> nieuwsbrief > 36e jg. - 1e trimester 2018

Bijdragen over:




  Aan de Zannekin-gedenkteen te Lampernisse in 2017



Mededelingen

 

Hernieuwen ledenbijdrage voor 2018

Hoewel we, zoals elk jaar overigens, straks weer geconfronteerd zullen worden met de – uiteraard weer eens naar boven – aangepaste post-tarieven, blijft uw ledenbijdrage voor 2018 ongewijzigd. Ze beloopt voor het in mei 2018 te verschijnen nieuwe – 40e - Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ en voor de driemaandelijkse Nieuwsbrief Zannekin 29 €. Vanaf 35 € wordt u met dank als steunend lid geboekt.

Betalen kan enkel nog via ons ‘Belgisch’ zogenaamd ‘Europees’ rekeningnummer iban BE13 4648 2202 5139 – bic: KREDBEBB BE, waarvan de rekeningoverzichten ons dagelijks meegedeeld worden. Enkel leden buiten België vinden bijliggend nog een betaalformulier. Gezien veelal via e-banking vereffend wordt worden deze binnen België’ stilaan overbodig. Leden genieten bovendien ook een tastbare vermindering op de deelnamekosten van de Zannekin-activiteiten.

 

Dringend verzoek

Onze Zannekin-Nieuwsbrief verschijnt slechts driemaandelijks. Mochten onze leden en belangstellenden ons massaal hun e-postadres willen meedelen, dan wordt het ons mogelijk hen ook tussentijds te bereiken teneinde hen vlotter te informeren omtrent de op stapel staande activiteiten en andere initiatieven die in het verlengde daarvan liggen. Wil ons daarom uw e-adres meedelen via een kort berichtje aan maurits.cailliau@skynet.be met als boodschap: ’interesse in Zannekin’.

 


Studie-uitstap 2018


 

 
 

 


 

 

 

De obelisk herinnerend aan

de Slag aan de Penebeek

 

 

 

Onze Studie-uitstap zal dit jaar doorgaan op zaterdag 28 april 2018. Onze voorjaarsactiviteit behelst andermaal een busuitstap die ons naar de Frans-Vlaanderen zal brengen, waar in 1677 aan de voet van de Casselberg de noodlottige veldslag geleverd werd te gevolge waarvan deze contreien bij Frankrijk ingelijfd werden. We bezoeken er het ‘Huis van de Veldslag’ en krijgen (op facultatieve basis) de gelegenheid deel te nemen aan de jaarlijkse voettocht doorheen het toenmalige slagveld.

Vooraf bezoeken we in Waten het graf van de Frans-Vlaamse voorman priester Jean-Marie Gantois, die 50 jaar geleden overleed en op wiens graf de Vereniging/Stichting Zannekin destijds een gedenksteen aanbracht waarop de Leo Belgicus of Nederlandse Leeuw prijkt, gebeiteld door Willem Vermandere.

 

Ontmoetingsdag 2018

Deze zal doorgaan op zaterdag 6 oktober 2018 te Ravestein bij Nijmegen. Alhoewel de aanleiding tot de ‘Vrede van Nijmegen’ (1678) uiteraard al aan bod zal komen tijdens onze Studie-uittap, zal op deze dag het bredere plaatje geschetst worden die tot deze vrede aanleiding gaf. Op deze dag dient men wel – als traditioneel voor onze Ontmoe-tingdagen – op eigen houtje heen. Over beide activiteiten uiteraard ruimere info in onze volgende Zannekin Nieuwsbrieven.



Die luxemburgische Sprache in Belgien


Uittreksel uit ”Apropos Großherzogtum“ (het officiële internetportaal van het Groothertogdom Luxemburg):

Im grenznahen Arelerland (der Region rund um die in der belgischen Provinz Luxemburg gelegenen Stadt Arlon) sprechen 5.000 bis 20.000 Menschen Luxemburgisch als Muttersprache. In den 1960er Jahren waren es noch etwa 50.000. Allerdings haben 14,5% der Bewohner der Region Basiskenntnisse der luxemburgischen Sprache.

