> nieuwsbrief > JG 36e jg. - 3e trimester 2018

Bijdragen over:

 

Mededelingen


Hernieuwen ledenbijdrage voor 2018

De penningmeester dankt voor de vlotte wijze waarop gehoor gegeven werd aan zijn verzoek tot vereffening van de bijdrage voor 2018. De “nalatigen” tot nog toe wezen hierbij daaraan herinnerd. Even ter herinnering: de bijdrage voor het al in mei 2018 verschenen nieuwe Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ en voor de driemaandelijkse Nieuwsbrief Zannekin beloopt 29 €. Vanaf 35 € wordt u met dank als steunend lid geboekt. Men kan daartoe enkel nog gebruik maken van ons ‘Belgische’ zogenaamd ‘Europees’ rekeningnummer iban BE13 4648 2202 5139 – bic: KREDBEBB waarvan de rekeningoverzichten ons dagelijks meegedeeld worden.

 

Hernieuwd verzoek

Onze Zannekin-Nieuwsbrief verschijnt slechts driemaandelijks. Mochten onze leden en belangtellenden ons massaal hun e-postadres willen meedelen, dan wordt het ons mogelijk hen ook tussentijds te bereiken teneinde hen vlotter te informeren omtrent de op stapel staande activiteiten en andere initiatieven die in het verlengde daarvan liggen. Wil ons daarom uw e-adres meedelen via een kort berichtje aan maurits.cailliau@skynet.be met als boodschap: ’interesse in Zannekin’. Een honderdtal leden deden dit al, waarvoor dank. Deze hernieuwde oproep is dan ook gericht tot hen die dit tot nog toe nalieten te doen.

 

GDPR: Mogen wij u blijvend op de hoogte houden?

Op 25 mei trad de Europese Algemene Verordening Gegevensbescher-ming (GDPR) in werking. We maken gebruik van uw e-mailadres om u in te lichten over onze activiteiten. Uw gegevens hebben we verzameld n.a.v. een eerder contact. Met dit bericht willen we u erop wijzen dat u op elk ogenblik het recht hebt om uw e-mailadres uit onze mailinglijst te verwijderen via de link onderaan deze e-mail. Uw gegevens worden niet met derden gedeeld en zijn opgeslagen in een beveiligde omgeving. De volledige ZANNEKIN-privacy-verklaring vindt u op www.zannekin.org

 

Onthulling Dathenus-gedenkplaat te Cassel op zaterdag 25 augutus 2018


  Foto gedenkplaat: E. Stubbe

Petrus Dathenus en Nicasius Ellebodius zijn twee bekende Casselnaren, die het levenslicht zagen in Kassel/Cassel tijdens de woelige 16 eeuw


De “minister met den rosten baerd” Pieter Datheen/Daethen raakte als gereformeerd predikant bekend als auteur van de psalmberijmingen, die in bepaalde protestantse kerken.in Nederland en Zuidelijk-Afrika nog hoorbaar zijn. Vanuit de Zuidelijke Nederlanden zwierf hij rond doorheen de Duitse gebieden tot hij rust vond in het voormalig Pruisische Elbing/Elbląg, nu een Poolse stad.

Nicasius Elleboudt was priester en heelmeester. Vanuit de Zuidelijke Nederlanden vertrok hij naar Midden-Europa, waar hij opklom tot in de hoogste hiërarchie van de Hongaarse katholieke kerk. Hij overleed te Pressburg/Pozsony, nu het Slovaakse Bratislava.

De gedenkplaat aan de zijgevel van de herberg “De Drie Meulens” in de Casselse rue Notre-Dame wordt plechtig ingewijd op zaterdag 25 augustus 2018. Sprekers uit Nederland, Vlaanderen van beide zijden van de Schreve en Zuid-Afrika zullen er het woord voeren. Eerwaarde Heer Cyriel Moeyaert zal de gedenkplaat inwijden. De plechtigheid begint om 15.00 uur. U bent van harte uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn.

Voor alle bijkomende informatie kunt u terecht bij Leo Camerlynck op het nummer 00 32 485 630 227 of via e-post leo.camerlynck@skynet.be en Karel Appelmans via e-post Karel.Appelmans@gmail.com

De gedenkplaat is een initiatief van de vzw EUVO en de Stichting Zannekin.

Gedenkplaat Petrus Dathenus in het Frans-Vlaamse Cassel


In het Noord-Franse stadje Cassel is een gedenkplaat aangebracht ter nagedachtenis aan Petrus Datheen (1531-1588). De rondzwervende gereformeerde theoloog, die grote bekendheid verwierf door zijn psalmberijming, werd hier – hoogstwaarschijnlijk – geboren. Cassel behoorde toen nog tot de Zuidelijke Nederlanden.

De gedenkplaat, in vier talen, is aangebracht op de buitenmuur van café-restaurant ”In de drie Meulens” aan de Rue Notre Dame in Cassel, vlakbij de Grote Markt. In deze straat, in de schaduw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, zou Petrus Dathenus geboren zijn. ”Al blijft dat gissen”, zegt Leo N. J. Camerlynck desgevraagd. ”Veel bewijzen zijn er niet.”

