NessajaHome Peace, productiefste vaars van Vlaanderen 2007/2008

Home Nieuws Koeien Pinken Verkoop Foto's Columns Links Gastenboek

Columns 2008

Column die in "De Boer" van oktober 2008 staat:

Arbeidsvreugde.

Na mijn vorige dagboekbijdrage, waarbij ik het  had over  het zinloos geweld waarvan onze oudste zoon Hans het slachtoffer was, kreeg ik enorm veel reacties. Het  meest in het oog springende was  wel een telefoontje van een politieman die wilde weten of  de feiten zich hadden afgespeeld in de politie- zone waar hij actief is omdat hij van zijn moeder, blijkbaar een lezeres van de boer en tuinder, het verwijt had gekregen dat de politie hun werk niet goed hadden gedaan. Ondertussen zijn we 2 maanden verder en hebben we  van het hele onderzoek niets meer gehoord. Met Hans gaat het ondertussen goed, hij is terug aan het werk en ‘ het ongeluk’ zoals hij het noemt is thuis geen gespreksonderwerp meer.

Ook omdat hij een job heeft die hij erg graag doet en waar hij helemaal in op gaat en hij thuis op de boerderij heel actief meehelpt  zodat hij weinig tijd heeft om nog aan het voorval te denken.

Enkele weken geleden kregen wij hier op de boerderij bezoek van Guy Francken van CRV die ons feliciteerde en een mooie ruiker bloemen kwam afgeven. Het enige probleem was dat we direct niet konden zeggen waar we dit aan te danken hadden. Ik wist wel dat die dag de productiecijfers van het afgelopen MPR- jaar openbaar zouden gemaakt worden, maar ik had helemaal niet verwacht dat we daar uitzonderlijk zouden scoren, want ook wij hadden afgelopen jaar problemen met blauwtong. Uiteindelijk bleek dat we het hoogste economisch jaarresultaat (ejr) van het melkveegewest “Oosterkempen” realiseerden, op  Vlaams niveau eindigden we als enig bedrijf uit de provincie Antwerpen in de top 10. Ik moet zeggen dat zoiets te horen krijgen wanneer je het eigenlijk niet verwacht toch wel plezant is. Dan loop je toch wel even op wolkjes.

 Maar het leukste moest nog komen. Enkele dagen later kreeg ik telefoon van een redacteur  van het Nederlandse tijdschrift ‘Veeteelt’ met de vraag of ik al wist dat onze roodbonte vaars ‘Peace’ de hoogste productie van alle vaarzen in Vlaanderen realiseerde en dat ze daarmee ook haar zwartbonte rasgenoten de loef af stak.

Ik wist natuurlijk ook wel dat deze op kerstdag 2004, vandaar de naam Peace,  geboren koe een superproducent was. Ze was de eerste vaars in onze, toen nog visgraat melkstal, die meer dan 52 kg melk per dag produceerde, maar vooral ze kon die productie lang aanhouden zo liet ze  3 MPR- proefmelkingen na elkaar  een productie van boven de 50 kg optekenen. Ook de omschakeling naar het melken met een melkrobot, toen ze negen maanden in productie was, verliep probleemloos. Wat uiteindelijk resulteerde in een totale productie als vaars van 18 976 kg melk in 448 lactatiedagen. Wat het nog sterker maakt is dat ze tijdens deze topprestatie dan ook nog eens drachtig was van een tweeling. Waardoor ik na 2 kalvingen al 3 dochters van haar heb. Dat Peace deze  enorme drang om melk te geven niet van vreemden heeft mag blijken uit het feit dat zowel van haar moeder als van haar grootmoeder een stier naar de opfokstallen van VRV- HG gegaan is. De vaars is zelf trouwens het resultaat van een stiercontract- embryospoeling met de stier Cocktail 19. Volgende maand wordt er trouwens nog een volle broer of zusje geboren uit een resterende embryo dat ik nog in het stikstofvat had zitten.

Peace is niet alleen een gulle geefster ook op gebied van exterieur kan ze best haar mannetje staan, zo is ze ingeschreven met 87 punten voor uier bij een kruishoogte van 152 cm, voor beenwerk kreeg ze van de inspecteur 83 punten, dit alles resulteerde in een totaalscore van 85 punten voor algemeen voorkomen.

Een resultaat dat mij vorig jaar deed besluiten haar mee naar de gewestelijke veeprijskamp te nemen. Het commentaar dat één van de juryleden daar toen op haar uier leverde, is naast het feit dat onze veestapel vrij is van IBR zonder enten,  de bijzonderste reden dat we niet meer deelnemen aan rundveeprijskampen. Die jonge man in kwestie vond het nodig om een vaars die 2 maanden vroeger van een , mag ik aannemen, ervaren en vakbekwame inspecteur van VRV 87 punten voor uier kreeg, helemaal naar achter in de reeks te verwijzen omwille van, het volgens hem, te ruime uier. Ik melk al 40 jaar koeien, ga al 30 jaar naar veeprijskampen kijken en ik heb 20 jaar zelf deelgenomen, ik denk dat ik dus toch enige kijk op een koe heb, maar ook weet dat smaken kunnen verschillen.

Maar dit was er zo ver over, ik vond het zo onrechtvaardig voor mijn vaars, dat ik op dat moment besliste , dit hoeft voor mij niet meer. Dat die zelfde vaars afgelopen melkjaar de productiefste vaars van Vlaanderen is, geeft daarom dubbel zoveel voldoening en de bevestiging dat mijn kijk op koeien toch nog zo slecht niet is.

 Haar uier is volgens mij nog steeds haar sterke punt, met een perfecte speenplaatsing en een duidelijke ophangband, produceerde zij in haar lopende tweede lactatie na 168 dagen reeds 9.285 kg melk.

Kortom Peace geeft ons elke dag arbeidsvreugde.

 

Column die in "De Boer" van augustus 2008 staat:

Zinloos geweld.

Net als waarschijnlijk voor de meesten onder U, was de term ‘zinloos geweld’ voor mij een abstract begrip.

Tot die bewuste zondagmorgen 6  juli jongstleden om half vijf het geluid van de gsm mij uit mijn slaap haalde. Nog  maar half wakker hoorde ik een vriend van onze oudste zoon met bevende stem vertellen dat ze Hans zonet bewusteloos op de spoedafdeling van het ziekenhuis hadden binnengebracht. In eerste instantie denk je dan natuurlijk aan een verkeersongeval, maar al snel bleek dat het om een vechtpartij ging.

Met een hoofd vol vragen en op slag klaar wakker zijn mijn vrouw en ik in allerijl naar het ziekenhuis gereden.

