De planeten en de zon

kies hier() een onderdeel uit, of gebruik de schuifbalk om alles te lezen. ()

gebruik de - pijl om terug naar hier te geraken.

 

De zon.

 

Onze zon is slechts één van de miljarden sterren in ons melkwegstelsel. Een ster is een hemellichaam dat uit zichzelf licht geeft. Er bestaan sterren met een massa die 60 keer zo groot is als de zon, maar ook sterren met een massa die 10 keer kleiner is dan die van de zon. Sterren zijn er dus in alle maten en gewichten. Hoewel de zon in het heelal en voor astronomen een onbetekende rol speelt, is zij voor ons planetenstelsel uitermate belangrijk.

Zonder de zon zouden wij niet bestaan. Er zou geen zuurstof zijn om te ademen en geen vloeibaar water. Zonder zon is er geen verdamping, zijn er geen atmosferische bewegingen en is er geen regen. De zon heeft echter niet alleen goede kanten. Haar ultraviolette straling is schadelijk voor ons. Volgens theoretische berekeningen is de zon 4,5 miljard jaar oud. In haar eerste 50 miljoen levensjaren is ze tot haar huidige omvang gekrompen. De zon heeft echter reeds de helft van haar leven achter zich. Over 5 miljard jaar zal zij een rode reus geworden zijn. De nabijheid van de zon – zij ligt slechts op 150 miljoen km van de aarde verwijderd – maakt haar uniek. Aan de hand van de zon kunnen immers sterren worden onderzocht.

Het licht van de zon heeft slechts 8 minuten nodig om de aarde te bereiken. Ter vergelijking: het licht van de – na de zon – dichtstbijzijnde ster, doet er ongeveer 4,3 jaar over. Voor alle leven en voor de totale energievoorziening is de zon de basis.

De zon werd al in de vroegste tijden vereerd door verschillende volkeren. Men wist toen nog niets af van de ruimte, de sterren en de planeten maar men probeerde toch een verklaring te vinden voor wat men zag. Zo wisten de mensen bijvoorbeeld vroeger helemaal niet wat een zonsverduistering was. Sommigen waren bang en dachten dat de aarde verging, of nog dat ze door God gestraft werden. Nu weten we wel wat een zonsverduistering is. Al de maan, in haar baan om de aarde, toevallig tussen de zon en de aarde doorschuift, dan vangt ze het zonlicht op dat normaal op de aarde zou schijnen. De maan werpt een grote schaduw op de aarde zodat het in de kern van die schaduw haast zo donker wordt als de nacht. Een volledige zonsverduistering duurt niet zo lang, na enkele minuten piept de zon terug tevoorschijn van achter de maan.

Hoe ziet de zon er nu in feite uit? Het is een reusachtige bol die bestaat uit gloeiend heet waterstofgas. Op zijn korrelige oppervlak vinden geweldige activiteiten plaats, in de vorm van verschillende gasuitbarstingen. Daarbij stijgen gloeiende gasbogen hoog omhoog naar de hemel. Onder de chromosfeer ligt de voor ons zichtbare fotosfeer van de zon. Daaronder bevindt zich een convectiezone via dewelke de hete gassen en straling naar de oppervlakte komen. Deze zijn afkomstig uit de stralingszone of eigenlijk uit het centrum van de zon, waar de kernreacties plaatsvinden waarmee energie wordt opgewekt.

De doormeter van de zon is 1.392.000 km. Ze heeft een massa van bijna duizend maal die van alle planeten van ons zonnestelsel tezamen.

 

De binnenplaneten.  

 

De binnenplaneten zijn de dicht bij de zon staande gesteenteplaneten die het meest op de aarde lijken. Ze heten Mercurius, Venus, Aarde en Mars. Het zijn tamelijk kleine planeten die enkele punten van overeenkomst hebben. Ze hebben bijvoorbeeld allemaal een vast oppervlak en ze bestaan uit gelijksoortig materiaal, vooral gesteente en ijzer.

Hun diameter ligt tussen 12.756 km (aarde) en 4.880 km (Mercurius). De baan waarlangs deze planeten zich bewegen wijkt niet veel af van een cirkel. Bij Mars en Mercurius zijn de banen echter meer ellipsvormig dan bij de andere twee.

 

1.      Mercurius    

 

Deze planeet is heel klein en staat het dichtste bij de zon. Overdag is het op Mercurius héél, héél warm (400 ° C) en 's nachts ijzig koud (-170°C). De diameter is 4.879 km. Alleen de planeet Pluto is kleiner. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 59 van onze dagen. Afstand tot de zon 57.900.000 km. Omdat deze planeet zo dicht bij de zon staat is deze in hoge mate aan de aantrekkingskracht van de zon blootgesteld en draait er dan ook met hoge snelheid omheen. Eén omloop rond de zon duurt 88 dagen.

Mercurius heeft een zeer hoge dichtheid. De meest waarschijnlijke oorzaak daarvan is de zeer groter ijzerkern in het binnenste. De atmosfeer is ijl en heeft een grillig oppervlak dat veel weg heeft van de maan: kraters, kleine vlakten, groeven enz. Mercurius heeft geen manen.