Camerlynck, woonachtig in het Belgische Ukkel, is voorzitter van de Stichting Zannekin. Deze in 1934 opgerichte stichting zet zich in om ”de historische en de culturele banden” van gebieden die ooit tot de Nederlanden hebben behoord, weer aan te halen en waar nodig te hernieuwen.” Het huidige Frans-Vlaanderen, tegen de Belgische grens aan, is zo’n gebied. De gedenkplaat voor Datheen kwam er, aldus Camerlynck, ”in goede samenwerking met de vereniging Euvo, ‘Europa der volkeren’, opgericht met als doel het Vlaamse karakter van de Franse Westhoek te bewaren. Aan het roer daarvan staat Karel Appelmans, uit Bray-Dunes, bij Duinkerken.”

Vijf jaar geleden

Het idee voor een gedenkplaat voor Datheen was afkomstig van de Groningse staatsrechtgeleerde prof. mr. dr. Andries Postma, voormalig Eerste Kamerlid voor het CDA. De website parlement.com omschrijft hem onder meer als ”voorstander van hechte (culturele) samenwerking met Vlaanderen.” Camerlynck: ”Postma kwam vijf jaar geleden al met het idee. We hebben vervolgens geprobeerd met het stadsbestuur van Cassel in contact te komen, maar zonder enig resultaat. We hadden gehoopt de gedenkplaat op de muur van het stadhuis te kunnen vastspijkeren, maar zelfs op een aangetekend schrijven onzerzijds kregen we geen enkele reactie. Uiteindelijk hebben we toen het heft maar in eigen handen genomen. De eigenaar van ”In de drie Meulens” bleek meteen bereidwillig om het bord op de muur van zijn pand te laten aanbrengen. Daarmee sneed het mes dus aan twee kanten: de gedenkplaat kreeg een zeer zichtbare plek én zijn café-restaurant zou meer aandacht trekken.”

De plaat bevat overigens twee namen: behalve die van ”gereformeerd predikant” Petrus Dathenus ook die van zijn tijdgenoot Nicasius Ellebodius. Deze ”kerkleider en heelmeester” werd in 1535 in Cassel geboren. Officieel ”ingewijd” is de plaquette nog niet, aldus Camerlynck. ”Dat gebeurt eind augustus. We willen dan, naast Andries Postma, bijvoorbeeld ook iemand uit Zuid-Afrika uitnodigen. In sommige kerkelijke gemeenten wordt daar nog steeds uit de Psalmberijming van Datheen gezongen.”

Datheens ouders brachten hem al op jonge leeftijd naar een klooster in Ieper. Daar brak hij op 18- of 19-jarige leeftijd met de Rooms-Katholieke Kerk. In de loop van zijn leven stichtte Datheen op tal van plaatsen –waaronder Frankenthal – calvinistische gemeenten. Op 17 maart 1588 overleed hij in het Poolse Elbląg.

Toeristisch

Vermeldenswaard is hier nog wel een artikel dat de Vlaamse literatuurhistoricus drs. Karel Porteman begin jaren zeventig van de vorige eeuw schreef in het tijdschrift Ons Erfdeel. De latere hoogleraar klassieke Nederlandse letterkunde aan de Katholieke Universiteit in Leuven zag ”weinig redenen voor een Casselse gedenksteen” voor Pieter Datheen.” ”De ongeschreven wetten waardoor, op de gepaste plaats en tijd, gevels, muren, poorten en zitbanken, bij een min of meer aanzienlijke volkstoeloop van ‘eeuwigdurende’ gedenkplaten worden voorzien, getuigen – volgens de formule – van de ”diepe erkentelijkheid der gemeenschap ten aanzien van haar groten”, begon Porteman zijn bijdrage. ”Vaak echter is de belangstelling voor de geografische afkomst van een beroemdheid overwegend van nationalistische of toeristische aard. Zelfs al wilden de huidige inwoners van het Frans-Vlaamse stadje Cassel Pieter Datheen met een dergelijk gebaar als hun beroemdste zoon eren, dan zouden zij bezwaarlijk hun ijver kunnen verantwoorden: de banden die Datheen met Cassel en Frans-Vlaanderen binden zijn, op het toeval na dat wij geboorteplaats noemen, om zo te zeggen nihil. Het staat zelfs vast dat een groot deel van de familie Daets of Daeten zich bij de hervormde gemeente die Pieter te Frankentahl in de Paltz leidde, is gaan voegen, zodat Cassel zelfs niet voor de ‘thuis’ of de ‘vaderstad’ van de beroemde Calvinistische psalmberijmer kan doorgaan.”

Toch is er, aldus Porteman, ”de roerende anekdote. In zijn droevige levensavond, die hem naar de koele Noordduitse gewesten had gevoerd, laat Datheen zich te midden van de Lutheranen veiligheidshalve Petrus Montanus noemen, denkend aan het Vlaamse stadje op de berg waar hij was geboren.” Cassel ligt op de top van de Mont Cassel (Nederlands: Kasselberg).

