaarstekens.

Op het kerkhof dat nog rustig rond de kerk ligt, ligt Justin Blanckaert, een telg van de  Vlaamsgezinde familie begraven. Op zijn graf is een steen met de tekst: ‘Hier rust een Vlaming’. In de onmiddellijke buurt van dit graf, dat voor de rest in het Frans is, staat het graf van Sophia Delphina Bous, die stierf in 1875. Dit graf heeft alleen maar een mooi Nederlandstalig opschrift. Op dit kerkhof is ook nog het graf te zien van priester Nestor Depoers die in de vorige eeuw Nederlandse les gaf in Hazebroek en die een Nederlands opschrift op zijn graf liet plaatsen.

Niet ver van de kerk, aan de weg naar Bollezele staat het eenvoudig maar mooi kasteeltje van Orval, met een 17 meter hoog renaissancetorentje. Toen Jossine de Moor, vrouwe van Orval, in 1540 stierf, ging de heerlijkheid over naar de geslachten de Handtschoewerker, Damman en Quekebijl.

De reus die de volksfeesten van Zegerskappel luister bijzet is nog maar 20 jaar oud. Zijn naam is ‘Klakke van zes Kappel’. In 2015 is hij in het huwelijk getreden met ‘Watten Dame’ uit het naburige Waten waar een wijk ‘Watendam’ heet.


BOLLEZELE

Bollezele, een dorp in de Frans-Vlaamse Westhoek, is eveneens bekend als bedevaartsoord. De St.-Wandregiliskerk uit de 16e eeuw is verbonden met het miraculeuze beeld van Onze-Lieve-Vrouwebezoeking, aan wie verschillende mirakels zijn toegeschreven. Er heeft hier een romaanse kerk bestaan waarvan de sporen nog te zien waren in het begin van de 20e eeuw.

 

Binnen in de kerk vind je een renaissance orgelkast uit 1669, versierd met veldbloemen en musicerende figuren, drie retabels, waarvan de mooiste in de rechter dwarsbeuk, naar Antwerps model. Ook het Maria-altaar met het grote miraculeuze beeld heeft een opmerkelijke retabel. Eronder prijken twee halfverheven beeldhouwwerken die de herders voorstellen en de Drie Koningen. Het altaar in de noordelijke dwarsbeuk is toegewijd aan Sint-Anna, patrones van de rederijkerskamer. Het Nederlands opschrift erop hebben de rederijkers aangebracht. Het hele westelijke deel van de kerk vanaf de toren en de dwarsbeuk dateert in 1879-80. De gebrandschilderde ramen (19e eeuw) verhalen de mirakels op voorspraak van  O.-L.-Vrouw van Bollezele, o.m. weer tot leven gewekte gestorven kinderen, de verering van Maria door Albrecht en Isabella in 1621, de kroning van het Mariabeeld in 1902 en de Mariaverschijningen in Frankrijk. Veel ervan werden door een Brugse firma vervaardigd. De beschermheilige is Sint-Wandregisilis (Wandrille) (7e eeuw). De monniken van de Wandregisilisabdij nabij Rouen wilden de relikwieën van hun stichter beschermen tegen de invasie van de Noormannen. De monniken konden naar Vlaanderen vluchten en de Noormannen  werden gestopt nabij Bollezele.

De verering van Maria in Bollezele is zeer oud. Dat de Heilige Maagd verschenen zou zijn op de oevers van de IJzer, is de oorzaak van de verering. Op de plaats waar ze verschenen is staat er een monumentje met aan de voet een bron. Het beeld dat er stond had men volgens de legende al twee keer naar de kerk gebracht in  een processie waarbij men  rode pijlen moest volgen. Vandaag de dag noemt men deze weg ook wel nog “ de processieweg”.

In de winter van 1429 werd een ongedoopt kind begraven. Beide ouders van dit kind hadden later een droom waarin hen duidelijk werd gemaakt dat ze het lichaam moesten opgraven. Ze groeven het kind op, droegen het naar de kerk en op het moment dat ze hem doopten, werd hij opnieuw levend. Dankzij dit wonder, maar ook door verschillende genezingen van ziekten en verlammingen, is de verering begonnen.

Een ander verhaal vertelt dat in 1510 de pest losbrak in Vlaanderen. In de parochies van Bollezele, Arneke, Rubroek … was het een echte epidemie. De inwoners riepen de hulp in van Onze-Lieve-Vrouwebezoeking en de epidemie stopte.

Een ander voorbeeld van een wonder is het verhaal van de koning van Groot-Brittannië. Dankzij meerdere missen opgedragen in Bollezele, kregen ze uiteindelijk hun langverwachte zoon.

Vandaag de dag wordt er vooral een beroep gedaan op Maria van Bollezele door moeders die een kind verwachten.

Elke dag van de novene  (24 juni-2 juli) worden er meerdere missen opgedragen  in de kerk en de laatste zondag van juni is er een processie in de straten van Bollezele.