Daar troffen we onze zoon aan met een flink opgezwollen gezicht vol schaafwonden, maar gelukkig ondertussen terug bij bewustzijn.

Een eerste diagnose door de dokter van wacht, na radiologisch onderzoek,  bracht aan het licht, dat Hans zijn kaakbeen op 2 plaatsen gebroken was en dat hij een lichte hersenschudding had opgelopen. De andere wonden waren gelukkig maar oppervlakkig. Hij moest wel in het ziekenhuis blijven om bij eventuele bloedingen onmiddellijk te kunnen ingrijpen. De verschuiving van zijn gebroken kaakbeen zou men de volgende dag, wanneer de zwelling minder was, operatief terug op zijn plaats zetten, waarbij men met een metalen plaat alles zou vastzetten om de genezing vlot te laten verlopen. Hierbij werden boven- en onderkaak letterlijk aan elkaar vastgemaakt waardoor hij 5 weken lang enkel vloeibaar voedsel kon drinken.   

De verpleegster van de spoedafdeling gaf ons de raad om zo snel mogelijk klacht tegen onbekenden te gaan indienen bij de politie. Uit het verhaal van de twee vrienden van Hans wisten we ondertussen al dat de daders onbekenden waren. Toen ze met zijn drieën na een avondje uit terug naar hun auto wilden gaan om naar huis te rijden, passeerden ze op een gegeven moment een groepje van een tiental jongeren dat bij een stilstaande auto stond. Eenmaal hen voorbij hebben deze kerels zonder aanleiding het drietal in de rug aangevallen. Hans heeft waarschijnlijk onmiddellijk een klap op het hoofd gekregen en is bewusteloos gevallen, want hij kan zich van het hele voorval niets herinneren, zijn  vrienden hebben zich kunnen losrukken en zijn gaan lopen, toen ze enkele minuten later op hun stappen terugkeerden lag Hans daar bewusteloos en waren de daders verdwenen.

Wanneer je zoiets hoort vertellen krijg je het als ouder toch wel erg moeilijk om je emoties de baas te blijven en proberen rationeel te reageren en redeneren. Want al is Hans dan 23 jaar, het is en blijft toch je kind dat je als ouders wil beschermen tegen onheil en leed.

Het bezoek aan de politie leerde ons al snel dat we er niet teveel moesten op rekenen dat ze de daders ooit zouden vinden. Want zelfs al zouden de vrienden van Hans de daders kunnen herkennen als er geen onafhankelijke getuigen gevonden worden die dit kunnen bevestigen sta je nergens. Het beste bewijs dat de politie ook niet echt een prioriteit maakte van de zaak was wel dat Hans pas 2 dagen na de feiten door de politie verhoord werd en zijn vrienden pas meer dan een week later op het politiebureau hun verhaal mochten komen doen.

Eigen speurwerk en rondvragen bij mensen die we kennen in het dorp waar het hele gebeuren zich afspeelde leerde ons al snel dat de daders een groepje vechtersbazen zijn die wel elke week een slachtoffer vinden om in elkaar te timmeren, maar dat dit blijkbaar ongestraft kan blijven duren omdat niemand tegen hen durft te getuigen. Toen we de namen van deze kerels aan de politie doorspeelden kregen we dan ook te horen dat je niet zomaar iemand kan beschuldigen zonder bewijzen en dat ze met deze kennis dan ook niets zouden ondernemen.

Dan krijgt je rechtvaardigheidsgevoel toch wel een serieuze knauw, net als je vertrouwen in de politie.

Het gebrek aan ijver om de daders te vinden staat toch wel in schril contrast met de verbetenheid waarmee de politie hier bij ons enkele jaren geleden, ten onrechte,  op zoek was naar bewijzen dat we bij het opsnoeien van een houtkant ook enkele dikke eiken bomen zouden afgezaagd hebben volgens de verklaringen van een anonieme getuige.

Ik kan me momenteel ook niet van de indruk ontdoen dat de politie het leuker vind parkeerboetes uit te schrijven aan brave burgers die hun auto ergens op een niet toegelaten plaats achterlaten dan crapuul te verhinderen dat ze zo maar zonder reden, voor de kick en omdat ze zich vervelen, mensen in het ziekhuis slaan en stampen, omdat ze toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn.  

Na 5 weken werkonbekwaamheid is voor Hans ondertussen het ergste leed geleden, op oorsuizingen na, waarvan niemand kan zeggen of dat ooit nog terug goed komt, zal hij geen blijvende lichamelijke letsels aan heel deze onverkwikkelijke zaak overhouden.

 

Column die in "De Boer" van juni 2008 staat:

Dalende koopkracht.

Het onderwerp ‘dalende koopkracht’ loopt de laatste maanden als een rode draad door de nieuwsberichten, zowat alle media hebben wel een invalshoek onder de aandacht gebracht om aan te tonen dat de koopkracht er op achteruit gaat.

De gestegen energieprijzen en vooral de sterk gestegen voedselprijzen komen steeds als  de grote oorzaak voor het verminderen van de koopkracht naar voor.

Maar is die koopkracht wel echt minder? Als je de gedragingen van de mensen gaat analyseren kom je toch tot vreemde vaststellingen. Ondanks de dure brandstofprijzen worden de files als maar langer, de mensen staan blijkbaar liever in de file dure brandstof de verbruiken dan het openbaar vervoer te nemen.

De reisbureaus sturen regelmatig euforische berichten de wereld in dat er nog nooit zoveel boekingen voor reizen zijn geweest als de afgelopen maanden.

Ik denk eerder dat het grote probleem van onze Belgische bevolking is dat we het  zo goed hebben in onze luxe maatschappij dat we niet meer weten wat levensnoodzakelijk is en wat bijzaak is.

Enkele weken geleden brachten we ook in de provincie Antwerpen de boerenbondactie ‘voedselprijzen’ onder de aandacht van de treinreizigers en de plaatselijke media. Wat mij vooral opviel was dat de mensen echt interesse hadden voor onze boodschap, niemand weigerde de folder aan te nemen en heel wat voorbijgangers wilden een woordje uitleg.

Ik heb in het verleden al dikwijls pamfletten en folders uitgedeeld tijdens acties, waarbij je regelmatig de huid vol gescholden kreeg of men weigerde de folders aan te nemen.

We hadden ook het grote geluk dat net die dag het weekblad ‘Knack’ met een dossier over voedselprijzen uitpakte onder de ronkende titel ‘haal zelf de voedselprijs omlaag’. In dit artikel kwam men tot de opmerkelijke conclusie: wie Belgisch, vers en seizoensgebonden eet, eet goedkoper dan een jaar geleden.

