abc



CULTUUR

Architectuur - Eger
Eger is de dichtstbijzijnde grote stad op slechts 28 km afstand van Szilvásvárad. Deze typisch Hongaars provinciehoofdstad, gebouwd tussen de heuvels, is tevens een universiteitsstad met veel jonge mensen en bezit een rijke cultuur.

In de prachtige binnenstad vindt u middeleeuwse en barokke gebouwen, uniek smeedwerk en andere bezienswaardigheden zoals de Basiliek, de burcht met zijn kazematten, de Minaret (stille getuige van de Turkse bestorming), fresco's, en een heuse ‘camera obscura’ enkele verdiepingen hoger dan de bibliotheek.

In de overdekte markthal en in de buitenstalletjes kunt u elke voormiddag verse levensmiddelen en bloemen kopen. Op zich al de moeite waard om er eens door te kuieren en het kleurrijk tafereel te bewonderen. Je kunt in deze stad een halve wereldreis maken. Je komt bijna in elke straat een kerk of een gebedshuis tegen. Je waant je wel in Rome, zelfs de heerlijk geurende koffiehuisjes moeten zeker niet onder doen voor de Italiaanse cappuccino. Wist u dat deze stad een eigen ondergrondse schietschool heeft? Alvast de moeite om even kennis te nemen.

Eger is al eeuwen lang een religieus centrum.
In 1804 werd de stad de zetel van de aartsbisschop en de basiliek is de derde grootste kerk van Hongarije. Een uitstapje aan Eger kunt u afsluiten met een bezoek aan de 'Mooie Vrouwen Vallei'. Diverse restaurants laten u genieten van een goede maaltijd met de wijnen uit de streek.

Architectuur - Budapetst

Budapest ligt op ongeveer anderhalf uur rijden van Szilvásvárad en is via de snelweg vlot te bereiken. Budapest mag, tijdens een verblijf in Hongarije, eigenlijk niet worden overslagen! Zowel met de trein als met de lijnbus kan men vlot de hoofdstad bereiken. Met een overnachting ter plaatse kan men al een goed beeld vormen van deze unieke stad, een van de mooiste der Europese hoofdsteden en parel aan de Donau.

Wijncultuur
Eger is het centrum van het wijngebied van de Tokajwijn en de Egri bikavér (Hongaarse stierenbloed).

>>Hongaarse wijnen

Laten we toch vooral niet vergeten dat dit gebied een geduchte concurrent is voor de beroemde Franse wijnstreken. De wijncultuur is hier al even oud en dateert van de tijd van de Romeinse overheersing. De tokaj is zoet en gaat als engeltjeswater door het keelgat. Bezoek de vele wijnkelders, in de rotsen uitgehouwen, in en om Eger. Het ‘mooi-meisjesdal’ of 'Mooie Vrouwen Vallei' is een touristische trekpleister voor het proeven en kopen van dit hemelse water.

Paardenkweek
Bij de paardensport kunt u over het paardrijden lezen. Hier hebben we het over de kwekerij, de stoeterij en het museum. Szilvásvárad is de bakermat, sinds meer dan 5 eeuwen, van de Lippizanerpaarden, meer bekend onder de noemer van de witte, slanke, niet al te grote, paarden die in Wenen gebruikt worden voor de paardenshow bij de militaire parades. Nationale en internationale kampioenschappen vinden plaats in Szilvásvárad. Begin augustus hebben hier tornooien plaats waarnaar men van heinde en ver komt kijken. Het is dan 3 dagen ononderbroken feest. Op bepaalde uren kan men een geleid bezoek brengen aan de paardenstallen en kweekplaatsen. Het paardenmuseum is voor jong en oud zeer interessant, de tentoongestelde koetsen en sleeën hebben een onschatbare waarde en zijn beslist de moeite waard om gezien te worden. U kunt u ook laten verleiden tot een ritje met koets of slee in de winter.

Kristalfabriek
Párad was 200 jaar lang gekend voor zijn kristalfabriek maar heeft helaas recent zijn deuren gesloten. Men kan bij particulieren nog steeds kristal aankopen aan lage prijzen. Men moet voor deze uitstap wel op één dag rekenen. Nog ± 10 km hogerop is het hoogste punt van Hongarije, 1061 m boven de zeespiegel. Op dit punt staat een tv-zendmast dat voor het publiek toegankelijk is. Het dorpje Párad is zelf een toeristisch trekpleister. In Hortobagy kan men nog een bezoek brengen aan de glasblazerij. Men kan er ook typisch Hongaarse pottenbakkers aan het werk zien.