 

2.      Venus   

 

Venus is de planeet het dichtst bij de aarde en de heetste planeet in het zonnestelsel. Het eigenaardige aan Venus is ook dat deze planeet in de andere richting om haar as draait dan de aarde. De diameter is 12.104 km. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 243 van onze dagen. Afstand tot de zon 108.200.000 km. Draait rond de zon in 225 dagen.

Venus is in een dicht wolkendek van geelachtig-witte wolken gehuld. De atmosfeer bevat voor 97 % giftige gassen. De temperatuur aan het oppervlak bedraagt ongeveer 500°C, zowel overdag als 's nachts. Het binnenste van Venus lijkt erg op dat van de aarde: de kern bestaat uit ijzer en daar overheen liggen een mantel en een korst van gesteente.  Venus heeft geen manen.

 

3.      De Aarde 

 

Onze thuisplaneet is de Aarde. Vanaf de zon gezien is het de derde planeet van ons zonnestelsel en de enige planeet (voor zover we nu weten) waar leven op mogelijk is. Het binnenste van de Aarde bestaat, net als bij de andere binnenplaneten, uit gesteente en metaal. Het geheel bestaat uit een kern, mantel en korst.

70 % van de Aarde is bedekt met oceanen. Het beeld van de Aarde verandert voortdurend, enerzijds door verwering en erosie, anderzijds door de vorming van gebergten, vulkaanuitbarstingen of verschuiving van de continentale platen.

De Aarde is omgeven door een atmosfeer (een gasvormige laag) die voornamelijk uit stikstof (78 %) en zuurstof (21 %) bestaat. Deze atmosfeer is opgebouwd uit verschillende lagen die steeds verder de ruimte ingaan. De atmosfeer beschermt de Aarde vooral tegen de schadelijke straling van de zon (UV-stralen of ultraviolette stralen). De Aarde is de enige planeet in ons zonnestelsel die grote hoeveelheden zuurstof in zijn dampkring heeft. De Aarde is ook de enige planeet die over zulke enorme waterhoeveelheden beschikt.

Als de Aarde dichter bij de zon zou komen zou al het water verdampen. Indien de Aarde zich van de zon zou verwijderen zou het bevriezen. De diameter is 12.756 km. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 24 uur en 56 minuten. Afstand tot de zon 149.600.000 km. De Aarde draait rond de zon in een ellipsvormige baan, in 365 dagen 5 uur en 48 minuten.

Dat de Aarde rond haar eigen as (de poolas) draait veroorzaakt voor ons het verschil tussen dag en nacht. De beweging van de Aarde rond de zon zorgt voor de verschillende seizoenen.

De trouwe begeleider van onze Aarde is de Maan. We noemen de Maan een satelliet omdat deze rond een planeet (de Aarde) draait. Deze draait zó rond de Aarde dat steeds dezelfde kant van de Maan naar de Aarde is gericht. Dat komt omdat de snelheid waarmee de Maan rond zijn eigen as draait even groot is als de snelheid waarmee de Maan rond de aarde draait. De afstand tussen Aarde en Maan bedraagt ongeveer 384.000 km. Het oppervlak van de Maan is bezaaid met vlakten, hoogvlakten en kraters. Er is geen atmosfeer en geen water.

Aarde en Maan trekken mekaar aan. De sterkste wint en aangezien de massa van de Aarde veel groter is dan die van de maan, trekt de Aarde de Maan méér aan dan omgekeerd. Als de maan niét om haar eigen as zou draaien, zou ze op de Aarde vallen ! Gelukkig is de kracht die ontstaat door het ronddraaien van de Maan om haar eigen as (middelpuntvliedende kracht) groot genoeg om de aantrekkingskracht van de Aarde te neutraliseren. Hierdoor blijft de Maan mooi in zijn baan om de Aarde draaien.

De getijden, zowel van open zeeën als van enkele binnenzeeën, zijn het bekendste resultaat van de invloed van de satelliet Maan op de planeet Aarde. 

 

4.      Mars 

Mars heeft als bijnaam "de rode planeet". De vierde en laatste van de "aardachtige" planeten wordt ook gekenmerkt door heuse poolkappen. Wetenschappers hebben recent sporen van micro-organismen ontdekt op Mars. Zou er dan ooit leven geweest zijn op deze planeet ? Op Mars duren de seizoenen twee maal zo lang als op de Aarde, omdat de planeet dubbel zoveel tijd nodig heeft om rond de zon te draaien. Haar rotsachtige oppervlak heeft een bruinrode kleur. Deze planeet is maar half zo groot als de Aarde. Het is er ook veel kouder dan bij ons. De gemiddelde temperatuur op Mars is -50°C. De diameter is 6.794 km. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 24 u en 37 minuten. Afstand tot de zon 228.000.000 km. Draait rond de zon in 687 dagen. Wetenschappers hebben recent sporen van micro-organismen ontdekt op Mars. Zou er dan ooit leven geweest zijn op deze planeet ?

