> nieuwsbrief > 36e jg. - 4e trimester 2018

Bijdragen over:

 

 

 

 

Mededelingen


Hernieuwen ledenbijdrage voor 2018

De penningmeester dankt voor de vlotte wijze waarop gehoor gegeven werd aan zijn verzoek tot vereffening van de bijdrage voor 2018. De “nalatigen” tot nog toe – op wiens adresetiket het *-symbool ontbreekt - vinden andermaal een betaalformulier in bijlage. Even ter herinnering: de bijdrage voor het al in mei 2018 verschenen nieuwe Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ en voor de driemaandelijkse Nieuwsbrief Zannekin beloopt 29 €. Vanaf 35 € wordt u met dank als steunend lid geboekt. Men kan daartoe enkel nog gebruik maken van ons ‘Belgische’ zogenaamd ‘Europees’ rekeningnummer iban BE13 4648 2202 5139 – bic: KREDBEBB waarvan de rekeningoverzichten ons dagelijks meegedeeld worden.

 

Hernieuwd verzoek

Onze Zannekin-Nieuwsbrief verschijnt slechts driemaandelijks. Mochten onze leden en belangtellenden ons massaal hun e-postadres willen meedelen, dan wordt het ons mogelijk hen ook tussentijds te bereiken teneinde hen vlotter te informeren omtrent de op stapel staande activiteiten en andere initiatieven die in het verlengde daarvan liggen. Wil ons daarom uw e-adres meedelen via een kort berichtje aan maurits.cailliau@skynet.be met als boodschap: ’interesse in Zannekin’. Een honderdtal leden deden dit al, waarvoor dank. Deze hernieuwde oproep is dan ook gericht tot hen die dit tot nog toe nalieten te doen.

 

Zannekin-Ontmoetingsdag Ravestein 2018

Deze zal doorgaan op zaterdag 13 oktober 2018 te Ravestein bij Nijmegen. Verderop leest u terzake alle praktische informatie en meteen ook welke belangrijke tijdsperiode uit onze Nederlandse geschiedenis op deze dag in de kijker komt te staan.

 

Ochtendprogramma

Vanaf 10.00 uur aankomst in het Raadhuis (adres St.-Luciastraat 2,) te Ravenstein al waar rond 10.30 uur ontvangst met koffie en gebak. Aansluitend welkomstwoord door de voorzitter.

11.00 uur: een korte filmpresentatie over het stadje en over de barokke Sint-Luciakerk die momenteel wegens instortingsgevaar niet toegankelijk is. Aansluitend een stadswandeling onder leiding van twee gidsen.

13.00 uur: Lunch (broodmaaltijd met beleg, koffie en thee) in herberg De Keurvorst, tegenover het Raadhuis.

Middagprogramma

Om 14.00 uur begint het middagprogramma dat in het teken zal staan van Filips van Kleef-Ravenstein. Hij werd geboren in Le Quesnoy – in de Franse Nederlanden - in 1459 en stierf te Wijnendale – bij Torhout - op 28 januari 1528. Hij was heer van Ravenstein, Wijnendale en Edingen. Zijn familiebanden met het Huis van Bourgondië droegen bij aan zijn bijzondere rol in de geschiedenis van de Nederlanden op het einde van de 15e en in de eerste decennia van de 16e eeuw. Zo werd hij in 1477 door Maria van Bourgondië en haar echtgenoot Maximiliaan van Habsburg aangesteld tot militair opperbevelhebber van Frans-Vlaanderen en bestreed met wisselend succes de invallen van het Franse leger. In 1482 herstelde hij de orde in het prinsbisdom Luik na de moord op bisschop Lodewijk van Bourbon door Willem van der Marck, bijgenaamd het Everzwijn der Ardennen. Hij trouwde in 1485 met Francisca van Luxemburg, dochter van Peter II van Saint-Pol en kasteelheer van Edingen; hun huwelijk bleef kinderloos.

