SPELLING

 

 

 

1. Hoofdletters: …………………………………………………………..

Pag

2. Aaneenschrijven van woorden: ………………………………………..

pag

3. Het koppelteken (liggend streepje): …………………………………..

Pag

4. Het deelteken of trema: ……………………………………………….

Pag

5. Het weglatingsteken: ………………………………………………….

Pag

6. Het accent: …………………………………………………………….

Pag

7. Tussenletters in samenstellingen: ………………………………………

Pag

8. Spelling van klinkers: …………………………………………………..

Pag

9. Spelling van medeklinkers: …………………………………………….

Pag

10. Spelling van vreemde werkwoorden: …………………………………

Pag

11. Werkwoordsuitgangen:………………………………………………..

Pag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gebruik hoofdletters waar nodig terug naar inhoudstafel spellingregels

Voor oplossingen klik onderaan

  1. heel wat engelse en duitse toeristen bezoeken ons land.
  2. met kerstmis ben ik het liefst thuis en ook de kerstdagen breng ik er door.
  3. wanneer valt dit jaar de paasvakantie? ‘k denk in de eerste helft van april.
  4. een sint-bernardshond aardt niet in onze streken.
  5. twee dominicanen en drie franciscanen voegden zich bij het gezelschap.
  6. ik houd van een zachte bordeaux en een pittige bourgogne; oude franse wijnen hebben terecht wereldfaam.
  7. ‘s-hertogenbosch ligt in noord-brabant.
  8. de heer van bladel werd op aswoensdag begraven.
  9. weet jij nog wie karel de stoute was?
  10. de dominicanen hebben hier een klooster.
  11. ze vertrouwen in onze-lieve-heer maar weten zij veel.
  12. heb je dit jaar al eenonze-lieve-heersbeestje gezien?
  13. aan burgemeester en schepenen van de stad antwerpen.
  14. gisteren bezocht hare majesteit de koningin een bejaardenthehuis.
  15. frankrijk grenst ten westen aan de atlantische oceaan. 
  16. in het zuiden wordt nog veel meer dialect gesproken dan in het noorden.
  17. het verre oosten heeft een mentaliteit die wij, mensen van het westen, niet gemakkelijk doorgronden.
  18. de minister van onderwijs sprak de feestrede uit; verder nam ook prof. Dr. Peeters het woord.
  19. vlaamsvoelend is synoniem met vlaamsgezind.
  20. heb je de roman de gebroeders karamasov van de russische schrijver dostojewski gelezen?
  21. als je naar de stad gaat, breng dan wat edammer mee.
  22. na de tweede wereldoorlog verloor nederland zijn oost-indische bezittingen.
  23. laten we maar hopen dat er nooit nog een wererldoorlog komt.
  24. de groenen hebben nu vier parlementsleden.
  25. na pasen wordt die oude roomse kerk gesloopt.
  26. frederik van eeden schreef de kleine johannes; maar die noord-nederlandse auteur, een van de tachtigers, schonk ons ook mooie verzen.
  27. wordt van eeden nog gelezen?
  28. de brugse metten haden plaats in de nacht van 17 mei 1302; op 11 juli daarna werd dan de slag der gulden sporen geleverd bij kortrijk, op de groeningekouter.
  29. het nederlands behoort tot de grote taalfamilie, die zich uitstrekt van de himalaja tot de pyreneeën en die men de indogermaanse taalgroep noemt.
  30. amerikaanse, britse en andere troepen namen deel aan de invasie in juni 1944; ze vertrokken van de engelse zuidkust nabij portsmouth, onder het bevel van generaal eisenhouwer en landden aan de franse kust in normandië.
  31. de amerikaanse joden hebben veel invloed in washington.

