titelbalk
 
 

 

handeling dicht hoeveleven dicht ikonografie dicht interieur dicht leiegouw 69 dicht leiegouw 90 dicht parken dicht parken dicht  

 

 

 

Historische evolutie van het buitengoed en het neerhof

Wim Lodewyck
Ir. architect

INLEIDING


Ten zuidoosten van de Kapel ter Bede liggen, omgeven door autosnelwegen en kantoorgebouwen, de ruïne van het kasteel Surmont en van de hofstede Goed ter Bede'. Wat generaties lang het buitengoed was van vooraanstaande en adellijke families is in een korte periode van slechts een halve eeuw lang gedegradeerd tot een troosteloze ruïne. De plunderingen tijdens en het verlaten van het kasteel na de tweede wereldoorlog, de aanleg van de E17 dwars door het domein in 1966-1967 en de leegstand van de hofstede sinds 2001 hebben elk hun deel bijgedragen tot het trieste einde van een interessante en eeuwenoude geschiedenis van een stukje Kortrijk.

1.  buitengoed "chateau Surmont"
2.  woonhuis (hofstede) 
3.  Vlaamse dwarsschuur
4.  stallingen 
5.  gesloten bakhuis
6.  bakhuis 
7.  open wagenberging
8.  erftoegang tot het buitengoed
9.  park
10. omwalling/vijver
11. toegang tot de hofstede
12. onverhard erf

plattegrond

Ondanks het historische belang van de site zijn in het verleden slechts bepaalde afzonderlijke elementen bestudeerd (2); de site als geheel was nooit het onderwerp van een meer diepgaande historische analyse.

tekening

 

In dit artikel wordt aan de hand van een chronologisch overzicht van de opeen­volgende eigenaren de geschiedenis van het domein beschreven. Hieruit blijkt dat achter de actuele troosteloze aanblik van het domein een boeiende geschiedenis schuilgaat.

 

 

Top

 

 

14e TOT 17e EEUW: DE OPSPLITSING VAN DE HEERLIJKHEID VAN GAVERE

 

De weilanden, genaamd Vliesberg (3) of Vlieberghe, waren eigendom van de Heerlijkheid van Gavere, een feodale heerlijkheid die behoorde aan de Graaf van Vlaanderen. Graaf Lodewijk van Male schonk op 30 mei 1374 een deel van deze heerlijkheid aan de deken van het kapittel van de collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw te Kortrijk. Kortrijk telde gedurende eeuwen slechts één parochiekerk, de Sint­Maartenskerk waardoor veel landbouwers en bewoners van Kortrijk-Buiten hun geloof niet konden belijden. Om hiervoor een oplossing te bieden gaf het kapittel begin 17° eeuw de opdracht tot de bouw van een nieuwe kapel op het domein, de kapel te Vlieberghe (4).
Op 30 mei 1609 werd de kapel ingewijd.

 

 

2.  In 1982 brachten dr. E. Van Hoonacker en de hr. C. Decaluwé de reeks landelijk leven en hoevgids in Groot-Kortrijk uit waarin talrijke hoeven worden beschreven. De hr. P. Debrabandere beschreef in zijn boeken over het bouwkundig erfgoed in Kortrijk de gevels, het interieur en het park van het kasteel.

3 We herkennen het woord Vliesch' hetgeen betekent wilgentakken of het woord vies, vlies hetgeen betekent vijver, DEBRABANDERE, Kortrijkse plaatsnamen voor 1400, De Leiegouw II (1960), p. 89

4.  De naam vlieberg refereert naar de hofstede gelegen op het domein van de heerlijkheid van Gavere met in de zuidwestelijke hoek van het erf een kapel ("een behuusde hofstede met wat lant ende boomgaert...metten zuut west houck jeghens d'erfve dar de capelle up staet"), DESPRIET, 2000 jaar Kortrijk, p. 209

 

De kapel te Vlieberghe wordt voor de eertse maal afgebeeld in het renteboek van Gavere, opgesteld door Louis de Bersaques gezworen land­meter, in oktober 1629, met als onderwerp de Vlieberghe parochie te Kortrijk (5). Op de tekening onderscheiden we duidelijk de kapel langsheen de martweg, een voetweg tussen Kortrijk en Zwevegem. De percelen 40, 41 en 42 vormen het domein waar later het buitengoed en de hofstede zouden worden gebouwd. (fig.1)