Lees ook:

Berijming Datheen: psalmen van 450 jaar oud (rd.nl, 09-03-2016)

Berijming Datheen in 29 gemeenten gezongen (rd.nl, 04-03-2016)

Kerkgeschiedenis in Flanders Fields (rd.nl, 04-09-2015)

Petrus Datheen werd gezift als de tarwe (rd.nl, 12-03-2013)

Bron: Kerk & religie in het Reformatorisch Dagblad

 

Zannekin-Ontmoetingsdag Ravestein 2018

Deze zal doorgaan op zaterdag 13 oktober 2018 te Ravestein bij Nijme-gen. Alhoewel de aanleiding tot de ‘Vrede van Nijmegen’ (1678) uiteraard al aan bod zal is gekomen tijdens onze Studie-uitstap, zal op deze dag het bredere plaatje geschetst worden die tot deze vrede aanleiding gaf. Op deze dag dient men wel – als traditioneel voor onze Ontmoetingsdagen – op eigen houtje heen. Over deze activiteit uiteraard ruimere info in onze volgende Zannekin Nieuwsbrief.

Ten geleide bij het 40e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’


Ook dit 40e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ brengt weer een rijk palet aan bijdragen over de randgebieden van onze Lage Landen die deel uitmaken van ons geschiedkundig erfgoed. En als steeds openen we met de korte bijdrage die zowat in een notendop het “programma” van Zannekin verwoordt.

Veertig opeenvolgende jaren telkens een jaarboek uitbrengen is geen geringe opdracht gebleken. En in elk daarvan was Marten Heida vertegenwoordigt. In zijn Bij de veertigste aflevering van ons Jaarboek – tevens zijn afscheidsbijdrage – blikt hij terug op hoe deze onderneming destijds van start ging en welke onvervangbare rol hij daarbij gespeeld heeft.

In vorig jaarboek werd aandacht besteed aan het thema dat centraal stond op onze Ontmoetingsdag van 2016 te Belle: de Beeldenstorm. Daaromtrent had u nog de lezing van Wido Bourel over Beeldenstormers in de Zuidelijkste Nederlanden tegoed, die we hierbij brengen.

In ons vorig jaarboek speurde Ruud Bruijns na hoe het Nederlands bewustzijn omtrent de verloren gegane Nederlandse territoria zich weerspiegelde in de 17e en 18e eeuwse pers, waarbij ook de verslaggeving over de Slag aan de Penebeek van 1677 aan de orde kwam. Dit was voor Kristof Papin aanleiding om dieper in te gaan op de toenmalige verslaggeving. Uit z’n onderzoek ‘Fake news’’ duikt op in de verslaggeving over de laatste slag van Kassel blijkt dat het als hedendaags beschouwde verschijnsel dat ‘fake news’ genoemd wordt in feite van alle tijden is en ook toen al volop woedde.

Ook Cyriel Moeyaert – vrijwel in al onze jaarboeken vertegenwoordigt – is ook nu weer van de partij. Zijn bijdrage is dit keer gewijd aan Het Nederlands in Zuid-Komen door de eeuwen heen. Komen wordt in twee gedeeld door de Leie, waarbij de overkant van de rivier Frans grondgebied is, terwijl het aan deze kant van de Leie destijds tot het Vlaams gewest behoorde maar sinds de vastlegging van de taalgrens in België overgeheveld werd naar het Waals gewest. Het is goed eraan te herinneren dat het in vroegere eeuwen Nederlandstalig was.

In deze jaarboekaflevering besteden we nogal wat aandacht aan de persoonlijkheid van priester Jean-Marie Gantois, wiens plotse overlijden we in mei van dit jaar voor we 50e maal herdachten. Hij lag immers aan de basis van het heropstarten van Zannekin. Naast een korte situerende biografische nota brengen we de integrale vertaling van zijn Geestelijk testament1, dat hij neerschreef tijdens zijn internering na de Tweede Wereldoorlog. Niet zonder recht beschouwde de Normandische regiona-list Jean Mabire dit ‘Testament spirituel’ als Gantois “Plus beau texte: c’est une suite de réflexions sur la vie militante, où beaucoup serait à citer – Ce texte, écrit en captivité, avant un procès dont il ignorait totalement l’issue, prend en effet l’allure d’un testament.”2

Met In het randgebied van de Nederlanden. Een reportage in de Romaanse gouwen brengt Maurits Cailliau het afsluitende tweede deel van het merkwaardig documentair verslag uit 1944, waarin toen vanuit Vlaams-nationalistische hoek met een voor dat tijdsgewricht opzienbarend verfrissende blik gekeken werd naar het Nederlandse verleden van onze territoria beneden de Belgische taalgrens.

Ruud Bruijns is met twee bijdragen present. In Gerbrand Bruining, een Friese Patriot en Heel-Nederlander herinnert hij aan een merkwaardige persoonlijkheid die onverdiend in de vergetelheid belandde en met Het bewustzijn van de Nederlanden omtrent de verloren gebieden tussen 1800 en 1829 speurt hij verder naar Heel-Nederlandse getuigenissen, waarbij pertinente aandacht voor de aan Frankrijk en Pruisen verloren gegane Zuidelijkste Nederlandse gebieden toen nog als vanzelfsprekend ervaren werd.

