In zijn jeugdboek ‘Haroen en de Zee van Verhalen’
gebruikt Salman Rushdie de naam ‘Kahaani’ voor
onze tweede –onzichtbare- maan. Deze satellietplaneet zoeft aan een verschrikkelijke
snelheid en met een steeds wisselende baan om de aarde. Want: “de
voorziening van het Verhalenwater moet over de hele wereld gelijk zijn.”
Haroen komt op Kahaani terecht en ziet er de ‘Oceaan van Verhalenstromen’.
Haroen keek in het water en zag dat het was samengesteld uit duizend en duizend en duizend-en-één verschillende stromen met allemaal een andere kleur, die in een vloeibaar, adembenemend tapijt met elkaar vervlochten waren; en Mierlo legde uit dat dit de Verhalenstromen waren, dat elke gekleurde streng een verhaal voorstelde en bevatte. Elk deel van de Oceaan had zijn eigen soort verhalen, en omdat je er alle verhalen aantrof die ooit waren verteld en een heleboel die nu verzonnen werden, was de Oceaan van Verhalenstromen in feite de grootste bibliotheek van het heelal. En omdat ze in vloeibare vorm werden bewaard, behielden de verhalen het vermogen te veranderen, een nieuwe versie van zichzelf te worden, samen te gaan met andere verhalen en zodoende weer een nieuw verhaal te vormen, zodat de Oceaan van Verhalenstromen, in tegenstelling tot een bibliotheek met boeken, veel meer was dan en bron van voortkabbelende verhalen. Deze bibliotheek was niet doods maar springlevend.
(uit: ‘Haroen en de Zee van Verhalen’ – Salman
Rushdie)