Deze vaststelling toont aan dat onze actie echt wel zinvol was, want als de prijzen van onze producten lager liggen dan een jaar geleden wil dat wel zeggen dat de winstmarge van de boer , die ook met gestegen energieprijzen te maken heeft , nog kleiner geworden is dan ze al was.  

De slogan ‘een eerlijke prijs voor een eerlijk product’ die men graag gebruikt om producten uit derde wereldlanden te promoten is even goed geldig voor onze inlandse land- en tuinbouwproducten.

Ook wij hebben recht op een eerlijke vergoeding voor alle inspanningen die we leveren om gezonde en veilige voeding te produceren.

Wat nog niet wil zeggen dat ik me kan vinden in de acties die Nederlandse, Duitse en ook Belgische melkveehouders uit de oostkantons afgelopen weken voerden om een hogere melkprijs te bedingen.

Melk, toch een waardevol voedingsproduct, met een drijfmesttank over het weiland uitrijden of in de mestkelder laten lopen onder het oog van de tv-camera’s en dan nog euforisch staan juichen alsof het een heldendaad betreft, lijkt mij toch een stap te ver.

Ik ben categoriek van mening dat je voedsel niet gebruikt en zeker niet vernietigd als actiemiddel,  terwijl er op het zelfde moment in de wereld mensen sterven van de honger. Trouwens als je het nog kan permitteren om, laat ons eerlijk zijn, bij een melkprijs die al jaren niet zo hoog meer was, die zelfde melk te vernietigen om te eisen dat je een kostendekkende melkprijs zou krijgen, dan staat het water je nog niet aan de lippen. Het is dan ook niet echt consequent dat diezelfde organisatie van melkveehouders staan te roerpen dat het melkquotum moet behouden blijven. Als er nu net één factor is die de kostprijs van onze melk sterk beïnvloed dan is het wel de nog steeds absurde prijs die boeren willen betalen voor de gebakken lucht, die melkquotum uiteindelijk toch is. Terwijl het nu toch al een tijdje duidelijk is dat het melkquotum een aflopende zaak is.

Zeker als je weet dat de specialisten van allerlei organisaties die op wereldvlak met voedselvoorziening bezig zijn, eensgezind verklaren dat niet de opwarming van de aarde maar het voeden van de wereldbevolking op termijn de topprioriteit van de wereldleiders moet zijn.

In deze context verklaarde onze Vlaamse minister-president Kris Peeters onlangs dat we toch wel eens opnieuw moeten nadenken of we ons moeten blijven focussen op het creëren van steeds meer natuur en bos, in ons sterk verstedelijkte Vlaanderen, ten koste van onze schaarse landbouwgrond.

Want uiteindelijk is een primaire sector als land- en tuinbouw die instaat voor voedselproductie en voorziening iets wat je als overheid moet koesteren in plaats van weg te pesten. Want dan wordt je pas een speelbal op de woelige zee van vraag en aanbod en is ook het beschikbaar zijn van voldoende voedsel voor bevolking niet meer gegarandeerd.

 

Marcel Heylen.

Column die in "De Boer" van januari 2008 staat:

Boeren met enkelband.

Ik was enkele weken geleden op een voorlichtingsvergadering van SBB in verband met het nieuwe mestdecreet en  de gevolgen voor de bedrijfsvoering. Natuurlijk wist ik en de meeste van de massaal  aanwezige boeren via de landbouwpers en vergaderingen al veel over het nieuwe mestactieplan. Het opzet van de vergadering was dan ook duidelijk de boeren informatie verschaffen hoe men in de praktijk met de nieuwe wetgeving moet omgaan, en waar je vooral moet op letten. In de eerste plaats om derogatie te kunnen toepassen maar ook wat de administratieve en praktische gevolgen zijn wanneer je beslist om derogatie aan te vragen.

Hoe langer de vergadering duurde en hoe meer verplichtingen en regeltjes er aangehaald werden, het ene al wat absurder dan het andere, hoe meer ik het gevoel kreeg dat men ons als boer nog net toelaat te boeren, maar dan wel met een stevige enkelband aan. Als criminelen die op proef vrij zijn maar bij de minste misstap hun privilege van vrijheid verliezen en terug naar de gevangenis moeten. Ik besef heel goed dat voorgaande vergelijking erg zwaar en hard is, net zoals ik besef dat er inderdaad iets moet gedaan worden aan de te hoge nitraatgehalten in het oppervlaktewater op sommige plaatsen. Maar het effect van het verbod om weiland te scheuren na 31 mei  omwille van de kwaliteit van het oppervlaktewater ontgaat mij totaal. Ik bekijk dit natuurlijk vanuit mijn ervaringen als boer, ik heb op mijn bedrijf heel wat laag gelegen grond waar weidevernieuwing in het voorjaar meestal onmogelijk is omdat de gronden onvoldoende droog zijn om mooi werk te kunnen leveren, wanneer je dit in maanden juni of juli doet kan je een mooi egaal zaaibed creëren en verlies je ook weinig opbrengst omdat er na vier weken al een mooie snede gras staat. Het verhaal van de natte grond komt ook voor de maïsteelt terug, je moet voor 15 mei tweederde van je dierlijke mest uitgereden hebben. Het is niet omdat we zoals vorig jaar een droge aprilmaand kregen dat dit elk jaar zo is. Ik herinner mij in het nabije verleden verschillende jaren dat het pas na 15 mei droog genoeg was om het maïsland te bewerken, temeer daar je ook nog een snede gras van het voorgewas moet maaien om derogatie te verkrijgen.

Ook van de al zo dikwijls aangehaalde administratieve vereenvoudiging merk ik niets, in tegendeel, een greep uit de nieuwigheden: contingent derogatie aanvragen, bemestingsplan opmaken, bemestingsregister bijhouden, bodem- en mestanalyses laten uitvoeren en bijhouden, mestbalans op perceelsniveau, teeltfiches opmaken, …

Al deze regels worden ons, als we de politici moeten geloven, door Europa opgedrongen.

Het is dan toch wel heel vreemd dat men in Nederland dat ook derogatie kreeg, reeds vanaf 1 februari mest mag uitrijden en hier pas op 16 februari, dit wil wel zeggen dat men in Nederland 15 dagen vroeger kans heeft om in ideale weersomstandigheden mest uit te rijden en op die manier een vroege grasgroei te realiseren, wat zeker in het geval van gras voor maïs een groot verschil kan maken.

Genoeg over het mestactieplan, gelukkig kregen we op een vergadering van onze bedrijfsgilde iets positiever nieuws te horen in verband met het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.