 

kaart ui 1629

Fig. 1: Renteboek van de Heerlijkheid van Gavere, 1629 (RAK)

 

Volgens een contract van 20 juli 1688 kon Pieter D'Hondt, landbouwer-land­eigenaar, een aantal percelen in de nabijheid van de kapel te Vlieberghe - onder meer de percelen 40, 41 en 42- van het kapittel aankopen. Op het einde van de zeventiende eeuw (1689-1697) werden Kortrijk en omgeving echter bezet door Franse troepen. De kampplaatsen van duizenden soldaten, de vele plundertochten en het optrekken van verdedigingslijnen op het platteland, soms dwars door hofsteden heen, veroorzaakten massale vernietigingen in de omgeving (6). De aange­kochte hofstede werd dan ook vermoedelijk vernield tijdens deze bezetting. Het feit dat de hofstede, afgebeeld in het renteboek van 1629, niet meer terug te vinden is op kaarten van latere datum kan deze veronderstelling ondersteunen.

 

5.  RAK K.A. O.L.V. 89 : 'Kortrijk, Zwevegem, Bellegem; renteboek van de heerlijkheid van Gavere, toebehorende aan de heer deken en het kapittel van de collegiale kerk Onze-Lieve- Vrouw te Kortrijk'

 

Top

 

18e EEUW: VAN HOFSTEDE NAAR BUITENGOED

In het begin van de achttiende eeuw (verkoopscontract gedateerd op 14 april 1705(7)) kocht Jan Baptiste van Baelen, raadspensionaris van de stad Kortrijk en notoir kunstverzamelaar, de hofstede Het Hooghe van Pieter D'Hondt. Hij woonde in de Langhe Stedestraete in Kortrijk. In 1707 aanvaardde hij de taak als beheerder van de Capelle ter Bede 8, waardoor hij belast werd met het onderhoud van de kapel en met de organisatie van de erediensten'. Hij was tevens een opmerkelijk verza­melaar van kunst. In zijn collectie, bestaande uit 190 tekeningen en 154 schilde­rijen, had hij werken van verschillende Italiaanse meesters als Rafaël (3 stuks), Titiaan (14 stuks) en Michelangelo (3 stuks), evenals enkele Vlaamse meesters als Antoon Van Dyck (1 stuk), David Teniers (4 stuks), meerdere leerlingen van Rubens en Quinten Metsys. Alle kunstwerken werden in zijn eigen woning en in de woning van zijn neef Ignatius Goetghebeur, die met Jan's oudste dochter getrouwd was, in de Conventstraete geëxposeerd (10). Het renteboek van 't heerschip van Gavere, opgemaakt door landmeter Emanuel Deronghe in de periode 1728-­1731, geeft duidelijk de eigendommen van Jan Baptiste van Baelen in de omge­ving van de kapel weer: 27 percelen op de 46 percelen die beschreven worden zijn in handen van Jan Baptiste van Baelen. De percelen 40, 41, 42 en 43 vormen het
centrum van de eigendom (fig. 2,3,4) (11):

perceel 40: perceel eigendom van Jan Baptiste van Baden, voorheen Pieter D'Hondt, bestaande uit een hof en een wal die de hofstede gelegen op perceel 41 beschermt en palende ten oosten en ten noorden aan land van het Goed te Gavere, ten westen aan perceel 41 en ten zuiden aan de hofdreve...

 

 

6. MADDENS, De geschiedenis van Kortrijk in het Kort, p. 65
7. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR1177
8. Vanaf het begin van de 18e eeuw werd de kapel te Vlieberghe ook kapel ter bede genoemd, verwijzend naar het angelus gebed dat door de bedeklok werd aangekondigd, DE CUYPER,
kapel ter Bede of ten Vlieberghe in Kortrijk, De Leiegouw XI (1969), p.227-232 )
9. DESPRIET, 2000 jaar Kortrijk, p. 210
10. DE KEYZER, Jan Baptist van Baelen en zijn verzameling tekeningen en schilderijen te Kortrijk in de 17° eeuw, p.179-190
11. RAK K.A. O.L.V.90: te Vlieberghe prochie van Cortryck, uitreksel uit het rentehoek van
het heerschip Gavere, 1728-1731

 

oude foto hoeve

Fig. 2: Vlaamse dwarsschuur en stallingen

oude foto hoeve2

Fig. 3: woonhuis en wagenberging

12. Beide foto's komen uit HET VOLK, hoeven met geschiedenis, 25 november 1986.

stallingen

Huidige toestand

woonhuis

 