Zeno Kolks behoort al evenzeer tot onze trouwe en gewaardeerde jaarboekmedewerkers. Dit keer besteedt hij andermaal aandacht aan ons bouwkundig erfgoed en wel aan Vakwerk in Oost-Nederland en West-Duitsland.

Leo Camerlynck brengt ons met Eupen en het Eupenerland als speelbal van de grootmachten inzicht bij over het Nederlands verleden van een regio die ten onrechte als te vaak al historisch Duits ingeschat wordt.

Met de Kroniek en een handig register over de jaarboeken 36-40 sluiten we traditioneel ons jaarboek af.

Noten

1 In het allereerste Jaarboek De Franse Nederlanden (1976) konden we de originele Franstalige versie lezen, ingeleid door Eric Defoort.

2 Jean Mabire, ‘Les éveilleurs de peuple, l’Abbé Jean-Marie Gantois’, in Terre et Peuple, nr. 15, 2003, pp. 40-43.

 

Tentoonstelling Tachtigjarige Oorlog


In 2018 is het 450 jaar geleden dat de Tachtigjarige Oorlog begon. Iedereen heeft wel eens gehoord van deze jarenlange opstand van de Nederlanden onder leiding van Willem van Oranje tegen de Spaanse koning Filips II. Maar wat is de betekenis van die oorlog, waarom is dit conflict voor Nederland belangrijk? In de tentoonstelling 80 Jaar Oorlog laat het Rijksmuseum met bijzondere kunstwerken en spannende voorwerpen zien hoe geweld, opstand en burgeroorlog, terreur en onderdrukking, religieuze vervolgingen en vluchtelingen konden leiden tot het ontstaan van het huidige Nederland en België, zonder dat dit ooit de bedoeling was.

 

Televisieserie NTR

In een 7-delige televisieserie brengt de NTR in het najaar de verhalen over de 80-jarige oorlog die overal in het land te vinden zijn. Hans Goedkoop overziet, met deskundigen, het slagveld van de opstand van de Nederlandse onderdanen tegen het wettige Spaanse gezag. Wat begint met ontevredenheid van een minderheid groeit uit tot een oorlog die meer dan een mensenleven zal gaan duren. Van Groningen tot Brussel, van Den Briel tot Groenlo, overal barst de strijd los. En vaak doet die strijd merkwaardig modern aan. Terrorisme, propaganda, executies, radicalisering, shock and awe; allemaal thema’s die moeiteloos terug zijn te vinden in de oorlog die van 1568 tot 1648 werd gevoerd.

 

Website 80jaaroorlog.nl

Vanaf 23 april 2018 is op de website 80jaaroorlog.nl een interactieve landkaart te zien die een overzicht geeft van historische locaties, actuele tentoonstellingen en evenementen in 2018. Zo kan íedereen op zoek naar ‘80 Jaar Oorlog’ bij hem of haar in de buurt en verder weg. Wilt u meedoen met dit initiatief? Laat het ons weten via: 80jaaroorlog@rijksmuseum.nl. Bron: https://www.rijksmuseum.nl/nl/80-jaar-oorlog

 

Nog  niet  eerder  gepubliceerde Franse-Vlaamse  woorden


Een aanvulling op Nieuw Oud Vlaams 1 en 2

Cyriel Moeyaert

Afkortingen:

WDB: Woordenboek van het Frans-Vlaams

Uitdr.: al dan niet vaste uitdrukking

OOV: Ons Oud Vlaams

NOW: Nieuw Oud-Vlaams

m v o: mannelijk, vrouwelijk, onzijdig

ww: werkwoord

vd: voltooid deelwoord

zn: zelfstandig naamwoord

bn: bijvoeglijk naamwoord

bw: bijwoord

 

               

Kaftjes van de eerder door Zannekin gepubliceerde aanvullingen op Cyriel Moeyaerts ‘Woordenboek van het Frans-Vlaams’


A

AFBIITEN: ww, beet af, af-ebbeten, mordre, zegswijze: je het Oens Heeres hoofd af-ebbeten. Als je geen kruis gemaakt hebt met je broodmes op het brood voor je je brood begint te snijden ‖ Jeanne Verlynde-Massiet , Zermezele, via Geert Bourgeois.

AFSMIITEN: ww, uitdr.: ‘z’n kalf afsmiiten ‘, ‘voortijdig kalven’. vêler trop tôt.

APPELHUZZEL: zn m, ‘wesp’, guêpe ‖ Jacques Delafosse, Tatingem.

B

BEVRIIDEN: ww, meneere Lemire bevriiden, ‘verdedigen’,

défendre, ‖ Regis Degrand,20 febr. 2011.

BOT MAO NIE ZOT: ‘ruw’ , uitdr., bête mais pas fou, De Schodts ziin bot mao nie zot, ‘ze  zijn wel wat ruw maar niet gek’ ‖ Gérard Deschodt in Merkegem.

BRUUSJAORD: zn m, ‘champagne’ ‖ Jozef Tillie, Steenvoorde.

D

DJEM: zn m, ‘jam’, confiture, Zermezeels ‖ Jeanne Verlynde-Massiet, Volkerinkhove, via Geert Bourgeois.

DUKERTJE: zn o uitdr: in ‘t dukertje werken, ‘in ’t geheim’, en secret.

