1. UITBREIDING WOORDENSCHAT

 

Terug naar woordenschat en stijl   

Voor oplossingen klik onderaan

Ga naar einde oefening

Vul de onderstaande zinnen aan met passende bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden. Denk ook om de deelwoorden.

  1. Door de kri............................. toestand in het Midden-Oosten werd de petroleumvoorziening van West-Europa in het gedrang gebracht.
  2. Zeewind noemt men ook ............................ of ......................................... wind, landwind heet ook .....................................
  3. Onmiddellijk beschikbare geldmiddelen zijn................................................middelen.
  4. Een staatshuishouding waarin de overheid zich in belangrijke mate en volgens een bepaald programma in het economisch leven mengt, zonder aan het particulier initiatief .................... spel te laten, noemt men een .....................................
  5. De havenpolitie vermoedt dat er ........................... opzet in het spel is.
  6. Een ...................................... hoofd vreest de kam.
  7. We hebben die matroos h......................................... malen gewaarschuwd, maar hij heeft onze raadgevingen in de wind geslagen.
  8. Buiten de .................................... wateren, oorspronkelijk 3, thans vaak meer zeemijlen uit de kust, wordt de zee beschouwd als .......................................... domein.
  9. Het gewicht van een niet-geladen schip noemt men het ................................ gewicht.
  10. Ze hebben pas een magnifieke villa gekocht en nu gaan ze op reis naar de V.S.: die hebben beslist het ........................................ lot uit!
  11. En van de oudste vormen van handeldrijven is de leurhandel, r............................ of a....... ............................ handel.
  12. De industrile ontplooiing van Oost-Limburg ligt die politicus ............................ aan het hart.
  13. Aanvankelijk was de lucht helder, maar omstreeks 16.00 uur was ze helemaal ....................
  14. Een handelaar die niet langer in staat is zijn financile verplichtingen na te komen, noemen we .......................................... of ........................................
  15. Ongeveer 10% van de kiezers hadden hun stembriefje niet ingevuld. Ze hadden dus............ ...................... gestemd.
  16. Geschillen tussen werkgevers en werknemers over loonkwesties en arbeidsvoorwaarden worden in elke tak van de nijverheid en de handel geregeld door bemiddeling van de z.g. ......... ......................... comits, waarin werkgevers en werknemers gelijkelijk zijn vertegenwoordigd.
  17. Die kerel slaagt in alles wat hij ook maar onderneemt: als die niet onder een ....................... gesternte geboren is!
  18. Een ............................. bakker, m.a.w. een broodslijter die zelf geen brood bakt, verkoopt wat een ......................... bakker heeft gebakken.
  19. De eigenschap van nauwe buizen om vloeistoffen op te trekken, noemen we de ................. ................... eigenschap.
  20. Masseurs, logopedisten en ditisten oefenen ....................................... beroepen uit, m.a.w. beroepen die nauw met de geneeskunde samenhangen.
  21. ........................................ goederen zijn goederen waarvan slechts een beperkte hoeveelheid mag worden ingevoerd.
  22. Een gezin met veel kinderen is een kinderrijk of ............................ gezin.
  23. Iemand wiens geheugen vooral vatbaar is voor gehoorsindrukken, heeft een ...................... geheugen.
  24. Bedrijfstakken waarin een ruim beroep gedaan dient te worden op menselijke arbeid, zoals de horecabedrijven, de landbouw en het bouwbedrijf, zijn ............................................ bedrijfstakken. ( Correct taalgebruik oef 13)
  25. Onrust - Sedert enkele decennia is het aantal lijders aan longkanker in West-Europa op ..................................... wijze toegenomen.
  26. Vrede - Verslaggevers ter plaatse sluiten een ...................................... oplossing van het geschil uit.
  27. Geest - ........................................... betekent niet ruim denkend, bekrompen.
  28. Periferie - Tot 1967 was het gedeelte van de Belgische reclamebegroting, besteed aan ...... ............................ reclamezenders, uiterst gering; toen Nederland in 1967 startte met het uitzenden van reclamespots, is daar verandering in gekomen.
  29. Politie - De diensten van de havenmeester zijn o.a. het uitvoeren van ................................ opdrachten.
  30. Begeren - Zon ........................................ betrekking wordt je niet alle dagen aangeboden!
  31. Identiteit - Deze gevallen zijn .........................................
  32. Budget - Om verdere economische oververhitting tegen te gaan besloot de regering tot een .......................................... inkrimping
  33. Abuis - ................................................... hebben we u buizen met een diameter van 10 cm in plaats van met een diameter van 15 cm toegestuurd.
  34. Familie - Hoewel de kapitein en de eerste stuurman erg ................................. met elkaar omgingen, konden ze elkaar niet luchten.
  35. Respect - Het verenigd Koninkrijk bestaat uit Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland, waarvan de ........................................... hoofdsteden Londen, Edinburgh, Cardiff en Belfast zijn.
  36. Arbiter - De scheidsrechter werd verweten ......................................... te hebben gehandeld. De ....................................... werd dan ook door geen enkele partij aanvaard.
  37. Tuberculose - De ............................................. kalveren waren niet voor consumptie geschikt.
  38. Sibille - Zoals gewoonlijk sprak de voorzitter ......................................... taal en begreep eigenlijk niemand wat hij precies bedoelde.
  39. Zekerheid - Laten we hopen dat de Vlaming in zijn spreken en schrijven even zelf............................................ wordt als de Nederlander.
  40. Goed - De auteur stamt uit een ......................................... (= welgesteld) Friese familie.
  41. Slot - De plechtigheid vond plaats in ....................................... kring.
  42. Ver - Velen vinden le Monde ............................................ de beste Franse krant.
  43. Antiquaar - .................................................. is dat boek nog wel te krijgen.
  44. Dulden - Papier is ............................................! ( oef 51)

Vul aan met passende werkwoorden

  1. Open deuren ................................................
  2. Iets te koop .................................................
  3. Onder de hamer ...........................................
  4. Iemand overlast ........................................................
  5. Met andermans geld mooi weer ................................
  6. Een abuis .................................................................
  7. Een getuige wr..........................................................
  8. Iemand ergens van in kennis .....................................
  9. Een geloof b..............................................................
  10. Van ongeduld p........................................................
  11. Iemand tot de orde...................................................
  12. De huik naar de wind...............................................
  13. Iemand voor een nalatigheid aansprakelijk ...............
  14. Naar links af.............................................................
  15. Zijn licht onder de korenmaat ...................................
  16. Dividenden ..............................................................
  17. Oppositie .................................................................
  18. Zijn ontslag ..............................................................
  19. Een wetsvoorstel in stemming ..................................
  20. In een klas blijven zitten of een klas d.......................
  21. Aan een vorige brief r...............................................
  22. Iemand als getuige ...................................................
  23. ergens baat bij ..........................................................
  24. Een blad van een boek om.........................................
  25. Een vergelijk ............................................................
  26. Iemand zijn ontslag ..................................................
  27. Hout kl.....................................................................
  28. De spons over iets ....................................................
  29. Aan een voorstel zijn instemming .............................
  30. Op koopwaar af........................................................
  31. Het verkeer oml........................................................
  32. Afval in zee l.............................................................
  33. Het mis ....................................................................
  34. Over iemand de staf ..................................................
  35. Zijn korentje groen ......................................(oef 60).
  36. Ik heb de indruk, dat je er met je pet naar ................
  37. Het beroep van glasblazer wordt in ons land bijna niet meer ..................................
  38. De principes van mijn chef ................................. helemaal tegen de mijne in en daarom
  39. heb ik mijn ontslag .......................................
  40. Het raam ........................................uit op een riante tuin.
  41. Drie politieagenten werden gewond, toen een landarbeider in Veurne amok ..................
  42. Mijn broer heeft altijd zijn eigen boontjes ................................. en ook nu zal hij er zich
  43. wel ....................................
  44. Het leiden van deze afdeling i........................ o.m. dat de gezochte ambtenaar goed op de hoogte dient te zijn van de moderne boekhoudtechnieken.
  45. De onderbureauchef ........................................ op het vinkentouw om me op een fout te kunnen betrappen.
  46. De overheid werd van de veranderde toestand onmiddellijk op de hoogte gebracht.
  47. Volksvertegenwoordigers kunnen in het parlement voor- of tegenstemmen, maar ze kunnen zich ook van stemming ...........................
  48. Verhuizen ............................bedstro
  49. Die zaak zullen we eens vlug in het reine ......................................!
  50. Buitenlandse goederen die bestemd zijn om in ons land verkocht te worden, dienen alvorens de grens te ...................................... te worden .......................... bij de douane.
  51. Door middel van de moderne communicatietechnieken kunnen alle afstanden worden ....... .......................
  52. Lieverkoekjes worden hier niet ..............................................!
  53. Onder decentralisatie ............................................ men het overhevelen van bepaalde bevoegdheden van het centraal gezag naar gewestelijke of plaatselijke gezagsdragers, die daardoor meer armslag ............................
  54. De dokter ................................... op ieders tong nu zijn knecht overal rondb.................. ...................... dat hij binnenkort met het nichtje van de gouverneur trouwt.
  55. Wegens de mist is het zicht op sommige plaatsen ..................................... tot minder dan 10 meter.
  56. Uit statistieken van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening ..................................., dat in Belgi jaarlijks nog ongeveer 25.000 jonge werknemers, die geen enkele vakbekwaamheid ................................. en die geen specifieke opleiding hebben ......................................., hun intrede ...................................... in het beroepsleven.
  57. Het expansieritme van onze economie .......................................... in een tempo, dat in alle opzichten de vergelijking met dat van onze belangrijkste leveranciers kan ................................
  58. Daar ..........................m juist de knoop.
  59. We zullen die onbeschofte kerel eens flink de levieten ..............................!
  60. Een rollende steen ................................... geen mos!
  61. Wie niet slaagt moet de klas .....................................
  62. Hypothecaire leningen kunnen doorgaans vervroegd worden ...........................(VIT4 oef 8)

