home | kunst in kant | geschiedenis | nieuws | contact | toneel |
 
   

Naaldkant

 
 

Spreuken

 
 

Deze reeks

staat gratis ter beschikking

om tentoon te stellen.

 
     

Men moet het gebraad aan het spit leggen terwijl het vuur brandt:

Men moet het ijzer smeden als het heet is. Men moet zijn kansen benutten als ze zich voordoen.

 

 

 

Bij de duivel te biecht gaan:

bij zijn vijand te rade gaan, hem een geheim verklappen

 
 
 

Door de mand vallen:

Tenslotte moeten bekennen, betrapt worden, er niet in slagen iets tot een goed eind te brengen.

   

 

Een pilaarbijter:

Iemand die overdreven druk naar de kerk loopt, die zich uitermate vroom voordoet, schijnheilige, femelaar.

   

 

Hij schijt op de wereld

Hij lacht ermee.

   

 

Zij zou de duivel op een kussen binden:

Zij is een echte helleveeg, ze kan iedereen de baas.

   

 

Rozen voor de varkens strooien:

Iets schoons geven aan hen die er de waarde niet van weten te schatten. Tegenwoordig: parels voor de zwijnen.

   

 

Zij draagt water in de ene hand en vuur in de andere:

Van twee wallen eten, onbetrouwbaar, dubbelhartig zijn, tegelijk vrede maken en twist zoeken, een wispelturig humeur hebben.

 

 

 

Hij zoekt het bijltje:

Hij zoekt uitvluchten.

 

 

 

Grote vissen eten de kleine:

De macht verdrukt de kleine man.
     
 

Deze reeks

staat gratis ter beschikking

om tentoon te stellen.