Filips van Kleef trad in 1498 in dienst van zijn vroegere tegenstander, de Franse koning Lodewijk XII en was enkele jaren onderkoning in het Italiaanse Genua. Na zijn terugkeer in Edingen richtte hij zich onder meer op de studie van de oorlogvoering. Ook verzamelde hij kunstwerken voor zijn kastelen van Edingen en Wijnendale. Zijn uitgebreide boekenverzameling vormt de basis voor de huidige Koninklijke Bibliotheek in Brussel.

Wim van Heugten zal in een korte algemene inleiding stilstaan bij het ontstaan van de banden tussen Kleef en Bourgondië rond 1400 en de eerste contacten met Ravenstein en Wijnendale, terwijl Jan van Tongeren ingaat op het optreden van Filips van Kleef tijdens de onderdrukking van de opstand tegen de Bourgondiërs in de Vlaamse steden Ieper, Brugge en Gent. Prof. van Mourik zal nader op Filips van Kleef ingaan - ook als persoonlijkheid - en hem plaatsen in het kader van zijn hoedanigheid als heer van Ravenstein, zijn rol als vesting-bouwer en de gevolgen die dat heeft gehad tot ver in de Tachtigjarige Oorlog.

Rond 16.00 uur wordt de (studie)dag afgesloten met een wandeling via het Philips van Kleef Bolwerck naar de stellingmolen waar de voorzitter in de stadsbrouwerij De Wilskracht en bij het genot van een glas stadsbier de studiedag zal afsluiten.

Bereikbaarheid

Per trein: halfuursdienst vanaf 's-Hertogenbosch of vanaf Nijmegen. Na een wandeling vanaf 15 minuten bereikt met het centrum van Ravenstein via de vestingwerken.

Per auto: afrit Ravenstein kiezen op de A50 (Eindhoven-Zwolle) en de aanduidingen Centrum volgen. Gratis parkeerplaats aan de Beneden Bleek. Navigatie: Bleek 4, Ravenstein. Het Raadhuis bevindt zich op enkele minuten wandelen van de Bleek.

Kostenplaatje: Het geheel aan kosten – ontvangst, lunch, consumptie stadsbrouwerij, gidsing – werd begroot op 35 €/per persoon (leden) of 40 €/per persoon (niet-leden) tot uiterlijk 6 oktober te vereffenen via rekening IBAN: BE13 4648 2202 5139 – BIC: KREDBEBB t.n.v. Stichting ZANNEKIN, Paddevijvertraat 2, B.8900 Ieper. Uw betaling geldt als aanmelding.


 

Petrus Datheen en Nicasius Elleboudius geëerd in hun geboorteplaats Kassel


 

 

 

 

 

De aanwezigen bij de ‘De drie Meulens’, na de plechtigheid in de O.L. Vrouwkerk en voor de onthulling van de gedenkplaat

 

 

La Grande Place, de Grote Markt, in het Noord-Franse stadje Cassel. Op een van de hoeken van het plein staat herberg Aux Trois Moulins. Aan de linkerbuitenmuur hangt een gedenksteen, ter ere van Datheen, de vergeten zoon van Cassel, een stad op de berg.

Zaterdagmiddag. Aan de Rue Notre Dame beklimt iemand een stalen keukentrap, verwijdert de zogenaamde Prinsenvlag die voor de gelegenheid aan de zijgevel is bevestigd, en onthult daarmee een gedenktegel in vier talen ter herinnering aan ”de gereformeerde predikant Petrus Dathenus en aan zijn tijdgenoot Nicasius Ellebodius. Ellebodius, ”kerkleider en heelmeester”, werd net als Datheen in Cassel geboren, en werd net als Datheen door Cassel vergeten. In Cassel is niet één straat, niet één naam en niet één steen aan hen gewijd. Het stadsbestuur bleek ook op geen enkele wijze genegen om enige medewerking te verlenen aan een herinneringsplaat voor hen.

”Maar aan die vergetelheid van beiden is vandaag een einde gekomen”, zegt Leo Camerlynck, zittend aan een tafeltje in de overvolle stadsherberg. Camerlynck is voorzitter van de Stichting Zannekin, die zich inzet om de historische en culturele banden met gebieden die ooit tot de Nederlanden hebben behoord, weer aan te halen. Camerlynck weet zeker dat Datheen in Cassel is geboren, en wel ”in de schaduw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk.” Buiten de herberg wijst hij naar een oorlogsmonument. Daarachter staat een rijtje woningen. ”Daar moet hij gewoond hebben, de dominee met de rode baard.”

