Lyrische gedichten

vorige | indeling | volgende

 

Vreugde | Verdriet | Verbazing | Woede | Angst | Afkeer 

 

   Vreugde 

De Wees Vrolijk-Automaat

Op de hoek van de Berenstraat
staat een Wees Vrolijk-Automaat.
Je stopt er een kwartje in en dan
word je zo vrolijk als t maar kan.
Je danst en zingt de hele dag,
zelfs als je niet dansen en zingen mag.
Waarom ik dan zo kribbig kijk?
Ik ben vandaag geen kwartje rijk
en trouwens: ik vind t wel zo fijn
om als ik kribbig ben kribbig te zijn.

De rommeltuin, Haarlem, Holland, 1970
Hans Andreus

 

Lieve ogen

 

 

- Sorry, juf, mag ik even?

Hier is de lunch van Steven.

Tjagewoon vergeten.

Zo, nu kan hij eten!

 

Juf knikt.

Glimlacht.

Lieve ogen

kijken papa aan.

 

Papa bloost.

Lacht dwaas.

 

- Papa!

Sta daar niet

zo stom

te staan!

 

Luk Depondt

 

   Verdriet   

Droevig 

Soms voel je je opeens verdrietig,
je weet niet eens waarom.
Je moeder loopt in huis te zingen
en om de grapjes van je vader lach je je meestal krom.

Maar vandaag niet, vandaag niet,
je kijkt droevig naar buiten, naar de vrolijke zon.
Die is anders zo warm, maar vandaag niet,
vandaag is alles donker, maar je weet niet waarom.

Je merkt het s morgens bij het opstaan:
vandaag ben ik bedrukt.
Al haal je tienen voor je huiswerk,
je moet vechten met je tranen en je weet dat het niet lukt.

Vandaag niet, vandaag niet,
je kijkt droevig naar buiten, naar de vrolijke zon.
Die is anders zo warm, maar vandaag niet,
vandaag is alles donker, maar je weet niet waarom.

Hans Dorrestijn

Streepje 



Toen ik Streepje had begraven,
achter bij de lijsterbes
zielig hoopje dooie kater
zei mn moeder: Luister es.
Moet je niet gaan lopen treuren;
't was tenslotte maar een kat.
Wat ie voor me had betekend
had ze dus nooit doorgehad.
Ga een keertje lekker fietsen;
z6 erg is het ook weer niet.
Ik dacht enkel: Zwijg nou even,
k heb toch recht op wat verdriet.
Morgen gaat het vast al beter.
Alhoewel, dat stomme beest
was al heel mn kinderleven
toch mn beste vriend geweest.

Verschil 

We zitten nog wel naast elkaar,
op dezelfde plaats als vorig jaar.
maar dat is helemaal niet fijn
nu we geen vriendinnen meer zijn.

We gaan niet meer met elkaar
naar huis toe, zoals vorig jaar.
Als de schoolbel is gegaan,
scheiden onze wegen zich voortaan.

We praten nog wel met elkaar
maar niet meer zoas vorig jaar,
toen je nog mijn vriendin was.
Nu ben je iemand uit mijn klas.


Bas Rompa

Mijn laatste oma 

Nu is mijn laatste oma dood
en niemand weet hoe ik haar mis,
want ik hou me altijd groot,
net als op haar begrafenis.

Toen zei die man: "Ja, volgt u mij."
Het was nog koud. Het was nog vroeg.
Ik zag er ook wel mensen bij,
die hadden geen verdriet genoeg.

Zondags ging ik naar oma toe
en alles mocht er op zo'n dag.
Ze werd nooit mopperig of moe,
al at ik bergen hagelslag.

Ze lachte om alles wat ik deed,
ik maakte deeg en brood en koek,
soms had ik me zo gek verkleed, o
dan deed ze't bijna in haar broek.

Ik klom nog wel eens in haar schoot,
dan was ik zogenaamd weer klein.
Nu is mijn laatste oma dood, 
nu kan ik nooit meer kleuter zijn.

Haar leuke huis blijft wel bestaan.
Het krijgt natuurlijk een nieuw behang.
Ik hoef er niet naartoe te gaan,
ook al duurt zondag nog zo lang.

Wanneer de meester in de klas
weer 'absolute stilte' wil, 
dan denk ik hoe mijn oma was
en dan word ik vanzelf wel stil.

Willim Wilmink

Een slechte bui 

Soms als ik opsta, kan ik niet blij zijn.
Soms als ik opsta, ben ik al boos.
Zelfs als de anderen aardig voor mij zijn,
blijft dat gevoel nog een hele poos.

Heb jij dat ook, of herken je dat niet,
dat nare gevoel dat vaak pijn doet van binnen.
Dan is er zon dag niets met mij te beginnen,
dan doe ik mezelf en een ander verdriet.