Durch den Vertrag von London vom 19. April 1839 wurden einige Ge-meinden, die dem Großherzogtum Luxemburg angehört hatten, dem belgischen Königreich zugeteilt.

Anfangs hatte diese neue Situation keinen Einfluss auf die Nutzung des Luxemburgischen (auch francique luxembourgeois genannt). Das änderte sich allerdings spürbar nach dem Ersten Weltkrieg. Nach 1918 wurde die deutsche Sprache als "Feindessprache" angesehen und demnach mehrheitlich abgelehnt. Diese Situation brachte mit sich, dass die bel-gischen Behörden ihre Luxemburgisch sprechenden Einwohner be-schuldigten, einen deutschen Dialekt zu sprechen.

Während des Zweiten Weltkriegs dann verschlimmerte sich die Situ-ation und die Belgier begannen, die Bewohner der Arloner Region zu verdächtigen, die "Feindessprache" zu sprechen.

Trotzdem konnte das Luxemburgische überleben, und bis in die 1960 Jahre hinein konnte sich die Sprache im Arelerland einer großen Leben-digkeit erfreuen. Als dann Französisch im Kindergarten als obligato-rische Sprache eingeführt wurde, begann das Luxemburgische an Be-deutung zu verlieren.

Heute wiederum besteht in der Region der von der Luxemburgisch sprechenden Gemeinschaft gegründete Verein Areler Land a Sprooch a.s.b.l., die sich zum Ziel gesetzt hat die luxemburgische Sprache und Kultur zu fördern.

 

 

Uit en over Frans-Vlaanderen


Cyriel Moeyaert

 

Een meesterwerkje

Prof. Em. Herman vander Haegen schreef een prachtig boek, met als titel De eerste Vlaamse ruimte. Het is de geschiedenis van de kerkelijke driedeling van de Nederlanden in 1559, waarbij voor de eerste keer het Nederlandstalige deel van de Zuidelijke Nederlanden als één geheel beschouwd wordt, één kerkprovincie Mechelen. Dat was de wil geweest van keizer Karel. De vijf nieuwe bisdommen waren Ieper, Brugge, Gent, Antwerpen en Den Bosch (’s Hertogenbosch). Er is iets wat niet klopt in het bisdom Ieper. Een stuk Nederlandstalig gebied werd aan het Bisdom Sint-Omaars toegezegd. Dat ging in tegen het principe omdat het bisdom Sint-Omaars bij de Franstalige bisdommen van de Nederlanden hoorde. Dat blijkt duidelijk in de kaart van het bisdom Ieper van Blaeu. Bron: www.doorbraakboeken.be.

 

“Nuze mensjen in woord en beeld”

Dat is de titel van een brochure van Flor Barbry’s volkstoneel voor Fransch Vlaanderen, een brochure die we gratis ontvingen op het feest van het 70-jarig bestaan van het Komitee voor Frans-Vlaanderen te Volkerinkhove. Ze bevat boeiende getuigenissen van Frans-Vlamingen uit Abele, Vleteren, de Katsberg, Sint-Janskappel, Boeschepe, Warhem, Houtkerke, Moerekerke, Bambeke, Wormhout, Rekspoede, Bray-Dui-nen, Arneke, Noordpene, Belle en Pitgam, meestal in hun Frans-Vlaamse moedertaal. Zo b.v Jean-Paul Houvenagel, zoon van burge-meester Maurits Houvenagel uit Vleteren dat hij Vleeter noemt die dankbaar zijn vader aanhaalt: “dan me moesten nuus Vlams onderhouden” en die zich ekskuseert “voor de fauwten”. In dezelfde brochure lezen we over de groepen “die geregeld thope kommen voor Vlaemsche conversaesjen”. Dat gebeurt in Rekspoede, in Volkerinkhove, en in de steek van Loberge komen ze hun gedichten of verhaaltjes voor mekaar voorlezen. In Belle is er een cursus Vlaamsj. Dat naast de verschillende cursussen Nederlands zoals bij IJzerhoek waar daarnaast ook een cursus Vlaamsj gegeven wordt.