De gedenkplaat is er gekomen in samenwerking met de vereniging Euvo (Europa der volkeren), die zich beijvert om historisch erfgoed in herinnering te houden. Het idee voor de gedenkplaat is van de Groningse prof. mr. dr. Andries Postma, voormalig Eerste Kamerlid voor het CDA.

 

 

 

 

 

De Prinsenvlag wordt van de gedenkplaat verwijderd bij de onthulling

 

Wilhelmus

Voorafgaand aan de onthulling worden er voor een Nederlands, Belgisch en Frans gezelschap in de achter de herberg gelegen Onze-Lieve-Vrouwekerk enkele toespraken gehouden. De Frans-Vlaming Wido Bourel voert het woord “als stem van Frans-Vlaanderen.” Bourel noemt Datheen de grote voorvechter van de Reformatie van de Nederlanden. “Waarschijnlijk was hij ook de dichter van het Wilhelmus. Dat wordt algemeen aangenomen. Datheen moet talent hebben gehad als het gaat om kennis van woord en muziek. Laten we er niet gering over denken dat iemand die zijn hele leven voor zijn geloofsovertuiging op de vlucht is geweest, in staat was om een volledige psalmberijming te maken.”

 

Tekst en melodie

De derde toespraak is “een stem uit de Noordelijke Nederlanden”. Jan van ’t Hul, kerkredacteur bij het Reformatorisch Dagblad, vertelt dat er in Nederland naar schatting in 29 kerkelijke gemeenten nog steeds psalmen van Datheen worden gezongen. “Velen houden nog van Datheen. Dat kan niet zijn vanwege het muzikale gehalte, want de combinatie van tekst en melodie is soms buitengewoon onbeholpen. De tekstaccenten vallen vaak niet samen met die van de melodie. Wat is het geheim dan wel? Deze psalmen raken het hart en geven de geloofstaal van Gods kinderen door. Het is erfgoed uit de tijd van de geloofsvervolging waarin innige smeekbeden te vinden zijn om bewaard te worden voor het geweld van de boze, om te mogen schuilen bij God, de Almachtige.”

Van ’t Hul verwijst naar het recente proefschrift van zijn RD-collega dr. Jaco van der Knijff. Van der Knijff had bij zijn promotie opgeroepen tot het schrijven van een nieuwe biografie over Datheen. De meest recente dateert uit 1919. “Graag leg ik de oproep om te komen tot een nieuwe biografie ook bij u neer.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De viertalige gedenkplaat na de onthulling

 

 

De laatste toespraak is “een stem uit zuidelijk Afrika”. De Zuid-Afrikaanse Shilemeza Prins vertelt dat Datheen ook nog in Zuid-Afrika wordt gezongen. Ze citeert Psalm 42 in het Zuid-Afrikaans: “Soos ’n hert in dorre streke, skreeuend dors na die genot, van die helder waterbeke, skreeu my siel na U, o God.”

___________________

Foto’s: Edward Stubbe

Bron: https://www.rd.nl/kerk-religie/petrus-datheen-geëerd-in-zijn-geboorteplaats-cassel-1.1508672
 

 

Prachtige biografie van Joost Halbertsma



In deze Mededelingen komt Friesland maar heel af en toe aan bod. Toch wil ik uw aandacht vragen voor een magnifieke en letterlijk grootse biografie die verschenen is over de “cultuurpaus van Friesland”, namelijk dominee Joost of Joost Halbertsma (1789-1869).

