Bijvoeglijke naamwoorden

© Paul Corthouts

Zoek het passend antwoord uit onderstaande woorden.

   bouwvallig      dartele      grauwe      ijverige      imposante      roekeloze      schilderachtig      schuchter      sjofele      statige   

1. Die bengel speelt een gevaarlijk spelletje!

2. Je zus leert veel, wat een studente!

3. De bedelaar is heel armoedig gekleed.

4. Op het platteland vind je vaak een boerderijtje.

5. In die arbeidersbuurt staan huizen.

6. De gemeente besliste om het krot af te breken.

7. In Gent moet je zeker de burcht bezoeken!

8. Het meisje durfde niet te antwoorden.

9. In het voorjaar lopen in de weide lammetjes.

10. Op het meer drijft een zwaan.