Woordsoorten

Woordsoorten

© Paul Corthouts

Fietsen

1. In onze provincie zijn er prachtige fietsroutes.

2. Wout, Sara en hun ouders gebruiken deze wegen vaak.

3. Zij fietsen graag in de vrije natuur.

4. Tijdens hun tocht zagen ze een lief hertje.

5. Gelukkig ontmoetten ze geen gevaarlijk everzwijn!