Hij is bekend geworden als schrijver, vooral als Friese schrijver. Samen met twee van zijn broers heeft hij verhalen en gedichten geschreven in het Fries. En dat was niet bepaald gewoon: er was in het begin van de 19e eeuw immers nauwelijks iemand die Friese verhalen en gedichten schreef. Het Fries was ooit gebruikt voor het opstellen van wetten en rechten, en uitzonderlijk als taal voor een bruiloftsvers of een almanaktekstje. Het had echter geen status als literaire taal. Halbertsma en zijn broers schreven niet alleen luchtige liedjes en verhalen in het Fries, maar ook weemoedige gedichten en kindergebedjes. Joost Halbertsma wordt daarom beschouwd als één van de grondleggers van de Friese literatuur. Zijn werk is een commentaar op de wereld, zijn Friesland, de mens en niet minder op zichzelf. Hij volgde de ontwikkelingen van zijn tijd op de voet. Daarnaast verzamelde hij voorwerpen allerhande die verband hielden met de geschiedenis, de folklore, de landbouw… van Friesland. Op oudere leeftijd maakte hij alles over aan het Fries provinciebestuur. Zijn verzameling lag aan de basis van het latere Fries Museum. Hij was lid van Nederlandse en buitenlandse geleerde genootschappen en correspondeerde met geleerden als Jacob Grimm. Halbertsma reisde naar Duitsland, Italië en Groot-Brittannië en publiceerde talloze pamfletten, tekstedities, verhalenbundels en wetenschappelijke verhandelingen. Kortom hij was Fries en wereldburger tegelijk.

Over Joost Halbertsma publiceerde Alpita de Jong een lijvige biografie van 655 blz. Het boek meet 26,5 bij 19,5 cm, weegt ruim 2 kg en is gracieus uitgegeven. Alle illustraties staan in vierkleurendruk afgedrukt. Het is een schitterende biografie geworden en de tekst laat zich vlot lezen. Naast de auteur verdient ook de uitgever een pluim.

Pieter Jan Verstraete

___________________

N.a.v. Alpita de Jong, Triomfen en tragedies van een uitmiddelpuntig man: Joost Halbertsma, 1789-1869: een biografie. Grou, uitgeverij Louise, 2018.  Ill., 655 blz. Geb., 55 euro - ISBN 978 94 9153 650 2.


 

Friese Portretten



Tussen 1988 en 2008 bezocht Pieter Jan Verstraete samen met zijn echtgenote jaarlijks een regio in Friesland of een van de Waddeneilanden. Steevast werd ook een bezoek gebracht aan het Fries Letterkundig Museum (thans Tresoar) in Leeuwarden. Daar werd het nodige materiaal verzameld over menig Friese taalstrijder.

Het resultaat van dit onderzoek groeide uit tot een reeks Friese Portretten die gedurende twintig jaar in het Vlaams-Nederlandse jaarboek Zannekin verscheen. Met zijn opstellenreeks was de auteur de eerste naoorlogse Vlaming die jarenlang over Friesland publiceerde.

Het boek bundelt portretten van bekende en minder bekende Friezen (ook van enkele Friese collaborateurs). Enkele namen: Obe Postma, Gijsbert Japicx, de gebroeders Halbertsma, Harmen Sytstra, Waling Dijkstra, Halvard Hettema en Rintsje Piter Sybesma. Voor deze boekuitgave werden alle bijdragen herwerkt en geactualiseerd.

Aan de hand van het boek Friese Portretten: een Vlaming ontdekt Friesland maakt u kennis met een aantal figuren uit de rijke portrettengalerij van de Friese Beweging. Het boek telt 275 blz. en is geïllustreerd.

______________

Deze publicatie is te bekomen door storting van 18,50 euro (3,50 euro verzendingskosten inbegrepen) op IBAN BE64 4627 2867 9152 van Pieter Jan Verstraete, 8500 Kortrijk met vermelding 'Friezenboek'. Na ontvangst van uw storting krijgt u het gewenste boek thuisbezorgd.