 

Verborgen schatten

In de archieven van Gent en Sint-Omaars berusten nog niet gepu-bliceerde Nederlandse bronnen. In het archief van de bibliotheek van Sint-Omaars. Een bundel Nederlandse kwitanties uit het eind van de 14e eeuw. Een Nederlandse vertaling van de bulle waarmee Pius II alle vorsten en volkeren aanmaande om een kruistocht te ondernemen tegen de Turken in 1463. Een bundel Nederlandse processen uit het eind van de 15e eeuw. Een Nederlands testament (BB 68-69, eerste register, 11e serie). De parochiale registers en veel andere documenten uit de Sint-Margrietkerk waren meestal in het Nederlands.

 

Komense Bestuursverslagen ofte Resoluties

In Gent bevindt zich in het archief de Nederlandse besluiten en mededelingen van het Komens bestuur. Het kan erg boeiend en openbarend zijn. We zouden er een kopie van moeten kunnen laten maken. Zie handschrift De resoluties van de stad Komen of Comines in het stadsarchief van Gent.


 

Hier, en aan de overkant (deel 2)



Deze nieuwe uitgave is een bundeling van teksten die Wido Bourel in diverse media in de laatste jaren publiceerde. Deze teksten handelen over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa. Over vreemde en bezienswaardige plekken en landschappen, merkwaardige feiten en gewoonten, vermaarde of vergeten mensen. Dit boek volgt op een eerste uitgave die hij in 2011 publiceerde. Hier, en aan de overkant is een ABC boekje. Zie hier de inhoud van A tot Z :

Voorwoord - A van Aldegonde en Marnix - B van Bernadetta en de kleine bosnimf - C van Childeric in Doornik - D van Dathenus en het Wilhelmus - E van Engelstalig gedoe - F van Fries ontdekt Frans-Vlaanderen en van Furfooz in de Westhoek - G van Generaal Vandamme - H van Hauts-de-France of Lage Landen - I van In memoriam - J van Jan Six versus Geert Mak - K van Kattenstreken in Sint-Omaars en van Kukeleku - L van Laudatio voor Cyriel - M van Moedergodin Nehalennia - N van Nieuwen dyck tegen de Franschen - O van Opstand in de Westhoek (1813-1815) en van Overlijden van een condottiere - P van Paradox van de moedertaal en van Prins Max van Hessen - Q van Quo vadis - R van Reinout van Bonen - S van Stop de tijd - T van Talen en totalitarisme - U van Uitgewiste sporen - V van Vuurslag als nationaal symbool - W van Waterloo en de flaminganten - X van Xenomanie en francomanie - Y van Ykpaïka waarheen? -Z van Zwanen en Zwaanridder - De Vlaamse Leeuw in het Frans - Het Wilhelmus in het Frans. Het boek is in een beperkte oplage gedrukt en komt niet in de boekhandel. Reserveer dus snel uw exemplaar.

________________

ISBN 978-94-914360-7-9 - NUR 620 - 124 blz. met een vijftigtal illustraties - Formaat: 20 x 12,5 cm - Prijs: 17 euro + 3,50 euro verzendkosten. – Bestellen via IBAN BE38 8440 4509 0172 t.n.v. Wido Bourel, 2288 Bouwel.


 

Frans I en de kunst van de Nederlanden, een expositie in het Louvre van Parijs


Ruud Bruijns

 

Tot 15 januari 2018 loopt er een expositie in het Louvre over Nederlandse kunst tijdens de regeerperiode van de Franse koning Frans I. Frans I staat bekend om zijn voorliefde voor Italiaanse kunst, wat niet verwonderlijk was aangezien hij regeerde (1515-1547) in de hoogtijdagen van de Renaissance. Hij voerde ook militaire campagnes in Italië en als gevolg daarvan werd hij in 1525 gevangen genomen door Keizer Karel V na de slag bij Pavia. Karel V was de heer over de Nederlanden, zijn geboorteland, dat hij in 1549 formeel tot één land maakte. Uit dit land van zijn aartsvijand nodigde Frans I kunstenaars uit en daarover gaat de expositie in het Louvre.