G

GAARNAARSMART: zn v, ‘garnalenmartkt’, marché aux crevettes, uitdr. ze sjreeuwen lik op de gaarnaarsmart, luidruchtig roepen en schreeuwen ‖ Jacques Delafosse, Tatingem

GREMEEL: zn o, ‘glimlach’, sourire, het gremeel van de Zjokonde ‖ Regis Degrand, Westkappel, 20 febr. 2011.

H

HANDLEER: zn o, handleer is emmakt van palienkvel, sorte de cuir ‖ Regis Degrandt, 2011.

HOEKEWIIS: bw, ‘van de ene hoek naar de tegenovergestelde hoek’, à travers les champs, Volkerinkhoofs ‖ Jacques Delafosse, Tatingem.

K

KLOZEKE: zn o, ‘liedje of strofe van een liedje, chansonnette ‖ Regis Degrandt, 20 febr. 2011.

KLOTSEN KLOTSTE EKKLOTSEN: ww, ‘klutsen’, agiter, d’ooie  en ’t waoter ziin nu ekklotsen in de boetaaie (fles).

KNIPPEL: zn m, ‘klepel’, battant, uitdr. vule klokke, vulen knippel, ‘zo vader zo zoon’. Vgl. vulen pot, vule pollepel.

KOESJES: zn m mv, ‘Boeschepenaars’, de ‘Voorvichters van Kassel’, ’t goe bloed van Arnike’ en de ‘Koesjes van Boeschepe’: ‘bijnamen’.

KOPPESPINNEKERKE: zn v, de kerk van Oudezele waarin altijd veel spinrag zat, église pleine d’araignées ‖ pastoor Deconinck van Oudezele.

KRATSELARE; zn m, kratselaors en kruwers, kleene mensjen, ‘ sukkelaar’, trimeur.

KRAOIDOOREN: zn m, ‘gaspeldoren’.

M

MUNKEL: zn m, ‘lusje’ in de hals van kledingstukken om ze  op te hangen.

O

OMROER: zn m, ‘opschudding’, ‘onrust’,’commotie’, commotion.

P

PASTERS KATTEN: z v mv: ‘akonieten’ soort  blauwe kogelbloemen, aconites.

POMPELMOES: zn v, klemtoon op pom ‖ Francine Heens, Tatingem, 11 juli 2011.

PUUPKORNETTE,  zn v, ‘pijpmuts ’, nog bekend ‖ zie WDB s.v. pijpekornette.

R

RAKEN: ww, ‘het doel bereiken’, ‘k gaon raken toet daor, je vais  parvenir là.

ROENKEL: zn m, ‘meikever’, hanneton, e roenkel vor e soe, twee roenkels vo drie soen.

ROOBAARD: zn m, ‘roodborstje’, rouge-gorge, uitdr.: en het mao ’t leven van e roobaard’, ‘kort leven’ ‖ zie ook WDB.

RUGGE: zn  v, ‘rug’ , dos, normaal zvl is rik, alleen in de uitdr. ‘je kriigt dat op je rugge’: je krijgt dat toebedeeld, van een ongeluk of iets onaangenaams ‖ Francine Heens, Tatingem, 13 juli 2011.

RUUSJABUUSJ: zn m. hetzelfde als ruusjebuusj in WDB s.v. ruzebuusj, querelleur ‖ Jacques Delafosse en Francine Heens, Tatingem, 21 juli 2011.

S

SJALAARD: zn m, ‘luiaard’, paresseux.

SJARREN: ww, ‘de benen wijd uiteenhouden’, vandaar sjarre- of sjerrewiid, ‘wijdbeens’.

SJUW: zn m, eigennaam , épouventail, den Sjuw was vroeger een herbergnaam (In den Schuw) in de buurt van ’t Sjuwkasteel in Ochtezele.

SLOVELAORE: zn m, ‘beuzelaar’, ‘slenteraar’? personne lente ‖ Jacques Delafosse, Volkerinkhoofs, Tatingem.

SNEEUWVENT: zn m, ‘sneeuwpop’. bonhomme de neige.

STEKVEUGEL: zn m, ‘gier’, vautour, moeder was derachter lik e stekveugel, moeder was er heel sterk op uit.

T

TRANKISTE: zn v, ‘ook een soort hek bij een herberg om z’n paard vast te binden’, sorte de travail. Ie briingt z’n muul in de trankiste, zie WDB.

 

U

UUTSLAON: ww, t’hopen dat de kienders wel uutslaon, ‘een goede uitslag hebben in hun examens’ ‖ Francine Heens, Tatingem.

V

VERWRIENGEN, verwroeng, verwroengen, ww, etwat verwriengen ‘ stuk knijpen’

VER-ETEN: vd van ww ver-eten, ‘opeten’, manger, uitdr. ’t is noch vertèèrd noch vereten, mao ’t is versleten ‖ Francine Heens, Tatingem.

VERWARRELD: bn, ’t slot is verwarreld, het zit vast, immobilisé, Jacques Delafosse, Tatingem. Zie NOV s.v. verwarreld.