 

Onbekend Frans-Vlaanderen


Onder deze naam zijn in deze cultuurhistorische reeks nu 19 delen verschenen: 01: Boulogne en de Boulonnais, 2003 – 02: De Atlantikwall in Frans-Vlaanderen, 2004 – 03: De V1 - vliegende bom in Frans-Vlaanderen, 2004 – 04: De V2-raket in Noord-Frankrijk, Wizernes en Eperlecques, 2005, - 05: De Franse Westhoek - Schatkamer van Vlaamse kunst en cultuur, 2006 – 06: Cassel, 2006 – 07: Het rijke Sint-Omaars, 2007 – 08: De geniale Vauban en de Pré-Carré-vestingen 1677-1713, 2007 – 09: De Avesnois, 2008 – 10: Menen - De beroemde Vaubanvesting, 2008 – 11: Gravelines/Grevelingen, 2010 – 12: Thiérache - Aan de grens van de Nederlanden, 2011 – 13: De Grote Oorlog 1914 – 1918, 2012 - 14: Cambrai/Kamerijk, 2013 - 15. Watten, Eperlecques, 2014 - 16. Orde van Malta, 2015 – 17: De Vallei van Aa, 2016 – 18: De Baai van de Somme, 2017 – 19: Hitler aan het front Fromelles, 2018. Voor 2019 wordt deel 20. Opaalkust verwacht. Meer informatie is te verkrijgen via:

http://www.archeologiezwvl.be/index-3.html of Philippe Despriet, Filips van de Elzaslaan 4, 8500 Kortrijk, T: 056 22 21 99,

E: philippe.despriet@belgacom.net.


Rudi Koot

Standbeeld Willem I wordt op 20 oktober ingehuldigd te Gent


 

 

Het ontwerp, ondertussen in brons gegoten, wordt eerstdaags officieel ingehuldigd.

U leest het programma van het gebeuren bovenaan van deze Nieuwsbrief

 

 


Van 29 juli tot en met 7 augustus 2018 reisde de Stichting Zannekin
 op zoek naar sporen uit de Nederlanden in Midden-Europa


Mooie reisimpressie van medereiziger en Zannekin-lid Freddie Boeykens op weg naar Oostland


Een Zannekin-busreis verveelt nooit. Onze ‘Drang nach Osten’ en Henri, de prima buschauffeur en directeur van Belltours, brachten ons naar Berlijn en verder. ‘Ons’ dat was een allegaartje van Vlamingen, Walen, Brusselaars en telkens één: Nederlander (medegids Jan), een Italiaanse, een Armeense en een Colombiaanse, alles met voldoende passieve of actieve kennis van het Nederlands. Onze gidsen (Jan, Leo, Herman en Henri) zorgden waar nodig voor een samenvattende uitleg in het Frans over de bezienswaardigheden. Een tsunami volgde: geschiedenis, cultuur, gastronomie, allerlei weetjes, alles kwam aan bod, afgewisseld met mopjes. De stemming werd er één van verbondenheid, een groepsgevoel. De hele tijd konden we genieten van de hoogzomer. In die hitte hebben we vele kilometertjes afgewandeld.

 

Voormalige DDR

Het overschrijden van de vroegere inter-Duitse grens was nog kil voelbaar in Marienborn. Ook de vroegere Berlijnse deling was nog zichtbaar aan Checkpoint Charlie en bij het Ostbahnhof. Stilte bij het Holocaustmonument, blijheid op het Spreeboottochtje.

Het Versailles van Duitsland in Potsdam heet “Sans Souci”, het gevoel dat de ganse 11-daagse overheerste. Nabij werden we aangenaam verrast met de Hollandse wijk en een Russisch buurtje met prachtige houten huizen. De Fläming en het Sorbenland herinnerden respectievelijk aan de middeleeuwse Vlaamse kolonisatie en de beschermde autochtone Slavische bevolking (tweetalige straatnaamborden).

 

Polen, Moravië, Tsjechië

In Polen wachtten ons de kaboutertjes van Wrocław (Breslau) en de Vlaamse wandtapijten in Kraków (Krakau), beide schitterende steden. De gruwel van Auschwitz was pakkend. De avond ervoor had dr. Herman Vandormael, auteur van verscheidene geschiedenisboeken, ons een “info van een half uurtje beloofd”: 2 uur lang onderhield hij ons over deze pikzwarte periode van de Jodenvervolging. Referaat en bezoek grepen ons bij de keel. Donkere gedachten waren er ook in de Joodse wijk te Kraków, denkend aan ‘Schindler’s List’.