Top

1728-1731

Fig. 4: renteboek van de Heerlijkheid van Gavere, 1728-1731 (RAK )

- perceel 41: behuisde hofstede, voorheen onbehuisd en palende ten oosten aan perceel 40, ten zuiden aan de hofdreve, ten westen aan perceel 42 en ten noorden aan de eigen boomgaard... eigendom van Jan Baptiste van Baelen, voorheen Pieter D'Hondt...
- perceel 42: eigendom van Jan Baptiste van Baelen, bestaande uit een boomgaard met wat open land waarop voorheen het huis en de stallingen van de hoeve stonden...
- perceel 43: eigendom van Jan Baptiste van Baelen, voorheen Pieter D'Hondt, bestaande uit een boomgaard voordien land en weiden...

 

Jan Baptiste van Baelen stierf op 20 juli 1713, zijn echtgenote Marie Françoise vander Haeghen stierf enkele jaren later op 17 januari 1717. De erfenis werd verdeeld onder hun vijf kinderen, waaronder ook "een pachthof bij de capelle ter bede genaamd het Hooghe gebruikt door de weduwe en de kinderen van de eigenaar…”. (13)

 

 

13. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR 543

De neef van Jan Baptiste van Baelen, Ignatius Goetghebeur, erfde door zijn huwelijk in 1714 met jan’s oudste dochter Maria Johanna het buitengoed het Hooghe
Vermoedelijk gaven zij de opdracht de hofstede te vergroten met een eerste lustslot, gelegen op een mote ten oosten van de hofstede.
In een document (15) van 1744, opgemaakt door landmeter François Bal, vormen 32 percelen van de 53 beschreven percelen de eigendom van de erfgenamen van Jan Baptiste van Baden. De percelen 18, 19, 20 en 22 vormen het centrum met het lustslot en haar neerhof (16). (fig.5)

- perceel 18: eigendom van de erfgenamen van Jan Baptiste van Baelen, bestaande uit een hofstede met een huis en hof van plaisance rondom bewald _omvat twee percelen grond, voorheen percelen 40 en 41, palende ten oosten en ten noorden aan land den Vlieberg en aan eigen land, ten westen aan de eigen boomgaard en ten zuiden aan de hofdreve...

 

Francois Bal

 

Fig. 5: document van 1744 uitgegeven door François Bal (RAK)

14.  RAG Fonds Piers de Raveschoot PR 536
15.  "beschrijving en ferzier van het foncier en de heerlijkheid van Gavere in de parochies van Zwevegem en Bellegem toebehorend aan de eerwaarde heer deken en het kapittel van Onze-Lieve­Vrouwe te Kortrijk, bij schenking van onze genadigde souverein Lodewyck van Maelen, graaf van Vlaanderen, hertog van Brabant,..." (15 oktober 1744)
16.  RAK K.A. O.L.V. 92 : Kortrijk, Zwevegem, Bellegem: renteboek van de heerlijkheid van Gavere, toebehorende aan het Onze-Lieve-Vrouwe kapittel te Kortrijk

Top

-perceel 19: eigendom van de erfgenamen van Jan Baptiste van Baden, bestaande uit een boomgaard...
-perceel 20: eigendom van de erfgenamen van Jan Baptiste van Baelen, bestaande uit een koeweide...
-perceel 22: eigendom van de erfgenamen van Jan Baptiste van Baelen, bestaande uit een boomgaard... perceel voorheen perceel 42...
perceel 23: eigendom van de erfgenamen van Jan Baptiste van Baelen... perceel voor­heen deel van perceel 42 en perceel 36..

Landbouwer Joseph Vanneste pachtte het neerhof in 1729 (...een behuisde en beplante hofstede 17 bunders groot... bestaande uit een woonhuis, schuur, paardestal, koestal en ovenbuur...). In 1739 was Christianus Vandeputte pachter van het land­goed (...een behoft, behuisd en beplant pachtgoed, genaamd het Hooghe, 17 bunders groot en bestaande uit een woonhuis, wagenhuis, schuur, koestal, paardenstal en oven­buur en een poort om het hof te verlaten...) en in 1748 pachtte Joannes Follet het
landgoed, eigendom van Maria Joanna van Baelen (17).

17. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR1197

Louis François Goetghebeur, heer van Volsberghe, zoon van Ignatius, werd eigenaar van het hele domein in 1763 (...een behuisde en bewalde mote met behuisde hofstede ...) (fig. 6,7). Pieter Cornelis Steur meet in 1768-1769 het gebied op in

het buitengoed

Fig.6 het buitengoed anno 1756 (RAG Fonds PR)

 

landboek 1768/69

Fig. 7: Landboek van 1768-1769 waarop het buitengoed met neerhof is afgebeeld (RAG Fonds PR)

Top

het zogenaamde landboek van Cortryck-Buyten. Pieter Samyn pachtte al sinds 1762 de hofstede (...een bebouwde, bewalde en beplante hofstede, gelegen op prochie Kortrijk- Buiten, genaamd het Hooghe met landen, bossen en weiden daarin begrepen het speel­goed met zijn toebehoorden...). De dreef ten zuiden van de hofstede werd omgevormd van een publieke naar een private dreef die leidt naar het buitengoed. De dreef werd hierbij aan beide zijden met elzen beplant (18)

Leonard Surmont, heer van Volsberghe, (°1747- 125 augustus 1810), sinds 1774 schepen van de stad Kortrijk, was de neef van Louis François Goetghebeur. Volgens de archiefdocumenten was hij de eigenaar van `une maison à la campagne' en haar omgeving (...speelgoed genaamd 't Hooghe bebouwd met huis, stallingen, remisen, houtloge, hoveniershuis,... gelegen op Kortrijk-Buiten tegenaan de voetweg van Kortrijk naar Zwevegem, palend aan westzijde aan de boomgaard en de hofstede van dezelfde eigenaar...). Ook de hofstede, het neerhof van hoger vermeld lustgoed en gepacht door Joannes Samyn, zoon van Pieter Samyn, de dreef, en enkele percelen land behoorden tot zijn eigendommen (...een hofstede, zijnde het neerhof van voor­noemd speelgoed bebouwd met huis, koe- en paardenstal, schuur, remise, wagenhuis, ovenbuur, boomgaard, dreef en verschillende stukken land...) (fig.8).

 

18. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR 1197

 

schets 1810

Fig. 8: schets van de nagelaten eigendom van Leonard Surmont, 1810 (RAG Fonds PR)

 

jaarsteen

Fig 9: jaarsteen in achtergevel

Nadat het eerste lusthof door een brand was vernield, gaf Leonard Surmont in
1774 (fig.9) opdracht tot de bouw van een nieuw buitengoed, vanaf dat ogenblik in de volksmond Château Surmont genaamd. Tijdens de Franse Revolutie werd dit kasteel deels vernield, maar na de revolutie op identieke manier gereconstrueerd. Van dit buitengoed vinden we thans de ruïne (19).

 

1930

1930/2

Fig. 10: het buitengoed (dd. 1930) (20)

19. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR509
20. Foto's eigendom van mevr. Declerck-Vanooteghem

Top

19e EEUW : HET HOOGTEPUNT VAN HET DOMEIN

 

In 1810 erfde François Petrus Surmont de Volsberghe (+19 september 1832), neef van Leonard Surmont en getrouwd met Coleta Theresia Marie de Potter, het buitengoed het Hooghe in Kortrijk (21) (...speelgoed Hooghe bestaande uit kasteel met kelders, beneden- en bovenverdieping, zolders... een afgezonderd huis voor de tuinier met orangerie, koetspoort met stallingen... dreef waterplassen, lust- en bloemhoven... gelegen op Kortrijk-Buiten (kadasterplan sectie B, nrs. 342-347)) en de bijhorende hofstede (...een hofstede, het neerhof van voornoemd kasteel 't Hooghe, bebouwd met woonhuis, schuur, stallingen, ovenbuur (alles in steen en pannendak), groot met boom­gaard, hofplaats en logting, zaailanden, weiden en bossen...). (fig. 11) In 1813 werd het park getransformeerd in een Engels landschapspark. (22)

1969 1969-2

Fig. 11: de bijgebouwen vlak voor hun afbraak in 1967 (33)

1969-3

21. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR509
22. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR514
23. Foto’s eigendom van mejuffrouw Christine Dumolin

Charles François baron Surmont de Volsberghe, gehuwd met Thérèse Philippine Marie Ghislène Rodriguez d'Evora y Vega, erfde in 1832 als oudste zoon van Francois Petrus de eigendommen van zijn vader (fig. 12). (24)

eigendom 1840

Fig. 12: de eigendom van Charles François baron Surmont de Volsberghe, 1840 (RAG Fonds PR 523)

-een buitengoed met remisen, stallingen, hoveniershuis, groenselhof en wandelingen, genaamd het Hooghe, gelegen op Kortrijk-Buiten, wijk Knokke

-hofstede, neerhof van het buitengoed, in pacht gebracht bij Leonard Cardon vanaf 1832 tot 1840 en verlengd in 1841 tot 1850.