Als het over de Nederlanden gaat uit deze periode, gaat het vaak over de provincies Vlaanderen en Brabant, met andere woorden de zuidelijke Nederlanden. De expositie laat echter aan het begin met een grote wand-kaart zien hoe uitgestrekt de Nederlanden waren – van Groningen tot het vrijgraafschap Bourgondië. Blijk-baar sloeg de fantasie bij de samen-stellers ietwat op hol, want ook de Oost-Friesland, Bentheim en Lingen werden op de kaart weergegeven als onderdeel van de Nederlanden. De expositie was ook in haar samenstelling uitgesproken heel-Nederlands – kunstenaars uit Antwerpen en Brussel, maar ook uit Leiden en Haarlem worden opgevoerd en uitgebreid omschreven.


 

De expositie is zeer veelzijdig – van imposante wandtapijten tot minuscule boekverlichtingen, en uiteraard schilderijen, veel schilderijen. Men richt zich overigens bewust met name op kunstenaars die tegenwoordig bijna in de vergetelheid zijn geraakt - Godefroy le Batave, Noël Bellemare, Grégoire Guérard, Batholomeus Pons. Persoonlijk werd ik getroffen door de schoonheid van het portret van Frans I door Godefroy le Batave. Godefroy maakte ook een portret van Johannes de Doper met het gezicht van Frans I. Uiteraard was de portretkunst van toen het Photoshop van nu – men kan de koning mooier voorstellen dan hij werkelijk was, maar dat doet niets af aan de kwaliteiten van de kunstenaar zelf.

 

  Portret Frans I door Godefroy le Batave


 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

 

Van een oord van verschrikking naar een plaats van gedenken

De in bovenstaande genoemde onderscheidende kenschetsing heeft betrekking op Esterwegen, een dorp gelegen in het noordoosten van de huidige Kreis Emsland. Wie nu kennismaakt met deze regio kan zich moeilijk voorstellen dat het in het verleden er hier heel anders uitzag. Het Eemsland stond bekend als een streek waar de armoe heer en meester was als gevolg van de weinige economische mogelijkheden. Het gebied ten oosten van de Eems bestond voor een groot deel uit heidevelden en ten westen er van strekte zich het grensoverschrijdende hoogveenmoeras (het Bourtanger Moor) uit. Geen wonder dat het werkeloosheidspercentage hoog scoorde. Dat was vooral het geval in de jaren na de Eerste Wereldoorlog toen Duitsland gebukt ging onder de lasten van oorlogsschulden en inflatie. Om de werklozen toch enig uitzicht te bieden werden werkgelegenheidsplannen opgesteld die ondermeer resulteerden in ontginningsprojecten die werden aange-stuurd vanuit Esterwegen. Voor de noodzakelijke huisvesting werden de arbeiders ondergebracht in barakkenkampen.

 

Duitsers schieten niet op Duitsers 

Grote veranderingen voltrokken zich in het voorjaar van 1933 na de machtsovername door de Nazi's. De barakkenkampen kregen een totaal andere bevolking. Ze bestond uit mogelijke tegenstanders van het nieu-we regiem zoals socialisten en communisten. Ze werden zogenaamd in beschermende hechtenis genomen en bewaakt door mannen die deel uitmaakten van de Schützstaffel. Binnen de kortste keren zaten de barakken overvol. Het arbeiderskamp van Esterwegen was herschapen in een concentratiekamp. Het genoot de twijfelachtige eer met de vijf-tien nevenkampen uit te groeien tot het op één na grootste (het grootste was Dachau). Van de in het tussenkopje genoemde erecode was al gauw geen sprake meer. De willekeur was er heer en meester. Dat blijkt uit de velen die door hun "beschermers" om het leven werden gebracht. Door hun afschrikwekkend voorbeeld moest elke vorm van mogelijke opstand de kop worden ingedrukt. En voor zover de gevangenen niet vermoord werden, werden ze op de meest mensonwaardige manieren mishandeld en uitgebuit. 

 

Het werd nog erger

Achteraf bekeken was dit nog maar een voorspel van wat er ging komen. Als in september 1939 het Duitse leger Polen binnenvalt, duurt het niet lang of ook de kampen van Esterwegen krijgen hun deel van de krijgsgevangen Poolse soldaten te verwerken. Aangezien ze behoorden tot het verachtelijke Slavische ras werd er overeenkomstig met hen ge-handeld. Dagelijks moesten ze zware arbeid verrichten in het hoogveen-moeras; maar ze kregen geen eten dat daarmee in overeenstemming was. Het gevolg was dat velen dit harde bestaan niet vol konden houden en omkwamen. 