____________________

Bron: Nieuwsbrief Davidsfonds Frans Vlaanderen, voorjaar 2016.

 

De slechte staat


(terugdenkend aan René de Clercq!)

 

Reeds lang, reeds lang ligt deze staat,

gekweld door eindeloze kwalen,

en door de roofzucht van de Walen

te lijden aan de ziekte van de haat.

 

Haat met vervalsing en geweld,

door onze bron, de oude Nederlanden

te scheuren met baldadige handen

ten dienste van een Frans bestel:

 

dé rover sedert vele eeuwen,

die d' oude Dietse taal van duizend jaar

als erfvijand bedreigt. Maar leeuwen

wapperen weer, gedragen door een schaar

 

van dappere getrouwen, die de heren van de haat

en van 't geweld naar ondergang geleiden,

zonder steun van d' Europese technocraat!

Zij zullen volk en land weldra bevrijden!

 

De vrijheid komt wel zeker, maar de geesten

van 't misleide en bedrogen volk

zijn nog niet klaar. Een Nederlandse tolk

moet helderheid en waarheid 't meest

 

aan velen schenken. Het échte weten

doet de zieke, slechte staat,

met verachting, zonder eigenbaat,

in zielige dood totaal vergeten!

 

Zo zullen Vlaanderen én het hele Nederland

ten slotte zegevieren en eigen toekomst

voor de Lage Landen aan de Noordzee-rand

voor eeuwen bouwen en onaangerand!


                                                    Erik Verstraete (+)


 

De Sirenengedichten


Fascinerend hoe talen zich weinig aan grenzen gelegen laten liggen. Zo viel het me in Aken en Maastricht op hoe de inboorlingen, hoewel officieel Duits en Nederlands, elkaar in een soort tussentaal begrijpen. Ook in de Achterhoek, een van de mooiste streken van Nederland overigens, trof me dat. Mensen uit Winterswijk en Vreden (aan de andere kant van de landsgrens) verstaan elkaars dialect makkelijk. Daar is dat het Westfaals, een variant van het Nedersaksisch, dat ondertussen voor de Europese Unie als officieel erkende streektaal geldt.

Bijzonder aardig vind ik dat ook sommige dichters hun moedertaal af en toe aanwenden voor hun poëzie. Enkele mooie voorbeelden staan in De Sirenengedichten 1999-2014, een charmant uitgaafje van de Stichting Eeuwig Erbarmen (wat een práchtnaam!). Die organiseert sedert het eind van de vorige eeuw jaarlijks (behalve in 2004, waarom is me niet bekend) wandelingen over de landgoederen Idink en Nibbelink in het Gelderse Sinderen onder de naam ’nDrom. Die bieden de deelnemers onderweg muzikale, poëtische en theatrale verrassingen. In De Sirenengedichten is een keuze opgenomen van verzen die in de loop van de laatste vijftien jaar speciaal voor ’nDrom  werden geschreven. Het boekje, dat net als vele Franse uitgaven voordat je het kunt lezen aan de bovenkant nog moet open worden gesneden, bevat bijdragen van Jolanda van Erkel (eentje) en Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter. Die drie vormen samen ook het Instituut Praktische Poëzie (HiPP), en weten zich in hun gewest geworteld. Dat komt steevast liefdevol beschreven uit hun gedichten naar voren. Bert Scheuter is er ‘een houtman in een houtdorp’, oude landbouwwerktuigen worden door alle drie gekoesterd. Je ruikt gorgelend zompig moer  en de geur achter de vraag is bos nog bos als het gehakt is?

Om terug te komen op het Nedersaksisch, enkele voorbeelden: Zet blauw baoven gruun / en dreum owwen drom / in de bos, in de weide. // Dan zette owwe oorne los en luustert, / dan kiek owwen drom diep in de ogen / en ziet eerst maor’s wat eur d’r van duch.(Bert Scheuter) en ’n Vlucht schoolherinneringen, / Pas op, i’j daor! // ’n School opgeviste dingen, ónbedaorbaor. // ’n Zwarm vluchtige vraogen, jao èh nea maor…. // ’n Dróm vraogteikens te raoden, ónafzienbaor.(Hans Mellendijk) Het heeft hier en daar wel wat van West-Vlaams weg. Als je het hardop leest begrijp je het prima. Mooi ook, van Scheuter: Ik bun dat kind veurbi-j ’egaon, / Het kind dat alles annemt. […] Want ik wet da’k niet vinne, / tut de tied zelf mien zelf wegnemt….

De Sirenengedichten waren een aangename verrassing in mijn brievenbus!

Bert Bevers

_________________

De Sirenengedichten 1999-2014, Jolanda van Erkel, Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter, Stichting Eeuwig Erbarmen, Varsseveld, 2014

Bron: http://mededelingen.over-blog.com/article-de-sirenengedichten-124242702.html

 

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

 

Het resultaat van een monnikenwerk 

Verscholen in de plooien van het lichtheuvelachtige oosten van het Westmunsterland ligt het dorp Asbeck. Beeldbepalend is een tweetal gebouwen die nauw verbonden zijn met het verleden en door een geslaagde restauratie behouden zijn gebleven. Het ene is het voormalige dormitorium (= slaapzaal) en het andere een bewaard gebleven deel van de kruisgang van het klooster.