Graag had ik meer contact gehad met de inwoners van het Vlaamse Wilamowice, maar Tsjechië stond al vol ongeduld te trappelen. En terecht: Olomouc (Ollmütz), Brno (Brünn) en Praag zijn pareltjes. Zeker deze laatste had vele diamantjes en verdient ten volle de naam van ‘Goldene Stadt’ Praag gaf hoop op een betere wereld zoals de Vlaamse Lutgardis op de Karelsburg over de Moldau (Vltava) en het Kindeke Jezus van Praag ons toewensten. Austerlitz mogen aanschouwen maakte de Driekeizersslag visueel. En ook Plžen (Pilsen), de bierstad, loonde de moeite.

 

Nürnberg

Nürnberg: opnieuw kippenvel bij de rechtbank van de naoorlogse naziprocessen en het bezoekerscentrum van hun Reichsparteitagsgelände. Herademing in de schitterend herstelde en ommuurde binnenstad. De stad van Albrecht Dürer, die een tijdje in Antwerpen verbleef.

Bedankt allemaal, gezelschap, gidsen en chauffeur. Henri was ook onze redder in nood: zonder zijn drankencentrale hadden we deze prachtreis van Zannekin en Belltours moeilijk overleefd.

 

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

 

Een slotakkoord in een zwanenzangtoonzetting

 

Wanneer je je zet tot het "componeren" van een slotakkoord dan kan het niet anders dat daarin ook een stuk verleden "verklankt" wordt. Dat wordt duidelijk uit de beelden die voorbij komen in de achteruitkijkspiegel. Terwijl ik deze woorden neerschrijf bedenk ik dat ik in mijn twintigste levensjaar er nooit van heb kunnen dromen dat ik ze in mijn negentigste aan het papier zou toevertrouwen. Immers ik had toen geen dromen meer; die waren uiteengespat om de harde werkelijkheid van het leven. Ik had boer willen worden; in opvolging van mijn vader had ik het bedrijf willen overnemen. Maar mijn lichamelijke gesteldheid liet het niet toe dat dit zou kunnen gebeuren. Gelukkig had ik nog een droom; daarin speelde het boek een grote rol. Ik kwam terecht in een boekhandel als leerjongen. Aanvankelijk werkte ik in de zaak; later werd de straathandel mij toebedeeld. (met een deftig woord werd deze activiteit "colportage" genoemd). Echter als gevolg van de devaluatie van de gulden in 1948 was hiermee geen droog brood te verdienen. En zo kreeg mijn toekomst het karakter van dichtgeplakt te zijn.

Wat is het dan een zegen iemand te mogen ontmoeten die zich voor je wil inzetten. Het is door zijn toedoen geweest dat in september 1949 de deur van de Christelijke kweekschool in Sneek voor mij openging. Vier jaar lang was ik weer leerling om in de zomer van 1953 als meester met de lagere akte deze school te verlaten. Via Opende (een dorp in het Groningse westerkwartier) en Nieuwlande (het dorp van de bekende verzetsstrijder Johannes Post en gelegen halverwege Hoogeveen en Coevorden in de provincie Drenthe) kwam ik in april 1961 met mijn gezin terecht in Zaamslag, een dorp in het Zeeuwse deel van Vlaanderen.

Daar is de bal gaan rollen. Ik ontdekte daar dat er ook nog een deel van Vlaanderen in Frankrijk lag en dat er een groep mensen was die zich inzette voor dat sterk verwaarloosde deel van het Nederlands taalgebied. Deze belangstelling heeft ertoe geleid dat ik me heb laten betrekken bij de activiteiten van het Komitee voor Frans-Vlaanderen.

Het was in de eerste helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw - we woonden inmiddels in Veenendaal - dat ik bezoek kreeg van Jan Rutten, secretaris van de Vereniging Zannekin. Hij kwam mij polsen of ik ervoor voelde deel te gaan uitmaken van het bestuur. Ik heb na bedenktijd hem laten weten dat ik dat wilde. Tot en met 1988 was ik gewoon bestuurslid maar in het voorjaar van 1989 werd mij het voorzitterschap toevertrouwd. Mijn voorgangers – Herbert Schaap, Jef Goethals en Ward Corsmit - hadden zich tevreden gesteld met het leiding geven aan de vergaderingen van het bestuur. Ik was van mening dat ik me daartoe niet moest beperken. En zo verscheen vanaf voorjaar 1989 elke keer "Van de voorzitter" in de nieuwsbrief.