Dan sla ik met deuren, zo hard als ik kan,
dan heb ik zon zin om mijn vriendjes te knijpen;
maar dat kan dan niemand en niemand begrijpen-
dan zeuren ze maar, o daar krijg ik wat van!

Soms als ik opsta, kan ik niet blij zijn.
Soms als ik opsta, ben ik al boos.
Zelfs als de anderen aardig voor mij zijn,
blijft dat gevoel nog een hele poos.


Nannie Kuiper

Ruzie 

Ik heb ruzie met mijn vriendje
om een stukje veterdrop,
want dat wou hij niet verdelen
en toen gaf ik hem een schop.

Ik heb ruzie met mijn vriendje,
daarom speelt hij verderop;
nu zit ik me te vervelen
om zon stukje veterdrop.

Nannie Kuiper


   Verbazing      

Mijn liegbeest 

In mijn dromen
mag je komen,
maar daarna
moet je weer gaan;
want dat wij
elkaar goed kennen,
dat gaat niemand
niemand aan.

In mijn dromen
moet je komen,
in mijn bed
hoor jij erbij:
eerlijk zijn
en nooit eens jokken
vind ik moeilijk,
net als jij!

Nannie Kuiper


   Woede  

Last 

Ik kan vandaag niks hebben,
niks hebben om me heen.
Ik scheld en schop en schieten
kan ik op iedereen.
Vandaag kom ik uit bed
met mijn verkeerde been.

De fiets van onze buurman
beneden in de hal,
die stoort me nu al weken.
Vandaag krijgt hij een knal.
Ik ben vandaag geprikkeld.
Een netelig geval.

Het hondje in de Hoogstraat
doet er verstandig aan
vandaag zijn bek te houden,
wil het nog voortbestaan.
Vandaag ben ik een nare.
Laat me lekker gaan.

En kom ik jou soms tegen,
maak dan je borst maar ant.
Let heel goed op je woorden.
Ik ben op oorlogspad.
Morgen vraag je maar
waar ik gisteren last van had.


Bas Rompa

Ik ben lekker stout 

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen bandjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
jawel mevrouw, jawel meneer...
nee, nooit meer in mn leven!
Ik hou mn handen op mn rug
en ik zeg lekker niks terug!

Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
k Wil lekker knoeien met het zout
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!
 
En heel hard stampen in een plas
en dan mn tong uitsteken
en morsen op mn nieuwe jas
en ik wil OVERMORGEN pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: NEE!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: BIL

Annie M.G. Schmidt

Een bril

 

Nee!!

Om 's hemelswil
ik wil

geen  bril,

geen roze bril,

geen uilenbril,

geen zonnebril

met kleurverschil,

geen modebril,

geen modegril,

ik wil

geen bril !

 

Ik wil geen onding voor mijn ogen,

want dat moet je toch verstaan :

met die glazen lodderogen

kijkt geen jongen mij nog aan !

 

Ja!!

Om s hemelswil

je moet

een bril,

een roze bril

of uilenbril,

een zonnebril

met kleurverschil,

een modebril,

een modegril,

maar je moet

een bril !

 

Jij gaat mij dan wel verklappen

dat geen jongen jou nog ziet,

maar als je zonder bril gaat stappen

zie jij hen op jouw beurt niet !

 

auteur onbekend


   Angst  

Schrik

 Schrik voor muizen
Schrik voor mieren
Schrik voor spinnen en voor pieren.

Schrik voor heksen
Schrik voor geesten
Schrik voor enge, vieze beesten.

Schrik voor bliksem
Schrik voor donder
Schrik voor spoken op de zolder.

 Schrik voor licht en
Schrik voor donker.

Hik, hik, hik,
Wat heb ik lekker schrik!

Denise De Veylder

   Afkeer  

De bult

Ik heb je uit de modder opgeraapt, als n klein
verloren diertje. Je was geschramd en geschaafd, je hoest
was onbedaarlijk, en ook je vleugeltjes waren verwoest:
waarlijk, ellendiger kon je r niet aan toe zijn.

Ik heb toen, om je niet te verontrusten
twee van je soortgenootjes aangehouden, even git-
zwart en verward van haar als jij, en voorzien van bit,
leidsels en zeel, zo zijn we opgetrokken. Ik suste

je voortdurend, terwijl je in t karretje lag.
aan niets had ik schuld, want: niemand zag

die bult op de weg, hij lag volstrekt verhuld
in de schaduw en toch: je hebt me ontzettend gekuld:

als n bezetene kwam je uit je karretje gevlogen,
je hebt me geranseld, bespuugd, bespogen!

 Tymen Trolsky