Figuren

© Paul Corthouts

Beoordeel deze beweringen!
Een vierkant is een rechthoek.
Een rechthoek is een parallogram.
Een trapezium heeft twee paar evenwijdige zijden.
De diagonalen van een rechthoek snijden elkaar precies in het midden.
De diagonalen van een ruit staan loodrecht op elkaar.
De diagonalen van een parallellogram zijn steeds even lang.
De overstaande hoeken van een ruit zijn gelijk.3
Een vierkant is een ruit met rechte hoeken.
De overstaande zijden van een parallellogram zijn altijd even groot.
Een rechthoek heeft vier gelijke hoeken.
Een cirkel is een veelhoek.
De hoeken van een regelmatige vijfhoek zijn gelijk.
De zijden van een gelijkbenige driehoek zijn even groot.
Een gelijkzijdige driehoek heeft ongelijke hoeken.
Een stomphoekige driehoek heeft maar één stompe hoek.
Een rechthoekige driehoek heeft drie rechte hoeken.
Een regelmatige vierhoek is ook een vierkant.
Een diagonaal verdeelt de ruit in twee dezelfde driehoeken.
Een veelhoek heeft steeds gelijke zijden.
De middellijn van een cirkel is het dubbele van de straal.