RITME EN METRUM. studiewijzer

Voor oefening klik onderaan

A. Inleiding: enkele technische woorden.

  • scanderen: het verdelen van een vers in versvoeten.

  • versvoet: een groep bestaande uit een beklemtoonde ( ( _ ) en een minder beklemtoonde (u) syllabe.

  • metrum: versmaat: regelmatige terugkeer van dezelfde versvoeten.

  • soorten versvoeten:

  1. jambe: u - de zee

  2. anapest: uu - in het hart

  3. amfibrachys: u - u in Brussel

  4. trochee: - u mensen

  5. dactylus: - uu kinderen

  6. spondee: - - vuurwerk

  • cesuur: rustpoos: ongeveer in het midden van een lange versregel.
    Vb: de Zee, de Zee klotst voort / in eindeloze deining

  • alexandrijnen: versregel van 6 jamben: zie vorig voorbeeld.

  • enjambement: waarbij men verder leest op het einde van een versregel zonder rustpoos.

  • ritme: afwisseling van sterkere en zwakkere accenten.

  • hexameter: zes dactylen na elkaar

B. Indeling.

1. Het Oudgermaanse en Middelnederlandse heffingsvers.

Elk vers bevat drie of vier heffingen ( = natuurlijk beklemtoonde syllaben) + een willekeurig aantal onbeklemtoonde.

Het was in eenen sinxendaghe
dat beede bosch ende haghe
met groenen loveren waren bevaen. ( Uit Reinaert)

2. Het klassiek metrisch vers.

Vaste versmaat. Soms ontstaat een dreun - soms antimetrie: gezocht of passend. Voorbeelden:  

De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining

  • jambe

    Duizenden/kunnen een/vers wel/hekelen,/smaden als/onzin

  • dactylo-sponde´sche hexameter

    In het diepst van het woud
    't was al herfst en erg koud
    liep een heer in zijn eentje te dwalen

  • anapest.

3. Ritmisch of dynamisch vers.

Vrij vers; is a-metrisch: houdt zich aan de natuurlijke klemtoon van de betekenisdragende woorden.

Hij is een arm, oud man
de grijze mislezer met zijn kaal hoofd
en die der wereld niet behagen kan. ( M. Gijsen)

4. Lettergreepvers of silbetellend vers.

Berust niet op een vast metrum. Het aantal lettergrepen is gelijk bij met elkaar rijmende verzen. Voorbeeld:

Ik die had kameraadschap uitgegeven (11)
tot levenswachtwoord in mijn jong getij (10)
ik word nu door de makkers uitgedreven (11)
en kan geen schred meer houden met hun rij.(10)

Enkele hulpmiddelen bij het oplossen van de oefeningen

  1. Enkele dichters zijn erom bekend graag gebruik te maken van bepaalde versvormen: bij Kloos bvb vind je vaak een 'jambe' - Lucebert en experimentele dichters in het algemeen gebruiken meestal een vrij dynamisch vers. Henriette Roland-Holst houdt van een lettegreepvers.

  2. Als de verzen erg veel in lengte verschillen ( bv vers1: 5 lettegrepen en vers 2 : 12 lettergrepen; of als de verzen allemaal een ongelijke lengte hebben zal het geen klassiek metrisch vers of een lettergreepvers zijn maar vermoedelijk vrij dynamisch)

  3. bij lettergreepverzen moeten zoals gezegd de met elkaar rijmende verzen evenveel lettergrepen tellen en het verschil tussen beide is hoogstens 1: bvb 11 en 12 lettergrepen.

  4. bij een klassiek metrisch vers kan een doffe e nooit een klemtoon krijgen.

oefening