titelbalk
 
 

 

stenen met ruïne

Op 9 februari 2009 werd de historische hoeve 'Goed Ter Bede' gesloopt en blijft enkel de kapel en de ruïne van Kasteel Surmont de Volsberghe-de Ghellynck over. Er staat: Op 9 feberuari 2009 werd de historische hoeve "Goed Ter Beede" gesloopt en blijft enkel de kapel en de ruïne van "Kasteel Surmont de Volsberge-de Ghel-link" over .

Iemand met wat commercieel inzicht en gevoel voor patrimonium kon nochtans iets moois maken van het domein.

De hoeve kon worden omgebouwd tot een plaats waar seminaries, conferenties en congressen plaatsvinden.

Het kasteel als hotel voor de zakenman die stijlvol, en toch dichtbij wil gelogeerd zijn.

Met het Evolispark aan de overzijde van de snelweg, bereikbaar via de Luipaardstraat, en de nieuwe Kmo-zone op Kapel ter Bede zal een hotel meer dan welkom zijn.

Dat deze optie mogelijkheden bood, bewees de Kortrijkse architect-ingenieur Wim Lodewyck reeds in 2004. Hij publiceerde "The protection of rural heritage in urbanized areas case study Goed ter Bede Kortrijk" waarin hij zijn visie gaf over de mogelijkheden. Iemand met wat commercieel inzicht, en gevoel voor patrimonium, kon nochtans iets moois maken van het domein.

De hoeve kon worden omgebouwd tot een plaats waar seminaries, conferenties, en congressen plaatsvinden.

Het kasteel als hotel, voor de zakenman die stijlvol, en toch dichtbij, wil gelogeerd zijn.

Met het Eevolispark aan de overzijde van de snelweg, bereikbaar via de Luipaardstraat, en de nieuwe K m o zone op Kapel tér Bede, zal een hotel meer dan welkom zijn;

Dat deze optie mogelijkheden bood, bewees de Kortrijkse architect-ingenieur Wim Loodewijk reeds in 2004. Hij publiceerde "The protection of rural heritage in urbanized, arias case study, Goed ter Beede Kortrijk", waarin hij zijn visie gaf over de mogelijkheden.

 

Alden-Biezen
Kasteel van Wippelgem
koetshuis
 
 

 

De Kortrijkse archtect Wim Lodewyck publiceerde reeds in 2004 "The protection of rural heritage in urbanized areas case study Goed ter Bede Kortrijk"

 

RESTAURATIEPROJECT HISTORISCHE HOEVE

'GOED TER BEDE'

Wim Lodewyck
Architect-ingenieur, Master in Conservation

A. SITUERING


Adres: Kapel ter Bede 88
8500 Kortrijk


De historische hofstede, genaamd 'Goed ter Bede' is het neerhof van het voormalige 'Chateau de Surmont' en dankt haar naam aan de Kapel ter Bede gelegen ten noord­westen van de hoeve.
De hofstede bestaat uit losse bestanddelen van verankerde baksteenbouw onder pannen zadeldaken, gegroepeerd rondom een onverhard erf : het woonhuis, de schuur met stallen, een open wagenberging en het bakhuis. Tussen het woonuis en de stallingen bevindt zich de erftoegang tot het kasteel via een bruggetje over de omwalling aangegeven door bakstenen pijlers.
Ten oosten van het erf ligt de ruine van het waterkasteel Surmont met ten noorden een omwalling en omgeven door bos.

fotobalk horizontaal

B. HISTORISCH VOORONDERZOEK

fotobalk verticaal links

De weilanden in de omgeving van Kapel ter Bede waren eigendom van de feodale Heerlijkheid van Gavere, die behoorde aan de Graaf van Vlaanderen. Op 30 mei 1374 schonk graaf Lodewijk van Male een deel van deze gronden aan het kapittel van de collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw te Kortrijk. In 1609 gaven zij opdracht tot de bouw van een nieuwe kapel, de kapel te Vlieberghe.
De kapel werd voor de eerste maal afgebeeld in het renteboek van de Heerlijkheid van Gavere, uitgegeven door Louis de Bersaques in oktober 1629. Op de tekening onderscheiden we duidelijk de kapel langsheen de weg tussen Kortrijk en Zwevegem. De percelen 40, 41 en 42 vormen het domein waar later het buitengoed en de hofstede zouden warden gebouwd.

