MIME-Version: 1.0 Content-Type: multipart/related; boundary="----=_NextPart_01C5FC37.C82CD7B0" Dit document is een gecombineerd webpaginabestand, ook wel webarchiefbestand genoemd. Als dit bericht wordt weergegeven, worden webarchiefbestanden niet ondersteund door de browser of editor. Download een browser die webarchieven ondersteunt, bijvoorbeeld Microsoft Internet Explorer. ------=_NextPart_01C5FC37.C82CD7B0 Content-Location: file:///C:/B10446B6/document6.htm Content-Transfer-Encoding: quoted-printable Content-Type: text/html; charset="windows-1252"
|
Wervelkolom |
||||||||||||||||||||
|
|
|
|
De wervelkolom heeft een centrale plaats in het bewegingsapparaat. Hij bestaat uit 7 nekwervels, 12 borstwervels, 5 lendenwervels en het heiligb= een. Tussen twee wervellichamen ligt telkens een tussenwervelschijf, en deze 23 schijven verhogen de elasticiteit en de bewegingsmogelijkheden van de wervelkolom. De wervels zijn verder onderling verbonden door de kleine facetgewrichten die aan de achterzijde als het ware dakpansgewijs over el= kaar liggen. Deze zorgen ervoor dat enige beweging tussen de wervels onderling mogelijk is. De wervelbogen aan de achterzijde komen bijeen in het doornuitsteeksel. Deze bogen begrenzen aan de achterzijde het wervelkanaa= l waarin het ruggenmerg en verder naar beneden de bundel zenuwen ligt die uit het ruggenmerg komt (de paardenstaart genoemd). Tussen twee bogen verlaten telkens links en rechts de zenuwen het wervelkanaal. Tussen de doornuitsteeksels bevindt zich een straf band (ligament). Tussen de bogen= is het gele band (ligamentum flavum) uitgespannen. Rondom de wervellichamen bevindt zich t= enslotte ook nog een ligament aan voor- en achterzijde, een ligament dat van boven naar beneden loopt en dat de wervels als het ware in een straf corset houdt. Veranderingen aan de wervelkolom
Verouderingsverschijnselen (degeneratieve veranderingen of "slijtage") zijn een normaal verschijnsel dat bij iedereen in meerdere of mindere mate optreedt. In welke mate is waarschijnlijk groten= deels bepaald door erfelijkheid en aanleg, zodat je nogal eens ziet dat bepaalde families daar mee behept zijn. Slijtage door bezigheden of werk komt mind= er voor dan men algemeen denkt (iets anders is dat rugklachten wel bij bepaa= lde werkzaamheden wat meer kunnen voorkomen). Wel bekend is dat roken verster= kt aanleiding geeft tot degeneratie van de tussenwervelschijf. De degeneratie begint vaak met een uitdrogen van de tussenwervelschijf. |
|
|
Acute rugklachten
De meest bekende vorm van acute rugklachten is de spit of acute lumbago. Hierbij gaat het om pijn die ineens in de onderrug schiet, vaak zonder enige aanleiding en so= ms na lange tijd in een (ongemakkelijke) houding te hebben gestaan of gezete= n. Men denkt dat de oorzaak gezocht moet worden in kleine scheurtjes in het ligament of in de tussenwervelschijf. De klachten kunnen zeer heftig zijn maar gaan meestal in een periode van 1 tot 2 weken weer over. Pijnstillin= g verzacht de symptomen, maar een oorzakelijke behandeling waarvan de werkzaamheid is bewezen bestaat er niet voor. Als de pijn na een aantal weken niet overgaat kan deze chronisch worden en dan kan = de behandeling ook meer problemen gaan geven. Soms wordt de acute rugpijn gevolgd door pijnuitstraling in het been, er kan dan sprake zijn van een hernia Klachten van een hernia (dus de pijn in het been) verdwij= nen in 70 - 80 % van de gevallen spontaan. Symptomatische rugklachten
Dit zijn rugklachten, pijn in de rug, die optreden als symptoom van een duidelijke onderliggende oorzaak. Voorbeelden hiervan zijn:
Aspecifieke lage rugklachten
Dit is niet alleen de grootste maar ook de moeilijkste groep van rug p= atiënten. Aspecifiek wil in dit verband zeggen dat er geen duidelijke oorzaak aan te tonen is. Foto's zullen vaak afwijkingen laten zien, maar dat wil niet di= rect zeggen dat deze ook de klachten verklaren. Soms is het onderzoek volledig normaal. Men neemt hier als oorzaak aan: spieren, aanhechtingen van spier= en, het gewricht tussen bekken en wervelkolom (sacro-ili= acale of SI-gewricht), de facetgewrichten, de ligam= enten enz. De behandeling is meestal conservatief (d.w.z. niet operatief) en kan bestaan uit fysiotherapie, manuele therapie, facetblokkades enz. Sommige patiënten worden verwezen voor een revalidatiebehandeling waarbij vaak ni= et zozeer de behandeling van de rugpijn zelf als wel het functioneren daarme= e op de voorgrond staan. Ook hier geldt weer dat van geen enkele behandeling h= et nut op wetenschappelijke wijze overtuigend is aangetoond. Wel kunnen patiënten hierdoor leren beter te functioneren met hun klacht. Behandeling van lage rugklachten