OPLOSSINGEN

 

OEFENINGEN

SCHRIJF AL OF NIET AANEEN Regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. Die Rode Kruis post zorgt voor de eerste hulp verlening
  2. Heb je al eens deel genomen aan het snel wandelen
  3. Ik had heel wat materiaal over; ik heb er over gedacht er aan mijn vriend te geven, maar wat heeft die er aan?
  4. Ik breng er mee voor jou, jij kunt er mee werken.
  5. We hebben hem ten minste vijf maal ontmoet, maar hij is ons telkens voorbij gelopen; zo’n voor de gek houderij kun je toch alles behalve beleefd noemen.
  6. Zo ten minste denken wij er over.
  7. Zij reisden in een eerste klas coupé.
  8. Hij wil er eens een dagje tussen uit.
  9. Die gummi slang ligt bij het aluminium raam.
  10. Er is wat met zijn rechter arm: zijn rechter voorarm zit in het gips.
  11. Is dat de Streuvels laan?
  12. Op die advertentie kregen ze 2632 (voluit) sollicitaties.
  13. Hij weet altijd alles behalve wat hem gevraagd wordt.
  14. Na het auto ongeval was hij verlamd.
  15. Kun je dat proces verbaal nog te niet doen?
  16. Te laat komen past niet, te laat komers zijn onbeleefd.
  17. De in bedrijf stelling moet wachten tot volgend jaar.
  18. Het KMI voorspelt voor morgen een hoge druk gebied en matige noord oosten wind.
  19. Wat is de maximum snelheid op de Franse autowegen?
  20. Hij heeft een standje gekregen van zijn oud leraar, van daar zijn hoog rode kleur.
  21. Eerst naar het post gebouw en van daar rijden we naar huis.
  22. Kun jij zo iets goed keuren?
  23. Ze kwamen te gelijker tijd aan.
  24. Er waren 4.356.532 (voluit) ingeschreven kiezers, waarvan slechts 2/3 hun stem
  25. uitbrachten.
  26. De inbreker werd op heter daad betrapt.
  27. Het atoom tijdperk is al lang bezig.
  28. Is hij al weer gevallen?
  29. Ik weet niet of dat hen zal tevreden stellen.
  30. Kent u een negentiende eeuwse schrijver?
  31. Hij ontsnapte ter nauwernood aan de verdrinkingsdood.
  32. Voor de eerste klassers is het geen voetbal training vandaag.
  33. Waarom toch altijd er om heen draaien?
  34. Ze keerden in aller ijl terug.
  35. Die firma zal 693 (voluit) mensen te werk stellen.

OPLOSSINGEN

 

AARDRIJKSKUNDIGE NAMEN: KIES DE JUISTE SCHRIJFWIJZE. Regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. Hij woont in Nieuw Zeeland/ Nieuw-Zeeland/ nieuw Zeeland/ Nieuw-zeeland/nieuw-Zeeland.
  2. Nieuwgrieks/Nieuw Grieks/Nieuw-Grieks/nieuw Grieks/nieuw grieks is geen gemakkelijke taal.
  3. Hermans is een Noord Nederlander/Noordnederlander/Noord-Nederlander.
  4. Canada importeert Noord-amerikaanse /Noord-Amerikaanse/Noordamerikaanse/noord-Amerikaanse olie uit Texas.
  5. De Zeeuwsvlaamse/Zeeuws-Vlaamse/Zeeuws Vlaamse/Zeeuws-vlaamse mosselen zijn er weer.
  6. Die noordwestelijke/Noordwestelijke/Noord-Westelijke wind is erg onaangenaam.
  7. Er is weer spanning in het Nabije-Oosten/nabije Oosten/Nabije Oosten.
  8. Het boek is uitgegeven in ‘S hertogenbosch/’s Hertogenbosch/s’Hertogenbosch/’s-Hertogenbosch.
  9. Hij is ontwikkelingshelper in Latijns Amerika/latijns Amerika/Latijns-Amerika/latijns-Amerika.
  10. Die plant groeit alleen in een Middellands-Zeeklimaat/Middellandse Zeeklimaat/ Middellandse-Zeeklimaat/Middellandse zeeklimaat.
  11. De president rekent op enig begrip van de bondgenoten in het Westen/westen.
  12. Hij maakte een reis door Achterindië/Achter-Indië/Achter Indië.
  13. Een bloemlezing van middelnederlandse /Middel-Nederlandse/ Middelnederlandse/ Middel Nederlandse teksten.
  14. Een inwoner van de Ardennen noemen we een Ardenner/Ardennees.
  15. Genk ligt in het Noord-Oosten/noord oosten/noord-oosten/noordoosten van België.
  16. Gebruik oostindische /Oostindische/Oost Indische/Oost-Indische inkt voor je tekeningen.
  17. We maken een tocht op de Kempense/ Kempische kanalen.
  18. Een inwoner van Japan noemen we een Japanner/Japanees/japanner.