Maar het zou nog veel erger worden. Als in juni 1941 de Duitse troepen de Russische ruimte binnenstormen, komt al gauw een stroom van Russische krijgsgevangenen op gang. Onder erbarmelijke omstandigheden werden ze gehuisvest in ondermeer de vijftien kampen van het KZ Esterwegen. Ook zij werden te werk gesteld in de ontginningswerken in het hoogveenmoeras. De massagraven zijn de stille getuigen van hun gedwongen aanwezigheid. Geschat wordt dat minstens 20.000 daar een laatste rustplaats gekregen hebben. 

Maar daar bleef het niet bij. Als gevolg van het toenemende verzet vanaf 1942 in de bezette gebieden vond ook menige verzetsstrijder noodgedwongen de weg naar de kampen van Esterwegen. En die werden daar niet zachtzinnig behandeld getuige de weinigen die het verblijf hebben overleefd. 

 

Tragiek

Intussen keerden in het oosten de krijgskansen. Op de nadering van het Rode Leger zoeken duizenden uit de door deze soldaten bedreigde gebieden een heenkomen in de vlucht. Deze bevolking krijgt als het ware de rekening gepresenteerd voor wat de Duitse soldaten aan gruweldaden hebben aangericht tijdens hun opmars. 

Na de ineenstorting van Nazi-Duitsland in mei 1945 moet er voor deze vluchtelingen - die later nog aangevuld worden met de uit hun woongebieden verdrevenen - huisvesting worden gevonden. Aangezien het Eemsland in die tijd een dunbevolkt gebied was, krijgt het een verhoudingsgewijs groot deel van deze mensenstroom toebedeeld. Voor een deel worden ze opgevangen in de barakken van het nu voormalige KZ Esterwegen.  De tragiek is dat bij de inval in Rusland de bevolking was voorge-spiegeld dat er in de veroverde en vervolgens bezette gebieden grote toekomstmogelijkheden lagen. Het leger had gezorgd voor "Lebensraum". Maar deze droom is kapotgeschoten door de Russische kanonnen. In allerijl moest gevlucht worden om uiteindelijk voor een deel "Lebensraum" te vinden in het verre Eemsland. 

 

Gedenkplaats 

Op 31 oktober 2011 was het zover. Toen kon Hendrik Verheyen - als scholier lid van een Vlaamse verzetsgroep en op 27 juni 1943 op 18-jarige leeftijd gevangen genomen en gedeporteerd naar Esterwegen waar hij als "Nacht und Nebel"-gevangene verbleven heeft van 3 september 1943 tot 15 mei 1944 - als één van de weinige overlevenden met een aangrijpende toespraak de "Gedenkstätte Esterwegen" officieel openen. Het was het eindstadium van een proces dat in de late jaren -70 van de vorige eeuw op gang kwam. Jongeren gingen zich afvragen wat er in de jaren tussen 1933 en 1945 in hun streek gebeurd was. Deze belangstelling resulteerde in 1981 in de oprichting van een "Aktions-commitee für ein Documentations- und Informationszentrum (DIZ) Emslandlager Papenburg e.V". Eén van de eisen was in Esterwegen een gedenkplaats in te richten. Echter op het voormalige kampterrein was sinds 1963 een depot van de Bundeswehr gevestigd. Het zou duren tot juni 2006 voor dit terrein beschikbaar kwam. Vanaf dan komt er schot in de zaak mee door toedoen van een beslissing van de Kreis Emsland. Plannen worden gemaakt en uitgewerkt als gevolg waarvan de verwer-kelijking steeds meer gestalte gaat krijgen. Dat blijkt ondermeer uit de oprichting van de "Stiftung Gedenkstätte Esterwegen" die op 24 september 2007 haar beslag krijgt. Het eindresultaat van alle inspan-ningen kan worden afgerond op de hierboven al genoemde datum van 31 oktober 2011.

