Gebeurt of gebeurd ?

© Paul Corthouts

Kies de juiste schrijfwijze!
Is het pv. dan schrijf je een T! Is het vd. dan schrijf je een D!
1. Wanneer is dat ongeval ?

2. Wat er vandaag op school?

3. Het maar zelden dat het sneeuw op kerstdag.

4. Wat er als hij valt?

5. In Brussel er altijd wel iets.

6. Wat is er gisteren in de klas ?

7. Wat er ook , de politie staat paraat!

8. Is er vorig jaar in ons dorp iets spannends ?

9. Hier bijna nooit iets!

10. Wat zou er zijn met die voetballer?