Sonnet cxxx  Shakespeare

De ogen van mijn geliefde zijn niets in vergelijking met de zon
Roder dan dieprode koralen zullen haar lippen nooit kleuren
Zelfs haar borsten leken vaal toen het vallen van de witte sneeuw begon
Zwarte draden bedekken haar hoofd, geen glinster te bespeuren.
Ik heb de passionele mengeling van rode en witte rozen gezien
Maar heb die niet op haar zachte wangen zien ontwaken
En de beste geuren waarvan parfums zijn voorzien
Zijn geuren die aan haar adem ontbraken.
Van haar prachtige stem ben ik gaan houden, maar weet heel goed
Dat een rustige ballade veel goddelijker klinkt in mijn oren
Ik beken dat ik nooit een godin in mijn geliefde heb ontmoet
Zweven doet zij niet maar haar schoonheid gaat nooit verloren.
En toch, lieve hemel, mijn zeldzame liefde, zo rijk
Laat zich niet kwetsen door vals vergelijk

 

Lien Adriaensens - Jacobina Bekaert - Laurens Teerlinck 14 februari 2006