Nieuw bestand maken

Ga in het programma venster De Gimp naar Bestand -> Nieuw of gebruik Ctrl + N

1 Hier bepaal je hoe groot de afbeelding in pixels zal zijn. Voorbeeld: een formaat van 420 px (breedte) en 300 px(hoogte).

2 Hier zie je hoe groot de afbeelding is als je ze zal printen.

3 Resolutie is de verdeelsleutel van de pixels, die je bij 1 hebt ingevuld. De resolutie is afhankelijk in welk medium je de afbeelding wilt publiceren. Voor het web gebruik je een resolutie van 72 px/inch - de standaard resolutie. Wil je de afbeelding op fotopapier uitprinten gebruik dan een resolutie van 200 px/inch en pas de waarden voor de hoogte en breedte in 2 aan.

4 Zorg er voor dat RGB is aangevinkt, als je met kleuren wilt werken.

5 Bij vultype kan je bepalen hoe de achtergrond van de afbeelding eruit gaat zien. De kleur van de achtergrond kan je later nog makkelijk veranderen. Maar als je een transparante achtergrond nodig hebt, omdat je een rond logo voor een webpagina wilt maken, is het belangrijk dat je hier voor transparant kiest.

Klik vervolgens op OK.

Kleuren kiezen en toepassen

Er zijn een aantal gereedschappen, die in combinatie met de voorgrondkleur werken, zoals alle tekengereedschappen, het emmertje en het tekstgereedschap. De standaardkleuren zijn zwart en wit. Het zwarte vierhoek is de voorgrondkleur, het witte vierhoek is de gekozen achtergrondkleur. Wil je de kleuren in deze vierhoekjes wijzigen, dubbel klik op een van de twee vierhoekjes om het kleurkeuze venster te openen.

2 Klik op de tab GIMP als deze niet geselecteerd is. Je kan op verschillende manieren in dit venster kleuren kiezen.

3 Bijvoorbeeld op Hue - kleurtoon. Links in de lange verticale balk zie je het spectrum waaruit je een kleurtoon kan kiezen. Klik in deze balk of verschuif de schakel om een kleurtoon te selecteren.

4 Hier kan je de Saturation - Verzadiging van de kleurtoon bijstellen. Klik met de linker muisknop in dit vak of versleep het kruispunt.

5 Hier zie je een vertoning van de nu actieve kleur.

6 is de oude kleur.

7 Hex-triple is het kleurnummer van de actieve kleur. Het nummer is een combinatie van getallen en letters van a tot f. Het maakt niets uit of de letters groot of klein geschreven zijn. Noteer deze als je bijvoorbeeld deze kleur als achtergrond voor een webpagina wilt gebruiken of in een andere afbeelding wilt toepassen. Het Hex-triple begint altijd met een #. Toets in dit vakje bijvoorbeeld #FF0000 in en druk dan op de enter- toets om een puur rood te kiezen.

Klik vervolgens op sluiten.

Om de achtergrondlaag met de gekozen kleur te kunnen vullen moet je eerst van voorgrond - naar achtergrondkleur wisselen door op de gebogen pijltjes te klikken. Normaal is dit niet nodig, maar de achtergrondlaag werkt met de achtergrondkleur.

Klik op het emmertje en klik vervolgens in het documentvenster met de linker muiswijzer om de kleur toe te passen.

De andere kleurvensters zoals Waterwerf, Driehoek en GTK zijn andere manieren om een kleur te kiezen, en werken met hetzelfde principe.Bijvoorbeeld de optie Driehoek.

1 Op de buitencirkel staan alle kleurtonen. Versleep de kleine zwarte cirkel of klik met de linker muiswijzer op een kleurtoon.

2 Via de grote driehoek in het midden kan je de verzadiging van de gekozen kleurtoon bepalen.

3 Is de gekozen kleur.

Nadeel van het kleurvenster Driehoek; de kleurnummers worden niet weer geven.

Selecties maken

Wil je een bepaalde effect niet op de hele afbeelding toepassen of een detail uit een afbeelding naar een andere kopiëren, moet je eerst een selectiekader tekenen.