In 1705 kocht Jan Baptiste van Boelen, raadspensionaris van de stad Kortrijk, de hofstede Het Hooghe van Pieter D'Hondt, die het in 1688 van het kapittel had gekocht. Het renteboek van 1728, opgemaakt door Emanuel Deronghe, geeft een duidelijk zicht op de eigendommen van Jan Baptiste van Boelen in de omgeving van de kapel: de percelen 40, 41, 42 en 43. Perceel 40 bevat een hof en een wal die de hofstede gelegen op perceel 41 beschermt. Percelen 42 en 43 vormen de boomgaard van de hofstede.

De neef van Jan Baptiste van Boelen, Ignatius Goetghebeur, erfde het buitengoed het Hooghe. Vermoedelijk gaf hij de opdracht de hofstede te vergroten met een eerste lustslot, gelegen naast de hofstede.
In een document van 1744, uitgegeven door FranÇois Bal, vormen de percelen 18,
19 en 22 het territorium von het lustslot en haar neerhof . Perceel 18 bevat het omwalde lusthuis met het neerhof, percelen 19 en 22 vormen de boomgaard.

Louis François Goetghebeur, de zoon van Ignatius, werd eigenaar van het hele domein in 1763. De dreef ten zuiden van het domein werd hierbij omgevormd van een publieke weg naar een private dreef die toegang gaf tot het buitengoed.

Leonard Surmont, de neef van Louis François Goetghebeur, gaf in 1774 de opdracht voor de bouw van een nieuw buitengoed nadat het eerste lusthof door een brand was vernield. Van dit buitengoed vinden we thans de ruine op het kasteeldomein.
In 1810 erfde François Petrus Surmont de Volsberghe, neef van Leonard Surmont, het buitengoed. In 1813 werd het park getransformeerd in een Engels landschapspark en verscheidene secundaire gebouwen zoals de orangerie, stallingen en remisen werden toegevoegd aan het domein.
Tal van elementen van deze parkaanleg zijn nog terug te vinden zoals een aantal bomen en de grote en kleine vijver.

 

De tweede wereldoorlog leidde de neergang van het buitengoed in. Eerst plunderden Belgische soldaten het kasteel. Erna namen Duitse eenheden het domein in. Na de oorlog, in de periode 1946-1950, werd het kasteel gebruikt als kazerne voor de mobiele brigade van de gendarmerie van Gent. Sindsdien bleef het kasteel verlaten.

Door de aanleg van de autosnelweg El7 (1966-1967) werd het park met zijn rijke vegetatie middendoor gesneden, werden de bijgebouwen gesloopt en werd de toegangsdreef afgesneden. Begin jaren '90 werd het kasteel deels gesloopt.
De hofstede kwam een 3-tal jaar geleden leeg te staan.

Top

C. ARCHITECTURAAL VOORONDERZOEK & OPMETING

(december 2003)

Het resultaat van de opmeting met behulp van gerectificeerde fotogrammetrie en triangulatie zijn de grondplannen, gevels en snedes van de verschillende hoevegebouwen in hun bestaande toestand. Deze basisdocumenten vormen een grafische synthese van de toestand van de gebouwen, de ons helpen om de bouwgeschiedenis van de gebouwen te begrijpen en om de bouwfysische toestand van de gebouwen in kaart te kunnen brengen.

Een nauwkeurige opmeting is uiterst belangrijk om tot een geslaagd restauratieproject te komen.

 

 

 

1. WOONHUIS
Het woonhuis leunt aan bij het langgeveltype met opeenvolgend het woonhuis (5 traveeën en 2 opkamertraveeën) de stalvleugel en de wagenberging. Vermoedelijk bevond zich tussen het woonhuis en de stal een kleine schuur gelet op de aanwezigheid van een dichtgemaakte poortopening in de voorgevel.
Het woonhuis zelf bestaat uit een woonkamer, een beste kamer, 3 slaapkamers ten noordoosten, een halfingegraven kelder aan de achterzijde met erboven een gewelfkamer of voute. Aan de achterzijde bevindt zich de later aangebouwde keuken. Het zadeldak boven de inkomdeur is onderbroken door een laadluik naar de graanzolder.
De muuropeningen in de voorgevel van het woonhuis zich licht getoogd en alle voorzien van tralies. De wagenberging heeft een korf boogpoort, zowel in voorgevel als achtergevel.
De linker zijgevel is gemarkeerd door een centrale steunbeer en muurvlechtingen.