 


 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

De culturele hoofdstad Leeuwarden 

Voor het jaar 2018 werden de hoofdsteden van Fryslân en Malta uitgekozen om de culturele rijkdom en geschakeerdheid van Europa ten toon te spreiden. Hoe ze dat van plan zijn op Malta vorm te geven weet ik niet maar van Fryslân is wel het één en ander bekend geworden. En dat staat in het teken van een geheel eigen invulling. Uiteraard ligt daarbij de klemtoon op wat in de hoofdstad gepresenteerd wordt. Daaruit zal blijken dat Leeuwarden in geen enkel opzicht hoeft onder te doen voor welke stad in de rest van Nederland ook. Het is immers een uitgezochte gelegenheid om te laten zien wat deze stad in cultureel opzicht in huis heeft. In een veelheid van facetten zal dat zichtbaar en hoorbaar gemaakt worden. Voor de nodige informatie kunt u terecht op het internet.

Uitstraling

Ik keer terug naar de provincie. Want ook die wordt betrokken bij dit unieke gebeuren. In diverse plaatsen zal sprake zijn van die uitstraling. Een uitgezocht voorbeeld daarvan is zonder meer het "Jopie Huisman-museum". Nog tijdens zijn leven werd al een groot deel van zijn schilderstukken hierin ondergebracht. Ze kenmerken zich door de grote nauwgezetheid waarmee de onderwerpen op het doek zijn vastgelegd. Niet voor niets wordt Jopie Huisman ingedeeld bij het gilde van de fijnschilders. Het bijzondere er van is dat het alledaagse dingen zijn die hij laat zien. Eigenlijk zeg ik dat verkeerd; hij heeft voorwerpen geschilderd die door anderen worden weggegooid. Lang geleden heb ik voor Septentrion een bijdrage over hem en zijn werk geschreven; erboven heb ik tien gezet "Schilder van een wegwerpwereld". Het is een goede zaak dat zijn werk in het kader van dit provinciale culturele gebeuren voor het voetlicht wordt gebracht.

De eigen taal

Voor een belangrijk deel wordt de eigen identiteit van Fryslân bepaald door de taal die wettelijk is opgewaardeerd tot tweede rijkstaal. De toekenning van deze status is natuurlijk van groot belang voor het aanzien. Maar nog veel belangrijker is dat de eigen bevolking zich er steeds weer bewust van moet zijn dat daaraan inhoud gegeven moet worden. En op dat punt laten de violen niet allemaal dezelfde klanken horen. Eén van de gevaren die met de toekomst van de taal te maken hebben is de toenemende "verhollandisering". Daarmee wordt bedoeld dat het Friese taaleigen terrein verliest aan dat van het Nederlands. Dat komt ondermeer tot uitdrukking in de zinsbouw en de woordenschat. Een belangrijke oorzaak gaat schuil in het gebruik van de massamedia. Indertijd sprak André Demedts in dit verband over "de blauwe gelijkmaker" waarmee hij de invloed van de televisie bedoelde. Maar in overdrachtelijke zin kan deze aanduiding ook gelden voor wat zich vandaag op velerlei wijze aandient. Het is via deze "kanalen" dat met name de jonge generatie bloot staat aan beïnvloeding door het Nederlands. Dat is wel een reuze groot verschil met de vroegere situatie. In mijn jongenstijd hoorde je alleen maar "Hollands" (het woord "Nederlands" werd door de mensen op het Friese platteland vrijwel nooit gebruikt) in kerk en school. In het kader van het festiviteiten-geheel zal zeker op gepaste wijze uitdrukking aan de bezorgdheid op dit punt besteedt worden.

Over bezorgdheid gesproken: die krijgt nog een extra accent als gevolg van het feit dat een toenemend aantal scholen in Fryslân ontheffing vraagt én krijgt van de verplichting het vak Fries in het leerplan op te nemen. Dit is temeer zorgelijk omdat deze ontwikkeling raakt aan de toekomst van de Friese taal. Die wordt op deze wijze op het spel gezet.

Beste buren. Fenstern zum Nachbarn

Van wat in Fryslân gebeurt, laat ook Oost-Friesland niet onberoerd. Op de slippen van het daar ontplooide festiviteiten-geheel wil dit verwante gewest zich graag laten horen. Dat doet het in het kader van de Eems-Dollard-Regio die het 40-jarig bestaan viert en wel in het uitgeven van een publicatie onder het hierboven genoemde opschrift. Voor de samenstelling is een beroep gedaan op de redacties van drie in de regio verschijnende tijdschriften. Dat zijn: Noorderbreedte, Zeitschrift Kulturland Oldenburg en Ostfriesland Magazin. Deze uitgave is tweetalig met dien verstande dat van de in het Nederlands gestelde bijdragen een korte inhoud in het Duits is opgenomen en omgekeerd. Ze is gratis (alleen de portokosten ten bedrage van € 5, worden in rekening gebracht) verkrijgbaar op het volgende adres: Abonnementen Service Ostfriesland Magazin. Postfach 100450, D-26494 Norden. Tel. +49-4931925555.

