Inleiding Ontdekking Technieken Home

 

Inleiding.

In de vorige hoofdstukken heb je al veel gelezen over de honderden toepassingen van vuur: energie, verlichting, een wapen. Als de mens nooit had geleerd het vuur te controleren dan was hij vast nooit uitgegroeid tot de dominante soort en was misschien zelfs uitgestorven. Dit hoofdstuk zal uitweiden over de enorme invloed van vuur op culturen doorheen de geschiedenis en waarom tot de dag van vandaag het de meest gevreesde en gerespecteerde natuurkracht is.

 

 

De Prehistorie.

 

Ontdekking van het vuur.

 

‘’BOEM, donder en bliksem kwamen bijna tegelijkertijd en de kinderen kropen nog dichter bij hun moeder. Zelfs enkele jagers hadden zich teruggetrokken naar het eind van de grot om zich bij de groep bange kinderen en vrouwen te voegen, dergelijk onweer hadden zij nog niet meegemaakt.

Toen zag de man het flauw, oranje schijnsel in de verte. Vuur! Vuur! Riep de man en hij sprong onmiddellijk op en begon wilde gebaren te maken. De ouder jagers en vrouwen begaven zich direct naar de uitgang van de rots, de jongere volgden voorzichtig of keken vragend naar hun ouders.

De man had dit maar één keer meegemaakt en toen had de stamoudst ‘‘Vuur’ geroepen en hen naar een kleinere grot gebracht war de wind in de andere richting blies.

Maar de man had een idee gekregen: Hij had gezien hoe bang de dieren van het vuur waren en hij vroeg zich af of het vuur gecontroleerd kon worden, dan zou het hen kunnen beschermen tegen de vele roofdieren uit het bos. Hij had er lang over nagedacht en had besloten dat zolang het vuur vers hout kreeg het niet uit zou gaan. Natuurlijk had hij wel schrik van het vuur, de stamoudste had hen verteld dat het vuur een magisch wezen was, een allesverslindende god. Daar was de man niet helemaal zeker van, maar als het waar was dan zou het vuur zich zeker niet laten controleren en hem kunnen aanvallen of zelfs doden. Ongeacht dat risico wachtte de man af tot het vuur was voorbijgekomen en ging vervolgens, hoewel de stamoudste hen voor dwazen uitmaakte, met zijn vriend op zoek naar het vuur. En zo bracht hij het vuur terug naar zijn stam waar hij een hoop hout maakte met daarop het vuur en de rest kwam bewonderend rond het vuur zitten, voelde de warmte en prezen de man voor zijn geweldige ontdekking.”

 

Dit is slechts een fictioneel verhaal, maar het is waarschijnlijk dat de mens op deze manier in contact kwam met het vuur en dat één man die nieuwsgieriger was dan de rest erop uitging om het vuur te vangen.

 

Er zijn twee belangrijke redenen waarom de mens het vuur zou proberen te ‘vangen’ en dat is, zoals op vorige bladzijde vermeld, om de stam te beschermen tegen wilde beesten. De andere reden was warmte: De mens had nooit de bedoeling gehad om Afrika te verlaten en wereld te koloniseren.

Tijdens de laatste ijstijd verscheen er echter geleidelijk aan een gigantische woestijn die Afrika in twee verdeelde en de stammen kwamen niet meer met elkaar in contact. De stammen in het zuiden zijn onze voorouders en zullen na de ijstijd naar Europa migreren onder de naam Cro-Magnon.

 

 

De noordelijke stammen werden door de oprukkende woestijn naar Europa verdreven dat destijds een Siberisch klimaat had. Zij zullen evolueren tot Neanderthalers, een sterkere, steviger gebouwde mensensoort die echter nooit spraak zal ontwikkelen en uitsterven. Hadden zij toen nog geen vuur ‘uitgevonden’ dan hadden ze het eind van de ijstijd waarschijnlijk niet gehaald.

 

 

 

 

 

Het vuur is zeker niet opeens door iedereen uitgevonden. Elke stam moest het vuur zelf uitvinden en dat kon alleen als er een onweer was en er was een creatieve geest in de groep of ze konden in contact komen met een stam die het vuur reeds uitgevonden had, beide situaties deden zich (in het begin) zelden voor al zijn er kleine romans geschreven over mensen die op zoek gaan naar het vuur of vuur dat gedeeld wordt of oorlog om gevoerd wordt.

 

Hoewel alleen de Neanderthaler en Cro-Magnon echte meesters van het vuur waren hadden oudere mensensoorten ook al geëxperimenteerd met het vuur.

Zo had je zo’n 1.7 miljoen geleden de homo ergaster, misschien geen bekende voorouder van de mens, maar er is wetenschappelijk bewijs gevonden dat sommige stammen vuur gebruikte om roofdieren te verjagen en misschien konden ze het al zelf maken al zou hun spraak niet ontwikkeld genoeg zijn geweest om die kennis door te geven.

 

Eén miljoen jaar later zou de homo erectus al ontdekt hebben dat je kon jagen met het vuur. Dit deden ze door s’nachts een kudde zo op te jagen dat er een stormloop ontstond, vervolgens leidde andere mannen met vlammende stokken

de kudde recht naar een afgrond waarna de ze de dieren maar van de grond moesten rapen en ze boven het grote vuur te braden.