Onder dit kopje heb ik mijn bijdragen geschreven tot het voorjaar van 2003; ik werd toen opgevolgd door de huidige voorzitter Leo Camerlynck. De reden van mijn terugtreden had alles te maken met het ziektebeeld van mijn vrouw. Ik kon er niet meer zeker van zijn dat ik in het vervolg leiding zou geven aan de bestuursvergaderingen. Ik huldigde het standpunt dat een voorzitter - met uitzondering van ziekte - aanwezig behoorde te zijn.

Met de voorzittershamer nam de nieuwe voorzitter ook de "pen" over. En toch wilde ik wel verder kopij leveren voor de Nieuwsbrief. In overleg met Maurits Cailliau schrijf ik sindsdien mijn bijdragen onder het kopje "Vanaf de zijlijn". Ik koester de hoop dat ik af en toe een venster heb opengestoten en daardoor het blikveld verruimd.

Natuurlijk heb ik nu af te rekenen met bepaalde gevoelens van weemoed. Ik zet met deze laatste "Zijlijn" een streep onder mijn activiteiten voor een vereniging die mij in de voorbije jaren zeer na aan het hart heeft gelegen. Maar ik blijf niet in deze gevoelens steken; die van de dankbaarheid hebben duidelijk de overhand. Dankbaar ben ik voor alles wat ik zowel op het bestuurlijke als het redactionele vlak voor de Vereniging Zannekin heb mogen en kunnen doen. Bovenal ben ik dankbaar voor de vele ontvangen blijken van vriendschap die ik op mijn beurt heb mogen beantwoorden als teken van onze verbondenheid.

 

Ten slotte

Wanneer ik inderdaad mijn vader zou zijn opgevolgd zou mijn levensloop er heel anders uitgezien hebben. Ik zou waarschijnlijk nooit in Zeeuws-Vlaanderen terecht gekomen zijn. Luidens het volkslied van dit stukje Nederland achter de Westerschelde maakt het - als gevolg van de bevroren frontlinie - wel deel daarvan uit. Maar in historisch opzicht is het eeuwenlang verbonden geweest met Vlaanderen. Mede dankzij mijn lidmaatschap van het Komitee voor Frans-Vlaanderen heb ik met dit Vlaanderen kennis gemaakt. En het is door de gesprekken met André Demedts dat ik zicht mocht krijgen op de ontvoogdingsstrijd. Eén uitspraak van hem heeft mij diep geraakt en is richtinggevend geweest voor mijn groeiende belangstelling voor de achtergronden van deze strijd. Die uitspraak luidde: "Hadden we niet zoveel tijd en energie moeten steken in onze strijd, we zouden veel verder gestaan hebben."

Ik kom tot een afsluiting. Op één van de kerkhoven in Frans-Vlaanderen staat een grafsteen waarop behalve de naam van de overledene ook plaats is ingeruimd voor diens levensdevies. Dat luidt: "Wees Vlaming dien God Vlaming schiep". Deze woorden getuigen van een gezond zelfbewustzijn. Ik ben dankbaar dat ik gedurende de voorbije halve eeuw getuige heb mogen zijn van dat toenemend zelfbewustzijn in het kader van de ontvoogdingsstrijd. En met deze verwoording van dat gevoelen heb ik voor deze laatste "Zijlijn" de toon gezet.

Marten Heida

Prins Willem-Alexanderpark 53

05 CB Veenendaal

 

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck


Marten Heida wordt straks negentig, meer dan één reden om hem in de bloemetjes te zetten

 

Op 5 februari 1929 zag Marten Heida het levenslicht in het lieflijke Fryslân. Op zijn Friese herkomst is Marten trots, en terecht. Maar zijn liefde reikt veel verder dan het Fryske Gea, de Friese Gouw. Al van op jonge leeftijd koesterde hij heel veel belangstelling voor de Nederlanden, voor de Nederlandse taal, voor de overige talen binnen de Lage Landen bij de Noordzee en voor de heel-Nederlandse cultuur.

