Afgeleide woorden

© Paul Corthouts

Noteer de juiste afleiding van het woord dat tussen haakjes staat.
1.( Arabië) De cijfers waarmee we rekenen zijn van afkomst.

2. (tropen) Wie op vakantie gaat in Afrika moet oppassen voor een ziekte.

3. (academie) In een ziekenhuis word je goed verzorgd.

4. (actua) De toestand is niet zo denderend.

5. (humor) voorstellingen lokken steeds veel toeschouwers.

6. (schade) Sproeimiddelen bevatten vaak stoffen.

7. (reuma) Grootmoeder heeft last van pijnen.

8. (gevaarlijk) De verslaggever bevond zich in een situatie.

9. (atleet) Elke sportman heeft een gebouwd lichaam.

10. (Egypte) Wie bezocht reeds de piramides.

11.(democratie) Gelukkig hebben de meeste landen verkiezingen.

12. (officieel) Bent u ook uitgenodigd voor de opening?

13. (harmonie) In België leven Vlamingen en Walen samen.

14. (natie) Ons elftal speelt meestal in rode uitrusting.

15. (oorsprong) In de Kempen bestond de begroeiing enkel uit heide en berk.

16. (religie) De pastoor bezat nog vele schilderijen.

17. (vreugde) Tijdens die vakantiereis beleefden we momenten.

18. (acrobaat) Aan de trapeze toonde de clown sprongen.

19. (spot) De flaterende doelman kreeg enkele opmerkingen.

20. (mysterieus) Enkele jaren geleden waren er in ons land verdwijningen.