SONNET 130   SHAKESPEARE      archief

My mistress' eyes are nothing like the sun;
Coral is far more red, than her lips red:
If snow be white, why then her breasts are dun;
If hairs be wires, black wires grow on her head.
I have seen roses damasked, red and white,
But no such roses see I in her cheeks;
And in some perfumes is there more delight
Than in the breath that from my mistress reeks.
I love to hear her speak, yet well I know
That music hath a far more pleasing sound:
I grant I never saw a goddess go,
My mistress, when she walks, treads on the ground:
And yet by heaven, I think my love as rare,
As any she belied with false compare.

 

 

Mijn liefstes oogopslag is niet zoals de zonneschijn
hr lippenrood haalt het niet bij koraal;

zwarte draden bedekken haar hoofd, geen gouddraad fijn

als sneeuw wit is, dan zijn haar borsten vaal

Als het mooiste roze dat van rozen is

Is dit onvindbaar op haar wang

Haar stem, waarvan ik hou, klinkt als gesis

In vergelijking met het lieflijkste gezang

Gewone lucht komt uit haar mond

Want deze is niet door parfum verfrist

Zij loopt als iedereen op de grond

Maar ik heb nooit een godin gemist

Mijn lief wordt niet voorafgegaan door uitzonderlijke faam

Geen valse vergelijkingen voor haar, in hemelsnaam!

 

Shakespeare - sonnet 130 Laura Ergo- Sara Maene 5LMT - januari 2002