Zoals hierboven al gezegd bestaat er een veelheid van inzichten en
behandelingen, terwijl van de meeste behandelingen de waarde boven het In de preventieve sfeer kan men de rug ontzien door niet te roken, voldoende lichaamsbeweging te nemen, overgewicht te vermijden en geen langdurige eenzijdige houdingen aan te nemen. Speciale stoelen of bedden = die soelaas bieden voor rug patiënten bestaan - alle verkooppraatjes ten spij= t - niet. De meeste patiënten zullen voor behandeling in eerste instantie worden verwezen naar een fysiotherapeut. Onder diens begeleiding zullen klachten vaak verbeteren. Als dat niet het geval is gaan mense= n vaak zelf allerlei dingen proberen. Dit met wisselend succes, maar men dient te bedenken dat ook het klachtenpatroon wisselt. De behandelaar die bezocht wordt aan het begin van een beterende fase scoort natuurlijk eerd= er dan degene die iets moet doen op het moment dat de weg naar een dal is ingezet. |
|
|
|
De term zenuwpijn of neuralgie staat voor elke pijn =
die
ontstaat in het gebied van een zenuw. Een zenuw is een bundel vezels die
signalen van de hersenen naar alle delen van het lichaam transporteert en
andersom. Zenuwen lopen door je hele lichaam heen. Iedere zenuw is gekopp=
eld
aan een bepaald deel van het lichaam. Daardoor kan zenuwpijn in verschill=
ende
plekken in het lichaam voorkomen. |
|
|
|
Een zenuw is niets anders dan een bundel uitlopers van een heleboel ze=
nuwcellen.
Deze cellen bevinden zich in het ruggenmerg (van de motorische zenuwen) o=
f in
een zenuwknoop van de achterwortel van het ruggenmerg (sensibele zenuwen).
Het is een merkwaardige cel: een piepklein cellichaam in het centrale
zenuwstelsel en een uitloper die het lichaam inloopt en die wel meer dan =
een
meter lang kan zijn. Dit geeft meteen al een van de oorzaken aan van
problemen die met perifere zenuwen kunnen optreden. De voeding vindt plaa=
ts
langs de uitloper van de zenuw (het axon). He=
rstel
van een zenuw bij doorsnijding van een axon g=
aat
maar heel langzaam, ongeveer Een bundel van axonen vormt een fascikel die een eigen omhulling heeft. Dit is te vergelijken met een telefoonkabel, waarin meerdere gekleurde draadjes bin= nen een geïsoleerde mantel liggen. Een aantal fascikels<= /span> verlopen ook weer samen, opnieuw met een eigen omhulling, en dit geheel v= ormt de perifere zenuw. Al naar gelang het te verzorgen gebied kan een een zenuw erg dik of juist heel dun zijn. De meeste zenuwen beginnen dik en worden door het afgeven van takken naar de verschillende lichaamsdelen steeds dunner. De omhulling of isolatie van een zenuw wordt gevormd door de schede va=
n Schwann, genoemd naar degene die deze voor het eerst
heeft beschreven. Tussen de cellen die de schede vormen zijn onder de
microscoop insnoeringen te zien, z.g. knopen. Hoewel de zenuwgeleiding te
vergelijken is met een electrische stroom ver=
loopt
deze toch niet helemaal hetzelfde. De impuls springt van knoop naar knoop=
met
een snelheid van ongeveer De motorische zenuwen geleiden de impuls vanaf het ruggenmerg (om prec= ies te zijn de voorzijde hiervan) naar de spieren, waarin ze zich vertakken. = De overdracht van de prikkel naar de spieren vindt plaats in eindplaatjes, w= aar het vrijkomen van een chemische stof de spier tot samentrekken brengt. De sensibele zenuwen zorgen voor de overdracht van waarnemingen uit de huid, spieren, gewrichten e.d. en brengen informatie over temperatuur, pi= jn, aanraking en de stand van een gewricht naar de zenuwknoop in de achterwor= tel van het ruggenmerg. Een perifere zenuw kan motorisch, sensibel of gemengd zijn. De meeste zenuwen zijn van dit laatste type. Het onderzoek van perifere zenuwen en = de daarbij behorende spieren gaat met electromyografie<= /span> (EMG) |
|
|