titelbalk
 
 

 

http://www.liberaalarchief.be

 

SURMONT, Pierre Jean (1741-1811)

a/ Bienfaisante (1773)
b/ 'Garde Arch.' in 1778
c/ -
d/ edelman, heer van Terlinden en Caboucherier, vrijschepen van de kasselrij
Kortrijk
e/ Gent, 'by de Augustynen'
f/ -
g/ 38a, 50.22, 85, 107, 283, 310, 317, 404a, 486, 523, 617, 663a, 755, 721, 788,
865, 868, 878, 913, 926, 988, 1006, 1008


De ledenlijst vermeldt in 1773 een Surmont (zonder voornaam), "seigneur de
Terlinden et de Caboucherier, franc-échevin de la châtellenie de Courtray". Deze
Surmont kan niet met zekerheid geïdentificeerd worden.
De heer Niklaas Maddens, rijksarchivaris te Kortrijk, deelde ons mee dat op 16
juni 1774 ene Leonard Surmont benoemd werd tot vrijschepen van de kasselrij
Kortrijk. In zijn aanstellingsakte werd geen enkele titel van heerlijkheden vermeld
(RA Kortrijk, Archief Kasselrij Kortrijk, nr. 203, f° 105).Voor het overige is de
identificatie 'niet eenvoudig' en zou 'veel opzoekingswerk' vergen.


In de besproken periode bestonden er in Vlaanderen een aantal families Surmont,
inz. te Kortrijk en in het Land van Waas. Bij geen van beide geslachten treft men
evenwel de vermelde heerlijkheden aan.
Bovendien liet de in 1760 uit Frankrijk verbannen alchemist en avonturier, de
'comte de Saint-Germain' (1696-1784), zich aan het Hof te Brussel "M. de Surmont"
noemen, "traduisant ainsi le nom d'un domaine, Ubbergen, qu'il possédait près de
Nimègue".


Men moet Surmont waarschijnlijk in de familie te Kortrijk zoeken. De notulen
van de zitting van 31 juli 1771 van La Discrète Impériale te Aalst vermelden
inderdaad de kandidatuur van ene 'Surmont, de Courtray'. In latere notulen van deze
loge is van deze kandidaat geen sprake meer, zodat men mag veronderstellen dat hij
geen lid werd van La Discrète Impériale, en er de voorkeur aan gaf lid te worden van
La Bienfaisante.


Te Kortrijk was er meer dan één familie Surmont. Bepaalde Surmonts waren
heren van Vlooswyck. In 1732 verkreeg Jacques Jean Benoît (de) Surmont, heer van
Vlooswyck, de titel van burggraaf. Een telg van deze familie zou er op toegezien
hebben dat zijn titel van burggraaf in de ledenlijst werd opgetekend (zoals de andere
getitelde edellieden die lid waren van een Gentse loge).


Ene François 'de' Surmont, uit Lille, dreef in het begin van de 18de eeuw handel
met Abraham van den Bemden, de voorvader van Jacques van den Bemden*. Een
Amand de Surmont, geboren te Obigies (bij Tournai) in 1666, liet zich op 1 april
1724 als poorter inschrijven te Gent, waar hij ging inwonen bij zijn schoonzoon
Guillaume vanden Abeele.

Omstreeks 1760 waren er in de buurt van Kortrijk ook een Jean de Surmont en een Michel Surmont. Jean de Surmont of zijn zoon was omstreeks 1804 een van de katoenleveranciers van de Gentse grootnijveraar Lieven Bauwens. Michel Surmont was waarschijnlijk verwant (vader? grootvader?) met de in 1786 te Lichtervelde geboren Michel Surmont die in 1821 lid werd van de loge La Réunion des Amis du Nord te Brugge. Hij werd burgemeester van Lichtervelde
(waar hij talrijke eigendommen bezat), lid van de Provinciale Staten onder het
Hollands Bewind en liberaal provincieraadslid van West-Vlaanderen.
In een officiële lijst van Kortrijkse bedrijven in 1771 werd ook opgetekend ene "P.
Surmont, commerce considérable en toiles et linges de table de leur fabrique


*Voetnoot: Volgens de heer G. Tratsaert (Koekelare) zou de familie Surmont- Lichtervelde niet verwant zijn met de Surmont's in het Kortrijkse. Althans zeer ver. De Surmont's Lichtervelde zouden nakomelingen zijn van de stamvader Judocus Suermont °ca 1680."