OPLOSSINGEN

 

HET KOPPELTEKEN: AANEEN OF GESCHEIDEN? Regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. Er waren binnen en buitenlandse journalisten.
  2. Noord Amerika spreekt grotendeels Engels, in de Midden en Zuid Amerikaanse staten overheerst het Spaans
  3. Deze trein stopt in Brussel Noord, Brussel Centraal en Brussel Zuid
  4. Ze is een echt kruidje roer me niet
  5. De man was chauffeur huisknecht van de adjunct commissaris.
  6. Da en avondscholen worden hier druk bezocht.
  7. De vice voorzitter zat in een eerste klas coupé voor niet rokers
  8. We hadden een twee persoons kamer gevraagd.
  9. De Zeeuws Vlaamse mosselen zijn er weer.
  10. Er staan in die zin zelfstandige en hulpwerkwoorden. Iedere oplossing biedt voo en nadelen.
  11. Daar vind je oude en nieuwe boeken, maar meest tweede handse.
  12. Dat zijn kleine jongens manieren.
  13. Zijn tas lag een twee tot drietal meter verder.
  14. Waar ligt Heist op den Berg?
  15. Het slachtoffer was een 35 jarige man.
  16. De radio uitzendingen worden gestoord.
  17. Stuur het naar mijn privé adres.
  18. De stadsstraten en pleinen stonden onder water na het onweer.
  19. Tabaks telers vond je vroeger bij de Semois.
  20. Ze is radio omroepster.
  21. Vanavond speelt het symfonie orkest, versterkt met BRTN artiesten.
  22. Eau de cologne is er in alle prijzen.
  23. Zeer Eerwaarde Heer Deken.
  24. Heb je wel eens een mans toneel gezien?
  25. Ken je een paar achttiende eeuwe schrijvers?
  26. Woon je nog in de Leopold III laan?
  27. Het tv toestel is defect.
  28. In Noord Nederland vind je ook nog Noord Nederlandse dialecten.
  29. We waren getuige van een ernstig auto ongeval.
  30. Ik heb hem wel honderd maal gewaarschuwd en van morgen is het dan toch gebeurd.
  31. Wat is een close up in een film?
  32. Ik kocht dat in een zaak van mode artikelen.
  33. Een influenza epidemie maakt altijd veel slachtoffers.
  34. Hij rijdt in een BMW 320.
  35. Er is vertraagd verkeer op de E3 autoweg.
  36. Aan die laag bij degrondse praatjes doe ik niet mee.
  37. Sint Katelijne Waver en Onze Lieve Vrouw Waver zijn gefusioneerd.
  38. Er is een stijlverschil tussen schrijf en spreektaal.
  39. ‘s Gravenvoeren is een nieuw Limburgse gemeente van de Voerstreek.
  40. De winst en verliesrekening klopte niet.
  41. De Onze Lieve Vrouw kerk is de kathedraal van Antwerpen.
  42. De oud soldaten hielden een congres in St. Truiden.
  43. Wij verkopen dames, heren en kinderschoenen.
  44. De ex koning leeft nu in ballingschap.
  45. Weet u wat een V1 was?

OPLOSSINGEN

 

