De Historiek van Kanten

 

  

Nieuwe opvattingen over mode en hygiëne liggen aan de basis van het ontstaan van de kanten. Vanaf de 16de eeuw worden kragen van hemden versierd met borduurwerk of passementen van goud of zilver. Omdat deze boorden bij het wassen van het hemd dienden afgenomen te worden, koos men al gauw voor wit linnen om de rand van de kledij te decoreren. Aldus ontstond ‘kant’. Deze term verwijst dus naar de oorspronkelijk plaats waar kant werd gebruikt, namelijk aan de rand van de stof. Door het gebruik van katoen- of zijdedraad nemen de technische mogelijkheden enorm toe en worden naast de kragen en manchetten ook mantilles, sjaals en mutsen in kant vervaardigd.

 

Kant is een uniek Europees fenomeen. Vlaanderen en Italië worden als de bakermat van de kant beschouwd. De kantnijverheid floreert vanaf de 16de  eeuw. In de 19de eeuw ontstaat een enorme crisis in de kantnijverheid als gevolg van de opkomst van machinale kanten. Door deze concurrentie worden kantwerksters gedwongen zich toe te leggen op een nog meer verfijnde vormgeving. Dit resulteert in vaak bijzondere experimenten, waardoor nieuwe kantsoorten en technieken worden ontwikkeld.

 

Kanten werden vervaardigd door kantwerksters die individueel of in kantscholen werkten. De kantnijverheid vormde geen georganiseerde, beschermde nijverheid, op enkele uitzonderingen na. De kantwerksters hadden een bijzonder kwetsbare sociale positie en de crisis in de 19de eeuw veroorzaakte dan ook veel maatschappelijke ellende. Kantwerksters werkten meestal in opdracht van een koopvrouw of –man. Het patroon van de kanten werd door een patroontekenaar opgemaakt en de koopman verdeelde het patroon onder verschillende kantwerksters. Dit systeem had meerdere redenen. Traditioneel maakte elke kantwerkster steeds een zelfde motief, zodat de vaardigheid toenam en het kant sneller kon worden vervaardigd. Anderzijds zagen de kantwerksters nooit het volledige patroon, uit vrees dat zij het kantwerk voor eigen rekening zouden maken. Kanten werden ook vervaardigd door weesmeisjes in kloosters. Op die manier werd hen een beroep aangeleerd en zorgden ze voor inkomsten voor de instelling.

 

De kloskant en de naaldkant zijn twee kanttechnieken. Kloskant werd afgeleid van het traditionele passementwerk, terwijl naaldkant zich inspireerde op het borduurwerk. Kloskant wordt gemaakt op een kloskussen waarop het patroon wordt bevestigd. Op dit patroon worden spelden geprikt, waarrond de draad met specifieke weef- of vlechttechnieken wordt bevestigd. De draad wordt op klossen gewonden. Het weven of vlechten gebeurt door het systematische verleggen van de klosjes. Zo vormt zich het kantwerk.

 

Het vervaardigen van naaldkant oogt veel soberder. Naaldkant wordt gemaakt met naald en draad. Het kantwerk wordt volledig opgebouwd uit variaties van de knoopsgatsteek. Het maken van kant is zeer tijdsintensief, zeker voor naaldkant. Naaldkant was van in het begin veel duurder en werd vooral besteld door de koninklijke paleizen.

 

 

 

 

Van Oud-Vlaamse kant …

 

 

Zowel bij klos- als naaldkanten zijn heel wat variaties ontwikkeld. Door de evolutie van de technische mogelijkheden ontstaan verschillende kantsoorten. Het gaat steeds om typische accenten die de kanten een specifieke eigenheid verleent. Meestal worden de kanten genoemd naar een welbepaald productiecentrum. Andere kanten dragen de naam van het typische motief. Uiteraard beïnvloeden de diverse stijlen en mogelijkheden elkaar, waardoor steeds nieuwe kantsoorten worden ontwikkeld.

 

Oud-Vlaamse kant

Alle Vlaamse kanten vervaardigd voor de 18de eeuw worden aangeduid als ‘Oud-Vlaamse kanten’. Deze kant vormt de basis voor vele kansoorten die zich in de 18de en de 19de eeuw ontwikkelen zoals de Duchesse.