"


Nog andere Kortrijkse Surmonts waren heren van Volsberghe, Bachte, Hove en
Hoorenschen. Volgens een summiere notitie in het genealogisch tijdschrift Jadis
(XIII [1909], p. 40) bezaten deze Surmonts alleszins reeds in 1740 rechten op de
heerlijkheid van Volsberghe. Deze familie bezat bovendien talrijke andere gronden
en heerlijkheden - zodanig zelfs dat de opsomming ervan met het oog op de
erfenisaangifte van François Pierre Surmont de Volsberghe in 1830 niet minder dan
182 blz. in beslag nam.


Indien het lid bij deze Surmonts moet worden gezocht, dan kan het gaan om
Léonard Joseph Surmont (1747-ca.1810), een te Kortrijk geboren zoon van
Guillaume Bernard Surmont (1709-1776) en Bernardine Jeanne Goetghebuer
(1715-1767). Bernardine Goetghebuer was weliswaar te Kortrijk geboren, maar haar
familie was afkomstig van Gent. Haar ouders waren Ignace Goetghebuer en Marie
Jeanne van Baelen. Uit het echtpaar Surmont-Goetghebuer volgden, naast twee
dochters, vijf zonen.
De vaderlijke grootouders van Léonard Joseph Surmont waren Joannes Surmont
(1670-1724), meester van de Armenkamer te Kortrijk, en Isabelle Thérèse Nollet
(1673-1737). Grootmoeder Nollets zus Anne Thérèse Nollet huwde de Gentse notabele
Gilles Emmanuel Morel. Hun zoon Josse François Morel huwde Thérèse
Jossine de Potter, een nicht van Pierre en Bernard de Potter*.


Het is evenwel helemaal niet zeker dat deze Léonard Joseph Surmont lid van La
Bienfaisante werd. In de ledenlijst van 1773 werd hij immers reeds als vrijschepen
van de kasselrij Kortrijk opgetekend, terwijl zijn benoeming slechts dateerde van
juni 1774. Anderzijds is over deze Léonard Surmont bijzonder weinig bekend.


Wilfried Steeghers (die een genealogie van de familie Surmont de Volsberghe
publiceerde) en de gebruikelijke genealogische bronnenboeken vermelden bijv.
alleen de geboorte- en overlijdensdatum van Léonard Surmont. De overlijdensdatum
kan niet eens met zekerheid worden gepreciseerd ('ca. 1810'). Over zijn
levenswandel, eventueel huwelijk en dgl. vindt men in die bronnen heel weinig.


Leonard Surmont was schepen van de kasselrij Kortrijk van 1774 tot 1778. Hij was
een rijke rentenier, die tijdens de Brabantse Omwenteling de Patriotten steunde en
zich na de Franse invallen tegen het republikeins gedachtegoed opstelde.
Het lijkt veel meer waarschijnlijk dat het de oudere broer van Léonard was, met
name Pierre Jean Surmont, die lid van La Bienfaisante werd, zoals kan blijken uit
zijn levensloop.
Er zij evenwel herhaald dat over deze identificatie geen zekerheid bestaat, inz.
wegens de onnauwkeurigheid van de vermelding in de ledenlijst.