Kalkverbrandingsoven
Tussen Lilafüred en Eger kan men een interessant bezoek brengen aan de kalkverbrandingsoven.

Houtskool
Op weg naar Lilafüred kan men in de bossen zien hoe men houtskool maakt.

Poesta
De wereld van de zigeuners. De poesta is veruit het belangrijkste gebied waar het nomadenvolk zich nog thuis voelt. Je kan ter plekke genieten van de kleurenpracht van de typische klederdracht en van hun acrobatische show met de twee, vier of zesspan paarden. Bezoek aan Hortobagyé (Poestamuseum) kan een ganse dag in beslag nemen. Ook hier is het best om met Béla af te spreken. Buiten het bezoek aan het historisch en natuurkundig museum bestaat de mogelijkheid om met huifkar door dit nationale park te trekken Een bezoek aan het dierenpark is eveneens een aanrader, maar vergeet niet in de zomer een hoofddeksel mee te nemen (vooral van kleine kinderen) en muggenmelk.

Culinair
Als men op zoek is naar een Franse of Engelse keuken zal men van een kale reis thuis komen. Maar des-al-niet-te-min kan de Hongaarse keuken ook haar mannetje staan. Het geheim van de Hongaarse keuken ligt in het bijzondere gebruik van kruiden en specerijen en in de speciale bereidingswijze, waardoor de ingrediënten optimaal tot hun recht komen. Vooral in Eger kan men voor een redelijk budget feestelijk eten en drinken met een goed glaasje wijn. Op bepaalde dagen en plaatsen kan men zelfs genieten van de stemmige Slavische, Hongaarse muziek op de achtergrond. Er is een ruime keuze in diverse restaurants, elk met hun eigen specialiteit van vlees- of visgerechten.

De top elf van de Hongaarse keuken

1. De absolute top is de Hongaarse paprika; vers als groente, in poedervorm, gedroogd, gesteriliseerd, in zuur gepekeld.

2. De grijze runderen als het nationale erfgoed. Het Hongaarse langhoorn-rund was ooit de trots van de Hortobágy-poesta. Door een intensief fokbeleid maakt het grijze rund weer zijn come-back.

3. Goulash geniet wereldfaam als dé Hongaarse specialiteit.

4. De groentensoep daarentegen is de spil van de Hongaarse keuken.

5. De téliszalámi of Hongaarse salami is de Rolls-Roce onder de worsten.

6. Enorme schaapkudden leefden eeuwenlang op de Hongaarse poesta. Het gehoornde schaap, herkenbaar aan de gedraaide horens, was ooit het bekendste ras. Speciale restaurants serveren uitsluitend lams- en schapengerechten.

7. Paneren: Op zon- en feestdagen wordt vrijwel altijd gepanneerd vlees geserveerd. Het lijkt wel de wereldberoemde Wiener schnitzel van de Hongaren, maar dan niet van kalfsvlees maar van varkensvlees. De Hongaarse kok panneert zijn gerechten (vlees, groenten, kaas of vis) dat het een lieve lust is.

8. Ganzen en eenden uit de laagvlakte. Afgezien van de Franse ganzenlever, die beschouwd wordt als de beste ter wereld, hebben de Hongaren nauwelijks concurrentie op de internationale markt.

9. De abrikozenteelt in Hongarije boogt op een lange traditie. De Turken hadden tijdens hun heerschappij enorme boomgaarden aangelegd, maar verkommerden na enige tijd. Pas tegen het einde van de 19e eeuw kwam de abrikozenteelt weer tot ontwikkeling. Ze voorkwamen zelfs dat de omgeving in een zandwoestijn veranderde. De meest bekende bereidingen zijn de marmelades en de brandewijn.

10. Szomloj galuska is een typisch ??nagerecht

11. Last but not least zijn de kleurrijke gebakken die een ware streling zijn voor het oog en de tong. Ongelooflijk mooi en lekker.