 

Ten slotte

Wie in het huidige Eemsland op zoek wil gaan naar de regio van vroeger zal tot de ontdekking komen dat de armoe heeft plaatsgemaakt voor welstand. Het loont alle moeite om daar kennis mee te maken. Rond de tijd dat u deze tekst onder ogen krijgt beraadt u zich mogelijk op vakantieplannen voor de komende zomer. Ik kan u het Eemsland van harte aanbevelen. Naast de gedenkplaats Esterwegen zijn belang-rijke blikvangers het Slot Clemenswerth te Sögel en het Moormuseum te Geeste-Gross Hesepe. En ook de steden Lingen, Meppen en Papenburg (Meyer-werf) nodigen uit om bezocht te worden. Via internet kunt u zich van de nodige informatie voorzien.

Bron: diverse afleveringen van het Emsland-Jahrbuch.


Marten Heida,

PNL-3905 CB Veenendaal

Het laatste woord


Leo Camerlynck

 

Rutte III is “Nederlandsvriendelijker”, NOB is gered

Ondanks verdienstelijke pogingen binnen en buiten het Nederlandse Parlement om het Nederlands als officiële taal van het Koninkrijk in de grondwet in te schrijven, lijkt het er niettemin op dat de taal van Vondel op meer eerbied mag bogen binnen de regering Rutte III dan in de vorige. Overigens heeft voormalig Zannekin-bestuurslid Erik Verbrugh zich in de lijn van zijn vader, die veel jaren GPV-volksvertegenwoor-diger was, al heel wat verdienstelijk werk verzet in die richting.

Tijdens de “bezuinigingsregering” van Rutte II dienden talrijke posten te worden afgeslankt. De eerste slachtoffers bij dergelijke operaties zijn de cultuur, de milieuzorg en het onderwijs. Zo werd op drastische wijze de subsidiekraan dichtgedraaid ten bate van het NOB (Nederlands On-derwijs in het Buitenland). Minister Jet Bussemaker (PvdA) in de regering Rutte II zag er geen graten in het Nederlandstalig Onderwijs in het Buitenland droog te leggen. Haar opvolgster Ingrid van Engelshoven (D66) heeft de kraan opnieuw opengedraaid tot grote opluchting van de schooldirecties in de diverse wereldlanden. Dit zijn om en bij 14.000 leerlingen in 191 onderwijsinstellingen op alle continenten. Nederlan-ders, Vlamingen en overige Nederlandstaligen/-kundigen lopen er school. In de randgebieden, die tot de belangstellingssfeer van onze Stichting Zannekin behoren, is er één en al tevredenheid over de her-vatting van de financiële steun te bespeuren. Een greep uit deze onderwijsinstellingen: Stichting NTCN in Rhede (D), NTC-De Brug in Bad-Bentheim (D), De Oranje Leeuw in Düssseldorf (D), NTC Luxem-burg (L), ES Luxemburg II in Bertringen (L), Europese School Luxem-burg I op de Kirchberg (L).

 

Het Komitee voor Frans-Vlaanderen (KFV) bestaat 70 jaar

In het amicale Frans-Vlaamse straatdorp Volckerinckhove werd ‘70 jaar Komitee voor Frans-Vlaanderen’ gevierd. Veel belangstelleden uit Bel-gië, Frankrijk en Nederland daagden op. Het huidige bestuur bestaat uit vier personen. Voorzitter is Johan Strobbe. Hij is historicus en leraar geschiedenis/esthetica in Roeselare. Sinds 1998 is hij bestuurslid van het KFV en redacteur van de KFV-Mededelingen. Hij volgt Guido Carron op. Dirk Lievens is penningmeester. Hij is jurist en schepen van cultuur, toerisme, onderwijsbeleid van de stad Roeselare. Dirk Verbeke is sinds 1997 secretaris van de raad van bestuur van het KFV. Frans-Vlaming Francis Persyn uit Marcq-en-Baroeul (F) is leraar Duits en Nederlands in Frans-Vlaanderen.