Een grootoom van Pierre Jean, Pierre Ignace Surmont (1674-1751) was priester
te Kortrijk en schreef talrijke dichtstukken in het Latijn. Een oom, Pierre François
Surmont (1703-1739), werd monnik in de abdij van Baudeloo te Gent. Een andere
oom, Jean Joseph Surmont (1707-1759), werd eveneens priester, geestelijk directeur
van de recolletten en de kapucijnen te Kortijk. In 1760 werd zijn omvangrijke
bibliotheek te Gent geveild: de verkoping nam drie dagen in beslag!
Een derde oom, Leonard Joseph Surmont (1706-1749) verwierf enige vermaardheid
als beeldhouwer.


Leonards en Pierre Jeans tante Isabelle Thérèse Surmont (1711-1786) huwde de
Gentenaar Joseph Jean de Potter (1699-1770), schepen van de Keure en raadsheer
van de Berg van Barmhartigheid. Hij was een verwante van Pierre de Potter*, lid
van La Bienfaisante zoals Surmont en van Bernard de Potter*, de in 1769 overleden
Voorzittend Meester van La Discrète Impériale te Aalst. Ook in latere generaties
werden er herhaaldelijk huwelijken aangegaan tussen een Surmont en een Gentse
de Potter.
Een zoon van Joseph Jean de Potter en Isabelle Surmont, Joseph Liévin de Potter
(geboren in 1730) werd hoogpointer van de kasselrij Kortrijk.


Pierre Jean Surmont kan in 1771 de eigenaar geweest zijn ('P. Surmont') van de
reeds vermelde "commerce considérable en toiles et linges de table". Zijn handel
vereiste hoogstwaarschijnlijk verplaatsingen naar de Scheldestad. Hij huwde in
1769 te Antwerpen met Maria Anna Boghe. Zijn echtgenote overleed te Kortrijk in
1772, enige weken na de geboorte van hun zoon François Pierre Surmont.
Het is mogelijk dat Pierre Jean Surmont na het overlijden van zijn jonge
echtgenote afleiding zocht te Gent, meer in het bijzonder in de families de Potter en
Goetghebuer. Ook tante Isabelle Thérèse Surmont, die te Gent woonde, was in 1770
weduwe geworden. In vergelijkbare omstandigheden nam ook Charles Coppieters*
opnieuw voeling met Gent.


Waarschijnlijk bracht Pierre de Potter zijn neef in contact met La Bienfaisante,
waar hij een nieuwe vriendenkring zou vinden. Het is alleszins heel waarschijnlijk
dat Pierre Jean Surmont zich op na het overlijden van zijn echtgenote te Gent
vestigde en dat hij "by de Augustynen" ging wonen.
Op een bepaald ogenblik ging Pierre Jean Surmont opnieuw te Kortrijk wonen,
om er even na 1780 schepen te worden (op voordracht van de bisschop) en in 1784,
na zijn ontslag als schepen, meester van de Armenkamer (zoals zijn vader,
grootvader, enz.). Men zou hem schepen benoemd hebben om te voorkomen dat hij
met zijn zoontje zou uitwijken naar Antwerpen (waar zijn schoonfamilie woonde)
of naar Gent waar hij reeds in 1772-1773 had gewoond. In 1788 werd hij opnieuw
schepen benoemd en de hoogbaljuw droeg hem zelfs voor als burgemeester, zonder
dat daarop een benoeming volgde. In november 1789 koos P.J. Surmont onmiddellijk
partij voor de Patriotten en werd lid van het departement van Financiën van
het Patriottisch comité te Kortrijk. Mogelijkerwijs kwam Surmont na de Brabantse
Omwenteling (of na de Franse invallen) opnieuw te Gent wonen.


In 1800 ging hij te Gent een tweede huwelijk aan met zijn 56-jarige nicht Thérèse
Jeanne Morel (1744-1823). Zij was een dochter van Josse François Morel, die de
zoon was van Gilles Emmanuel Morel en Anne Thérèse Nollet, een groottante van
Surmont (zie hierboven).
Thérèse Jeanne Morel was een nicht van Pierre en Bernard de Potter*, alsmede
van Adriaen Jacques Goethals*.
Pierre Jean Surmont overleed te Gent in 1811.