Vul aan met afgeleide of verwante bijvoeglijke naamwoorden

  1. De pool - ........................................................................ landijs
  2. De stijl - .......................................................................verfijning
  3. De familie - Een .................................................................. toon
  4. De spraak - Een breed ................................................. heerschap
  5. De hypotheek - Een ......................................................... krediet
  6. Het statuut - Een ....................................................... voorschrift
  7. De energie - .....................................................................waarde
  8. De polemiek - Een ............................................................ artikel
  9. Venezuela - Een .......................................................... diplomaat
  10. De meter - Het ................................................................ stelsel
  11. Het symptoom - De ...........................beschrijving van een ziekte
  12. De controverse - Een .................................................. oplossing
  13. De kosmos - ................................................................... straling
  14. De tekst - Het ................................................................ verband
  15. Tempus - Een .......................................................... afwezigheid
  16. De winter - Een door....................................................... zeeman
  17. Het aroma - Een ................................................................ drank
  18. De ellips - Een .......................................................... uitdrukking
  19. Het territorium - ........................................................ aanspraken
  20. De chirurgie - Een ........................................................... ingreep
  21. De tiran - Een .................................................................. heerser
  22. Marseille - Een ................................................................. recept
  23. De fout - Een ......................... of ................................ calculatie
  24. Zare - De .................................................................... president
  25. De constructie - .............................................................. kritiek
  26. Wales - ........................................................................ steenkool
  27. De epidemie - Een ............................................................ ziekte
  28. De radius - De..........................................delen van een vliegwiel
  29. De radius - ............................................................ oorlogvoering
  30. De manie - Een .................................... (oef42)... verzamelwoede)
  31. Het supplement - Een .......................................................... taak
  32. Gouda - ............................................................................... kaas
  33. De therapie - Een ........................................................... methode
  34. De nonsens - Een ......................................................geschiedenis
  35. De manier - Een ................................................................. meisje
  36. Nieuw- Zeeland - ................................................................ boter
  37. De hypothese - Een ................................................ uitgangspunt
  38. De clown - Een ............................................................... houding
  39. Het embryo - Een .......................................................... toestand
  40. De syntaxis - De ........................................................ grammatica
  41. Het visioen - Een ....................................................... verbeelding
  42. De minister - Een .............................................................. besluit
  43. Het kanton - Een .............................................................. rechter
  44. Het analfabetisme - Een ....................................................... oudje
  45. Het orkest - De ........................................................... begeleiding
  46. Het kristal - De .............................................................. structuur
  47. De molecule - De ....................................................... aantrekking
  48. Veneti - De ..................................................................... kanalen
  49. De president - Het ............................................................... paleis
  50. Het vierkant - Een ................................................................ plein
  51. De fabel - Een ............................... of .................................. schat
  52. Het atoom - ...................................................................... wapens
  53. De majesteit - Een ...................................................... verschijning
  54. Het volume - Een .................................................................. boek
  55. De organisatie - Een .......................................(oef 175).. probleem

 

Vul aan met passende zelfstandige naamwoorden

  1. Een ............................................. vervoegen
  2. Een ............................................... bezweren
  3. Met een .................................. akkoord gaan
  4. Het met een .....................................eens zijn
  5. Een ................................................. verlijden
  6. Iets tot nader .................................. uitstellen
  7. Een .............................................. pavoiseren
  8. Zijn ..................................................... kuisen
  9. Een ............................................... seponeren
  10. Een ............................. aan de ketting leggen
  11. Een ..................................................... lijden
  12. Een ............................................. antidateren
  13. Een .............................................. neerleggen
  14. Een ................................................ charteren
  15. Een ............................................ uitschrijven
  16. Een .......................................... homologeren
  17. Een .............................................. legaliseren
  18. Een ............................................ ontdubbelen
  19. In een .................................................. slagen
  20. Een .................................................. schutten
  21. Een ................................................ besnoeien (oef 76)
  22. Een gezworen ................................................
  23. Een onbekookt(e) ...............................................
  24. Een minnelijke ....................................................
  25. Een agrarische ....................................................
  26. Een homerisch.....................................................
  27. Een hecht(e) .......................................................
  28. Een gekuist(e) ....................................................
  29. Een gehorig(e) ...................................................
  30. Een duurzame .....................................................
  31. Een precair(e) .....................................................
  32. Een labiel ............................................................
  33. Belegen ...............................................................
  34. Een repressief ......................................................
  35. Brak ....................................................................
  36. Versneden ...........................................................
  37. fluctuerende ........................................................
  38. De pensioengerechtigde .......................................
  39. Een onderhands(e) ...............................................
  40. Een visueel ..........................................................
  41. Een gezeten .........................................................
  42. Een consequent(e) ...............................................
  43. Een lucratief .........................................................
  44. Een opgelegd(e)....................................................
  45. Een ingelegd(e) ....................................................
  46. Een ingemaakt(e) ............................(VIT4 oef 12)
  47. Een ..................................................ontmaskeren
  48. Een ......................................................... dempen
  49. Een ............................................................delgen
  50. Iemands ........................................... ondergraven
  51. Met een .......................................... akkoord gaan
  52. Het met een ........................................... eens zijn
  53. Een ......................................................... splitsen
  54. .................................................................. triren
  55. Het gouden .........................................aanbidden

  56. Een .................................................. amortiseren

  57. In een ....................................................... slagen

  58. Zijn ................................................... neerleggen

  59. Een scheve ................................................ rijden

  60. Een f.................................................... vervullen

  61. .......................................................... aantekenen

  62. ............................................................ distilleren

  63. Een ........................................................... lijden

  64. Een ................................................ ondervangen

  65. Een ......................................................... bergen

  66. ................................................................. rooien

  67. Een ............................(VIT4 oef 23) doorzenden

 

Geef het tegengestelde van de gecursiveerde termen.

  1. Een rationele beslissing: Een ........................................... . beslissing
  2. Een openbare weg : Een ......................................................weg
  3. Een centrifugale kracht: Een ...................................................kracht
  4. Tendentieuze berichtgeving: ...............................................berichtgeving
  5. Een stabiel evenwicht: Een ............................................ evenwicht
  6. Een bruuske overgang: Een ............................................. overgang
  7. Een reactionair regime: Een ................................................. regime
  8. Machinaal geknoopte tapijten: ......................................geknoopte tapijten
  9. Een homogeen publiek: Een ................................................ publiek
  10. Verzachtende omstandigheden .......................................... omstandigheden
  11. Betaald parkeren: .....................................................parkeren
  12. Een efficinte manier v werken Een .................................................. manier
  13. Een veredelde orchidee: Een ................................................orchidee
  14. Een symmetrisch opgeb. zin Een ............................................ opgeb. zin
  15. Een tevreden klant: Een .................................................... klant
  16. Braak liggende gronden: ...........................................................grond
  17. Progressieve tarieven: ....................................................... tarieven
  18. Een unilaterale beslissing: Een ............................................. beslissing
  19. Verpakte koffie: Koffie in ......................................................
  20. Een geleide economie: Een ...............................................economie
  21. Plantaardig vet: ...............................................................vet
  22. Een agrarisch gebied: Een ...................................................gebied
  23. Slinkende voorraden: .....................................................voorraden
  24. Een verplicht verzekerde: Een ............................................verzekerde
  25. Courante artikelen: ....................................(VIT oef 28)artikelen
  26. Gelijkstroom: ....................................................................
  27. Vergif: ....................................................................
  28. Absentie: ....................................................................
  29. Proloog: ....................................................................
  30. Junior: ....................................................................
  31. Donateur: ..................................................................
  32. Examinandus: ..................................................................
  33. Emigrant: ..................................................................
  34. Internaat: ..................................................................
  35. Symmetrie: ..................................................................
  36. Eindexamen: ..................................................................
  37. Analyse: ..................................................................
  38. Crediteur: ..................................................................
  39. Tegenstander: ..................................................................
  40. Propaganda: ..................................................................
  41. Spionage: ..................................................................
  42. Sneltrein: ..................................................................
  43. Flora: ..................................................................
  44. Producent: .............................................(VIT4 oef 71)
  45. Geld in circulatie brengen: Geld aan de circulatie.................................
  46. Een resolutie aannemen: Een resolutie .............................................
  47. De loefzijde van een schip: De ........................................van een schip
  48. In uniform gekleed gaan: In ..........................................gekleed gaan
  49. Op een verzoek gunstig beschikken: Op een verzoek .................... beschikk
  50. Een geluidsfilm: Een ..................................................... film
  51. Het slingeren van een schip: Het ........................................van een schip
  52. Een gebouw slopen: Een gebouw ...............................................
  53. Zijn woord houden: Zijn woord .................................................
  54. Een tegenstander: Een ............................................................
  55. Het altrusme: Het ............................................................
  56. Een aubade: Een ............................................................
  57. Solozang: ...................................................................
  58. Objectieve berichtgeving: ...................................................................
  59. Een vage belofte: .........................................................belofte
  60. Een brief antidateren: Een brief ....................................................
  61. Een winkel overnemen: Een winkel .................................................
  62. Een stabiel overwicht: Een ............................................ overwicht
  63. Een centrale ligging: Een ................................................. ligging
  64. Een populair staatshoofd: Een ...........................................staatshoofd
  65. Een geleidelijke overgang: Een .............................................. overgang
  66. Een bed opmaken: Een bed ......................................................