Dit klooster was in zijn oorsprong een bisschoppelijke stichting die dateert uit het midden van de 12e eeuw. In deze opzet was het een dubbelkloooster van de orde van de Premonstratensers. Zo heeft het bestaan tot 1523; in dat jaar werd het omgevormd tot een stift voor adellijke dames. Als zodanig heeft het gefunctioneerd tot 1805. Weliswaar werd het toen opgeheven maar het zou nog duren tot 1811 eer dat het werkelijkheid werd. Het is van dat stift dat Wilhelm Elling, oud-conservator van het voormalige Vredense Hamakand-museum, de "gangen" aan de hand van een keur aan documenten heeft nagegaan daarbij terzijde gestaan door zijn vrouw.

Eén van die documenten heeft betrekking op de godsdienstige situatie in het Westmunsterland van de 16e eeuw. De ingrijpende gebeurtenissen van die tijd hebben ook hun sporen getrokken door deze regio. Maar rond 1600 kan worden vastgesteld dat het reformatorische gedachtegoed geen ingang heeft gevonden in het Asbecker stift. Dat wordt duidelijk verwoord in een uit die tijd daterende geloofsbelijdenis.

Uit 1735 dateert een archiefstuk dat te maken heeft met de voormalige boekerij van het stift. Het uitzonderlijke van dit bezit is dat het niet het "slachtoffer" werd van de secularisatie maar behouden bleef tot in de 20e eeuw. Helaas is het door onverantwoord toedoen van de pastoor niet bewaard gebleven. Het is slechts de catalogus die inlicht over de omvang van deze bibliotheek.

Ook worden we geïnformeerd over de inventaris van het stift. Weliswaar werd die elke keer opgemaakt als een nieuwe abdis aantrad maar echt van belang is die welke de stand van zaken tijdens de secularisatie weergeeft. Vastgesteld kan worden dat niets aan de aandacht van de opstellers is ontsnapt.

Al in 1824 wordt van de kruisgang gezegd dat die een bouwval is. De regering van Munster is dan ook voor afbraak. Maar gelukkig zijn er kenners uit Berlijn die hen duidelijk maken dat het wel gaat om een waardevol kunsthistorisch monument. Echter voor de restauratie stellen ze niet de benodigde geldmiddelen beschikbaar; het gaat immers maar om een monument in een afgelegen klein dorp dat geïnteresseerden toch niet weten te vinden. Het zal dan ook tot 2003 duren vóór met de restauratie wordt begonnen. De ironie van de geschiedenis is dat na de voltooiing blijkt dat dit "afgelegen" dorp een attractie rijk is die veel toeristen doet besluiten het te gaan bezichtigen. 

Uiteraard heb ik in het bovenstaande maar enkele facetten kunnen aanstippen. Vandaar dat ik voor belangstellenden hier nog een aantal gegevens laat volgen. Het boek Zur Geschichte des Stiftes Asbeck is verkrijgbaar bij: Heimatverein Asbeck e.V. Heeker Str. 11b, D-48739 Legden-Asbeck (tel: 0049-25661231). Het formaat is 21 bij 30 cm; de omvang is 485 bladzijden en het kost € 39,80.

Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53,

NL-3905 CB Veenendaal

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck

 

Frans en Nederlands spreken, een ongelooflijk voordeel in de Eurometropool Rijsel – Kortrijk - Doornik

Frans en Nederlands zijn de twee talen van de Eurometropool Rijsel-Kortrijk-Doornik. Het staat buiten kijf dat het een ongelooflijke troef betekent wanneer men zich kan uitdrukken in meerdere talen. De Eurometropool spoort haar inwoners dus meer dan ooit aan talen te leren en in het bijzonder Nederlands voor de Franstaligen en Frans voor de Nederlandstaligen.

Wanneer men één of zelfs meerdere talen spreekt, kan men zich verplaatsen en gemakkelijker een job vinden in de drie regio’s van de Eurometropool. De talenkennis bevordert eveneens het contact tussen de verschillende cultuuruitingen, dat stoelt op wederzijdse begrip en talrijker uitwisselingen tussen de burgers.

De kennis van het Nederlands en van het Frans biedt een opening naar de twee belangrijkste taal- en cultuurgemeenschappen van West-Europa, de Germaanse en de Romaanse.

In dit zuidelijke deel van het voormalige Graafschap Vlaanderen gedijen deze projecten. Het werpt zichtbare vruchten af, die in het straatbeeld merkbaar zijn.

Leo NJ Camerlynck, “De Zavelberg”,

Edouard Michielsstraat 51

B. 1180 Ukkel (Brussel), T. + 32 485 630 227

E. leo.camerlynck@skynet.be