Marie barones Surmont de Volsberghe (°18 november 1829), gravin van het Heilig Roomse Rijk, gehuwd met Polydore Joseph Ghislain Piers de Raveschoot, was de dochter van Charles François. Uit de erfenis van haar echtgenoot blijkt dat hij nooit de eigenaar is geweest van het buitengoed en dat bijgevolg het buiten­goed steeds in handen van de familie Surmont de Volsberghe is gebleven (25). Een verwijzing naar het buitengoed ( 4 hectaren, 65 aren en 20 centiaren) en de hofstede ( 28 hectaren, 22 aren en 80 centiaren) wordt gemaakt in het renteboek de dato1894 van Marie barones Surmont de Volsberghe (26).

-une ferme á Courtrai: plan cadastral section B nrs. 292, 293, 323, 324, 325, 326, 327, 328, 329, 330, 331, 332, 333, 290a, 337, 348, 349, 353, 354, 359a, 369, 307, 453, 334a, 336a.
-un château avec dependences á Courtrai: plan cadastral section B nrs. 342, 343, 346, 347, 345, 344a, 345a, 345b.

Vermoedelijk heeft het gezin tot eind jaren 1850 op het buitengoed verbleven, waarna ze verhuisd zijn naar het kasteel in Olsene. Dit kasteel werd in de periode 1855-1860 grondig gerenoveerd onder leiding van de architect Minard. Hun zoon Eugène Piers de Raveschoot, getrouwd met Berthe barones de Crombrugghe de Picquendaele, heeft vermoedelijk het kasteel bewoond tot 1885 (27). Zijn beide kinderen, Cécile (°1879) en Georges (°1880), zijn geboren in Kortrijk. Op 7 februari 1885 verwerven ze het kasteel van Koekelare (Oost-Vlaanderen) en verlaten ze Kortrijk voorgoed. De hofstede werd gepacht door Eloy D'Haene.

Na het overlijden van Marie barones Surmont de Volsberghe (+15 juli 1897) verwierf René graaf de Ghellinck d'Elseghem-Vaernewijck Piers de Raveschoot (°28 juli 1853), gehuwd met Maud Smyth Pigott (°7 augustus 1863), het domein (28). Het buitengoed werd verhuurd aan Mevrouw Vandeghinste en haar twee kinderen. Osedé D'Haene pachtte de hofstede. (fig.13)

Top

24. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR 523
25. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR 170
26. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR 172
27. RAG Fonds Piers de Raveschoot PR 183
28. René de Ghellinck was de zoon van Ernest de Ghellinck die op jonge leeftijd stierf in 1868.
In 1869 stierf zijn moeder eveneens en werd zijn oom Jean Baptiste, gehuwd met Elodie Piers
de Raveschoot en schoonbroer van Polydore Piers de Raveschoot, voogd van de minderjarige kinderen van zijn broer (augustus 1869 – December 1875)

topografische kaart 1910

Fig. 13: topografische kaart dd. 1910

 

