Benoem elk woord

© Paul Corthouts

Welke woordsoort is het?
Kies tussen lidwoord (lidw.), zelfstandig naamwoord (zn.), werkwoord (ww.) of bijvoeglijk naamwoord (bn.)

1. Tijdens de strenge winter was er veel sneeuwpret.

2. Moeder kon de was niet zo goed drogen.

3. Wegens de zware sneeuwstorm konden we niet vliegen .

4. Tijdens de winter heb je geen last van zoemende vliegen .

5. Na het skiën genoot hij van een warm drankje.

6. Dat genot kon je hem niet weigeren !

7. Als het zo koud is, eet ik geen sla .

8. Sla nooit een hond!

9. Koning Albert is onze zesde vorst .

10. Niels Albert werd dit jaar wereldkampioen veldrijden.