Kashmir Yoga

   home      teksten      oefeningen     agenda      Jean Klein       links    contact    
 

 

Andere teksten:

 

 

Het lichaam

(Instructie voor deelnemers aan een yogabijeenkomst door Jean Klein)

Ik denk dat je heel helder moet zien dat wat je over het algemeen "mijn lichaam", 'mijn lichaamsgewaarwording' noemt niets anders is dan reacties. Deze reacties zijn in de hersens vastgelegd als patronen, als schema's. Wanneer je aan je lichaam denkt, denk je volgens deze patronen. Het heeft geen zin lichaamsoefeningen uit te voeren met een geconditioneerd lichaam. Deze conditioneringen zijn de weerslag van de reacties van de persoon die je projecteert. Deze geprojecteerde persoon, die niets anders is dan een serie voorstellingen die je van jezelf hebt gemaakt, reageert en de reacties komen in het lichaam tot uitdrukking. Wanneer je naar je lichaam 'luistert' zonder dat je bepaalde doelstellingen voor ogen hebt, dan is dat 'luisteren' volledig open. Wanneer je volledig open 'luistert', dan laat je alles los, dan is er geen plaats meer voor de projectie van een persoon die de conditioneringen voedt.

Dus, wanneer je je aandacht op je lichaam richt en wel op de gewaarwording ervan, en volledig open bent, dan verliezen de conditioneringen hun steunpunt (dat is de geprojecteerde persoon) en dan zul je voelen dat de energie die was vastgelegd in de conditionering vrijkomt in jouw aandacht die vrij is van doelgerichtheid. Je gaat dan je lichaam op een geheel nieuwe manier ervaren, terwijl je lichaam een ongekende gevoeligheid krijgt.

Deze gevoeligheid kan worden beschouwd als een vorm van het tastgevoel dat evenwel op een niveau functioneert dat voorbij het fysieke lichaam is. Met dit tastgevoel ervaren we een soort vibratie, waarbij het lichaam 'leeg' aanvoelt, terwijl deze vibratie zich ver in alle richtingen uitbreidt. Wanneer het lichaam in deze toestand is, dan is er liefde en genegenheid. In de toestand waarin het lichaam is samengetrokken is alles erop gericht de persoon te laten overleven.

Wanneer je in een donkere kamer, of op een andere donkere plaats loopt, dan betast je die plaats eerst met je voeten, handen en zelfs met je hele lichaam. Tijdens dit betasten ben je met je tastgevoel minstens een meter vr je fysieke lichaam en wanneer je zou observeren hoe je lichaam op dat moment aanvoelt, dan zou je vaststellen dat het helemaal leeg voelt, dat het lijkt te bestaan uit louter straling.

Het is mogelijk dat je dit gevoel alleen in je handen hebt, maar eigenlijk moet je het door je hele lichaam hebben.

Probeer tijdens het oefenen te zien dat er niet 'een iemand' is die wat doet en dat er niets wordt gedaan. Er is immers slechts het doen, waar je helemaal n mee bent.  En wanneer je 'luistert' dan is er geen luisteraar en niets wat beluisterd wordt. Er is alleen 'luisteren'.

Bij dit 'luisteren' worden geen conclusies getrokken en wordt niet teruggegrepen naar het verleden. Dan kun je tot inzicht komen, maar dit is geen intellectueel inzicht, je wordt n met dit inzicht.

Hetzelfde geldt voor in- en uitademing  (dat wil zeggen dat er niet 'een iemand' is die ademt), zodat er niet wordt geanticipeerd op het einde van de in- of uitademing.

Het is belangrijk dat je je volkomen op je gemak voelt in de stilte na de uitademing, dat je er zelfs n mee gaat voelen omdat deze stilte niet stomweg een afwezigheid van de adembeweging is. Als je de adembeweging die uit in- en uitademing bestaat een functie noemt, dan is de stilte na de uitademing niet alleen de afwezigheid van deze functie. De stilte die je dan ervaart vormt de achtergrond waartegen de functie van de adembeweging en alle andere functies zich afspelen.

Terugkerend naar het tastgevoel kunnen we stellen dat wanneer je tijdens de yogabeoefing van de ene houding naar de andere gaat en bewust n bent met de gewaarwording, je niet het gevoel hebt dat zo'n overgang een begin en een eind heeft. Dit komt omdat je dan niet anticipeert. Als je wel anticipeert mis je de reacties die tijdens de overgang opkomen, doordat je bewustzijn - vanwege dat anticiperen - bepaalde trajecten van de beweging overslaat.

 Als je de oefeningen juist uitvoert ben je nergens gelokaliseerd. Als je toch van lokalisatie zou willen spreken, dan kun je zeggen dat er alleen een globaal gevoel van het totale lichaam is. Om tot dit globale tastgevoel van je lichaam te komen moet je ervoor zorgen dat je dat lichaam niet probeert te visualiseren. Je kunt je namelijk slechts n gedeelte van je lichaam tegelijk voorstellen.

(uit Gesprekken met Jean Klein, vertaald door Koos Zondervan, uitgeverij Trika-Groningen)