Van de Dollard tot de Zomme staat hij bekend als een minzame, verzoenende en gemoedelijke persoon. Vlot ter tale in pen en woord blijft hij begeesteren. Talrijke leerrijke bijdragen leverde en levert Marten voor Ons Erfdeel, het Zannekin-jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ en de Zannekin-Nieuwsbrief. Zijn lezingen worden gewaardeerd. Deze appreciatie geldt bij al wie hem toehoort. Religie, taal, cultuur zitten honkvast bij Marten. En ook muziek en zang bekoren hem als lid van een christelijk zangkoor.

In de 92e jaargang van het ANV-tijdschrift Neerlandia (1988) schreef H.A.P.M. Schel een opmerkelijke bijdrage onder de titel: Afscheid van ‘meester Heida’.

Nadat daags tevoren de kinderen van de Juliana van Stolbergschool in Veenendaal feestelijk afscheid hadden genomen van hun meester, werd op vrijdagavond 5 februari een officiële afscheidsreceptie gehouden. Op dezelfde dag werd Marten Heida 59 jaar. Hij maakt gebruik van de VUT-regeling. Toen ongeveer 35 jaar terug begon zijn loopbaan in het onderwijs. Hij was verbonden aan verschillende scholen in Friesland en Drenthe. In Zaamslag (Zeeuws-Vlaanderen) werd hij, na het behalen van de hoofdakte, hoofd van de school. Deze functie kreeg hij ook in Veenendaal toen hij daar in 1971 werd benoemd op de Nieuwe Westerschool.

Hij zette zich bijzonder in voor de bouw van een vervangende nieuwe school. Deze werd in december 1975 als de Juliana van Stolbergschool geopend. In augustus 1985 deed Marten Heida een stapje terug, hij was sinds die tijd adjunct-directeur van dezelfde school. 

Marten Heida heeft zich niet alleen vanuit een evangelisch geïnspireerd opdracht volledig ingezet voor het Christelijk Nationaal Onderwijs. Hij was ook bijzonder actief buiten het onderwijs, o.a. in de Vereniging/Stichting Zannekin en in het Algemeen-Nederlands Verbond. Hij was zeven jaar secretaris van het ANV en jarenlang redacteur van Neerlandia.

Tijdens de receptie (foto) werd aan Marten Heida namens het DB, het HB en het kantoor (van het ANV) een boek aangeboden. Hierbij werd de hoop uitgesproken dat hij zijn bijdrage aan het ANV nog lange tijd in goede gezondheid mag en wil blijven leveren. Tot zover uit het artikel uit Neerlandia.

Binnen de Stichting Zannekin is en blijft Marten Heida een gewaardeerd iemand met de nodige diplomatieke gaven. Als mijn voorganger als Zannekin-voorzitter doch ook als gewoon bestuurslid werkte hij constructief mee.

De Stichting Zannekin stelde aanvankelijk tot doel de Nederlandse taal en cultuur in Frans-Vlaanderen te bevorderen, doch mede onder zijn impuls ging de Stichting zich vanaf de zestiger jaren van de voorbije eeuw ook toeleggen op de Duitse grensgebieden, op Luxemburg en op het Walenland. Zannekin richtte van dan af de schijnwerper op alle historisch Nederlandse gebieden buiten Rijksnederland en de deelstaat Vlaanderen die ooit tot de Nederlanden hebben behoord of er nauw mee verbonden waren.

Het Zannekin-bestuur en veel vrienden zijn Marten Heida zeer dankbaar voor het gepresteerde onbaatzuchtige en edelmoedige werk. Ja, er zijn redenen genoeg om Marten Heida in de bloemetjes te zetten! Ook nu hij besloot omwille van zijn nakende 90e verjaardag terug te treden uit het bestuur van Zannekin. U leest dan ook zijn laatste Vanaf de zijlijn in dit nummer.

Leo Camerlynck, voorzitter Stichting Zannekin
E. Michielsstraat 51, 1180 Ukkel
leo.camerlynck@skynet.be
celfoon 0032 485 630 227