 

 

 

 

Hoe maakte men vuur?

 

In de prehistorie had men twee manieren om vuur te maken: Door twee stokken tegen elkaar aan te wrijven of door met twee stenen (vuursteen en ijzerhoudend gesteente) op elkaar te slaan een vonk te creëren. We zullen in dit stuk ook modernere manieren om vuur te maken bekijken.

 

Wrijving: Dit is waarschijnlijk de oudste manier van vuur maken hoewel hij tot de dag van vandaag nog altijd wordt gebruikt door primitieve stammen en aangeleerd in het leger en verschillende jeugdkampen.

 

 

Er zijn verschillende manieren om een vuur door wrijving aan te steken, maar ze steunen allemaal op het principe van twee droge stokken tegen elkaar aan te wrijven waardoor warmte ontstaat en het hout begint te smeulen. Men zorgt er vervolgens voor dat er droog mos of gebladerte op de plek ligt waarna men het vuur aanwakkert door te blazen. Eens het begint te branden brengt men meer mos en grotere takken aan, nog wat blazen en voila, je hebt een vuur.

 

 

Deze tekening geeft één van die manieren weer. Deze techniek werd gebruikt door de Cro-Magnon en Neanderthaler mvuur te maken (de toevoeging van droog mos is hier niet heel duidelijk)

 

 

 

 

Vuursteen: De methode om vuur te maken met behulp van vuursteen is een perfect voorbeeld van een toevallige ontdekking. Vuursteen werd aanvankelijk alleen gebruikt om primitieve wapens en gereedschap van te maken. Dat deden ze omdat je van vuursteen (ook wel silex of flint genoemd) gemakkelijk zeer vlakke stukken kunt afbreken door erop te slaan met een steen. Door er echter op te slaan met een stuk ijzer of pyriet kun je er vonken afslaan. Die vonken ontstaan door kleine ijzerdeeltjes die spontaan in de lucht oxideren.

De mens had snel door dat hij vonken kon maken door op vuursteen te slaan met het juiste soort steen en met wet ervaring kon met die vonken een vuur worden gemaakt. Deze methode was echter niet aanzienlijk beter dan de wrijvingsmethode, maar wel zeer handig voor reizende stammen die koude gebieden introkken.

 

 

De Tondel en Tondeldoos: Het tondel was aanvankelijk een doos of koker waar alle vonken, die door het tegen elkaar slaan van pyriet en vuursteen werden gemaakt, in op te vangen. Dat tondel werd aangehouden door constant droog materiaal en vonken toe te voegen e was dus eigenlijk de eerste soort fakkel. Dit tondel was zeer belangrijk voor de stam en de persoon wiens taak het was erover te zorgen (de tondeldrager) kreeg evenveel eerbied als een priester of medicijnman.

Het woord tondeldoos heeft echter een andere betekenis gekregen doorheen de geschiedenis. Zo was het bijvoorbeeld de voorganger van de aansteker, het heeft net zoals de aansteker een rollend vuursteentje, maar geen vloeibare brandstof en kan dus op zichzelf geen vlam creëren. Het kan ook een kleine kaars zijn.

Weetje: aanstekers zijn meestal gevuld met butaangas, maar sommige ook met benzine. De met benzine gevulden zijn duurder, maar je kunt ze gebruiken tijdens zware koude, vochtigheid of wind.

 

Steenkool: Steenkool is een fossiele brandstof dat wil zeggen dat het ontstaan is door plantenresten voor een lange tijd te onderwerpen aan hoge temperatuur en druk waardoor er een chemisch proces op gang komt(waarbij eerst bruinkool word aangemaakt voordat er steenkool ontstaat). Op zich zijn hiervoor geen miljoenen jaren nodig, wetenschappers zijn er al in geslaagd steenkool te maken op enkele dagen tijd, dit is natuurlijk niet rendabel als brandstof.

Steenkool kwam pas op als brandstof in middeleeuws Europa toen dankzij de grote vraag naar hout, die brandstof niet langer rendabel was.

Steenkool was al veel langer gekend, maar omdat het moeilijker te ontginnen was dan hout deed men dat niet, de steenkool die aan de oppervlakte lag was echter een geliefde brandstof bij smederijen.

Het was echter vooral dankzij steenkool dat i.d 19de eeuw de industriële revolutie in Europa kon beginnen, toen gebruikte men steenkool om een grote hittebron te creëren die op zijn beurt stoom zou laten verdampen die dankzij druk een beweging tot stand bracht.

Steenkool wordt vandaag alleen gebruikt in verouderde elektriciteitscentrales (Oost-Europa) en bij het smelten van staal.

 

 

Hedendaagse methoden: Vandaag heeft het vuur weinig betekenis in ons gewone huishouden. Het komt alleen nog maar voor in de vorm van brandend aardgas om mee te koken en haardvuren die vooral voor de gezelligheid zijn.

Lucifers ( houten stokjes met een kop waarin zwavel en kaliumchloraat zit)

worden alleen nog gebruikt om haard- en kampvuren aan te steken, vaak met behulp van het zogenaamde zip-blokje dat bij het minste contact met een vlam in lichterlaaie staat. Om aardgas aan te steken maakt men gebruik van een vonk die ontstaat dankzij overspringende ladingen (hetzelfde systeem wordt gebruikt bij lassers of vlammenwerpers).