In onze regio die de naam ‘Neteland’ meekreeg, is de procedure van herbevestiging van de landbouwgebieden afgerond met een goedkeuring door de ministerraad net voor nieuwjaar. Daar waar er in eerste instantie nog geen 40 procent voor herbevestiging in aanmerking kwam heeft men nu toch de vooropgestelde 66 procent gehaald. Zodat de energie die de bedrijfsgilden in dit dossier gestoken hebben om de landbouwsector in onze regio bestaanszekerheid te geven toch resultaat heeft opgeleverd.

Vooral het bezoek van een delegatie van het hoofdbestuur van boerenbond onder leiding van voorzitter Devisch aangevuld met een aantal boeren uit onze regio aan minister van ruimtelijke ordening Dirk Van Mechelen in april 2006 heeft een kentering teweeg gebracht. Waardoor men meer rekening is gaan houden met de eigenheid van de regio ‘Neteland’.

Het is nu eenmaal een historisch gegeven dat er hier veel kleine versnipperde landbouwgebieden zijn, die daarom niet minder waardevol en belangrijk zijn voor de betrokken boeren dan de grote aaneengesloten gebieden die men in eerste instantie voor ogen had. We zijn dan ook tevreden dat de minister, die trouwens historicus van opleiding is, met deze argumenten rekening heeft gehouden. Als het goed is zeggen we het ook.

Natuurlijk zijn er nog gebieden die volgens ons voor herbevestiging in aanmerking komen, er is trouwens nog maar 66 procent ingekleurd, we hopen dan ook dat voor de afbakening van de resterende 34 procent het gezond verstand de bovenhand zal halen.

Marcel Heylen.

 

Column die in "De Boer" van december 2007 staat:

Grote veranderingen

Er hebben de laatste maanden heel wat veranderingen in mijn leven plaatsgevonden. Zo worden onze koeien sinds 2 oktober met een melkrobot gemolken, wat natuurlijk een hele omschakeling in denken en werkorganisatie vraagt. Ik ga hier nu niet tot in details vertellen hoe de omschakeling verlopen is, dan zou deze bijdrage wel erg lang worden, maar ik kan U wel vertellen dat we de eerste week toen we met de robot zijn beginnen melken, niet veel ons bed gezien hebben.

Starten met robot melken is zowel voor boer als koe een hele omschakeling, de koeien moeten uit het ritme van ’s morgens en ’s avonds melken gehaald worden. Daarom hebben we de eerste 5 dagen de koeien in 2 groepen verdeelt en ze telkens er 1 groep gemolken was, de volgende groep weer beginnen in de robot te jagen, 24 uur op 24 uur. Vooral de koeien in de robot drijven was in eerste instantie een erg moeilijke en zware klus, ze hadden niet veel zin om die vreemde box te betreden, dat beterde wel toen ze ontdekten dat er krachtvoer te snoepen viel. Het melken zelf viel onmiddellijk erg goed mee, de koeien lieten zich, ondanks de stress van de nieuwe machine, erg gemakkelijk aansluiten en melken. We hebben zelfs geen enkele koe moeten opruimen omdat de uier te groot was  of de speenplaatsing slecht.

Na 10 dagen waren de koeien voldoende met het systeem vertrouwd om van gestuurd koeverkeer over te schakelen naar volledig vrij koeverkeer. Op 1 derdekalfs koe na die af en toe nog eens een zetje richting melkrobot nodig heeft, bezoeken alle koeien zonder problemen regelmatig de robot. Onze koeien halen met een gemiddelde lactatie duur van 187 dagen een bezoekfrequentie van 2,6 melkingen per dag, wat volgens de mensen van Lely, want dat is het merk van onze robot,  erg goed is.

Van een productiestijging zoals in de folders gesproken wordt heb ik echter nog niet veel gemerkt, maar dat is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat de melkproductie eerst ook al op een erg hoog niveau lag. Wat wel opvalt is dat de spanning op de uiers van de koeien in de eerste weken van de lactatie, door het frequenter melken veel minder is, ook het uitliggen van melk komt nagenoeg niet meer voor. Wat dan weer de uiergezondheid ten goede komt.     

Een andere opvallende vaststelling is de rust die er in de stal heerst, je mag in de stal komen wanneer je maar wil altijd staan er wel enkele koeien aan het voerhek te eten, en een paar aan de robot te wachten om gemolken te worden, de andere koeien liggen rustig in de ligboxen te herkauwen. Waardoor een bronstige koe direct opvalt, ook het feit dat je nu veel meer tussen de koeien doorloopt om de ligboxen proper te maken zonder dat je ze opjaagt, werkt die rust natuurlijk in de hand.

De conclusie na 2 maanden robot melken, rustige en tevreden koeien en een boer die tevreden is over zijn investering, wat kan je nog meer wensen om gelukkig te zijn. 

Wat me ook gelukkig heeft gemaakt is dat mijn vader de opstart van de robot nog kunnen meemaken heeft. Mijn vader wist sinds 2001 dat hij aan ouderdomsleukemie leed, of bloedkanker zoals de volksmond het meestal noemt. Daar kan je nog een aantal jaren mee leven mits het slikken van heel wat verschillende medicijnen, om de ziekte af te remmen. Maar je weet op voorhand dat het eens ophoud en niemand kan zeggen wanneer dat is. Sinds deze zomer wisten wij als kinderen en ons moeder maar ook onze va zelf, dat het einde naderde omdat de bloedtransfusies die hij regelmatig kreeg geen verbetering van zijn bloedwaarden meer opleverde. Waardoor we begin augustus van de dokter te horen kregen dat het nog een kwestie van dagen of misschien weken was voor vader zou sterven.

En aangezien mijn vader altijd enorm in techniek geïnteresseerd was, droomde hij er van om de robot nog te zien werken. Dan was voor hem de cirkel rond vertelde hij altijd, als jonge boer had hij nog met de hand gemolken, in 1947 was hij een van de eerste boeren in de streek die zijn koeien met een melkmachine met bussen ging melken, later werd dat een pijpleiding. Toen ik in 1984 begon te boeren was dat in een visgraatmelkstal, en nu dus een melkrobot. Ondanks het feit dat de ziekte zijn lichaam steeds verder aftakelde, was zijn levenswil nog enorm sterk. Hij haalde dan ook tegen alle verwachtingen van de dokters in nog de opstart van de robot. Hij was er dan ook bij toen de eerste koeien gemolken werden, dat beeld blijft voor mij altijd op mijn netvlies gebrand, een lichamelijk afgeleefde man van 81 jaar, maar met fonkelende ogen van bewondering en verwondering, maar ook erg gelukkig en tevreden dat hij dit nog mocht beleven. Enkele weken later op 5 november is hij dan stilletjes gestorven als een kaarsje dat uitgaat, omdat het helemaal opgebrand is. Pas nu hij er niet meer is besef je hoeveel  vader voor zijn gezin en omgeving betekende.

