| Startpagina -> Handicapwijzer -> Dwangneurose |
|
Op deze pagina:
TWEE BELANGRIJKE DISCLAIMERS:
De stoornis De Compulsief-obsessieve angststoornis, beter bekend onder de triviale naam dwangneurose, is een stoornis/ziekte die zich uit in hevige angst voor allerlei (al dan niet realistische) rampen, die door bepaalde handelingen of gedachten voorkomen moeten worden. Deze handelingen nemen uiteindelijk uren in beslag, en maken het leven van de patiënt en zijn omgeving tot een hel. Het is geen gemakkelijke stoornis om te bespreken, want de oorzaak kan zowel puur biologisch als psychisch zijn, en afhankelijk daarvan is ook de behandeling anders.
Waarvan zijn ze zo bang? Welke dwanghandelingen komen eruit voort? Wat de Dwanghandelingen betreft, zijn er drie grote groepen:
Geweldadige of seksuele gedachten... zijn ze dan gevaarlijk? Voor anderen? Absoluut niet. Een heel belangrijk kenmerk van dwangneurosen is dat het merendeel van de patiënten perfect doorheeft dat zijn/haar dwanghandelingen niet normaal en tweehonderd percent onnodig zijn (en degenen die het niet beseffen, zijn meestal kinderen die nog niet begrijpen wat er met hen gaande is). Maar ze lijken niet in staat te zijn om zich ertegen te verzetten. In het Nederlands: iemand die steeds denkt aan het slaan van een geliefde, zal dat vrijwel nooit doen. De dwangneurose tast wel de gedachtengang aan, maar niet de intelligentie! Maar voor zichzelf kunnen ze soms wel gevaarlijk zijn. Er zijn gevallen van (poging tot) zelfmoord bekend, omdat de patiënt niet meer kon leven met zijn/haar dwangneurose...
De oorzaak, en de fysieke kant van de stoornis Zo'n stoornis moet wel een geestelijke oorzaak hebben, zul je zeggen. En dat is inderdaad mogelijk. Na een traumatische gebeurtenis, of een stressvolle periode kan er een dwangneurose ontstaan. Iemand die bijvoorbeeld een geliefde heeft weten sterven aan een infectie, zal misschien alles dwangmatig gaan reinigen, om te voorkomen dat het nog eens gebeurt. Geleidelijk aan gaat hij/zij steeds meer en langer schoonmaken en zo ontwikkelt zich dan een dwangneurose. Maar er is nog een tweede oorzaak mogelijk, en deze is dan eerder biologisch: afwijkingen in de hersenen (ontsteking of hersenletsel).
Waarom hebben deze mensen het soms moeilijk? Dat dwangneuroses soms tot zelfmoordpogingen leiden is eigenlijk niet eens zo verwonderlijk. De meeste patiënten beseffen wel dat hun tics niet normaal zijn, en soms is juist dat de laatste druppel. Ze gaan uiteindelijk aan hun eigen verstand en intelligentie twijfelen. Iemand met dwangedachten leeft constant in angst voor wat hij/zij zichzelf of anderen zou aandoen. Dikwijls gaan deze mensen proberen om situaties die dwnaghandelingen oproepen, te vermijden. Dit lijkt aanvankelijk te helpen, maar uiteindelijk hebben ze geen leven meer, omdat ze niet meer buiten durven komen. En vooral bij personen met schoonmaakdwang zullen de dwanghandelingen uiteindelijk ook thuis de kop opsteken... Ook voor de huisgenoten kan de situatie danig uit de hand lopen. Hetzij doordat ze steeds weer opnieuw een dwangmatige controle-patiënt moeten geruststellen, hetzij omdat iemand met een schoonmaakdwang van hen verwacht dat ze de reinigingsrituelen óók gaan uitvoeren.
Hoe kunnen ze geholpen worden? Als de oorzaak eerder psychisch is, kan therapie uitkomst bieden - al dan niet gecombineerd met medicatie. De therapie zelf is zeer intens, want stoppen met een dwanghandeling die je je als gewoonte hebt eigen gemaakt gaat natuurlijk niet zomaar. Sommige therapeuten volgen hierin een zeer harde aanpak: ze gaan patiënten met reinigingsdrang dwingen om vuile voorwerpen aan te raken, en ze verbieden om zich daarna te wassen. Of ze gaan patiënten met een controledrang verhinderen om bvb. na te kijken of ze het licht wel hebben uitgedaan. Ook een zachtere aanpak, waarin worden de dwanghandelingen geleidelijk aan afgebouwd worden, is bekend. Iemand die zichzelf bijvb een uur per dag wast, een nauwkeurig opgemeten tijdspanne van 59 minuten toestaan (lach niet - zelfs een kleine vermindering lijkt voor deze mensen rampzalig). Of iemand die gemiddeld tien keer per dag zijn licht controleert, nog maar negen keer per dag toestaan om te gaan kijken (en dat ook nauwgezet controleren). Zo overwint de patiënt stapje voor stapje zijn dwang, en krijgt hij/zij zijn/haar zelfvertrouwen terug. Persoonlijk lijkt me de zachtere aanpak de betere. Ik heb het al eens eerder geschreven: het is geen goed idee om mensen te forceren. De hardere therapie levert misschien sneller resultaat, maar niet elke patiënt zal het aankunnen. En bij dezen is de kans op zelfverminking of zelfmoord veel groter... Waarom schrijf ik dat? Omdat sommige therapeuten vandaag de dag nog steeds onvoldoende rekening houden met wat hun patiënten wel of niet aankunnen. Ze hebben hun eigen manier van werken en God beware hun, maar het zal zó gaan en niet anders! En dat werkt... als je het aankunt. Antidepressiva kunnen een hulp zijn bij de therapie, aangezien deze de chemische stofwisseling in de hersenen weer normaal moeten brengen. Bij dwangneurose is vooral Anafranil bekend. Maar met antidepressiva moet je altijd goed oppassen. Niet iedereen reageert even goed op elke medicatie, en dikwijls zijn er vervelende bijwerkingen. Gelukkig zijn de vooruitzichten goed: 80 percent van de patiënten heeft baat bij therapie. De dwanghandelingen/gedachten verminderen sterk, of verdwijnen zelfs helemaal.
Meer op deze links
|