 

 

  1. HET TV-JOURNAAL

 

Opdracht: je hebt een aantal kranten van verschillende strekking meegebracht. Verzamel de artikels die voor jouw redactie relevant zijn. Rangschik ze naar belangrijkheid en bepaal wat precies in het journaal zal opgenomen worden.

 

Naam van de redactie: ..............................................................................................................

Schema van het voor te stellen item voor individueel redactielid:

.................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................

 

Opdracht: aan de hand van je schema moet je nu een tekst uitschrijven die in het journaal gentegreerd zal worden. Hierbij dien je de volgende punten in overweging te nemen:

  1. let op de tijdslimiet: 6 minuten per redactie

  2. gebruik een woordenschat die begrijpelijk is voor een zo groot mogelijk publiek:

  3. zeg niet: intoxicatie maar: vergiftiging

  4. als het gebruik van wetenschappelijke woorden zich opdringt, verklaar ze dan.

  5. Houd de zinnen kort maar volledig

  6. zeg niet: de huidige regering die sinds 3 jaar regeert, heeft gemeenteraadsverkiezingen uitgeschreven.
    Maar: Onze regering heeft vervroegde gemeenteraadsverkiezingen uitgeschreven.

  7. zorg ervoor spreektaal te schrijven.

  8. Zeg niet: desalniettemin werd de terrorist neergeschoten maar: Maar de terrorist werd neergeschoten;

  9. Maak de stijl niet te zwaar; gebruik niet voortdurend het passief.

  10. Zeg niet: Een onderzoek werd door de rijkswacht ingesteld. Maar: De rijkswacht stelde een onderzoek in.

  11. Houd de toon zo objectief mogelijk:

  12. zeg niet: Het imperialistische Belgi is Nederland binnengevallen maar: Belgi is Nederland binnengevallen.

 

Opdracht: Terwijl je met al het voorgaande rekening houdt, moet je nu een "levensecht" tv-journaal maken. Dat betekent dat je voor een weloverwogen taakverdeling zult moeten zorgen:

  1. de journalisten verzorgen het vergaren en presenteren van informatie

  2. de geluidstechnici staan in voor het klankmateriaal

  3. de beeldtechnici zorgen voor de beeldband (video)

  4. de grimeur verzorgt het uiterlijk.

  5. de tekenaar/fotograaf neemt de visuele ondersteuning voor zijn rekening.

  6. de journalist "ter plaatse" brengt een levendig verslag.

Suggesties

  1. eventueel nieuws laten voorafgaan of volgen door een weerbericht

  2. eventueel overschakelen naar een "correspondent ter plaatse" die interview afneemt.

  3. "specialist" in de studio vragen.

  4. eventueel reclamespots inlassen.

 

  1. STIJLVARIANTEN: STIJL EN TAALREGISTER.

terug naar opdrachten

MINISTERIE VAN FINANCIEN

 

Beste belastingbetaler,

DAAAG! Nog eens een briefje van een ouwe vriend, vadertje Staat aan een van zijn bevoorrechte vrienden................................. die woont in de ........................................ nr ..... te .....
Ik hoop dat je in goeie gezondheid verkeert en nog altijd gelukkig bent. Ben je nog altijd vrijgezel ................ ? Bedoel je dat je getrouwd bent? En wie is de gelukkige? ........................
En hoe gaat het met de kinderen? Hoeveel heb je er nu? .............................................
Fijn! En hoe heten ze? ....................................................................................................
Zeg eens, hoe ging het met je werk dit jaar? 't Is niet waar, verdiende je echt ........... ........................ BF dit jaar? Mooi zo, mooi zo! En hoeveel hebben die brave mensen van de personeelsdienst wel afgehouden per maand? ..............................! Wat? Hoe heb jij het dan aan boord gelegd om rond te komen met wat er overbleef? Oh, bedoel je dat je een extra inkomen had van ................. BF van bank/ spaarbankintresten/ aandelen / andere bronnen: ..................................... Gosjemij, wat heb jij het druk zeg!
Je weet dat vadertje Staat zo'n vreselijk geheugen heeft, h. Wat is jouw pensioennummer ook weer? ................. Juist ja.
Zeg eens, heb je nogal wat kosten gehad dit jaar? Zal ik aannemen dat ze zowat 10% van je inkomen bed ragen, wat dan gelijk is aan ......................... Of zou je me lieverecht alles op een briefje geven. in dat geval, hoe heb je het er van afgebracht dit jaar?
Veel ziek geweest? Oh, wat erg! Hoeveel spendeerde je aan doktersrekeningen? ............... ............. BF Waw, jouw dokter is zeker een drukbezette specialist! Ik hoop echt dat je volgend jaar een gezonder jaar hebt.
"Liefdadigheid begint thuis". Dat weten we allemaal, maar hoeveel heb je nu aan echte liefdadigheid en steun bijgedragen dit jaar? ........... .............. BF. Zoveel? Aan wie allemaal wel? ...........................................................................................................

 

  1. TONEEL: IBSEN: EEN POPPENHUIS

 

FRAGMENT:

personen:

Advocaat Helmer.
Nora, zijn vrouw.
Dokter Rank.
Mevrouw Linde.
Zaakwaarnemer Krogstad.
Helmers drie kleine kinderen.
Anna-Marie, kindermeid bij Helmer.
Helene, dienstmeisje.
Besteller.

Een gezellig en smaakvol maar niet kostbaar gemeubelde kamer. Rechts een deur op de achtergrond leidt naar het portaal; een tweede deur links achter leidt naar Helmers werkkamer. Tussen deze beide deuren een piano. Midden in de linkerwand een deur en verderop een raam. Bij het raam een ronde tafel met leunstoelen en een kleine sofa. In de rechterwand een deur en aan dezelfde kant, iets meer op de voorgrond een porseleinen kachel met een paar gemakkelijke stoelen en een schommelstoel. Tussen de kachel en de zijdeur een klein tafeltje. Kopergravures aan de wanden. Een etagre met kleine snuisterijen; een boekenkastje met boeken in prachtbanden. Een kleed op de vloer; vuur in de kachel. Het is winter.

Er wordt gebeld op het portaal; even daarna hoort men dat er open wordt gedaan; Nora komt vrolijk neurind de kamer binnen; zij is gekleed met hoed en mantel en draagt een massa pakjes, die zij op de tafel rechts neerlegt. Zij laat de deur naar het portaal open staan, en men ziet een besteller staan met een kerstboom en een mand, die hij overgeeft aan het dienstmeisje dat de deur heeft open gedaan.

 

Nora. Stop de kerstboom goed weg, Helene. De kinderen mogen hem vooral niet te zien krijgen vr vanavond, als hij opgesierd is. (Tegen de besteller, terwijl zij haar portemonnee voor de dag haalt).Hoeveel?

Besteller Een halve kroon.

Nora. Daar heb je een kroon. Houd maar. De besteller bedankt en vertrekt. Nora sluit de deur, terwijl zij haar bovenkleren afdoet, lacht ze vergenoegd in zichzelf.

Nora (haalt een zakje bonbons uit haar zak en eet er een paar van; gaat dan voorzichtig naar de deur van Helmers kamer en luistert) Jawel, hij is thuis. (Begint weer te neurin terwijl zij naar de tafel rechts gaat)

Helmer (in zijn kamer) Is dat mijn leeuwerikje dat daar zingt.