 

Marcel Heylen.

 

Column die in "De Boer" van 22 september 2007 staat:

Beginnende crimineel

Deze week krijg je de zielenroersels te lezen van een beginnende crimineel, tenminste zo voel ik het toch aan. Neen ik was niet een van de boeren die door Campina voor de rechter gedaagd is, maar ik ben wel leveraar aan voornoemde melkerij en ik heb dan ook mijn bedenkingen bij de actie van mijn melkophaler.

Maar nog meer ben ik op mijn tenen getrapt door de brief die ik 2 dagen na de vrijspraak vanwege Campina in de brievenbus vond. Hierin werd ons ondermeer medegedeeld dat alle melkveehouders die afgelopen jaar meer  450.000 liters melk leverden een getrouwheidspremie van 1 euro per 100 liter zouden krijgen tijdens de maanden september, oktober, november en december om hun te belonen voor hun loyaliteit ten opzichte van Campina.

Ik interpreteer deze mededeling dan ook alsof Campina de melkveehouders die minder dan 450.000 liter melk leveren niet meer nodig heeft. Ik heb dit dan ook onmiddellijk en duidelijk laten weten aan een van de ondertekenaars van de brief. Zijn reactie was er erg snel, en een beetje voorspelbaar, het was zo niet bedoeld en ook de andere leveraars zouden een bonus krijgen maar wel minder dan 1 euro per 100 liter. Ik wacht nu dus in spanning af hoe Campina de loyaliteit van de kleinere boeren tegenover hun melkerij gaat belonen.

Maar voorgaande was niet wat ik bedoelde met de uitspraak dat ik mij een beginnende crimineel voel. Het heeft alles te maken met een aangetekende brief die ik van de mestbank kreeg op 14 september 2007. Hierin staat letterlijk :” uit vaststellingen ter plaatse op datum van 4 september is gebleken dat U het voornoemde perceel onlangs bemest hebt. De mest werd breedwerpig uitgespreid op de maïsstoppel en vervolgens ondergewerkt. De mest werd echter breedwerpig opgebracht tot vlak aan de rand van de watervoerende gracht en de begroeiing in de perceelsrand” einde citaat. En dan worden er een hele reeks artikelen van het mestdecreet opgesomd. Uit deze artikels kan men afleiden dat er wordt  gesuggereerd dat de mest na 31 augustus is opgebracht en dat er mest in de waterloop is terecht gekomen.

Wat zijn de echte feiten, omdat we vorig najaar 50 ton perspulp minder thuisgebracht kregen dan ik besteld had, heb ik meer maïs dan voorzien moeten toevoegen in mijn rantsoen voor de koeien waardoor ik einde augustus nagenoeg door mijn voorraad maïskuil zat. Omdat op  het voornoemde perceel  de maïs erg vroeg  gezaaid was besloot dit perceel op 31 augustus te laten hakselen om niet zonder eten voor mijn koeien te vallen. En omdat je tot 31 augustus drijfmest mag uitrijden was het dan ook logisch dat we diezelfde dag het perceel nog bemest hebben, waarna we het ingezaaid hebben met Italiaans raaigras. Dat gras staat ondertussen al erg mooi te groeien en ik verwacht dat we tegen half oktober nog een mooie snede gras kunnen oogsten.

Wat de mest in de bermen betreft ben ik onmiddellijk gaan kijken en ik heb 1 plaats gevonden waar over een lengte van 30 cm en een breedte van 5 cm de mest inderdaad niet ondergewerkt was, en de waterloop waarvan sprake is een open riool met stilstaand afvalwater van 10 woningen, met de bemerking dat we zeker 1 meter van de rand van de waterloop gebleven zijn om de eenvoudige reden dat er houtbegroeiing staat tussen de waterloop en het perceel.

Tot daar mijn versie van het verhaal, maar het is nog niet gedaan, vorige week kreeg ik een nieuwe brief van de mestbank, met de mededeling dat de mestbank elk jaar willekeurige boeren aanduid om op perceelsniveau grondstalen te nemen om de resthoeveelheid stikstof in de bodem te bepalen. Het kan nog toeval zijn dat ik één van die boeren ben, daar heb geen problemen mee. Maar je kan het al raden het is natuurlijk ook net het voornoemde perceel en alleen dat perceel dat men gaat bemonsteren en onderzoeken op reststikstof. Om maar te zeggen dat “willekeurig” bij de mestbank wel duidelijk gestuurd wordt. Blijkbaar ben ik nu op de fameuze zwarte lijst van de mestbank terecht gekomen en zal ik mij de volgende jaren nog aan meer ‘toevallige’ controles mogen verwachten.  Maar U hoeft zich geen zorgen te maken beste lezer ik heb niets te verbergen, en net als de grote meerderheid van jullie doe ik al het mogelijke om aan de veelheid van wetten in dit land te voldoen, maar niemand is volmaakt en je hebt ook niet steeds alles zelf in de hand.

Maar ik kan je wel vertellen dat het een vreemd gevoel geeft wanneer je dergelijke brief toegestuurd krijgt. Ik vraag me trouwens af waarom men niet persoonlijk contact opneemt wanneer men die vaststellingen komt doen, het betreffende perceel land ligt nauwelijks 500 meter  van de boerderij.

Nu is het natuurlijk afwachten welke resultaten de analyses zullen opleveren, want het is geweten dat reststikstof vooral afhankelijk is van de weeromstandigheden in het najaar.

Marcel Heylen.

Column die in "De Boer" van2 juli 2007staat:

Belangrijke beslissingen.

Soms neem je in je beroepsleven ingrijpende beslissingen die ook in je privé-leven voor belangrijke veranderingen zorgen.

Zo besliste ik onlangs, na lang en grondig overwegen van de voor en nadelen, om een melkrobot aan te kopen ter vervanging van onze 22 jaar oude visgraatmelkstal.

Dat er iets moest gebeuren stond al een tijdje vast, de melkstal is, ondanks tussentijdse renovaties, versleten en vooral hij werd te krap voor de alsmaar groter wordende koeien.