Hiervoor staan 6 verschillende selectiegereedschapen ter beschikking.Welke je kiest is afhankelijk van de situatie.

Alle selectie gereedschappen hebben nog een submenu - Gereedschapsopties
Dubbelklik op het icoontje om deze opties te openen

1 Als Straalselectie is aangevinkt, kan je hier de verdoezeling van de randen bepalen. Om de waarde van de straalselectie in te stellen: klik in het vak naast Radius. Je kan nu de waarde met hulp van de linker of rechter pijltoetsen op het keyboard met 1 verhogen of verlangen. Klik je met de linker muisknop links van de schakel verlaag je de waarde met 1, klik je rechts van de schakel verhoog je de waarde met 1.

2 Vink Vaste grootte aan en vul vervolgens waarden voor de Breedte en de Hoogte in als je de grootte van de selectie wilt vast leggen.

Klik bijvoorbeeld op het rechthoekige selectie gereedschaap, en teken met de sleeptechniek een selectiekader in de afbeelding.

Tip: begin links boven en teken een diagonale lijn. Het gebied tussen de bewegende gestippelde lijn is het bewerkbare gebied.

Let op: Zodra een selectie in de afbeelding aanwezig is, ook is deze nog zo klein, worden alle opdrachten alleen in dit kader toe gepast. Om een selectiekader te wissen ga in het hoofdmenu naar Selecteren -> Niets of gebruik de sneltoets Shift + Ctrl + A.

Kopiëren en plakken

Klik op het selectie gereedschap en teken een selectiekader rond het gedeelte dat je wilt kopiëren. Ga vervolgens in het hoofdmenu naar Bewerken -> Kopiëren of gebruik Ctrl + C.
Klik in het venster met het nieuw bestand en ga in het hoofdmenu naar Bewerken -> Plakken of gebruik Ctrl + V.

Let op: Kopiëren en daarna Bestand - > Nieuw heeft tot gevolg dat het nieuwe bestand standaard de afmetingen krijgt van het gekopieerde stuk. Controleer dus in het verschijnende venster Nieuwe Afbeelding de waarden van de Breedte en de Hoogte.

In het Lagen, kanalen en paden venster verschijnt het gekopiëerde detail nu op een nieuwe laag als Drijvende selectie 1. Dit is een tijdelijke laag, die op een nieuwe laag of de er onder liggende laag verankerd moet worden.
Voor verankeren op een nieuwe laag klik op het icoontje nieuwe laag onder in het lagen venster. Deze laag krijgt standaard de naam van het bestand waaruit je gekopiëerd hebt.
Het is raadzaam de kopie op een nieuwe laag te verankeren. Het detail kan zo verder en afzonderlijk van de achtergrond of andere lagen bewerkt worden.
Klik op de ankerknop als je de drijvende selectie met de achtergrond laag wilt verankeren.

Werken met lagen

GIMP biedt de mogelijkheid om een afbeelding in zogenaamde lagen te componeren. Elementen van de afbeelding, die op separate lagen geplaatst zijn, kunnen onafhankelijk van elkaar bewerkt worden. De achtergrond van een laag is standaard transparant. Daardoor zijn lagen eigenlijk transparante vellen, die boven elkaar gestapeld zijn. De stapelvolgorde is van onder naar boven. In de praktijk betekent dat als de afbeelding op laag 2 groter is dan op laag 1, (1) de afbeelding van laag 1 overdekt wordt door laag 2. Verander je de stapelvolgorde van deze lagen - laag 1 ligt boven laag 2 (2)- wordt het gele vlakje zichtbaar.

Open het Lagen, kanalen en paden venster via het programma menu Bestand -> Dialogen -> Lagen, Kanalen of druk
Ctrl + L.

1 Klik op de tab Lagen als die niet standaard opent.

2 De blauwe balk betekent dat de laag actief is en bewerkt kan worden. Om een laag te activeren, klik er een keer op met de linker muiswijzer. Dubbel klik op de laag om de naam te wijzigen. Klik met de rechter muiswijzer om het lagenoptie-menu te openen.