20e EEUW: DE GELEIDELIJKE TELOORGANG VAN HET DOMEIN

In 1922 (verkoopsakte gedateerd op 4 oktober 1922) kochten de gebroeders Ernest en Prosper Dumolin, beiden industriëlen in Kortrijk, de eigendom, bevat­tende het buitengoed, het neerhof, het park en de omgevende weilanden, als onder­deel van een groter domein om er hun bedrijf Briquetteries et Céramiques de Courtrai te kunnen vestigen nabij het kanaal Kortrijk-Bossuit. De beide gezinnen gebruikten het buitengoed als hun zomerresidentie. Gedurende de wintermaanden woonden de gezinnen in het Kortrijkse stadscentrum. Begin mei verhuisden de gezinnen met hun personeel naar het landgoed aan de rand van de stad. Ze bleven er tot november. In de winter onderhielden de tuinman, de chauffeur en de conciërge het kasteel en het park.
De tweede wereldoorlog leidde het begin van de neergang van het buitengoed in. In mei 1940 waren Belgische soldaten op zoek naar een overnachtingplaats in de omgeving van het kasteel. Cyriel Vanooteghem, pachter van het neerhof en oorlogsveteraan van 1914-1918, vernam dat het ging om deserteurs. Onmiddellijk werden ze van het landgoed verjaagd. Later bezette een volledig Belgisch bataljon het kasteel. De familie Dumolin verliet het landgoed, terwijl de Belgische soldaten het kasteel plunderden. Na de Belgische troepen namen Duitse eenheden het kasteel in: op 29 mei 1940 kwamen de Duitse soldaten onder leiding van luitenant von Kniestedt aan in de stad; een Duits officier verbleef toen in het neerhof, terwijl zijn soldaten in het kasteel verbleven. (fig.14)
In 1945 werd het kasteel gebruikt voor het herbergen van echtgenotes, moeders en kinderen van oostfrontstrijders, terwijl een Engels bataljon genoot van de gastvrijheid van de hofstede. Na de oorlog, in de periode 1946-1950, werd het kasteel gebruikt als kazerne voor de mobiele brigade van de gendarmerie van Gent. Sindsdien is het kasteel verlaten gebleven.
Gedurende lange tijd bleef de conciërge het kasteel en het park onderhouden, maar bij de aanleg van de autosnelweg E17 dwars door het domein in 1966-1967 werd de kasteelsite verlaten waardoor de bouwfysische toestand van het kasteel snel
achteruit ging. Het park met zijn rijke vegetatie werd middendoor gesneden; verschillende bomen zoals de Libanese ceder met een stamomtrek van vijf meter werden geveld en de verschillende bijgebouwen werden gesloopt. In de eerste helft van de jaren negentig werd ook het kasteel deels gesloopt om een antwoord te kunnen bieden op het toenemende vandalisme. (fig.15 en 17)

topografische kaart 1947

Fig. 14: topografische kaart dd.1947

ruine

Fig 15. ruïne van het buitengoed in 1984

Tot 1966 was Cyriel Vanooteghem de pachter van het neerhof. Drie landarbeiders hielpen hem bij het werken op het land, een meid hielp in het huishouden. In 1966 nam zijn zoon Silvère Vanooteghem het landbouwbedrijf van zijn vader over. Reeds in het begin werd hij geconfronteerd met verkaveling. In 1966-1967 werd tien hectaren land opgeofferd voor de aanleg van de E17. Silvère Vanooteghem leefde op de hofstede tot zijn overlijden in 2001. Na zijn overlijden bleef de hoeve onbewoond en werd ze meermaals geplunderd en vernield door vandalisme.

 

Besluit:

"Eeuwenlang is dit stuk van Kortrijk een bloeiend buitengoed geweest. De gewijzigde stedenbouwkundige context en het gebrek aan toekomstvisie voor de gebouwen hebben ervoor gezorgd dat dit unieke domein langzaam een stille dood is gestorven.
Nochtans kan een mooie toekomst voor het domein gevonden worden. Denken we maar aan de plannen die door de intercommunale Leiedal zijn opgemaakt voor het volledige gebied, waarbij de weilanden aan beide zijden van de autosnelweg worden verkaveld voor diensten en industriële activiteiten. Het park en de hofstede kregen hierbij echter nog geen concrete functie toebedeeld. Het is echter een uitstekende kans om het voortbestaan van dit rijke patrimonium te garanderen.
De ruïne van het kasteel zou plaats kunnen maken voor een nieuw seminariegebouw dat de volumetrie van het bestaande kasteel respecteert. De delen van de hofstede met een hoge monumentwaarde, aangevuld met kwaliteitsvolle nieuwbouw, zouden een aantal secundaire functies zoals een restaurant en receptiefaciliteiten kunnen herbergen en het park kan als groene long worden uitgespeeld."

 

"De vraag naar wat een monument is, wat de actuele betekenis van een gebouw is en naar wat voor de toekomst bewaard moet worden, zal steeds opnieuw gesteld worden. Het antwoord op deze vraag zal steeds veranderen en wellicht zal niet zelden blijken dat een gebouw pas nadat het voorgoed verdwenen is daadwerkelijk een relevante betekenis heeft voor een hedendaagse maatschappij" .*

 

*CORNILLY, Monumentaal West-Vlaanderen, p.26

 

Top

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

fotobalk