SCHRIJF MET OF ZONDER TREMA regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. De geallieerden wonnen de lange oorlog.
  2. De dietist heeft vader een streng dieet voorgeschreven.
  3. Maisolie is gezond.
  4. De ruine was prachtig geillumineerd.
  5. Dat gevaar is niet reeel.
  6. Ik ken andere reele gevaren.
  7. Wat heb ik me geergerd aan dat boek.
  8. Ik verkies koffie zonder cafeine.
  9. Pinguins zijn rare meneren!
  10. Wat beoogt hij met die houding?
  11. Laat je hier geen prieeltje aanleggen? Och, prielen zijn uit de mode.
  12. Bevloeiing heeft die vlakte vruchtbaar gemaakt.
  13. De elektricien en de mecanicien zijn klaar met hun werk.
  14. Die pater is een jezuiet.
  15. Wat een buiig weer vandaag.
  16. In het bos konden we ons moeilijk orienteren.
  17. Ze is wat naief, maar die naiveteit is wel charmant.
  18. Heb je onze nieuwe fox-terrier al gezien?
  19. Weet je wat een triduum is? En een vacuum?
  20. Je wil me toch niet ruineren?
  21. Coeducatie heeft voor-en nadelen.
  22. Dat kan ik niet beoordelen.
  23. Gebruik voor uw brieven liever geen gelinieerd papier.
  24. Als de leiding niet goed geisoleerd is, loop je gevaar geelektriseerd te worden.
  25. Een beedigd landmeter zal de tuin opmeten.
  26. De prijzen varieren volgens de geeiste kwaliteit.
  27. Commercieel en financieel is de zaak niet erg gezond, maar commerciele en financiele belangen dienen te wijken voor principiele redenen.

TREMA OF LIGGEND STREEPJE

  1. Blijf je niet meeeten na deze feeerieke voorstelling?
  2. Die egoist is zoeven gepasseerd.
  3. Waarom wil jij mij steeds naapen?
  4. Dat paard ziet er zebraachtig uit.
  5. De officiele plechtigheid heeft plaats tijdens de galaavond.
  6. Producten tegen meeeters zijn eerder nuttig voor de financiele toestand van de producenten.
  7. De advocaat neemt een detectiveachtige houding aan.

OPLOSSINGEN

 

OEFENINGEN

GEBRUIK EEN ACCENT WAAR HET NODIG IS regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. Een groot caf....... en daarnaast een klein caf.......tje.
  2. Daar is het bagaged.......p.......t.
  3. Is dat de .......lite van de stad?
  4. Een enqu.......te doen.
  5. Hij heeft een id.......fixe.
  6. Wat een mooie .......talage!
  7. In beperkt comit....... vergaderen.
  8. Een canap.......tje in de hoek.
  9. Een laag d.......collet.......
  10. Zij kwam naar beneden in n.......glig.......
  11. Geen r.......sum.......? Zo’n r.......sum.......tje is altijd praktisch.
  12. Ben jij ook abonn....... op de matin.......s in de schouwburg?
  13. Wat eten we vandaag: hach....... of fricass.......?
  14. Ons log.......tje is nog op haar kamer.
  15. De s.......ance kan beginnen.
  16. Met zulke proc.......d.......s kom je er niet.
  17. Drie caf.......s naast elkaar.
  18. Geen d.......tails alstublieft.
  19. Ik hoor de vogeltjes in de voli.......re.
  20. Het vrouwelijke van logé is log.......

OPLOSSINGEN

 

SCHRIJF DE APOSTROF WAAR ZE THUISHOORT regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. Heb jij wel eens op ski....... gestaan?
  2. De agenten hebben nieuwe kepie.......gekregen.
  3. De dierentuin heeft een paar nieuwe zebra....... gekregen.
  4. Het aantal 65+ ers is erg toegenomen.
  5. Een paar baby....... begonnen te huilen.
  6. Waar liggen mijn pyjama.......?
  7. In onze familie zijn er vier Anna.......
  8. In Gezelle....... gedichten komt veel West-Vlaams voor.
  9. Timmermans....... Pallieter is een hymne aan de natuur.
  10. In dat woord heb je twee o....... geschreven.
  11. In die milieu...... spreek je beter niet over politiek.
  12. Zijn er ook pony....... in dat circus?
  13. Hoeveel foto....... heb je gisteren gemaakt?
  14. Mia....... broer is verleden week getrouwd.
  15. Enkele CVP ers stemden natuurlijk tegen.
  16. Miro....... schilderijen trokken de aandacht.
  17. heb jij in dat woord geen a tje vergeten.
  18. Mijn telefoonnummer eindigt op twee 8.......
  19. Des avonds weet hij nooit wat hij moet doen.
  20. Ken jij India....... heilige stad.
  21. Des maandags reist hij naar s.......Hertogenbosch.
  22. Conscience....... taalgebruik is sterk verouderd.