Nora (bezig haar pakjes open te maken). Ja!

Helmer Is dat mijn eekhorentje dat daar rondtrippelt?

Nora Ja-a!

Helmer Wanneer is het eekhorentje thuis gekomen?

Nora Daar net pas. (Stopt het zakje in haar zak en veegt haar mond af). Kom eens hier, Torwald, kom eens kijken wat ik gekocht heb.

Helmer Stil, even wachten! (Even daarna doet hij de deur open en kijkt naar binnen, met de pen in de hand). Gekocht zeg je? Dat allemaal? Is mijn verspilstertje weer eens aan 't geld verdoen geweest?

Nora Ja maar, Torwald, dit jaar mogen wij wel eens een beetje uit de band springen. Dit is het eerste kerstfeest dat wij niet zuinig hoeven te zijn.

Helmer Ja maar, weet je, ook vooral niet verkwistend.

Nora Jawel, Torwald, een beetje verkwistend kunnen wij nu wel zijn. Is 't niet? Maar een heel, heel klein beetje. Je krijgt immers nu een groot salaris en gaat heel veel geld verdienen.

Helmer Ja, met nieuwjaar; maar dan moeten er nog een hele drie maanden verlopen eer ik mijn salaris ontvang.

Nora Poeh! tot zolang kunnen we immers wel wat lenen.

Helmer Nora. (Gaat naar haar toe en pakt haar schertsend bij haar oor). Heeft de lichtzinnigheid je weer te pakken? Stel nu eens dat ik duizend kronen leende en jij zou ze in de kersttijd opmaken, en ik kreeg op Oudejaarsavond een dakpan op mijn hoofd, die me doodt...

Nora (Houdt hem de hand voor de mond). H foei! Wil je wel eens niet zulke akelige dingen zeggen.

Helmer Jawel maar, stl nu eens dat zo iets gebeurde... wat dan?

Nora Als er zo iets vreselijks gebeurde, zou het mij totaal onverschillig zijn of ik schulden had of niet.

Helmer Goed... maar de mensen van wie ik het geleend had?

Nora Die? wat gaan die mij aan! Dat zijn toch maar vreemden.

Helmer Nora! Nora! Je bent toch een echte vrouw!

Neen, maar in volle ernst, Nora, je weet hoe ik over die dingen denk. Geen schulden maken! Nooit lenen! Er komt een gevoel van onvrijheid en ook iets dat niet mooi is in een huishouden, dat berust op schulden en geleend geld. Wij hebben ons tot nu toe flink weten te redden, en dat zullen wij ook verder doen, de korte tijd dat het nog nodig is.

Nora (gaat naar de kachel). 't Is goed Torwald. Zoals je wilt.

Helmer (volgt haar) Maar nu mag mijn leeuwerikje daarom de vleugeltjes niet laten hangen hoor! Wat? pruilt mijn eekhorentje? (haalt zijn portemonnee uit zijn zak)... Nora, wat denk je wel dat ik hier heb?

Nora (wendt zich vlug om) Geld!...

Helmer Ziedaar (Telt haar enig papiergeld uit). Ik weet immers wel, kindje, dat er heel wat geld nodig is in een huishouden in de kersttijd.

Nora (telt) Tien...twintig...dertig...veertig. O, dank je, dank je, Torwald; daar kom ik een hele tijd mee toe!

Helmer Maar dat moet dan nu ook in ernst, hoor!

Nora Ja zeker, dat zal ik ook wel. Maar kom nu eens hier, dan zal ik je alles laten zien wat ik gekocht heb. En zo goedkoop! Kijk, hier is een nieuw pakje voor Ivar... en dan nog een sabel. Hier is een paard en een trompet voor Bob. En hier is een pop en een poppebedje voor Emmy; dat is nu niet zo erg mooi, maar ze maakt toch dadelijk alles kapot. En hier heb ik stof voor japonnen en zakdoeken voor de meiden; de oude Anna-Marie mocht eigenlijk wel wat meer hebben.

Helmer En wat zit er in dat pakje daar?

Nora (met een gilletje). Neen, Torwald, dat mag je niet zien vr vanavond!

Helmer Zo, zo. maar vertel me nu eens, jij kleine verspilster, wat zou je nu zelf wel graag hebben?

Nora O, ik? Ik geef eigenlijk nergens om.

Helmer Jawel, dat doe je wel. Noem nu eens iets voor mijn beurs bereikbaars dat je erg graag zou willen hebben.

Nora Neen, ik weet 't heus niet. ja toch... hoor eens, Torwald...

Helmer Ja?

Nora (speelt met de knopen van zijn jas zonder hem aan te zien). Als je me dan volstrekt iets geven wilt, dan zou je...zou je...

Helmer Nou dan...voor de dag ermee!...

Nora (haastig). Dan zou je mij geld kunnen geven, Torwald. Alleen maar zo veel als je denkt dat je missen kunt; dan zal ik er dezer dagen wel eens wat voor kopen.

Helmer Neen maar, Nora...

Nora Och toe, doe het maar, Torwald-lief; ik wou het zo heel graag. Dan zal ik het geld in een mooi goud papiertje pakken en aan de kerstboom hangen. Zal dat niet leuk zijn?

Helmer Hoe noemen we ook weer iemand die graag te veel geld uitgeeft?

Nora Jawel, een verspilstertje, dat weet ik nu wel. Maar laten we het z maar doen. Torwald; dan heb ik de tijd om eens te bedenken wat ik het best kan gebruiken. Is dat nu niet heel verstandig? Zeg?

Helmer (glimlachend). Ja zeker...dat wil zeggen, als je heus dat geld kon bewaren en er dan werkelijk iets voor je zelf van kocht. Maar zo wordt het tch weer in het huishouden en voor allerlei onnodige dingen gebruikt en dan moet ik later maar wr opdokken.

Nora H toch, Torwald!

Helmer 't is niet anders, mijn lieve Noraatje. Mijn leeuwerikje is allerliefst, maar het is een duur hofbeestje. Niemand zou kunnen geloven dat het een man zoveel geld kost er zo'n lief diertje op na te houden.

Nora H, hoe kan je dat nu zeggen? Ik spaar toch heus zoveel ik maar kan.

Helmer (lacht). Ja... dat is een waar woord. Zoveel je maar kunt. Maar je kunt het helemaal niet!

Nora Hm... ja... je moest maar eens weten hoeveel uitgaven wij leeuweriken en eekhorens hebben!

Helmer Je bent een wonderlijk klein ding. Precies je vader, je bent er altijd op uit om aan geld te komen, maar z als je het hebt, glijdt het je letterlijk door de vingers; je weet nooit wat je ermee uitvoert. Nou... wij moeten je maar nemen zoals je bent. Dat zit in 't bloed. Ja heus, zo iets is erfelijk.

Nora Ik wou dat ik maar een heleboel eigenschappen van papa gerfd had?

Helmer En ik wou je niet graag anders hebben dan je bent, net zoals je bent, mijn lief klein zangvogeltje. Maar hoor eens eventjes; ik bedenk me daar wat. Je ziet er zo... zo... hoe zal ik het noemen... zo verdacht uit vandaag...

Nora Ik?

Helmer Ja? Kijk mij eens goed aan?

Nora (doet het). En dan?

Helmer (dreigt met de vinger). Heeft mijn lekkerbekje vandaag niet gesnoept toen ze in de stad was?

Nora Welneen, hoe kom je er bij!

Helmer Is mijn lekkerbekje heus niet eens eventjes bij een banketbakker binnen gegaan?

Nora Neen, heus niet, Torwald.

Helmer Niet een beetje confituren gesnoept?

Nora Neen, helemaal niet.

Helmer Zelfs niet eens wat bonbons geknabbeld?

Nora Och neen, Torwald, heus niet...

Helmer Nou... nou... nou... ik zeg 't natuurlijk maar voor de grap...

Nora (gaat naar de tafel). 't Zou toch immers niet in mij opkomen iets te doen dat jij niet graag hebt.

Helmer Neen, dat weet ik ook wel; en jij hebt mij immers je woord gegeven... (gaat naar haar toe).

Bewaar jij je verrassingen en geheimpjes dan maar, mijn lieveling. Die komen vanavond, als de kerstboom aangestoken is, wel aan het licht, denk ik.

Nora Heb je er aan gedacht dokter Rank te inviteren?

Helmer Neen. Maar dat hoeft ook niet; het spreekt toch vanzelf dat hij bij ons eet. Toch zal ik het hem straks nog vragen als hij komt. Fijne wijn heb ik besteld. O, Nora, je weet niet hoe ik mij op vanavond verheug!

Nora Ik ook. En wat zullen de kinderen een pret hebben!

Helmer H, het is toch een heerlijke gedachte dat ik nu een goede vaste positie heb, met een ruim salaris. Niet waar? Het is een waar genot daaraan te denken.

Nora O, het is hrlijk!

