titelbalk
 
 

 

 

Een groene vinger ?

 Terug

In het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan West-Vlaanderen (PRS-WVL) staat het begrip groene vinger omschreven als een ‘Langwerpige open ruimte, al dan niet bebost, die penetreert in sterk bebouwde of versnipperd bebouwde ruimte’.

Een groene vinger kan ook worden gedefinieerd als zijnde een groene (door)gang. Deze term staat voor ‘Corridors of groene gangen langs waar allerlei dieren zich kunnen verplaatsen (migreren), langs waar planten zich kunnen verspreiden, genetische uitwisseling van fauna en flora kan gebeuren, populaties van fauna en flora zich kunnen verplaatsen omwille van veranderingen in hun habitat of omwille van natuurrampen en langs waar bedreigde diersoorten uit andere gebieden de lokale populatie kunnen aanvullen.

Om over een groene vinger te kunnen spreken, dient een minimale samenhang van natuurlijke elementen doorheen het landschap aanwezig te zijn. Op deze wijze kan fauna en flora zich via een continue corridor of in het ergste geval via groene stapstenen verplaatsen om andere gebieden te bereiken.

Een groene vinger reikt als het ware tot diep in een verstedelijkte kern en dient als dusdanig niet gezien te worden als een verbinding tussen bijvoorbeeld meerdere verschillende buitengebieden. Door het aanwezig zijn van verschillende groene vingers kan dit effect weliswaar zelfs binnen een sterk verstedelijkt gebied worden bereikt.

 

 Terug

Regionale groenstructuur ?

 

Een definitie voor deze term werd niet gevonden. In het PRS-WVL staat wel een omschrijving van het begrip ruimtelijke structuur. De regionale groenstructuur is een soort ruimtelijke structuur, vandaar dat we hier de gevonden omschrijving weergeven:

‘Ruimtelijke structuur is de samenhang tussen ruimtelijke elementen en activiteiten. Structuur heeft tegelijkertijd en in samenhang betrekking op het morfologische (hoe iets is) en op het functioneren (de processen achter iets). Ruimtelijke structuren komen voor op alle schaalniveaus (vb. de ruimtelijke structuur van de tuin, van de wijk, van de kern, van de provincie of van het Vlaams Gewest).’

‘Regionaal’ kunnen we in het licht van deze informatie lezen als het subgemeentelijk vlak waarop de bewuste ‘groenstructuur’ zich bevindt. De structuur strekt zich als het ware uit over de lokale gemeentegrenzen. In ons geval kan de term ‘regionaal stedelijk gebied’ hulp bieden, daar de regionale groenstructuur waarvan sprake in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kortrijk (GRS-K) zich in dit zelfde gebied situeert.

Het spreekt voor zich dat het element ‘groen’ gelezen kan worden als ‘het groen’ (waarmee wordt gedoeld op een hele resem open of gesloten en min of meer natuurlijke vormen van begroeiing).

 

Terug

fotobalk