 

Huis van het Nederlands te Belle in Frans-Vlaanderen

Één van de beste, wellicht zelfs de beste realisatie ten voordele van het Nederlands in Frans-Vlaanderen blijft de oprichting van het nu bijna twee decennia jonge “Huis van het Nederlands” (HvhN) te Belle (Bailleul). De oprichting kwam er mede dankzij het Vlaamsvriendelijke stadsbestuur met burgemeester Jean Delobel aan het hoofd. Zijn dochter Sandrine Demange presteerde er tastbaar pionierswerk. Het huis is eigendom van de stad.

Wie tot voor kort het HvhN bezocht, bespeurde echter geen woord Nederlands aan de buitenzijde. De Stichting Zannekin ijverde er een tijd lang voor om op z’n minst een Nederlandstalige vermelding aan de voorgevel aan te brengen naar analogie met anders-talige gelijkaardige instel

lingen zoals het Goethe In-stitut, het Instituto Cervan-tès e.a., die wel hun be-staansreden ook in de eigen taal afficheren. Re-denen, die kant noch wal raakten, werden door de vorige raad van bestuur aangehaald. Ze verhinderden het plaatsen van een bord met een Nederlandstalige vermelding. Een nieuwe wind blies door een nieuwe raad van bestuur en de vzw EUVO kon een bord aan de voorgevel plaatsen met de vermelding “Huis van het Nederlands”. Daar het huis stads-eigendom is, moest het stadsbestuur zijn fiat geven. Huidig burgemeester Deneuche is het HvhN gunstig gezind. Beter laat dan nooit!

 

Bruegeltaferelen wijken voor Theepotten in Berlijn

Zo’n lustrum geleden organiseerde onze Stichting Zannekin een meer-daagse reis naar Noord-Polen en Noord-Duitsland. Ook Berlijn werd bezocht waarbij een gezellige feestavond met vertegenwoordigers van de nu 15 jaar jonge vereniging “Fläming-Flandern eV” op touw werd gezet. Een heerlijke feestdis met Oost-Pruisische specialiteiten bekoorde de Duitse, Nederlandse en Vlaamse tafelgenoten in het sierlijke kader van het ooit sterk geprezen restaurant “Kolk” in de Berlijnse wijk Spandau. Kopieën van werken van Pieter Bruegel de Oude verfraaiden de muren van het gezellige spijshuis. Een plaatselijke Duitse kunstenaar had ze ooit zorgvuldig op de muren geschilderd. Bij mijn jongste bezoek aan Berlijn in november 2017 zocht ik tevergeefs deze unieke eetgelegenheid met zijn culinaire hoogstandjes op. Het pand staat er nog maar er bleef niets meer over van het ooit zo gezellige spijshuis. Een theehuis kwam er in de plaats met theesoorten van over de hele wereld. Het interieur oogt koel en niet meteen uitnodigend. Van Bruegel is niets meer te bespeuren. Niemand kon mij informeren waar-heen de “Kolk” was verhuisd. Is de heimatcultuur dan zo achterhaald?

 

De Stichting Zannekin en de Zwijgende Voettocht aan Penebeek

Onze Stichting Zannekin organiseert op 28 april 2018 zijn studiereis naar de Frans-Vlaamse Westhoek. Jean-Marie Gantois in Watten en de 42e Zwijgende Voettocht zijn de themata. Zie ook onder ‘Mededelingen’

 

Met de Stichting Zannekin naar Midden-Europa

Noteer eveneens de data van de meerdaagse reis naar Duitsland, Polen en Tsjechië. Van 29 juli tot en met 8 augustus 2018 reizen langs en naar plaatsen, die betrekking hebben op onze Nederlanden, uiteraard naast tal van andere bezienswaardigheden. Een greep uit het programma: Berlijn, Potsdam (Holländer Viertel), Fläming, Breslau/Wrocław (grootst aantal universiteitsstudenten Nederlands), Kraków (Vlaamse wandta-pijten), Wilamowice (“Vlaams” dorp), Ollmütz/Olomouc, Brünn/Brno, Praag/Praha (Vlaams-Nederlandse kunst en architectuur), Marien-bad/Mariánské Lázně (het Boheemse Spa), Nürnberg (stad van Albrecht Dürer). Meer details in de volgende nieuwsbrief en spoedig op de webstek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Aan alle leden en sympathisanten een vreugdevol en gezond 2018!