Helmer Weet je wel verleden jaar kerstmis? Drie weken te voren ging jij je elke avond opsluiten en zat tot diep in de nacht bloemen te maken voor de kerstboom en allerlei andere mooiigheden om ons te verrassen. Bah, dat was de vervelendste tijd die ik ooit beleefd heb.

Nora Maar ik verveelde mij helemaal niet.

Helmer (glimlachend). Maar het viel toch wel een beetje povertjes uit, h

Nora Moet je mij daar nd nog mee plagen? Kon ik het helpen dat de kat binnen gekomen was en alles kapot gemaakt had?

Helmer Neen, zeker niet, mijn arm Noraatje. Jij had de lieve bedoeling ons allemaal blij te maken, en dat is de hoofdzaak. Maar het is toch maar goed dat die benauwde tijden voorbij zijn.

Nora Ja, dat is echt hrlijk.

Helmer Nu hoef ik niet meer alleen te zitten en mij te vervelen, en jij hoeft je lieve ogen en je mooie fijne handjes niet meer te vermoeien...

Nora (klapt in de handen). Neen, h? dat hoeft nu niet meer. O, wat is dat toch innig heerlijk om te horen! (Grijpt zijn arm) Nu zal ik je eens vertellen, Torwald, hoe ik had gedacht dat wij het hier moesten inrichten. Zodra het nieuwjaar is...(Bellen vr). O daar wordt gebeld. (Reddert de kamer wat op). Daar is zeker visite! Hoe vervelend!

 

Nora ontvangt Kristine Linde, een kennis van vroeger. Zij spreekt over de goede toestand waarin ze nu leven: Helmer heeft een bevordering gekregen, ze hebben drie schatten van kinderen. Dit is echt niet zomaar tot stand gekomen. Nora vertelt aan mevrouw Linde dat ze voor Helmers bestwil aan schriftvervalsing deed. Ze gebruikte de handtekening van haar reeds gestorven vader om geld te bemachtigen. Zo kon ze met Helmer - die toen erg ziek was - naar het zuiden waar hij kon genezen.
Nora doet nu af en toe schrijfwerk om haar schuld af te betalen. Krogstadt, Helmers ondergeschikte, weet dat ze fraude gepleegd heeft.
Helmer komt te weten wat Nora gedaan heeft. Krogstadt zou dus Helmers carri
Pre kunnen schaden. Helmer concentreert zich volledig op het gevaar dat hijzelf loopt, niet op de vrouw die hij (zogenaamd) bemint en die het toch deed om zijnentwille. Genoeg voor Nora om haar "poppenhuis" te verlaten.

Nora (loopt door de kamer met verwilderde ogen - grijpt Helmers domino, slaat die om, en fluistert haastig, hees en onafgebroken): Hem nooit meer zien. Nooit. Nooit. Nooit. (Gooit haar sjaal over haar hoofd). De kinderen ook nooit meer zien. Hem k niet. Nooit, nooit...O, dat koude donkere water! O, die ijzige diepte!... Die... O, was het maar voorbij!... Nu heeft hij de brief... nu leest hij hem... O, neen... neen... ng niet. Torwald, vaarwel... vaarwel mijn kleintjes! (Zij wil de deur uitstormen... op hetzelfde ogenblik rukt Helmer de zijne open met een open brief in de handen).

Helmer Nora!

Nora (gilt). Ah...!

Helmer Wat is dat? Weet je wat er in deze brief staat?

Nora Ja, ik weet het. Laat mij gaan! Laat mij er uit!

Helmer (houdt haar tegen). Waar wil je heen?

Nora (tracht zich los te rukken). Je mg mij niet redden, Torwald!

Helmer (tuimelt terug). Wr dus! Is het waar, wat hij schrijft? Neen, neen; dat kan onmogelijk waar zijn...!

Nora Het is waar! Ik heb je lief gehad boven alles in de wereld.

Helmer O, kom mij niet aan boord met zulke armzalige uitvluchten.

Nora (doet een stap naar hem toe). Torwald...!

Helmer Jij rampzalige,... wat heb je gedaan?

Nora Laat mij weggaan. Jij mag er niet voor boeten. Jij mag het niet op je nemen.

Helmer Geen komedie-vertoningen alsjeblieft. (Sluit de deur af). Hier zal je blijven en mij rekenschap geven. Begrijp je wat je gedaan hebt! Antwoord me! Heb je er enig begrip van?

Nora (kijkt hem onafgebroken aan en zegt met een uitdrukking van verstarring) Ja, nu begin ik het pas goed te begrijpen.

Helmer (loopt op en neer). O, wat een vreselijk ontwaken! Al deze acht jaren lang... zij, die mijn vreugd en mijn trots was... een huichelaarster, een leugenaarster... erger, erger nog... een misdadigster! O, hoe niet-in-te denken afschuwelijk is dit alles!... Foei! Foei!

Nora (zwijgt en kijkt hem maar steeds onafgewend aan).

Helmer Mijn hele geluk heb je nu verwoest. Mijn hele toekomst heb je bedorven. O, het is ontzettend daaraan te denken. Een gewetenloze kerel heeft mij in zijn macht; hij kan met mij doen wat hij wil; alles van mij eisen, over mij bevelen en heersen naar zijn goedvinden... en ik durf niet te kikken. En zo jammerlijk diep moet ik zinken en ten gronde gaan door de schuld van een lichtzinnige vrouw!

Nora Als ik uit de wereld ben, dan ben je vrij.

Helmer Och, verkoop geen kunsten. Zulke mooie praatjes had je vader ook altijd bij de hand. Wat zou het mij helpen of jij al uit de wereld was, zoals je zegt? Dat helpt mij hoegenaamd niets! Hij kan de zaak immers toch bekend maken; en doet hij dat dan word ik misschien nog wel verdacht van de hand in jouw misdadig spel gehad te hebben. Misschien zullen de mensen nog denken dat ik er achter zat... dat ik je er toe aangezet heb! En dat alles heb ik aan jou te danken, aan jou, die ik op de handen heb gedragen zolang wij getrouwd zijn. Begrijp je nu wat je mij aangedaan hebt?

Nora (koel en kalm). ja.

Helmer Het is zo ongelooflijk, dat ik 't nog niet in me opnemen kan. Maar wij moeten zien hoe wij er ons uit redden. Doe die sjaal af. Die sjaal af, zeg ik. Ik moet zien dat ik hem op de een of andere manier tevreden stel. De zaak moet in de doos, hoe dan ook... En wat jou en mij betreft, moet uiterlijk alles maar blijven zoals vroeger. Maar natuurlijk alleen voor het oog van de wereld. Je blijft dus hier in huis, dat spreekt vanzelf. Maar de kinderen mag je niet opvoeden, die durf ik je niet toevertrouwen... O, dat te moeten zeggen tegen hr, die ik z lief gehad heb en ng...! Nou... dat moet nu uit zijn. Van geluk is voortaan geen kwestie meer; alleen moeten we trachten de restjes, de schijn nog te redden.

(Er wordt buiten gebeld).

In de brievenbus vindt Helmer het document dat Krogstadt in handen kreeg. Zijn stemming verandert op slag.

Helmer Het is voorbij! Luister toch eens naar me, Nora, het is of je het nog niet echt begrijpt: het is voorbij! Wat is er toch... dat je gezicht zo strak staat? Och, mijn arme kleine Nora, ik begrijp het wel; je kunt nog niet geloven dat ik 't je vergeven heb. Maar dat heb ik heus, Nora; ik zweer 't je: ik heb je alles vergeven. Ik weet immers wel dat je het deed uit liefde voor mij.

Nora Dat is waar.

Helmer Je hebt van mij gehouden zoals een vrouw van haar man houden moet. Je had alleen geen voldoende inzicht in de keus van de middelen. Maar denk je dat je me minder lief bent omdat je niet in staat bent zelfstandig te handelen? Neen, hoor. Steun maar op mij; ik zal je wel raden en leiden. Ik zou geen man moeten zijn als juist die vrouwelijke hulpeloosheid je nog niet dubbel aantrekkelijk maakte in mijn ogen. Je moet je de harde woorden die ik zei in mijn eerste schrik, toen ik dacht dat alles boven mijn hoofd instortte, maar niet aantrekken. Ik heb je vergeven, Nora; ik zweer je dat ik je vergeven heb.

Nora Ik dank je voor je vergiffenis. (Ze gaat weg door de deur rechts).

Helmer Neen, blijf nu... (kijkt naar binnen). wat ga je in de slaapkamer doen?

Nora Mijn maskeradepak uit doen.