3 Het oog betekent dat de inhoud van de laag zichtbaar is. Klik op het oog om de laag tijdelijk onzichtbaar te maken.

4 Klik op dit icoon, om een nieuwe laag te maken.

5 Activeer een laag en klik op deze pijltjes iconen om de stapelorde te wijzigen.

6 Klik hier, om een laag te kopiëren.

7 Sleep een laag naar de prullenbak, om ze te verwijderen of klik op de prullenbak om de geselecteerde laag te verwijderen.

Nieuwe laag maken

Nieuwe laag maken en het venster Nieuwe laagopties verschijnt.

1 Vul hier een naam voor de laag in.

2 Wijzig deze waarden niet, tenzij je met een heel grote afbeelding werkt. De laagbreedte en hoogte is standaard gelijk aan de grootte van het document.

3 Hier kan je bepalen hoe de laag gevuld wordt. Standaard is transparant aangevinkt.
Klik op OK.

Lagen koppelen

Soms is het handig om meerdere lagen gelijktijdig te verplaatsen. Dit kan als de lagen aan elkaar gekoppeld zijn. Klik hiervoor een keer met de linker muiswijzer op de tussenruimte tussen het oog en het lagenpictogram van alle lagen, die je wilt koppelen. Het kruis laat zien, dat ze gekoppeld zijn. Om lagen te ontkoppelen, klik op het kruisje.

Bestand opslaan

Ga in het hoofdmenu naar Bestand -> Opslaan als

Het dialoogvenster Bewaar afbeelding lijkt op het venster om een afbeelding te openen.

1 Kies hier een map of directory waar je de afbeelding wilt opslaan.

2 Geef je bestand een naam en voeg het bestandstype als extentie toe voorbeeld: test

3 Bepaal nu het bestandstype. Klik op het vierhoek in het vak Volgens extensie en kies uit de lijst een bestandstype .xcf is het GIMP bestandsformaat. Dat betekent: bestanden met deze extensie kunnen alleen met het programma GIMP geopend en bewerkt worden. Sla een bestand altijd als xcf op, als je dit bestand nog verder wilt bewerken.

Let er op, de volgorde van je handelingen is belangrijk: geef het bestand eerst een naam en kies dan de extensie. Doe je dit niet, voegt Gimp de extensie niet toe.

Andere bestandstypen

Het is mogelijk om een bestand als Photoshop bestand (.psd) op te slaan en ook te openen .xcf en .psd zijn de enige bestandstypen, die lagen opslaan.

Welk ander bestandsformaat je kiest is afhankelijk, in welk medium je de afbeelding wilt publiceren en welke kleurdiepte je nodig hebt.

Kies .gif, .jpeg of .png als je afbeeldingen via e-mail wilt versturen of op een webpagina wilt plaatsen. Alle drie gebruiken compressiemethodes om het bestand qua kilobytes kleiner te maken.

.bmp is een ongecomprimeerd bestandsformaat dat Microsoft-Windows gebruikt om afbeeldingen weer te geven.
.tiff is een kwalitatief hoogstaand bestandsformaat met veel opties. Je kan afbeeldingen in dit formaat ongecomprimeerd of met de LWZ-Algorithme comprimeren en toch een hoge kleurdiepte behouden.
. bmp en .tif bestanden kunnen makkelijk met andere programma's geopend worden.

Stappen ongedaan maken

Met de sneltoets Crtl + Z kan je handelingen ongedaan maken. Per keer je deze combinatie indrukt ga je een stap terug. Meer controle biedt het venster Overzicht - Ongedaan maken. Ga in het hoofdmenu naar Dialogen -> Overzicht - Ongedaan maken. In dit venster zie een lijst van alle handelingen. Klik op de handeling waarnaar je terug wilt gaan. Standaard zijn hier de laatste 4 stappen opgeslagen. Om dit te wijzigen ga in het programma menu De GIMP naar Bestand -> Voorkeuren. Klik op Omgeving. Vul bij Aantal niveaus ongedaan maken 30 in. Klik vervolgens op OK. 30 handelingen worden nu opgeslagen, die je op elk moment ongedaan kan maken.