 

Duchesse

Duchesse is een kloskant, gebaseerd op de Oud-Vlaamse kanten en de 18de eeuwse Brusselse kloskant, waarbij het typische bloemenmotief centraal staat. De naam werd afgeleid van Marie-Henriette, hertogin ‘duchesse’ van Brabant die door haar huwelijk met Leopold II Koningin van België werd. Deze kantsoort genoot haar voorkeur en ze bestelde in gerenommeerde ateliers heel wat stukken in deze kant. Duchesse werd voor het eerst tentoongesteld op de wereldtentoonstelling in London in 1851 en werd ontworpen door de gezusters Lecomte uit Brugge, die er een patent op hadden. Duchesse bestaat in twee varianten. Enerzijds is er Brugse Duchesse, waarbij het om zuiver kloskant gaat. In de Brusselse Duchesse zijn naaldkantmedaillons verwerkt.

 

  

Valenciennes

Eind 17de eeuw werd in Valenciennes een kloskant ontwikkeld op basis van de bestaande Antwerpse kant. Doorheen de tijd werd deze kant verfijnd zodat in de 19de eeuw de meest perfecte Valenciennes werd vervaardigd. Typisch voor deze kant is de aanvankelijk ronde, later vierkante mazengrond waarvan de vier zijden gevlochten zijn. Dit resulteert in een bijzonder stevig en sterk kantwerk. Opvallend is dat deze kantsoort geen of weinig reliëf bevat, want de motieven zijn op de mazen verwerkt met een sterk aangetrokken linnenslag, een van de basisslagen in de kloskant, en zonder enige omtrekdraad. Doordat er geen reliëf is, is Valenciennes gemakkelijk te strijken. Deze kant wordt vaak verwerkt in linnengoed.

 

Binche

De Binchekant is sterk geïnspireerd op de Valenciennes. Aanvankelijk was het onderscheid tussen beide nauwelijks zichtbaar. In de 18de eeuw wordt de sneeuwvlokgrond, kunstig verdeelde stipjes of gevarieerde spinmotieven, meer uitgewerkt. Dit groeit uit tot het typische kenmerk van de Binchekant. De uitvinding van deze basis wordt toegeschreven aan de kantwerksters van Binche, hoewel deze in meerdere kanten voorkomt. Midden 18de eeuw kende deze kantsoort haar hoogtepunt, terwijl daarna de sneeuwvlokgrond verdrongen wordt door fijnere gazen, waardoor de motieven meer opvallen.

 

 

 

 

 

… tot Gentse Kant ‘à réseau varié’

 

 

Lintkant

Bij lintkant wordt het patroon gevormd door een lint. Dit lint wordt met spijltjes verbonden en wordt opgevuld. Dit kan zowel met klos- of naaldkant. Typische motieven bij lintkant zijn de opvallend bloemmotieven. Lintkant werd vooral in Italië en Rusland vervaardigd.

 

Oorlogskant

De Eerste Wereldoorlog betekende voor de kantindustrie en de vele kantwerksters een enorme crisis. Door diverse organisaties zoals de Commission for Relief in Belgium werd de kantfabricatie aangepast aan de oorlogssituatie. Vanaf mei 1915 werd ervoor gezorgd dat kantwerksters terug aan de slag konden en dat de kanten werden uitgevoerd naar geallieerde landen. Ook gevluchte kantwerksters werden in de gastlanden opgevangen en geholpen. De iconografie in deze kanten herinnert aan de oorlogssituatie. Zo werden vooral patriottische motieven zoals het koningspaar afgebeeld. Dergelijke kanten werden met een echtheidscertificaat verkocht ten voordele van oorlogsinvaliden. Veel oorlogskanten komen uit Geraardsbergen en zijn in Chantillykant, zoals het tentoongestelde oorlogskant waarop Koningin Elisabeth wordt voorgesteld.