Helmer (bij de open deur). Ja, dat is goed; tracht tot rust en weer in evenwicht te komen, mijn arm verschrikt zangvogeltje. Rust maar eens lekker uit; ik heb brede vleugels om je mee te dekken (loopt rond, dichtbij de deur blijvend). O, wat is ons huis toch gezellig en mooi, Nora. Hier ben je veilig; hier zal ik je houden als een opgejaagde duif, die ik ongedeerd uit de klauwen van een havik heb gered; ik zal je arm kloppend hartje wel tot kalmte brengen. Zo zachtjes aan. Nora, geloof me maar. Morgen zal je alles al in een heel ander licht zien; al gauw zal alles weer net zijn als vroeger; ik zal je niet dikwijls meer behoeven te herhalen dat ik je vergeven heb; je zult zelf wel heel goed voelen dat ik het gedaan heb. Hoe ben je toch op het idee gekomen dat ik je verstoten zou of je ook maar iets verwijten? Och, Noraatje, je kent het hart van een echte man nog niet. Er is voor een man zo iets onbeschrijfelijks zoets en bevredigends in het gevoel dat hij zijn vrouw vergiffenis geschonken heeft, zo van ganser harte, zie je. Zij is daarmee om zo te zeggen dubbel zijn eigendom geworden; hij heeft haar als 't ware opnieuw haar plaats in de wereld gegeven; zij is in zekere zin nu zowel zijn kind als zijn vrouw geworden. Z zal jij voortaan voor mij zijn, jij mijn klein hulpeloos wezentje. Wees maar niet bang, Nora, wees alleen maar openhartig tegen mij; ik zal zowel je wil als je geweten zijn... Wat is dat nu? Ben je niet naar bed gegaan? heb je je verkleed?

Nora (in haar daagse japon). Ja, Torwald, ik heb mij verkleed.

Helmer Maar waarom, nu nog zo laat?...

Nora Ik ga vannacht niet slapen.

Helmer Maar, lieve Nora...

Nora (kijkt op de klok). Het is nog niet zo heel laat. Ga hier eens zitten, Torwald; we hebben een hele boel te bespreken (zij gaat zitten aan de kant van de tafel).

Helmer Nora,... wat betekent dat? Dat strakke gezicht...

Nora Ga er bij zitten... het zal lang duren. Ik heb veel met je te bepraten.

Helmer (gaat tegenover haar aan tafel zitten). Je maakt me angstig, Nora. En ik begrijp je niet.

Nora Neen, dat is het juist. Je begrijpt mij niet. En ik heb jou ook nooit begrepen... vr vanavond. Neen, je moet mij niet in de rede vallen. Je moet alleen maar luisteren. Dit is een afrekening, Torwald.

Helmer Hoe bedoel je?

Nora (na een kort zwijgen). Is er niet iets dat je opvalt nu wij hier zo zitten?

Helmer En wat zou dat dan moeten zijn?

Nora Wij zijn nu acht jaar getrouwd. Treft het je niet, dat

het de eerste keer is dat wij beiden, jij en ik, man en vrouw, ernstig samen spreken.

Helmer Ja...ernstig.. wat bedoel je daarmee?

Nora In volle acht jaren.. ja langer nog... van onze eerste kennismaking af, hebben we nooit een ernstig woord over ernstige dingen gewisseld.

Helmer Moet ik je dan, zonder noodzaak, altijd inwijden in moeilijkheden die je mij toch niet kon helpen dragen?

Nora Ik spreek niet van moeilijkheden. Ik zeg dat wij nooit eens ernstig bij elkaar gezeten hebben om iets grondig te bespreken.

Helmer Maar, liefste Nora, zou dat dan iets voor jou geweest zijn?

Nora Dat is nu juist de zaak. Je hebt me nooit begrepen... Er is mij groot onrecht aangedaan, Torwald. Eerst door papa en later door jou.

Helmer Wat! Door ons beiden... ons beiden... die meer van jou gehouden hebben dan van iemand ter wereld?

Nora (schudt het hoofd). Je hebt mij geen van beiden ooit liefgehad. Jij hebt het alleen prettig gevonden om op mij verliefd te zijn.

Helmer Maar Nora, wat zijn dat voor woorden.

Nora Ja, het is toch zo, Torwald. Toen ik thuis was bij papa, vertelde hij mij hoe hij over de dingen dacht, en dan vond ik dat alles ook zo; of, als ik er anders over dacht, verborg ik het maar, want dat zou hij niet prettig gevonden hebben. Hij noemde mij zijn poppekind, en hij speelde met mij zoals ik met mijn poppen speelde. Toen ik in jouw huis kwam...

Helmer Wat is dat nu voor een manier om over ons huwelijk te spreken?

Nora (onverstoorbaar). Ik bedoel: toen ik uit papa's handen overging in de jouwe. Je richtte alles in naar jouw smaak, en zo kreeg ik dezelfde smaak als jij; of ik hield mij maar zo... ik weet 't zelf niet goed... ik geloof dat het zowel het een als het ander was; nu eens dit, dan eens dat. Als ik er nu op terugzie, komt het me voor alsof ik hier geleefd heb als een arm mens... levend van de hand in de tand... Ik heb geleefd van kunsten-maken voor jou, Torwald. Maar jij wilde dat zo. Jij en papa hebben grote zonde aan mij begaan. Jij bent er schuld aan dat er niets van mij is terechtgekomen.

Helmer Nora, wat ben je onbillijk en ondankbaar! Ben je hier dan niet gelukkig geweest?

Nora Neen, dat ben ik nooit geweest. Ik dacht het te zijn; maar ik ben het nooit geweest.

Helmer Niet... niet gelukkig?

Nora Neen; ik had alleen maar pret. En jij bent altijd zo lief voor mij geweest. Maar ons huis is niets anders geweest dan een speelkamer. Ik ben je poppenvrouwtje geweest net als ik thuis papa's poppenkind was. En de kinderen zijn weer mijn poppen geweest. Ik vond 't prettig als jij met mij speelde, net als de kinderen het prettig vinden als ik met hen speel. Dat is ons huwelijk geweest, Torwald.

Helmer Er is wel iets waars in wat je zegt... hoe overdreven en overspannen het dan ook zijn mag. Maar voortaan zal het anders worden. De tijd van spelen zal voorbij zijn; nu komt het opvoedingswerk.

Nora De opvoeding van wie? Van mij of van de kinderen?

Helmer Van allebei, mijn liefste Nora, van jou en van de kinderen.

Nora Och, Torwald, jij bent de man niet om mij op te voeden tot een echte vrouw voor jou.

Helmer En dat zeg jij?

Nora En ik ... ben ik in staat kinderen op te voeden?

Helmer Nora!

Nora Zei je dat zelf niet daar straks... dat werk durfde je mij niet toevertrouwen.

Helmer In een ogenblik van drift! Wil je daar nu aan hechten?

Nora Ja zeker; want dat was heel juist gezegd. Die taak is te zwaar voor mij. Er is een andere taak, die eerst moet afgedaan worden. Ik moet mezelf zien op te voeden. Jij bent niet de man die me daarbij helpen kan. Daarvoor moet ik alleen zijn. En daarom ga ik nu van je weg.

Helmer (springt op). Wat zeg je daar?

Nora Ik moet geheel alleen zijn, als ik mijzelf en alle dingen buiten mij zal leren zien, z als ze zijn. Daarom kan ik niet langer bij je blijven.

Helmer Nora! Nora!

Nora Ik ga nu dadelijk weg. Kristine zal mij voor vannacht wel logeren...

Helmer Je bent niet wijs! Ik permitteer het niet! Ik verbied het je!

Nora Het helpt nu niet meer of je mij iets verbiedt. Ik zal meenemen wat van mij zelf is. Van jou wil ik niets hebben, noch nu noch later.

Helmer Maar dat is krankzinnigheid!

Nora Morgen ga ik naar huis... ik bedoel mijn oude thuis. Daar zal het mij het gemakkelijkst vallen het een of ander te beginnen.

Helmer O, jij verblind, onervaren schepsel!

Nora Ik moet zien ervaring op te doen, Torwald.

Helmer Je huis, je man en kinderen verlaten! En denk je er helemaal niet aan wat de mensen daarvan zullen zeggen?

Nora Daar kan ik mij niet aan storen. Ik weet alleen dat het voor mij noodzakelijk is.

Helmer O, het is schandelijk. Dat je je zo aan je heiligste plichten onttrekken kunt!

Nora Wat noem jij mijn heiligste plichten?

Helmer Moet ik je dat nog zeggen? Heb je geen plichten jegens je man en kinderen?

Nora Ik heb nog andere even heilige plichten.

Helmer Dat heb je niet. Wat zouden dat wel voor plichten zijn?

Nora Plichten jegens mij zelf.

Helmer In de eerste plaats ben je vrouw en moeder.

Nora Daar geloof ik niet meer aan. Ik geloof dat ik in de eerste plaats mens ben, ik, net zo goed als jij... of in elk geval zal ik trachten het te worden. Ik weet wel dat de meeste mensen jou gelijk geven, Torwald, en dat er iets dergelijks in de boeken staat. Maar ik kan mij niet langer tevreden stellen met wat de mensen zeggen en wat er in de boeken staat. Ik moet zlf nadenken over de dingen en tot klaarheid zien te komen.

(...)

