De schaal geeft een verhouding tussen afstand op kaart en werkelijke lengte. Noteer in een schema wat wordt gegeven en gevraagd over beide grootheden.
vb. schaal = 1/10 000
A W.L
Gegeven: 1 10000
Gevraagd: ...(maat?) x (zelfde maat!)
Op een kaart met een schaal van 1: 10 000 is een straat 5 cm lang. Hoe lang is deze straat in werkelijkheid? (maateenheid = meter)
Een gebouw is 12 meter breed. Op een kaart met een schaal van 1 : 50 tekende de architect dit gebouw 12 centimeter breed. Kan dit? (antwoord met ja of neen)
In vogelvlucht bedraagt de afstand tussen twee steden 70 km. Op kaart komt dit overeen met een lengte van 7 cm.Op welke schaal is deze kaart getekend? (noteer met :)
In een naslagwerk staat een insect getekend op schaal 5 : 1. Op de tekening is dit dier 25 millimeter. Hoe groot is dit in werkelijkheid. (antwoord in mm)
Twee steden liggen op kaart 12 cm van elkaar. De kaart is getekend op schaal 1 : 200000. Hoeveel bedraagt de werkelijke afstand? (noteer in km)