En aangezien ik enkele maanden geleden de kaap van 50 jaar passeerde leek het mij het beste deze investering niet te lang meer uit te stellen. In mijn directe familiale omgeving werd wel eens gesuggereerd of het niet beter zou zijn om de boerderij te verkopen nu het melkquotum nog duur is. Maar deze piste is voor mij op geen enkel moment een optie geweest. Ik ben veel te graag boer om er nu al mee te stoppen. Aangezien melken een van mijn favoriete bezigheden is, leek een nieuwe visgraatmelkstal het meest logische. Maar al snel stootte ik op praktische problemen aangezien de afmetingen van de huidige melkstal te krap waren om een nieuwe 2 x 4 visgraat te plaatsen. Een 2 x 3 melkstal zou technisch wel kunnen maar dat leek mij gezien de mindere capaciteit dan weer niet aangewezen. Een volledig nieuwe stal voor het melkvee is ook even een denkpiste geweest, maar werd al snel weer verlaten, vooral dan omdat geen van onze 2 zonen echt interesse lijkt te hebben om de boerderij in de toekomst over te nemen. Hans, onze oudste zoon is vooral geïnteresseerd in machines en het tractorwerk, wat hij trouwens heel goed kan, maar koeien zijn niet echt zijn ding, en Toon onze jongste zoon is helemaal niet het type om boer te worden.

En zo kwam de melkrobot in beeld, hij heeft niet echt veel plaats nodig, is gemakkelijk in te passen in de bestaande stal en kan in de toekomst bij een ouder wordende boer voor behoorlijk wat arbeidsverlichting zorgen. Daarenboven kunnen koeien in de eerste maanden na het kalven wanneer zo op hun productietop zitten meer dan 2 keer per dag gemolken worden en ik zal in de toekomst niet meer moeten lopen en hollen om ’s avonds op tijd op de vergaderingen te zijn. Kortom niets dan voordelen denk je dan, maar het ligt toch iets gecompliceerder.

Met een melkstal melk je 2 keer per dag je koeien, dit betekend:  je ziet en je voelt de dieren, de koeien kennen de boer en de boer kent zijn koeien, door de jaren heen bouwde je ervaring op waardoor je direct aan het doen en laten van een koe ziet wanneer er iets scheelt.

Bij het melken met een robot wordt je eerder een controleur, een toezichthouder. Je moet op de computer attentielijsten bekijken en aan de hand daarvan samen met het bekijken van de koe gaan beoordelen of er iets aan de hand is. Het wordt een totaal andere manier van werken en van benaderen van je koeien. Je wordt manager in de plaats van melker, je krijgt een totaal andere dagindeling die flexibeler is dan bij de klassieke melkstal. Het zal dus zowel voor de boer en zijn gezin als voor de koeien een serieuze aanpassing worden. Al heb ik me ondertussen door robotmelkers laten vertellen dat de koeien het nieuwe ritme sneller gewoon zijn dan de boer.

Als alles volgens planning verloopt zal de melkrobot in de loop van de maand oktober geplaatst worden, zodat we in een relatief rustige periode de overstap kunnen maken van klassiek melken naar robot melken. Maar dit betekent ook dat we de volgende maanden nog heel wat verbouwingswerken zullen moeten uitvoeren om klaar te zijn tegen de bewuste datum. 

Gelukkig is het momenteel rustig op het vergaderfront. Dat was de laatste weken wel even anders, zo hadden we als boeren, eigenaars en gebruikers van de landbouwgronden ten noorden en ten zuiden van de Kleine Nete, uit Geel en Kasterlee op 28 mei  een ontmoeting  met, toen nog minister van leefmilieu en huidig minister-president  Kris Peeters.

Aanleiding zijn de plannen van de Vlaamse overheid om langs weerszijde van de Kleine Nete 20 meter landinwaarts een nieuwe dijk aan te leggen

Het aanleggen van een actief overstromingsgebied in dit volwaardig landbouwgebied is voor ons niet aanvaardbaar. Temeer daar minister van ruimtelijke ordening, Dirk Van Mechelen, vorig jaar bij een onderhoud met een delegatie van boerenbond, in verband met de afbakening van de agrarische structuur in het kader van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen,  duidelijk stelde dat het absoluut niet de bedoeling is om natuur te gaan creëren in aaneengesloten landbouwgebieden.

De minister leek wel oor te hebben naar onze argumenten om de voorgestelde dijkverplaatsing te herzien en alleen over te gaan tot het herstellen van zwakke plekken.

De vraag is natuurlijk of zijn opvolgster die mening deelt.

Marcel Heylen.

Column die in "De Boer" van 7 mei 2007 staat:

Opwarming van de aarde sensatiezucht of realiteit?

Ik moet altijd lachen wanneer ik de politici, - sommige politieke partijen eisen zelfs al een minister van klimaatsverandering in de volgende regering-, hoor tekeer gaan over de opwarming van de aarde, omdat we nu toevallig een zachte winter en een uitzonderlijk droge en zonnige april achter de rug hebben. We hebben afgelopen maand een hele tijd de wind uit oostelijke richting gekregen waardoor het droog bleef. Terwijl tijdens de wintermaanden de wind overwegend uit het westen of zuidwesten kwam.

Wel ik geef U op een blaadje moest de oostelijke windrichting  die we in april hadden in januari of februari in onze richting hebben geblazen dan had het de stenen uit de grond gevroren en dan hadden onze sensatiegerichte media weer gesproken over een mini-ijstijd zoals 15 -16 jaar geleden toen we enkele relatief strenge winters na elkaar kregen.

Ik heb vroeger in de lessen aardrijkskunde geleerd dat men spreekt over een klimaatsverandering wanneer de gemiddelde temperatuur over verschillende eeuwen gezien stijgt of daalt. Trouwens het vorige record van zonnigste en droogste aprilmaand dateert van 1887, dus 120 jaar geleden, je kan hier niet echt spreken van een tendens.

 

Maar los van voorgaande, is er volgens mij geen enkele boer die er problemen van gemaakt heeft dat april een droge maand was. Ik heb in heel mijn loopbaan als boer, en ik ben onder tussen toch ook al 23 jaar actief in de sector, nog geen enkel voorjaar meegemaakt dat ik zo probleemloos en relax mijn voorjaarswerkzaamheden heb kunnen uitvoeren. Zoals jullie ondertussen uit mijn vorige bijdragen wel zullen weten, bestaat onze boerderij overwegend uit lager gelegen gronden, waardoor wij meestal niet bij de vroege vogels zijn om maïs te zaaien. Wel dit jaar hebben wij reeds 30 procent van onze maïs laten zaaien op 14 april, en dan nog op onze laagst gelegen gronden, het was trouwens de eerste maïs die de loonwerker dit jaar zaaide. Dat de omstandigheden echt gunstig waren bewijst het feit dat deze vroege planten ondertussen reeds in het 4-bladstadium staan. Met de voorspelde regen van deze week zullen we op deze percelen al vlug aan onkruidbestrijding kunnen gaan doen.

Ook de koeien hebben maximaal gebruik kunnen maken van het prachtige voorjaar , sinds 15 maart zijn ze reeds naar buiten gegaan, waardoor ze zonder problemen het Italiaans raaigras dat ik vorig najaar na de maïs zaaide, hebben kunnen afgrazen, zodat ik heel wat heb kunnen besparen op eiwithoudende krachtvoeders.

