Humoristische gedichten

vorige | indeling | volgende

De banaan 

Er was een banaan. Die was helemaal recht.
Hij werd op een schaaltje met vruchten gelegd.
Hij keek al de vruchten heel vriendelijk aan
en sprak toen: ‘Gemiddag! Mijn naam is banaan!’

Het appeltje zei: ‘Een banaan? Kom, kom,
u maakt ons wat wijs hoor, bananen zijn króm!
 
De kasdruiven riepen: ‘Wij zijn niet zo dom! 
Vertel ons geen leugens! Bananen zijn króm!’

De peer snoof: ‘Wàt zegt u? Daar schàter ik om!
U kunt wél goed jokken! Bananen zijn krom!’

‘Ach, zei de banaan, ‘ik ben werkelijk echt!
Een enkele keer is mijn soort wel eens recht!’

Maar niemand geloofde de arme banaan.
Zo lag
hij daar dagen. Bedroefd en ontdaan.

Toen kwam in dat huis een meneer op bezoek,
die had een gewéldige scheur in zijn broek.
Hij kwam langs de fruitschaal en draaide zich om,
dat zag de banaan en ... die lachte zich krom!

‘Och, riepen de vruchten, en keken hem aan,
‘wij waren abuis! U bent tóch een banaan!
Vergissingen komen veel voor in het leven,
misschien wilt u ons deze fout nog vergeven?’

Dat wou de banaan. En hij wou ook vergeten.
Het slot? Als je nadenkt dan zul je ‘t wel weten:
Toen werden ze allemaal ópgegeten.

De snars, de fluit, de sikkepit
Amsterdam, Arbeiderspers, 1963
Diet Huber

Even schuilen 

Bijtje : Mag ik even bij u schuilen,
         als ‘t niet lastig is voor u.
         want het regent pijpestelen.
         en ik heb geen paraplu.

Bloem : Wip gerust maar bij mij binnen.
         ‘k Heb de tafel net gedekt.
         Lust u ook een hapje honing?
         Bloemenhoning, zélf geweekt!
 
Bijtje : Mmm, wat smaakt die honing heerlijk!
         Hartelijk bedankt, mevrouw.
         Kijk, de zon is doorgebroken!
         Kom, dan ga ik maar weer gauw.

Bloem : Niets te danken.
         Wilt u even soms een boodschap doen voor mij?
         Verderop wat stuifmeel brengen?
         Want daar komt u tóch voorbij.

Jo Kalmijn-Spierenburg
Het liedje van verlangen, Den Haag, J.N. Voorhoeve, 1969

Een schildzebra 

Een schildpad vond
het leven naar
want niemand keek
ooit eens naar haar
ze kroop toen treurig
in de tuin
en zuchtte:
door dat groen en bruin
kan niemand weten
waar ik zit
ze schilderde zich
zwart en wit
en toen men vroeg
zeg wat is dat?
zei ze gewoon
een zebrapad.

Lieven Vanoverschelde
Patskrant, De Standaard, 23.07.1974

Een groentenbal 

‘t Is groentenbal.
Van overal
zie je de groenten komen.
Voorop gaan de augurken
in lange, groene jurken,
daarachter gaan de penen
met strikken aan hun tenen,
een sjieke peterseliebos
in avondcape en zilvervos,
een slakrop en een pijpje lof
in bloesjes van dezelfde stof,
een bloemkool met de schouders bloot,
een koolraap in een petticoat,
asperges in fluwelen vest,
ja, iedereen gaat op zijn best.
Alleen de uitgegroeide ui
gaat in een rafelige trui.
Maar niemand die daar nu op let,
ze komen enkel voor de pret.
Joepheisa boem! daar hoor je al
de eerste klanken van het bal
dat wordt geopend door de peen,
daar zwiert hij met de koolraap heen.
En spoedig draaien allen rond;
wat wolkt het stof! wat trilt de grond!
Steeds hoger gaan de beentjes: hop!
De koolraap danst nu op haar kop.
‘0’! roept de peterseliebos,
‘help! Al mijn blaadjes raken los!’
‘Ik huil!’ zegt de asperge. ‘Ziet!
Maar treuren doe ik werk’lijk niet,
’t is enkel, weet je, beste lui,
het heerlijk parfum van de ui!’
‘Kom peentje!’ gilt de groene sla,
‘nog eventjes de tsjatsjatsja!’
‘Ja!’ roept het lof, ‘nog éven steppen
voordat we allemaal verleppen!’
Hahieplahoep daar gaan ze weer...

aan ‘t eind van ‘t feest kan niémand meer.

De and’re dag zijn ze zo moe-
 maar fluisteren elkander toe,
terwijl ze in kisten of kranten
wachten op groentewinkelklanten:
‘Toch enig he, zo’n groentenbal-

wat was het leuk! Wat was het mal!’

Diet Huber
De snars, de fluit, de sikkepit
Amsterdam, Arbeierspers, 1963

Drukknop 

Ik druk op de lichtknop en -KLIK- de lamp gaat aan.
Ik druk op de knop van de grasmaaier en -VROEM- hij maait het gras.
Ik druk op de knop van de automaat en -HOP- ik heb een kauwgombal.
Ik druk op de knop van de licht en -ZOEF- ik ga omhoog.
Ik druk opde knop van tv en -HAHA- de DIkke en de Dunne.
Ik druk op de knop van mjn buik...
BURP!

Shel Silverstein

Van een duizendpoot 

De moeder van een duizendpoot
is vreselijk ontevreden,
want haar zoontje is zojuist
in de sloot gegleden.
En als je even berekent
weet je wat dat betekent:
op z’n hoofd een grote buil
en duizend sokjes vuil,

Han G. Hoekstra





Er was eens een big uit Elspeet

Die op een bananenschil uitgleedt.

En hij kwam te val

Dat gaf me een knal

Een aardbeving leek het in Elspeet

 

 Arnold Lobel