Helmer Je bent ziek Nora; je hebt de koorts; ik geloof dat je hoofd een beetje in de war is.

Nora Ik heb mij nog nooit zo helder en zeker van mijzelf gevoeld als vannacht.

Helmer En in klaarheid en zekerheid verlaat je je man en kinderen?

Nora Ja, dat doe ik.

Helmer Dan is er nog maar n verklaring mogelijk.

Nora Welke dan?

Helmer Dat je niet meer van me houdt.

Nora Dat is het juist.

Helmer Nora!... En dat zeg jij!

Nora O, het doet mij zo zr, Torwald; want je bent altijd zo lief voor mij geweest. Maar ik kan er niets aan doen. Ik houd niet meer van je.

Helmer (met moeite zich bedwingend). Ben je daar ook zo vast en zeker van overtuigd?

Nora Ja, volkomen vast en zeker. Drom wil ik niet langer hier blijven.

Helmer En zou je mij ook kunnen ophelderen waardoor ik je liefde verspeeld heb?

Nora Ja, dat zal ik. Het was vanavond, toen het wonderheerlijke niet kwam; want toen zag ik dat je niet de man was voor wie ik je gehouden had.

Helmer Verklaar je nader, dat begrijp ik niet.

Nora Ik heb acht jaar lang zo geduldig gewacht; want och hemel, ik zag wel in dat het wonderheerlijke niet zo iedere dag gebeurt. Toen kwam die ellende over mij, en toen was ik zo vast overtuigd: nu zal het wonderheerlijke komen. Toen Krogstadts brief in de bus lag... geen ogenblik kwam het in mij op, dat je buigen zou onder de voorwaarden van die man. Ik was zo vast overtuigd dat je tegen hem zeggen zou: maak de zaak maar bekend aan de hele wereld. En als dat gebeurd was...

Helmer Ja, wat dan? Als ik mijn eigen vrouw had overgegeven aan schande en achterklap...

Nora Als dat gebeurd was, dan dacht ik vast en zeker, zou jij optreden en alles op je nemen en zeggen: ik ben de schuldige!

Helmer Nora...!

Nora Je bedoelt dat ik nooit zo'n offer van je zou aangenomen hebben? Neen, natuurlijk niet. Maar wat zou mijn beweren waard zijn tegen het jouwe?... Dt was het wonderheerlijke, waarop ik hoopte met vrees en beven. En om dat te verhinderen wou ik een einde aan mijn leven maken.

Helmer Ik zou graag dag en nacht voor je werken, Nora,... zorgen en verdriet voor je op me nemen. Maar geen mens offert zijn eer op voor iemand die hij lief heeft.

Nora Dat hebben toch honderdduizenden vrouwen gedaan.

Helmer Och, je denkt en je praat als een onverstandig kind...

(...)

Nora (doet haar mantel aan). Ik kan niet de nacht overblijven in de kamers van een vreemde man.

Helmer Maar kunnen wij hier dan niet samen wonen als broer en zuster...?

Nora (zet haar hoed op) Je weet heel goed dat dat niet lang zou duren... Vaarwel, Torwald. Ik wil de kinderen niet meer zien. Ik weet dat ze in betere handen zijn dan bij mij. Z als ik nu ben, kan ik niets voor hen zijn

Helmer Maar later, Nora...later...?

Nora Hoe kan ik dat weten? Ik weet immers nog helemaal niet wat er van mij worden zal.

Helmer Maar je bent toch mijn vrouw, zowel nu als later.

Nora Hoor eens, Torwald;... wanneer een vrouw het huis van haar man verlaat z als ik nu doe, dan is hij, heb ik gehoord, volgens de wet ontslagen van alle verplichtingen jegens haar. Je mag je in niets meer gebonden voelen, evenmin als ik het zal zijn. Er moet volle vrijheid zijn aan beide kanten. Hier heb je je ring terug. Geef mij nu ook de mijne.

Helmer Ook dat nog?

Nora Ook dat.

Helmer Daar heb je hem.

Nora Zo. Dus nu is alles voorbij. De sleutels leg ik dr neer. De meiden weten alles wat het huishouden betreft... beter dan ik. Morgen als ik weg ben, zal Kristine hier komen om in te pakken wat ik van thuis heb meegebracht. Dat moet mij opgezonden worden.

Helmer Voorbij... voorbij! Nora, zal je nooit meer aan mij denken?

Nora Ik zal wel heel dikwijls nog denken aan jou en de kinderen en dit huis.

Helmer Mag ik je schrijven, Nora?

Nora Nee... nooit. Dat sta ik je niet toe.

Helmer Maar, ik mag je toch zenden...

Nora Niets... niets.

Helmer ... je helpen als je het nodig mocht hebben.

Nora Neen... zeg ik. Ik neem niets aan van vreemden.

Helmer Nora,... kan ik dan nooit iets meer dan een vreemde voor je worden?

Nora (neemt haar koffertje op). Och Torwald, dan zou het allerwonderheerlijkste moeten gebeuren...

Helmer Noem mij dat wonderheerlijkste!

Nora Dan zouden wij beiden, jij zowel als ik, zoveel veranderd moeten zijn dat... Och Torwald, ik geloof niet meer aan iets wonderheerlijks.

Helmer Maar ik wil er aan geloven. Noem het! Z\veel veranderd zijn dat...?

Nora Dat ons samenleven een huwelijk kon worden. Vaarwel. (Zij gaat weg door het portaal).

Helmer (valt neer op een stoel bij de deur en bedekt zijn gezicht met de handen). Nora! Nora! (kijkt om zich heen en staat op). Weg. Zij is weg. (Met een straal van hoop). Het wonderheerlijkste...?!

(Beneden hoort men met een bons een deur in het slot vallen).

 

Uit: H. Ibsen, Dramatische werken, Meulenhoff, Amsterdam, 19223

A Hendrik Ibsen (1828 - 1906)

1. Leven

Wordt geboren in een koopmansgezin dat aanvankelijk erg welvarend is. Als Hendrik acht is, gaat zijn vader failliet en geraakt aan lager wal. Van dan af leidt Ibsen een hard leven. Hij doet wat journalistieke arbeid en reist veel. Komt in contact met de theaterwereld en wordt in 1858 zelfs theaterdirecteur in Kristiana (Oslo). in 1864 is hij het Noorse egosme beu en vestigt zich de volgende 27 jaar in Duitsland en Itali Ibsen was namelijk een Scandinavist ( cultiveerde een band met Denemarken) - tegenover de nationalisten ( kenmerk romantiek). Als Ibsen in 1891 naar Noorwegen terugkeert is hij een nationale held.

2. Kenmerken

Als groot dramaturg staat ook Ibsen boven de eigenlijke stromingen van zijn tijd. Er zijn weliswaar realistische en naturalistische tendenzen in zijn werk maar daarnaast is er ook invloed van het symbolisme, de dieptepsychologie, het burgerlijk drama van de 18de eeuw en het ideendrama.

Kenmerken toneelstukken:

  • Dmasqtechniek: het verleden wordt zachtjes onthuld en is oorzaak van de catastrofe die getoond wordt.

  • Uiterlijke handeling speelt geen rol meer: zijn stukken zijn praatstukken; elk woord is functioneel.

  • Veelvuldig gebruik van symbolen.

  • Sociale problematiek: hij wil de mensen vragen stellen om hun bewustzijn aan te scherpen ( vgl.: het ideendrama)

3. Werken

Peer Gynt ( versdrama - 1867 ) - Het poppenhuis (1879) - Spoken (1881) ( beide realistische probleemdrama's) - Hedda Gabler (1890) - Bouwmeester Solness (1892) ( beide naturalistisch met symbolistische inslag)

B Het realisme

Oorspronkelijke filosofische term die in 1826 voor het eerst gebruikt wordt m.b.t. literatuur in het ts Mercure de France.
Realisme wordt er omschreven als " la littrature du vrai ".
In 1856 begint L Duranty een ts met die naam.
In grote lijnen kan men een onderscheid maken tussen realisme als periodeconcept en realisme als algemeen stijlkenmerk.

1. Als periodeconcept

Verwijst naar een tijdperk tussen romantiek en naturalisme (1830 - 1880). De scheidingslijn met de romantiek mag men niet te scherp trekken. Heel wat romantische literatuur bevatte trouwens " realistische " kenmerken zoals aandacht voor het kleine en het gewone, nauwkeurige observatie, schildering van de " couleur locale " en van het dagelijkse leven in de historische roman. Daarnaast zit soms nogal wat sentimentaliteit in het realisme. Deze " Diesseitigkeit " en zin voor het concrete en materiNle is enerzijds te verklaren als een reactie op de als inadequaat aangevoelde romantiek en op het nog perifeer voortlevende classicisme. Een aantal extra-literaire factoren moeten anderzijds, in rekening gebracht worden. Omstreeks 1850 voltrekken zich nl. een reeks veranderingen: de opkomst van de grootindustrie en het stadsproletariaat, de ontwikkeling van een efficint verkeersnet, de revolutionaire gezindheid en het streven naar liberalisering en democratisering, de opkomst van de exacte wetenschappen en de overdracht van natuurwetenschappelijke methoden op de geesteswetenschappen ( positivisme), tenslotte een groeiende onverschilligheid en vijandigheid t.a.v. de godsdienst.