 

Chantilly

Zeer typisch voor Chantilly is de zwarte kleur. Blonde is de witte variant van de Chantilly. Deze kloskant is eigenlijk afkomstig uit de stad Chantilly, maar in de 19de eeuw groeit vooral Geraardsbergen uit tot het centrum van de Chantillykant. Deze bijzonder fijne kant in zijde werd vooral verwerkt in de crinolines. Chantilly is een typische kantsoort waarbij diverse kantwerksters stukken maken, die vervolgens aaneengezet worden met de raccroc-steek die nauwelijks zichtbaar is. Een zeer bijzondere vorm zijn de barbes in Chantilly. Een barbe is een mutsenslip, waarbij de kantstroken aan beide kanten van een damesmuts afhangend worden gedragen. Vooral in de 18de en 19de eeuw werden dergelijke barbes modieus.

  

 

Gentse Kant ‘à réseau varié’

Net zoals Binche was Gent oorspronkelijk een belangrijk centrum voor Valencienneskant. Men spreekt dan ook van ‘Gentse Valenciennes’. De Blauwe Meisjes, zoals de weesmeisjes van de Onderstraat werden genoemd, hadden zich in deze kant gespecialiseerd. In 1805 werd deze instelling onder de bevoegdheid van de zusters van O.L.Vrouw Visitatie gesteld. Om te ontsnappen aan de 19de eeuwse crisis in de kant, zocht Virginie Vrancken, directrice, een nieuwe methode in de samenstellingswijze van de apart vervaardigde kanten. Dit resulteerde in de ‘Dentelle de Gand à réseau varié’ of Gentse kant op verschillende gronden. De bloemen worden afzonderlijk vervaardigd en met de typische vierkante Valenciennesgrond verbonden. Typisch, zoals de naam ook laten blijken, is het voorkomen van verschillende gronden of siervullingen. Het klooster verkreeg een octrooi voor deze kant, waardoor deze instelling de exclusiviteit voor deze kant bekwam. Alle kanten van deze soort werden hier geklost. Het stuk Gentse kant zoals hier tentoongesteld behoorde tot de volants van een jurk van Irma de Neve de Roden. In 1865 werd zij met deze jurk door Fritz Hickmann geportretteerd.

 

 

 

Kant in het modebeeld

 

 

 

 

Welke kanten modieus zijn, hoe kant gedragen wordt en wat kant betekende, is heel tijdgebonden. Vanaf de 16de eeuw worden kanten een vast accessoire in de garderobe. Zowel in chique crinolines als in meer eenvoudige kledij wordt geleidelijk aan kant verwerkt. De fijne kanten werden op bestelling vervaardigd voor adellijke burgerdames. De volkse kledij was veel soberder en minder modegevoelig. Kanten kwamen vooral voor in feestkledij, zoals de doop-, huwelijks- en rouwkledij.

 

Tot begin 20ste eeuw bepalen de kanten mee het modebeeld, zowel in de afwerking van de jurken als kraag, manchetten of volants als in de accessoires zoals mutsen, waaiers, parasols of handschoenen. Niet enkel dames, maar ook heren droegen lange tijd kanten in de kraag, de bef of later de das. Uitzondering is de zwarte Chantilly die enkel door dames werd gedragen.

 

Het vervaardigen van grote kanten gebeurt pas in de 19de eeuw en vanaf dan wordt kant ook aangewend om te verwerken in gordijnen, beddraperieën en sluiers. Het is dan ook de bloeiperiode van kantsoorten bestaande uit samengevoegde delen, zoals de Gentse kant à réseau varié en de Duchesse. Deze kantsoorten maakten het mogelijk grote kanten te vervaardigen. De motieven worden steeds meer uitgewerkt. Bloemen worden bloementuilen, soms wordt zelf schaduw gesuggereerd

 

De 19de eeuw is de eeuw van de Victoriaanse preutsheid. Gezien naaktheid taboe was, zocht men naar creatieve manieren om doorschijnende kant in kledij te verwerken. Zo wordt de typische bootvormige halsuitsnijding afgewerkt met een kanten berthekraag, waardoor schouders en buste de aandacht trekken. Ook werden kanten inzetstukjes in de kous genaaid op de hoogte van de wreef. Speelse motieven zoals bloemen, hartjes of zelfs cupidootjes benadrukken het speelse, sensuele karakter van de kanten. Kant wordt vandaag nog steeds verwerkt in de vrouwelijke lingerie.

 

 

 

*