 

Ondertussen weten de melkveehouders officieus, dat er zoals verwacht, ook tijdens het op 1 april  afgelopen melkjaar net als vorig jaar onvoldoende melk geproduceerd is om het  Belgisch melkquotum vol te krijgen. Dit is voor heel wat Vlaamse melkveehouders, als je de verhalen over de erg ruime overschrijdingen van het bedrijfsquotum mag geloven, natuurlijk een hele opluchting. Vraag blijft natuurlijk is dit een structureel gegeven of is dit net als het droge zachte voorjaar een samenloop van omstandigheden en dus uitzonderlijk.

Ik opteer eerder voor het eerste, omdat ik bij heel wat melkveehouders merk dat ze door de onzekerheid in verband met het nieuwe mestactieplan en vooral de heisa rond wel of geen derogatie,- waar de mestbank trouwens vorige week met haar persmededeling voor nog wat extra onzekerheid zorgde-, behoorlijk bang zijn voor wat de toekomst gaat brengen. De motivatie is weg, ze overwegen om de melkveehouderij op te geven. Ook de uitscheidingsnormen voor koeien blijven voor beroering zorgen, want er zullen weinig melkveehouders zijn die de maximale uitscheidingsnorm voor melkvee kunnen ontlopen wanneer men zich baseert op de cijfers van sanitel. Ik stel bij mijn gegevens vast dat ik voor sanitel afgelopen jaar 25 melkkoeien had, terwijl er in de praktijk, het hele jaar rond ongeveer 40 koeien aan de melk waren. Hoe dit kan ? Koeien die langer dan een jaar in lactatie zijn, tellen niet mee als melkgevende koeien. Op zich zou je denken dat is positief, want niet melkgevende koeien hebben een lagere uitscheidingsnorm. Maar wanneer je de geleverde liters gaat delen door de op papier melkgevende koeien, zullen er weinig melkveehouders zijn die een productie van minder dan 10 000 kg melk per koe hebben. Deze hoge uitscheidingsnormen in combinatie met een weigering van derogatie door Europa, zou de jacht op grond alleen nog maar verhogen om niet in de problemen te komen met de mestwetgeving.

Met de federale verkiezingen voor de deur en na zijn officiële kandidatuurstelling als lijsttrekker voor de senaat, wordt het bang afwachten wie Yves Leterme zal opvolgen als landbouwminister in de Vlaamse regering en of die een even positief klimaat kan creëren tegenover de landbouwsector als zijn voorganger.

 

Marcel Heylen

Column die in "De Boer" van 3 maart 2005 staat:

Lente en andere kriebels

 

Ondanks de zachte temperaturen van afgelopen winter, moet het blijkbaar toch eerst maart worden voor de boeren lentekriebels krijgen. Dat merk je duidelijk bij het beleggen van vergaderingen en activiteiten, 10 maart is zowat de uiterste datum om iets te organiseren.

Het gevolg hiervan is wel dat blijkbaar iedereen eind februari begin maart nog vlug een activiteit wil organiseren. Dit had als gevolg dat er afgelopen veertien dagen 4 uitstappen met verschillende verenigingen op de agenda stonden. Daarbovenop kwamen nog enkele avondvergaderingen en een informatie vergadering in de voormiddag van boerenbond over het openbaar onderzoek van bekken- en deelbekkenbeheerplannen.

Kortom echt wel van het goede teveel.

Sinds kort heb ik er trouwens nog een activiteit bij die heel wat tijd in beslag neemt, ik ben namelijk in opvolging van de onlangs overleden Marcel Van Dessel verkozen tot lid van de raad van bestuur van DGZ Vlaanderen (dierengezondheidszorg) als vertegenwoordiger van de provincie Antwerpen voor de herkauwers. Een taak die ik met enthousiasme aanvaard heb, omdat ik er van overtuigd ben dat er nog heel wat kan verbeteren aan de werking van deze vereniging die vooral de veehouders moet ondersteunen in hun streven naar een gezonde en goed geregistreerde veestapel. Wil je een goed functionerende organisatie krijgen dan is in de eerste plaats een transparante structuur nodig, met een duidelijk afgelijnde verantwoordelijkheid voor elk niveau en met een vlotte communicatie naar de veehouders toe. Ik reken er dan ook op dat jullie als collega veehouders problemen die betrekking hebben op de werking van DGZ aan mij zullen overmaken zodat ik als klankbord kan fungeren van de rundveehouders in het bestuur. Mijn contactgegevens kan je terugvinden op de website van ons melkveebedrijf: www.keurholsteins.be

 

Na al dat vergaderen zal ik blij zijn als we weer kunnen starten met de voorjaarswerkzaamheden, maar dan zal het eerst wel heel wat droger moeten worden, want zoals de toestand nu is, kunnen we op ons bedrijf met heel wat lager gelegen gronden zeker nog niet aan de slag. Wat een spijtige zaak is want onze mestkelders beginnen stilaan vol te komen, begin februari was er nochtans een droge periode waardoor het perfect mogelijk geweest was weilanden te injecteren met drijfmest, maar in tegenstelling tot dat andere Europees land, Nederland, dat zogezegd een erg strenge mestwetgeving heeft, maar waar men wel vanaf 1 februari mest mag uitrijden mocht het hier pas vanaf 16 februari, twee dagen nadat  hier op woensdag 14 februari een ganse dag de hemelsluizen wagenwijd openstonden, waardoor mest uitrijden toen het wel mocht nagenoeg nergens mogelijk was en nu 3 weken later nog steeds onmogelijk is. 

 

Het is van dit soort zaken dat ik kriebels krijg, alle maatregelen in verband met het nieuwe mestactieplan zijn zogezegd door Europa opgelegd maar blijkbaar kan de concrete uitvoering in elk land op een verschillende manier gebeuren. Een andere zaak waar ik me ook druk kan in maken is de manier waarop men van alle kanten schaamteloos beslag legt op goede landbouwgrond. Heeft men een wachtbekken nodig als overstromingsgebied dan palmt men daar maar een paar tientallen hectaren meestal zeer goede landbouwgrond voor in, eerder dan gebruik te maken van de oorspronkelijke natuurlijke overstromingsgebieden, want dit zijn meestal erkende natuurgebieden, waar men liever een verhoogde dijk rond bouwt om te voorkomen dat er water instroomt. Of zoals bij ons in de gemeente waar men tegen de wil van het stadsbestuur in vanuit de Vlaamse overheid een oud militair domein van 65 hectare wil laten inrichten als bos en natuurgebied in plaats van de geplande KMO zone die  het plaatselijk bestuur voor ogen heeft en die trouwens ook de goedkeuring van de bedrijfsgilde wegdraagt. De KMO zone moet dan maar in landbouwgebied komen omdat daar zogezegd  minder mobiliteitsproblemen zouden zijn. Dikke larie natuurlijk want waar zijn er momenteel geen mobiliteitsproblemen op het bijna dichtgeslibde Belgische wegennet.