OPLOSSINGEN

 

SCHRIJF HET MV VAN DE VOLGENDE SUBSTANTIEVEN Regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

 

  1. timmerman (2)
  2. gravure
  3. kievit
  4. gelid
  5. menu
  6. musicus
  7. cactus
  8. kanunnik
  9. secretaris
  10. generaal
  11. hobby
  12. abonnee
  13. luitenant
  14. kolonel
  15. ra
  16. pels
  17. kers
  18. datum(2)
    fotografie
  19. foto
  20. staatsman(2)
  21. slee
  22. vlo
  23. oase
  24. bijlage
  25. begonia
  26. maximum(2)
  27. reclame
  28. verlof
  29. doel(2)
  30. spel(2)
  31. broche
  32. hospita
  33. politicus
  34. patroon(2)
  35. stuk(2)
  36. maat(2)
  37. majoor
  38. perzik
  39. muzelman
  1. cadeau
  2. coupé
  3. soiree
  4. collega
  5. geranium
  6. erratum
  7. Hendrik
  8. Hendrickx
  9. are
  10. sportman
  11. dank
  12. Engelsman
  13. kaaiman(2)
  14. zwezerik
  15. paus
  16. niveau
  17. idee
  18. canapé
  19. dictee
  20. tralie(2)
  21. fee
  22. bureau
  23. raad
  24. pad(2)
  25. factor
  26. dogma(2)
  27. prospectus
  28. decennium(2)
  29. rede(2)
  30. spons(2)
  31. buurman(2)
  32. gewoonte(2)
  33. leraar(2)
  34. milieu
  35. elektricien
  36. vakman
  37. centrum(2)
  38. kleed(2)
  39. motor(2)
  40. bedrag
  1. sonnet
  2. baars
  3. editie
  4. lam
  5. paragraaf
  6. graf
  7. graaf
  8. fotograaf
  9. hobo
  10. paraplu
  11. baby
  12. leeuwerik
  13. technicus
  14. dame
  15. dosis(2)
  16. struis
  17. dreumes
  18. etui
  19. spot
  20. ronde(2)
  21. museum
  22. album
  23. virus
  24. chalet
  25. lexicon
  26. genus
  27. passus
  28. bal(2)
  29. groente
  30. bedrog
  31. revue
  32. café
  33. typist
  34. typiste
  35. poes(2)
  36. blad(2)
  37. knecht(2)
  38. bijou
  39. catalogus(2)
  40. barones
  41. eega
  1. jubilee
  2. leemte
  3. logé
  4. logee
  5. portier(2)
  6. 125. kilo(2)
  7. crisis(2)
  8. directeur(2)
  9. rebus
  10. epos(2)
  11. diner
  12. advies
  13. hectare
  14. biograaf
  15. arbeid
  16. taxi
  17. sardine
  18. relikwie
  19. pakket
  20. procesverbaal
  21. collo
  22. marechaussee
  23. Jans
  24. Jansen
  25. Jansens
  26. criticus
  27. circus
  28. factor(2)
  29. bourgeois
  30. thesis(2)
  31. cyclus
  32. 5 gram
  33. enige meter
  34. honderden liter
  35. 5 cent
  36. idee-fixe
  37. kolonie
  38. 10 jaar geleden
  39. surveillante
  40. 5 graad
  41. kazerne(2)

OPLOSSINGEN

 

OEFENINGEN

SCHRIJF EEN TUSSEN-N OF TUSSEN-S WAAR HET NODIG IS (9 voor spell)