 

 

 

2. DE SCHUUR MET STALLINGEN
De schuur is een typische Maarnse Dwarsschuur waarbij de hooiwagens de schuur konden dwarsen dankzij 2 poorten in de langse gevels. Later werd in de schuur een dubbele aardappelkelder ingebouwd De poorten draaien naar binnen open en zijn voorzien van een klinket (luik in poortvleugel). Ten westen van de schuur bevinden zich 2 stallingen. De kleinere werd in de oorspronkelijke schuur ingebouwd, de koeienstal werd in 2 fazen uitgebreid.
Het zadeldak van de schuur kraagt over aan erfzijde op daklijstblaken.
De linker topgevel is voorzien van een steunbeer, beide topgevels zijn voorzien van muurvlechtingen

 

 

 

3. HET BAKHUIS


Het drieledig bakhuis, gelegen nabij de erfoprit, bestaat uit de deegkamer, de oven en de stapelruimte voor het hout. De oven is een halfcirkelvormige bakstenen oven, de ovenopening heeft een houten linteel.

fotobalk verticaal rechts onder

Top

D. SYNTHESE HYPOTHETISCHE RECONSTRUCTIE & WAARDEBEPALING

Het hoogtepunt van de site kan gesitueerd worden in de tweede helft van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw In die periode werden de grootste transformaties doorgevoerd. De bouw van het waterkasteel in 1774, de transformatie van het park in 1813 en de aanleg van de dreven-structuur illustreren het belang van het domein gedurende een aantal decennia.

De combinatie van de architecturale lezing van de gebouwen en de studie van de historische documenten maken het mogelijk om de inplanting en de opbouw van de hofstede in die periode te reconstrueren.
Door de verschillende analyses met elkaar te vergelijken wordt duidelijk hoe de site is gegroeid en wat de meest authentieke elementen zijn. Om de authenticiteit te bepalen worden de concepten volumetrie van de gebouwen, gebruikte materialen, gebruik, toegepaste technieken en context van de site die uit de analyses gebleken zijn, vergeleken met de nog aanwezige kenmerken. Hoe groter de gelijkenis, hoe authentieker het gebouw.

 

 

Algemeen kan worden gesteld dat de gebouwen van de hofstede zeer goede voorbeelden zijn van 18e eeuwse rurale architectuur. Ze zijn weinig verbouwd en tonen verschillende authentieke elementen. De compositie van de gebouwen en hun relatie met het kasteel en het park zijn gedurende eeuwen ongewijzigd gebleven.

Dankzij de boeiende historiek van het domein, de ongewijzigde interne organisatie van de gebouwen sinds hun oprichting, de identieke inplanting van de gebouwen en het grote aantal nog aanwezige originele elementen kan deze hofstede beschouwd worden als bijzonder waardevol erfgoed.

 

E. RESTAURATIEPROJECT

De geleidelijke evolutie van de omgeving van het kasteeldomein van een ruraal gebied naar een industrie- en kantorenzone is een vaststaand feit. Er wordt dan ook ingespeeld op deze trend door het domein een andere functie te geven.
Voorop staat dat het domein terug zijn centrale positie in de omgeving verdient. Daarom wordt voorgesteld het domein een aantal semi-publieke functies te laten huisvesten waarvan elke onderneming in de omgeving kan gebruik maken zoals seminarie- en vergaderfaciliteiten, receptiemogelijkheden, eetgelegenheid,.... Het kasteelpark wordt opnieuw een groene long in de omgeving.

 

 

 

1. De kasteelruïne

De ruine maakt plaats voor een nieuw seminariegebouw dat de volumetrie van het bestaande kasteel respecteert. Een groter volume zou schadelijk zijn voor het park en zou de relatie met de hoeve in het gedrang brengen.

 

2. Hoeve

Er wordt geopteerd om de gebouwdelen van het woonhuis en de schuur met middelhoge en hoge monumentwaarde te restaureren en deze aan te vullen met hedendaagse architectuur. Gezien de historische waarde en het streekeigen karakter van de bakoven en de relatief goede staat waarin hij verkeert wordt deze gerestaureerd.

In het ontwerp herbergen het woonhuis en de schuur een aantal 'secundaire' functies, waardoor de ondergeschikte rol ten opzichte van het kasteel - seminariegebouw terug wordt hersteld. Het woonhuis huisvest een klein restaurant. De schuur, aangevuld met een nieuwbouwvolume, bevat 2 polyvalente lokalen waar recepties kunnen gehouden worden.

 

onderste plan

Top

fotobalk