Verdelen

© Paul Corthouts

Bereken het juiste antwoord.
1) Verdeel 50 kastanjes zodat Mia er tien meer heeft dan Jan.
Jan krijgt slechts kastanjes.

2) Verdeel 600 € onder Hilde, Wim en Lieve. Hilde krijgt 50 € meer dan Lieve en Wim heeft 20 € meer dan Hilde.
Wim bezit €.

3) De omtrek van een rechthoek is 286 meter. De breedte is 75 meter minder dan de lengte.
De oppervlakte bedraagt m².

4) Verdeel 4200 € tussen Maarten en Simon dat Simon het dubbel krijgt van Maarten.
Maarten krijgt dus €.

5) Inge en Frank zijn samen 22 jaar. Volgend jaar zal Inge driemaal zo oud zijn als Frank.
Nu is Inge jaar.

6) Van een som geld krijgt Joke 1/5 deel, Koen 1/2 en Peter de rest namelijk 150 €.
Joke krijgt €.

7) Anneleen, Tessa en Evi hebben samen 2100 €. Anneleen heeft de helft van Tessa, Tessa heeft de helft van Evi.
Tessa bezit €.

8) Verdeel 4800 € zo dat het grootste deel 5/3 is van het kleinste.
Het grootste deel is €.

9) Een som van 720 € wordt in drie delen verdeeld. Het tweede deel is 30 € meer dan het eerste. Het derde deel is 60 € groter dan het tweede. Het kleinste deel is €.

10) Het spaargeld van broer en zus is samen 60 €. Zus bezit slechts de helft van haar broer.
De jongen heeft € gespaard.