Regels inhoudstafel  einde oefeningen   voor oplossingen klik onderaan

  1. Zonder pijp.......sleutel is die moer onbereikbaar
  2. Ik vind een boeke.......bon wel een wat onpersoonlijk cadeau;
  3. De antiquair identificeerde het voorwerp als een suiker.......strooier.
  4. Anonieme brieven belanden bij ons meteen in de prulle....... mand.
  5. De achttiende eeuw wordt soms smalend ‘pruike.......tijd’ genoemd.
  6. Vooral de muziek maakt de slot.......scène zo onvergetelijk;
  7. Een aantal rallyrijders had met bande.......pech af te rekenen.
  8. Bijna alle reflexcamera’s zijn met een spleet.......sluiter uitgerust.
  9. Onze jeugdgroep organiseert volgende week een vlooie.......markt.
  10. In de winter worden de kajaks in het bote.......huis opgeborgen.
  11. Plots draaide hij voor een kwart........slag en ging recht op het doel af.
  12. Een deel van de Britse adel leeft als een here.......boer.
  13. Vandaag hebben de kinderen met pijpe.......ragers geknutseld.
  14. Je hebt er toch om gedacht de net.......schakelaar om te draaien?
  15. Linde.......hout is zacht en werd daarom voor veel sculpturen gebruikt.
  16. Onze plante.......kas is niet permanent toegankelijk voor het publiek.
  17. Joost staat erg kritisch tegenover alle gepraat over helde.......dom.
  18. Zelf heeft hij zich altijd hevig tegen een persone.......cultus verzet.
  19. Het aantal witte bloed.......cellen was zeker niet abnormaal.
  20. Een sluiting met klitte.......band is wat gemakkelijker voor zo’n kind;

VUL -N- IN WAAR HET NODIG IS

  1. ‘Goed......morgen,’ zei de horlog.......maker,’ik vertrek vandaag op zak.........reis.’
  2. De plant.......kenner bestudeerde zorgvuldig de paard.......bloem.
  3. Die flier.......fluiter geniet wel van zijn student.......leven;
  4. De boer.......dochter bakte brood met tarw.......meel.
  5. Dit brood is ber.......goed; het zit boord.......vol vezels.
  6. Doornroosje prikte zich aan het spinn.......wiel.
  7. Op koninginn.......dag eten we naar gewoonte prinsess.......bonen met
  8. lend.......biefstuk.
  9. Wil jij een koninginn.......pasteitje of asperg.......soep?
  10. Na regen komt zonn........schijn.
  11. Die boll.......boos viel op zijn kinn.......bak en begon hard te huilen.
  12. De kurk.......trekker, not.......kraker en vrucht.......pers liggen in de lad........kast.
  13. Het leeuw.......deel van dit werk heb ik gedaan; mijn vader heeft het mer.......deel van het andere werk gedaan.
  14. Rijst.......pap als nagerecht is niets voor arm.......lui.
  15. ‘Die roz.......struik geurt heerlijk!’ zei de voorzitster van de vrouw.......gilde.
  16. Het krant.......artikel deelde mee dat bess.......sap goed is voor de gezondheid.
  17. Na zijn maand.......lange reis naar Londen, onderging hij een ware gedaant.......verwisseling.
  18. Een konijn is een plant.......etend zoogdier dat zich grot.......deels voedt met gras.
  19. ‘Ik ben stek......blind!’ riep de groent.......boer,’ Mijn bril.......glazen zijn stuk.’
  20. Zijn dit kipp.......eieren of eend........eieren?
  21. Welke planten zie jij het liefst: leeuw.......bekken, goud....... regen of katt.........kruid?
  22. Hij is het pet.......kind van zijn grootvader, de her.......boer.
  23. Reuz.....leuk, ik heb een mugg.......beet op het topje van mijn neus.
  24. Met reuz.......kracht vernielde hij de paard.......stal.
  25. Hou op met die gekk............ praat, ik krijg er kipp..........vel van.
  26. Ik heb een grenz............loos vertrouwen in mensen van de dier...........bescherming .
  27. De diev.........bende vindt het reuz.......leuk om te opereren bij hond...........weer.
  28. De dames opchet secretaress............congres hadden allemaal lipp...........stift op.
  29. Vrucht........sap is lekker, vooral bess.........sap en druiv.............sap.
  30. Draag jij de brill..........doos of de hoed............doos naar de vuilnisbak!
  31. De muis nam het haze.........pad via het muiz............gaatje in de hoek van het trapp.......huis.
  32. Wat een mooie druiv............tros.
  33. Eet jij de druiv..................schil mee op?
  34. Hij heeft die fas..........verschuiving grandioos onderzocht.
  35. De sigarett............aansteker in mijn auto is defect.
  36. De politicus houdt nog even rugg...............spraak met zijn achterban.
  37. De leerlingen voor de lerar..........kamer.
  38. Er zit nog een pruim............pit in jouw pruim............taart.
  39. Die man heeft echte leeuw............moed.
  40. Er staan een tiental bij.............korven in de beuk.............laan.
  41. Lust jij beuk.........nootjes? Ik lust geen fless........melk.
  42. Wat een lekkere kipp........soep.
  43. Daar, een mier...........nest met een massa mier........eieren.
  44. Vind jij boer.........kool met worst zo lekker?
  45. Ze maakte popp.........kleedjes voor de popp......kast.
  46. Zus heeft een ontsteking van het strott.........hoofd.
  47. Dat werk heeft maand.......lange arbeid gekost.
  48. Ik wist niet dat u in zo’n her.........huis woonde.
  49. Die kerel heeft een paard........maag.