Marten Heida, Prins Willem-Alexanderpark 53, NL-3905 CB Veenendaal 

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck


55 jaar vastlegging van de taalgrens doorheen België - Faciliteiten zijn Fransiliteiten

In de Vlaamse gemeenten waar ze over faciliteiten beschikken, eisen de Franstaligen het onderste uit de kan. Maar als ze zelf faciliteiten moeten verlenen, is het minste hen al te veel. Faciliteiten zijn Fransiliteiten. In de gemeenten waar de Vlamingen over faciliteiten beschikken, worden ze systematisch genegeerd of geminimaliseerd, zegt Leo Camerlynck, die de taaltoestanden in die gemeenten al sinds jaar en dag opvolgt.

Leo Camerlynck, een Brusselse Vlaming in hart en nieren, was lange tijd de woordvoerder van de Brusselse maatschappij voor openbaar vervoer. Nu werkt hij er nog halftijds op de klantendienst. De andere helft van zijn arbeidstijd is hij op zelfstandige en vrijwillige basis copywriter en gids, onder meer in de Waalse faciliteitengemeenten Edingen en Vloesberg.

Wie het over faciliteiten heeft, denkt meestal aan de zes faciliteitengemeenten in de rand om Brussel en aan Voeren. Maar daarnaast heeft Vlaanderen nog vijf gemeenten met faciliteiten voor Franstaligen. Het gaat om Mesen, Spiere-Helkijn, Ronse, Bever en Herstappe. Omgekeerd zijn er vier Waalse gemeenten, in Henegouwen, waar de Vlamingen over faciliteiten beschikken. Het zijn Komen-Waasten, Moeskroen, Vloesberg en Edingen. Komen-Waasten is het spiegelbeeld van Voeren in Wallonië, in die zin dat de faciliteiten in beide gemeenten dezelfde zijn. Ze zijn er ook uitgebreider dan in de andere Vlaamse en Waalse faciliteitengemeenten, en zelfs uitgebreider dan in de faciliteitengemeenten in de Vlaamse rand.

 

Dank aan Demotte

In de Vlaamse faciliteitengemeenten Mesen, Spiere-Helkijn, Ronse, Bever en Herstappe worden de faciliteiten grosso modo correct toege-past, zegt Leo Camerlynck. Anders is het gesteld met de Waalse faciliteitengemeenten. Vloesberg vormt de uitzondering. Dat is volgens Camerlynck zonder meer de verdienste van Rudy Demotte (PS), de federale minister van Sociale Zaken en titelvoerend burgemeester van Vloesberg.

Bij de vastlegging van de taalgrens in 1963 werd de Vlaamse wijk D'Hutte bij Opbrakel gevoegd. Voor de eveneens Vlaamse wijk D'Hoppe gebeurde dat niet, maar in ruil kregen de Vlamingen in Vloesberg wel faciliteiten. Voor het bewind van Demotte werden die faciliteiten volgens Camerlynck maar schoorvoetend toegepast. Het heeft jaren geduurd voor er de eerste Nederlandstalige identiteits-kaarten werden uitgereikt.

Maar toen in 2000 Rudy Demotte burgemeester werd, kwam de kentering. Allicht is het feit dat de moeder van Demotte afkomstig is van een deelgemeente van Geraardsbergen daaraan niet vreemd. Vloesberg is nu veruit de faciliteitengemeente met de duidelijkste aan-wezigheid van het Nederlands in het straatbeeld.

Komen-Waasten (met de deelgemeenten Komen, Waasten, Houthem, Neerwaasten en Ploegsteert) en Moeskroen (met de deelgemeenten Lowingen/Luigne, Dottenijs/Dottignies en Herzeeuw/Herseaux) werden bij de vastlegging van de taalgrens in 1963 overgeheveld van West-Vlaanderen naar Henegouwen. Als een soort compensatie kregen de Vlamingen er faciliteiten. Tussen Komen-Waasten en Moeskroen be-stond wel een verschil. De deelgemeenten van Komen-Waasten werden ook al in hun West-Vlaamse tijd uitsluitend in het Frans bestuurd.

In Moeskroen heerste er vóór en bij de overheveling naar Henegouwen een feitelijke tweetaligheid. De toegekende faciliteiten hadden er dan ook meteen bestaansrecht verworven, al worden ze sindsdien systematisch geminimaliseerd.

In Komen-Waasten daarentegen werden de faciliteiten slechts schoorvoetend toegekend. Pas een kwart eeuw geleden, na de rel rond de oprichting van het schooltje in Komen, kwam er enig schot in de zaak, beweert Camerlynck. Maar nog steeds wordt er onder het bestuur van burgervader Gilbert Deleu (cdH) afgeremd waar kan. Hetzelfde geldt voor Moeskroen, waar het cdH in de persoon van voormalig kamerlid Jean-Pierre Detremmerie eveneens de burgemeesterssjerp draagt. Zo zijn de straatnaamborden er tweetalig, zoals de wet voorschrijft.

Maar Moeskroen heeft wel een zeer eigen opvatting over hoe tweetalige straatnaamborden er moeten uitzien, zegt Leo Camerlynck. De straatnaam in het Frans heeft een lettergrootte die wel drie keer zo groot is als de Nederlandstalige benaming van de straat. Voorbeelden genoeg. Ronse en Voeren hebben, weet Camerlynck, het voorbeeld van Moeskroen inmiddels gevolgd en geven nu de Franse straatnaam in het klein.

