Dieren en samenleving

© Paul Corthouts

  
Is deze bewering waar of niet waar?
Alle dieren die in groep leven, hebben een leider.
Kleine groepen soortgenoten hebben bijna altijd een leider.
Groepen dieren bestaan bijna altijd uit soortgenoten.
In mierenkolonies is de samenleving sterk georganiseerd.
Tijdens de vogeltrek ontstaan groepen van verschillende soorten die samen vliegen.
Dieren die het hele jaar door in groep leven, hebben een goed ontwikkeld communicatiesysteem.
De leider van een kudde is altijd een mannelijk dier.
Graseters zijn vaak kuddedieren.
Vleeseters leven en jagen meestal alleen.
Dieren van verschillende soorten die samen in een groep voorkomen, begrijpen elkaars taal.