SONNET 30   SHAKESPEARE      home

When to the sessions of sweet silent thought
I summon up remembrance of things past,
I sigh the lack of many a thing I sought,
And with old woes new wail my dear time's waste:

Then can I drown an eye, unused to flow,
For precious friends hid in death's dateless night,
And weep afresh love's long since cancell'd woe,
And moan the expense of many a vanish'd sight:


Then can I grieve at grievances foregone,
And heavily from woe to woe tell o'er
The sad account of fore-bemoaned moan,
Which I new pay as if not paid before.

But if the while I think on thee, dear friend,
All losses are restor'd and sorrows end.

Wanneer verzonken in zoet en stil gedacht
Roep ik de herinnering op aan wat voorbij is
Ik verzucht het gebrek aan veel dat ik had verwacht
En met oude zorgen en nieuw verdriet slinkt mijn dierbare tijd:

Dan kan ik wenen met ogen ongewend om tranen te laten,
Om dierbare vrienden verborgen in de eindeloze, doodse nacht
En opnieuw de lang voorbije liefdes bewenen,
En klagen over al wat uit het zicht is verdwenen:

Dan kan ik treuren over het voorbije leed,
En zwaarmoedig, wee tot wee herhalen
Het droevig relaas van vroegere klacht
Waarvoor ik steeds weer moet betalen.

Maar als ik dan, mijn vriend, aan jou te denken kom
Wordt al het verlies hersteld en keren zorgen om .
 

Shakespeare - sonnet 30

Lisa Ampe - Lien Boelaert - Isis Brun - Morwenna Buysse - Jeroen Buts - Kim De Rouck - David Weinberger - 4LW - mei 2002