| |
Spreuken |
|
| |
Deze reeks
staat gratis ter beschikking
om tentoon te stellen. |
|
| |
|
|
Men moet het gebraad aan het spit leggen terwijl het vuur brandt: |
 |
Men moet het ijzer smeden als het heet is. Men moet zijn kansen benutten als ze zich voordoen. |
| |
|
|
Bij de duivel te biecht gaan: |
|
bij zijn vijand te rade gaan, hem een geheim verklappen |
|
|
|
Door de mand vallen: |

|
Tenslotte moeten bekennen, betrapt worden, er niet in slagen iets tot een goed eind te brengen. |
| |
|
|
Een pilaarbijter: |
|
Iemand die overdreven druk naar de kerk loopt, die zich uitermate vroom voordoet, schijnheilige, femelaar. |
| |
|
|
Hij schijt op de wereld: |
|
Hij lacht ermee. |
| |
|
|
Zij zou de duivel op een kussen binden: |
|
Zij is een echte helleveeg, ze kan iedereen de baas. |
| |
|
|
Rozen voor de varkens strooien: |
|
Iets schoons geven aan hen die er de waarde niet van weten te schatten. Tegenwoordig: parels voor de zwijnen. |
| |
|
|
Zij draagt water in de ene hand en vuur in de andere: |

|
Van twee wallen eten, onbetrouwbaar, dubbelhartig zijn, tegelijk vrede maken en twist zoeken, een wispelturig humeur hebben. |
|
|
|
Hij zoekt het bijltje: |

|
Hij zoekt uitvluchten. |
|
|
|
Grote vissen eten de kleine: |
|
De macht verdrukt de kleine man. |
| |
|
|
| |
Deze reeks
staat gratis ter beschikking
om tentoon te stellen. |
|
| |
|
|