Op het Edingen van burgemeester Florine Pary-Mille (MR) heeft Camerlynck het alles behalve begrepen. Zij voert volgens hem een echt anti-Vlaams beleid, wat alles te maken heeft met het toenemende aantal Vlaamse inwijkelingen, vooral dan in de deelgemeenten Lettelingen en Mark. In het gemeentelijke krantje moeten de Nederlandstaligen zich tevredenstellen met een uiterst beknopte samenvatting van het gemeentelijke nieuws. Als je er als Nederlandstalige een brief stuurt naar de gemeente, duurt het maanden eer je antwoord krijgt... in het Frans.

In hun berichten aan de bevolking, moeten de faciliteitengemeenten tweetalig zijn. Maar in Edingen staat in het beste geval in een verloren hoekje van het bericht de mededeling: "Wenst u een Nederlandstalige kopie van deze brief, gelieve het ons te melden." In het slechtste geval worden de brieven verstuurd door privéfirma’s of vzw's en zijn ze compleet in het Frans. Het delegeren van gemeentetaken aan vzw's, om zo de taalwet te omzeilen, is een techniek waaraan alle Waalse faciliteitengemeenten zich gretig bezondigen, net als de Brusselse gemeenten overigens.

 

"Flamand de service"

Ook met de tweetaligheid van het gemeentepersoneel is het volgens Leo Camerlynck droevig gesteld. Personeel dat in contact komt met het publiek moet volgens de taalwet een elementaire kennis hebben van het Nederlands. In de praktijk is er vaak alleen een "flamand de service", ook bij de politie.

De websites van de gemeenten geven eveneens een aanduiding over de ernst waarmee de gemeenten de naleving van de faciliteiten nemen. De webstek van Edingen is eentalig Frans. Komen-Waasten moet het nog steeds zonder eigen webstek stellen. Moeskroen en Vloesberg hebben een tweetalige site.

Hoeveel Nederlands wordt in de Waalse faciliteitengemeenten nog gesproken? In Vloesberg heeft 15 procent van de inwoners een Nederlandstalige identiteitskaart. In Edingen is dat 10 procent, in Komen 7 tot 8 procent. In Moeskroen is dat amper 3 tot 4 procent. Toch geven die percentages geen correct beeld over het aantal Vlamingen in deze gemeenten. Volgens Camerlynck bedient de middenstand je in al die gemeenten nog zonder al te veel problemen in het Nederlands, behalve misschien in Moeskroen.

Het bewijst dat een groot deel van de bevolking het Nederlands op zijn minst nog machtig is. Maar volgens Camerlynck is het Nederlands in heel wat huisgezinnen ook nog de voertaal. Veel Vlamingen durven zich er evenwel niet als Vlaming te uiten. Dat heeft te maken met wat Camerlynck "de zolenlikkerij" van de Vlaming noemt. Maar ook met stigmatisering.

In heel wat van die gemeenten wordt wie een Nederlandstalige identiteitskaart aanvraagt als een extremist en soms zelfs als een fascist bestempeld. Intimidatie is er nog altijd troef, zij het minder dan vroeger.

En hoe zit het met het Nederlandstalig onderwijs in Wallonië? Er is het Vlaamse schooltje in Komen, er is een Nederlandstalige afdeling in de handelsschool van Moeskroen en er is een Nederlandstalige school voor militairen in Aarlen. Al die scholen worden, in strijd met de taalwetgeving, door het Vlaamse departement Onderwijs en niet door de Franse Gemeenschap gefinancierd.

Kan meer Nederlandstalig onderwijs een steun in de rug zijn voor de Vlamingen in de Waalse faciliteitengemeenten? Camerlynck denkt het niet. Vroeger stuurden de Vlamingen in deze gemeenten hun kinderen naar het Franstalig onderwijs, kwestie van hun klim op de maatschap-pelijke ladder veilig te stellen. Nu is de situatie volledig omgeslagen. Het Vlaamse schooltje in Komen wordt hoofdzakelijk rechtgehouden door de Franstaligen. Het schooltje telt dit schooljaar 84 kinderen. Voor het eerst zijn de Franstaligen met 44 kinderen er in de meerderheid. De scholen van Spiere-Helkijn barsten uit hun voegen door het grote aantal Waalse kinderen.

In Vloesberg loopt de helft van de Franstalige kinderen school in het naburige Ronse. Omdat dat eveneens een faciliteitengemeente is, krijgen ze er vanaf hun negende jaar Frans, wat een bijkomende aantrek-kingskracht op de Franstaligen uitoefent. Of neem Edingen. Pakweg 35 jaar geleden was de helft van de leerlingen in Sint-Augustinus in Edingen Nederlandstalig, zegt Camerlynck. Nu zit het atheneum van Herne, net aan de andere kant van de taalgrens, voor de helft vol met Franstaligen.

Bron: Stefaan Huysentruyt, in De Tijd, 24 januari 2005

Leo N.J. Camerlynck

voorzitter Stichting Zannekin

Edouard Michielsstraat 51, 1180 Ukkel / Brussel

e-post: leo.camerlynck@skynet.be

celfoon: 00 32 485 630 227