In 1815 huurden zijn weduwe Thérèse Jeanne Morel en haar jongere (in 1753
geboren) zuster Elizabeth Morel een woning aan de Recollettenlei, meer precies het
hoekgebouw bij de thans verdwenen 'Oordeelbrug', aan het begin van de Houtlei
recht over het Kuipgat (Ketelpoort). Sedert 1806 was dit een houten draaibrug. Zij
werd afgebroken in 1903 na de demping van de Houtlei (1899). Onder het Frans
Bewind kreeg deze brug de naam 'Pont de Voltaire'.
De eigenaar van het gehuurde huis was Joachim Antoine Neyt (1765-1831), die
uit een aloud Gents schippersgeslacht stamde en eigenaar was van een bloeiende
suikerraffinaderij (zie onder het lemma 't Kint). Het door mevr. Surmont gehuurde
huis kan men herkennen op aquarellen van de Hollandse soldaat J.J. Wynants (in R.
De Herdt, Een hollands soldaat penseelt Gent, blz. 114 en 115).


Het enig kind van Pierre Jean, François Pierre Surmont (1772-1830), werd tijdens
het Frans Bewind lid van de 'Conseil général' van het Scheldedepartement (1810-
1814) en gemeenteraadslid van Gent (1808-1817). In 1814-1815 zetelde hij in de
Intendantieraad en tijdens het Nederlands Bewind werd hij lid van de Provinciale
Staten (1816-1818) en van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal (1818-1830).
In 1815 typeerde de Intendant graaf Jean Baptiste d'Hane de Steenhuyse* hem als
"très estimé". Enige jaren later nam koning Willem I hem op in het Ridderschap van
Oost-Vlaanderen.


François Pierre Surmont was eigenaar van een enorm grondbezit. De aangifte
ervan na zijn overlijden vereiste, zoals reeds vermeld, 182 blz.
Uit zijn huwelijk met Colette Thérèse de Potter (1773-1830), nicht van Pierre en
Bernard de Potter*, volgden onder meer:


- Marie Anne Surmont de Volsberghe (1795-1856) die trouwde met haar neef
Augustin Jean de Potter.

- Charles François Surmont de Volsberghe (1798-1840) zetelde enige tijd in de
Provinciale Staten tijdens het Hollands Bewind (1829-1830). Na de onafhankelijkheid
van België werd hij als 'Patriot' lid van het Nationaal Congres.
Van 1830 tot 1833 maakte hij deel uit van het 'Comité de Conservation' dat de
provincie Oost-Vlaanderen moest besturen tot de inwerkingtreding van een
nieuwe Provinciewet. Charles François Surmont de Volsberghe was bovendien
luitenant-kolonel van de burgerwacht. Hij huwde Thérèse Philippine Rodriguez
d'Evora y Vega, een dochter van Emmanuel Rodriguez en Marie Julie de Lens.
Zij was een dochter van graaf Robert Alexandre de Lens*, in leven Voorzittend
Meester van La Bienfaisante. Charles François Surmont de Volsberghe ontving
de titel van baron in 1839.

- Paul François Surmont de Volsberghe (1802-1850) was kunstschilder, vooral
van landschappen en marines. In 1839 werd hij eveneens baron.
- Henri François Surmont de Volsberghe (1812-1887) was numismaat. Hij werd
baron in 1843. In 1886 mocht hij het gouden jubileum vieren van zijn huwelijk
met Octavie Isabelle de Ghellinck de Walle, een kleinnicht van Jean Baptiste de
Ghellinck de Nokere*. Zoon Arthur Surmont de Volsberghe (1837-1906) was
katholiek senator (1878-1904), minister van Nijverheid en Arbeid (1900-1902)
en burgemeester van Ieper (1891-1900).

 

fotobalk