 

Gelukkig krijgen de belagers van de landbouwsector af toe eens geen gelijk, zoals door de uitspraak van het hof van beroep in Brussel waar de rechter de klacht van Gaia over dierenmishandeling op de veemarkt van Anderlecht afwees. Want dergelijke organisaties hebben het natuurlijk erg gemakkelijk, ze komen zeggen hoe het niet moet, bespelen schaamteloos de emoties van de niet met de sector vertrouwde burger, en doen verder niets.

Ik nodig Gaia en haar boegbeelden uit op mijn bedrijf om te komen voordoen hoe het dan wel moet, wanneer we binnen enkele weken een stier van bijna 3 jaar oud gaan opladen om naar het slachthuis te voeren.

 

Marcel Heylen.

 

Column die in "De Boer" van 5 januari 2005 staat:

Een nieuw jaar een nieuw begin.

Wanneer je dit leest zijn de drukke feestdagen achter de rug, en het leven gaat opnieuw zijn normale gang.

Toch wordt dit vooral voor  de melkveehouders een erg bijzonder jaar.

In 2007 treed namelijk het nieuwe mestactieplan in werking, en dat gaat echt wel een grote impact hebben op onze bedrijfsvoering.

Vooral voor de boeren in  onze regio, de Zuider- Kempen, wordt dit een harde noot om te kraken.

Bij elke presentatie van het nieuwe MAP wordt aangehaald dat de voornaamste doelstelling de waterkwaliteit te verbeteren is, concreet betekend dit minder dan 50 mg nitraat per liter oppervlaktewater.

Dan volgt een hele uitleg om de lage bemestingsnormen van 170 kg stikstof uit dierlijke mest te rechtvaardigen. Tot daar is er niets aan de hand ook wij vinden dat waterkwaliteit belangrijk is. Wat ons vooral stoort is het feit dat de veehouders in onze regio, die van nature de armste grond van heel Vlaanderen heeft, met deze bemestingsnormen zullen verplicht worden dure kunstmest bij te kopen om de opbrengsten op peil te houden, terwijl heel wat van onze boeren nu maïs telen zonder gebruik van kunstmest. Wat in mijn ogen toch perfect duurzaam omspringen met natuurlijke grondstoffen is.

En dat alles in perfecte harmonie met het milieu gebeurd bewijst het feit dat in onze streek de resultaten van de Mapmeetpunten zeer ver onder de norm van 50 mg/l blijven. Bij deze vaststelling moet ik spontaan denken aan een liedje van Urbanus, die ergens zingt:” en omdat ge  zo braaf zijt geweest krijgt ge vandaag maar een half pakje slaag”.

Het resultaat van dit alles zal zijn dat heel wat rundveehouders op zoek zullen moeten gaan naar bijkomende grond om hun dierlijke mest te kunnen afzetten, want het zou echt wel helemaal absurd zijn om de eigen dierlijke mest te gaan afvoeren en dure kunstmest te gaan aankopen.

Derogatie is dan ook essentieel om het voortbestaan van de bloeiende melkveesector in onze regio niet in het gedrang te brengen.

De vraag is natuurlijk in hoeverre derogatie voor de ganse oppervlakte landbouwgrond zal gelden als je weet dat bij de afbakening van de agrarische structuur in het kader van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen voor de regio Neteland waar onze streek voor het grootste deel onder valt, slechts met veel moeite  50 procent van de huidige agrarische structuur herbevestigd werd.

Een ander knelpunt voor de melkveesector zijn de extreem hoge uitscheidingsnormen die men voor hoogproductief melkvee wil hanteren, die zogezegd niet lager kunnen omdat ze volgens Europa ook in Nederland gelden. Er is echter wel een essentieel verschil omdat hier in Vlaanderen veel meer maïs in het melkveerantsoen zit dan in Nederland waardoor er merkelijk minder uitscheiding van stikstof is volgens onderzoek van professor Daniël De Brabander van het ILVO.

Vooral de gedetailleerde uitwerking van de melkproductie in relatie tot uitscheiding van nutriënten  doet heel wat wenkbrauwen fronsen, want voor elke 250 liter melk valt men in een hogere uitscheidingsnorm, hoe gaat men dit in Godsnaam in de praktijk uitvoeren als je weet dat nog geen 50 procent van de Vlaamse melkveehouders meedoet aan melkcontrole. Krijgen we net als bij de belastingen in de toekomst te maken met fictieve melkproducties die men vanachter een bureau gaat bereken aan de hand van een aantal computermodellen?

Als dit zo blijft zou het betekenen dat een bedrijf met een melkproductie van boven de 10 000 liter per koe nog amper 1 koe en 1stuk  jongvee kan houden per hectare.

Waar gaat men al die grond vinden, tenzij men ook de fictieve hectares, die de fiscus bij de forfaitaire belastingplichtige melkveehouders aanrekent, mag inbrengen. Want voor de fiscus hebben melkveehouders in de Kempen grond genoeg, voor elke 9000 liter rekent men fiscaal 1 hectare aan, zodat bedrijven met 10 tot 15 fictieve fiscale hectaren  geen uitzondering zijn.

Kortom we kunnen nog helemaal niet exact inschatten wat de gevolgen van het nieuwe MAP voor de melkveehouderij zullen zijn.

Gelukkig is er volgende week Agriflanders, waar we onze zinnen nog eens kunnen verzetten en samen met de collegas genieten van het beste vee van Vlaanderen.

Ik zal trouwens van op de eerste rij mogen toekijken want ik ben gevraagd om deel uit te maken van de publieksjury voor de melkveeprijskampen.

Ook thuis op de boerderij hebben we iets om naar uit te kijken want de volgende melkcontrole, als alles normaal verloopt, zal onze koe ,Feltonca, de kaap van de 100 000 kg melk overschrijden, iets meer dan 4 jaar nadat haar moeder de magische grens van 100 ton melk bereikte, of hoe duurzaamheid duidelijk toch wel familiegebonden is.

Ik wens iedereen een goede gezondheid en een voorspoedig 2007 zowel op persoonlijk als professioneel vlak.

Marcel Heylen.

Klik hier voor columns 2005
Klik hier voor columns 2004

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan de webmaster
Informatie over het bedrijf en verkoop dieren : Marcel Heylen

Laatst bijgewerkt: 23 oktober 2008