In de literatuur wordt de lyriek overvleugeld door de prozakunst: de roman en de novelle domineren in deze periode. Onder invloed van Ibsen zou later ook het toneel tot vernieuwing komen. De realistische roman plaatst de mens terug in een context ( politiek, economisch, sociaal) en verklaart ook het menselijk handelen vanuit die omgeving. De snelle uitbreiding van de roman hield verder verband met de ontvoogding van de burgerij (lezerspubliek) en met de technische vooruitgang in de drukkunst waardoor de kostprijs spectaculair daalde. Zowel in de romans zelf als in de programmatische verklaringen was de realistische stroming sterker geprofileerd in Frankrijk dan elders. Stendhal en Balzac zijn de voornaamste auteurs uit de aanvangsperiode. Met Madame Bovary (Flaubert, 1875) bereikt de realistische roman een hoogtepunt. Het Franse realisme zal zijn invloed laten gelden in de andere Europese literaturen. De Engelse roman heeft vanaf zijn prille begin, b.v. Robinson Cruso (Defoe, 1719) een sterk realistische inslag gehad. De werken van Dickens, G. Eliot en Thackeray vormden in dit opzicht geen breuk met de traditie. In de meer naturalistische fase kwamen de Engelse en Amerikaanse realisten ( Thomas Hardy, Henry James) onder invloed van het Franse realisme. In het Duitse taalgebied bloeit het zgn. potische realisme vooral in de novelle, de Heimatliteratuur en later in de bewust artistieke roman. Met het realisme komt ook de Russische literatuur uit haar isolement en bereikt een hoogtepunt in het werk van Toergenjev, Dostojewski en Tolsto.

Na 1880 verdwijnt het realisme niet zonder meer. Om die reden willen sommige onderzoekers het gebruik van de term niet reserveren voor de periode 1830-1880 maar " realisme " als een begrip of stijlkenmerk beschouwen.

2. Als stijlkenmerk

Realistisch betekent op de eerste plaats " als realistisch overkomend ". De indruk van waarschijnlijkheid is sterk afhankelijk van de literaire middelen ( conventies ) en daarmee samenhangend de (historisch bepaalde) geldende werkelijkheidsopvattingen. De moderne romanciers b.v. verwerpen het 19de-eeuwse realisme als naef omdat de traditionele auteurs geloofden dat de werkelijkheid kenbaar en nabootsbaar was, en dat ze die door hun taal en schrijfwijze adequaat konden dekken. Proust, Woolf en Musil c.s. waren van mening dat een "objectieve" realiteit niet bestond en dat alleen een radicale subjectivering van inhoud en vorm existentile waarachtigheid aan een roman kon verlenen (o.m. via de stream of consciousness).

C. Het burgerlijk drama ( drame bourgeois)

Burgerlijk toneel uit de 2de helft van de 18de eeuw, tussen komedie en tragedie. In het Nederlands ook - ter onderscheiding van treurspel en blijspel - toneelspel genoemd. Het verdwijnen van de sociale en culturele monopoliepositie van de adel en het verminderen van de strakke, academische beregeling van genres en kunst in het algemeen, lieten een nieuw soort tussengenre ontstaan dat uiting gaf aan de verzuchtingen en problematiek van de burgerij.

Deze burgerlijke drama's behandelden huiselijke problemen zoals persoonlijke onfortuinlijkheden, ongelukkige huwelijken, bankfalingen, verleidingen e.d. Het tragische wordt vervangen door geloof in de ratio, in de natuur en in de zekerheid dat het geluk afhangt van een meer rechtvaardige verdeling van het welzijn. Als dusdanig willen deze stukken een les van toegepaste moraal zijn en schilderen zij minder individuele personages als wel sociale condities en maatschappelijke rollen.

Het sentimentalisme van de 18de eeuw heeft ook in dit burgerlijk drama diepe sporen nagelaten, getuige hiervan de verheerlijking van de deugd, de melodramatische pathos, het veelvuldig gebruik van de coup-de-thatre ( verrassende wending) en de vaak voorkomende optimistische happy-ending. Bekende vertegenwoordigers van het genre zijn in Frankrijk Diderot ( le pre de famille 1758 ) en in Duitsland Lessing ( Miss Sara Sampson 1755 ).

D. Referentile technieken in toneel

Literaire werken hebben een betekenis. Hiermee bedoelen we: de schrijver demonstreert zijn visie op de wereld door zijn werkelijkheidservaring om te bouwen tot een samenhangend geheel, dat is: de structuur van het werk. De maker doet een uitspraak over de werkelijkheid. Vanwege het feit dat het drama een autonoom handelingsverloop kent en het publiek onvoorspelbaar is moet een dramaschrijver dikwijls meer moeite doen om die visie duidelijk te stellen.

Langs de andere kant toont hij alles letterlijk. Daarvan kan hij dan weer positief gebruik maken.

Nu is het natuurlijk wel zo dat het publiek niet in zijn eigen tempo kan nadenken over wat zich op de scne voordoet. Er kunnen geen pauzes ingelast worden ( of hij kan een boek niet eventjes dicht doen en nadenken). In een gedicht of een verhaal kan de auteur daarbij de "moraal" expliciet - dat is uitdrukkelijk geformuleerd - aanbieden. Hij kan zelfs evaluerende opmerkingen maken; dat is: een standpunt innemen tegenover het gebeuren.

De dramaschrijver kan dat niet in die mate. Behalve als hij gebruikt maakt van epische technieken zoals Brecht deed. Een epische ingreep doet zich voor als een buiten de handeling staande verteller namens de auteur het publiek rechtstreeks de moraal van het getoonde voorhoudt.

Hieronder volgt een reeks van technieken die de auteur kan toepassen om zijn visie op de werkelijkheid te expliciteren.

1. Binnen de handeling.

  • rolfiguren kunnen een algemene waarheid verkondigen op basis van de situatie waarin ze zelf verkeren. bv: Damit zegt dat ze beter had gezwegen dan dat ze haar mond voorbijgepraat had (Esmoreit ).

  • Soms is de formulering algemeen toepasbaar: dan wordt een uitspraak een sententie. Ze heeft een geldige conclusie ten opzichte van de wereld waarin het stuk speelt, op basis van de typische situatie waarin de dialoogspreker zich bevindt.
    bv: In Esmoreit zegt de koning van Damascus dat vrouwen wisselvallig zijn.

  • Figuren met wie het publiek zich het meest identificeert, zijn het best gekwalificeerd om de moraal te expliciteren.
    bv: in Esmoreit Platus of Esmoreit.

  • Ook herhaling van uitspraken is een methode om de boodschap te laten doordringen. Op die wijze wordt ze een motief.
    bv: in Bedrog van Pinter: het zich niet meer kunnen herinneren van het verleden.

  • Naarmate een algemene uitspraak dichter aansluit bij de afloop van de handeling zal men er eerder een concluderend karakter aan verbinden.

2. Buiten de handeling.

  • Een proloog- en/of epiloogspreker brengt een zekere explicitering. Deze persoon kan soms ook in de handeling opgenomen zijn/worden.
    bv: in de 4 abele spelen wordt de samenvatting vooraf gegeven; de boodschap wordt na het spel gexpliciteerd.

  • De koorzang in het Grieks-klassieke drama vervult ook deze functie.
    bv: in Lucifer van Vondel

  • Zo kunnen we ook de narren in Shakespeares tragedies en de raisonneur, een neutraal personage in de Franse blijspelen van de 17de en de 18de eeuw, deze functie toekennen. Deze personages staan buiten de verwikkelingen van de intrige en ze beleven alleen commentarirend mee.
    bv: in Macbeth en King Lear van Shakespeare.

  • Deus ex machina:
    Bv. in L'avare van Molire lost de Zonnekoning alles in n klap op.

OPDRACHTEN

1. Waar zit het realisme in dit toneelstuk en in welk opzicht is Ibsen vernieuwend?
2. Geef enkele voorbeelden van symboliek .
3. Teken een model van de aanvangsruimte op het toneel.
4. Duid de parallellie en de contrastwerking aan tusssen de personages, vooral in hun evolutie.
5. Spoor de aangewende referentle technieken op en omschrijf hun effect.
6. Ga na in welke mate dit stuk feministisch kan genoemd worden.

terug naar inhoudstafel

INHOUDSTAFEL

 

uitbreiding woordenschat: pag

Science Fiction: pag

Dierenepiek: ..pag

Viertalig zakwoordenboekje: pag

Het TV-journaal: .. pag

Stijl en taalregister: .. .pag

Ibsen: Nora, een poppenhuis: pag