Mars heeft twee satellieten (manen): Phobos en Deimos. Ze zijn niet mooi rond maar grillig en onregelmatig van vorm. (boek planeten en satellieten blz. 88).

 

De buitenplaneten

 

Tot de buitenplaneten behoren Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto, en de pas ontdekte planeet 2003-UB313. De eerste vier hebben een grote massa en een grote diameter. Het zijn reuzenplaneten die vooral uit gassen bestaan. dan volgt Pluto. Het is de kleinste planeet, die bestaat uit gesteente en ijs. Als laatste dus nog 2003-UB313. Deze planeet heeft nog geen definitieve naam. Wel is al duidelijk dat deze planeet groter is dan Pluto. Alle buitenplaneten hebben met elkaar gemeen dat de temperatuur aan het oppervlak zeer laag is. De energie van de zon is door de enorme afstand niet voldoende om het oppervlak van deze planeten te verwarmen.

 

5.      Jupiter

Jupiter is de grootste planeet in ons zonnestelsel. Zijn massa is 318 maal groter dan de aarde. Het is ook de snelste van alle planeten: voor een rotatie om de eigen as, dus één Jupiter-dag, heeft hij minder dan 10 uur nodig. Jupiter is ook bekend om zijn "grote rode vlek". Het is de grootste wervelstorm in gans ons zonnestelsel. Deze wervelstorm werd trouwens reeds 300 jaar geleden waargenomen door wetenschappers.

De gemiddelde temperatuur op Jupiter is -150°C. De diameter is 142.880 km. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 10 . Afstand tot de zon 778.300.000 km. Draait rond de zon in 11 jaar en 315 dagen. Jupiter heeft 16 manen.

 

6.     Saturnus    

Saturnus is de op één na grootste planeet in ons zonnestelsel en is 95 keer groter dan de aarde. Zijn hoofdbestanddelen zijn waterstof en helium, met een gesteentekern. De planeet is gekend om zijn groot ringensysteem. Over de oorsprong van die ringen bestaan verschillende theorieën, maar men weet het nog steeds niet met zekerheid. Wat men wel weet is dat ze uit ijs, stof en brokken gesteente bestaan.

De gemiddelde temperatuur op Saturnus is -160°C. De diameter is 120.536 km. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 10 u en 39 minuten. Afstand tot de zon 1.427.000.000 km. Draait rond de zon in 29 jaar en 167 dagen.

Saturnus heeft tenminste 20 manen.

 

7.      Uranus 

De zevende planeet van ons zonnestelsel is Uranus. De planeet heeft een blauwachtig-groene kleur, wat veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van grote hoeveelheden methaangas in de atmosfeer. Uranus heeft ook een ringensysteem, zoals Saturnus, maar veel minder groot.

De gemiddelde temperatuur op Uranus is -210°C. De diameter is 50.800 km. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 17 u en 18 minuten. Afstand tot de zon 2.869.000.000 km. Draait rond de zon in 84 jaar en 6 dagen.

Uranus heeft 15 manen.

 

8.      Neptunus

 

Neptunus is de kleinste van de reusachtige planeten die bestaan uit gassen. Het is een blauwe bol met witte wolken, omgeven door donkere ringen. Net zoals de grote rode vlek op Jupiter is er ook op Neptunus een enorm stormcomplex, de grote donkere vlek   (wetenschappen vandaag - astronomie blz 21 onder rechts).

De gemiddelde temperatuur op Neptunus is -200°C. De diameter is 50.000 km. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 18 u. Afstand tot de zon 4.500.000.000 km. Draait rond de zon in 164 jaar en 28 dagen.

Neptunus heeft 8 satellieten (manen).

 

9.      Pluto 

 

Pluto werd pas in 1930 ontdekt. De gemiddelde temperatuur op Pluto is -230°C. De diameter is 2.445 km. Eén dag (= éénmaal om zijn as draaien) duurt er 6 dagen en 9 u. De afstand tot de zon bedraagt 5.913.000.000 km en draait rond de zon in 247 jaar en 243 dagen. Pluto is kleiner dan onze maan en men vermoed dat Pluto, samen met zijn maan Charon, een aan Jupiter ontsnapte maan is. Men denkt dit omdat Pluto helemaal niet in het schema van de buitenplaneten past en omdat de structuur en grootte meer die van een maan is. De afstand tussen Pluto en Charon bedraagt "slechts" 19.400 km.

 

10.   Xena

In 2003 werd deze massa gesteente en ijs voor het eerst waargenomen. Toen was er reeds twijfel of dit een planeet, dan wel een planetoïde was. het verschil: om een planeet te zijn moet de doormeter minstens 3000 km zijn. Maar uiteindelijk, op 30 juli 2005, was er officieel een nieuwe planeet ontdekt. Over deze planeet hebben we slechts enkele gegevens: de doormeter bedraagt iets meer dan 3000 km. De afstand tot de zon is 14.500.000.000 km.