OPLOSSINGEN

OEFENINGEN

BASTAARDWOORDEN: VUL DE ONTBREKENDE LETTERS IN inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. De ..riti......us schreef een scherpe ....ritiek op die poëzie, waarin hij voornamelijk een gebrek aan r...tme constateerde.
  2. In de va....antiemaanden, van juni tot o....tober, wordt West-Europa overspoeld door t.....risten.
  3. De ele......tricien laat weer eens op zich wachten.
  4. Ik heb je boek eens onder de l......p genomen en er enkele pra....tische d....tails in gevonden.
  5. Je s......llabus heb ik laten foto....opiëren.
  6. An.....raciet, zoals alle mijnprodu....ten , wordt altijd maar duurder.
  7. Die art.....st lijdt aan ......ronisch as.....ma.
  8. Bij het tramstatio...........etje mag je niet statio......eren.
  9. In mijn enc......clopedie heb ik wat meer gevonden over de ts...ts...vlieg.
  10. Je hebt toch wel een paar souven......rtjes meegebracht van je reis?
  11. De lo....ale krant vertelt niet veel over de t.....rnee van die toneelgroep; de soir..... was in ieder geval beter verzorgd dan de matin......
  12. De echtgenote van de g....verneur werd bedacht met een b.....ketje rozen.
  13. Wie heeft er het welsprekendheidst.....rnooi gewonnen?
  14. In de ziekenzaal waren alle bedden bezet; hier een as....malijder, daar een vrouw met een catar.....e, een kind met di...teritis naast een oudje met erge diar.....ee, wat verder een vrouw met gewrichts.......eumatiek.
  15. Het meisje slurpte een kruident....eetje van de apo.....eker.
  16. Er hing een geur van (e,ae)ther en medicijnen op de hele eerste ...tage.
  17. Weet jij ook wat een paral...el....ogram is?
  18. De lambri...ering is van beukenhout.
  19. Het moded...fil... wordt ook in matin..... gehouden.
  20. Die pater is een jezu....t.
  21. Op dat din....tje kregen we fri...adellen met ma....o.....aise.
  22. Moeten we ook p......dagogiek studeren?
  23. Die dokter is een g...naecoloog, een vrouwenarts.
  24. De pr...ses van het studenten....orps stapte op achter het muziek....orps.
  25. Hij,heeft zijn uitvinding laten brevet....eren.
  26. De ak......stiek van die zaal is uitstekend.
  27. Die art...st heeft een goed m..c..nas gevonden.
  28. Wat vond je van die Portugese sard.....ntjes?
  29. Zeg aan je invit.... dat ze haar viool meebrengt.

OPLOSSINGEN

VUL IN :C OF K regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. Een mooie reprodu....tie.
  2. Een .....omische ane......dote.
  3. Een .......o....ette ........omediante.
  4. Een ....lassiek ....ostuum.
  5. Een ....atholiek ......lassi.....us.
  6. Een nieuwe publi....atie.
  7. De ....opie van een verkoopa.....te.
  8. Een pra....tiserend do....ter.
  9. Een do....tor in de rechten.
  10. ....oteletten met fri.....adellen en .....ro.....etten.
  11. de ele....trifi...atie van het spoor.
  12. Een uitgekiend ...omplot.
  13. De se....undaire cy....lus.
  14. ...a....tussen en .....ro....ussen.
  15. Tra......teer ons op .....akes.
  16. Een oude harmoni....a.
  17. Een donkere ....antine.
  18. Een goed certifi....aat.
  19. Ee n nieuwe dire....tie.
  20. Een ele...trische ....andelaber.
  21. Een ....orre......t a........oord.
  22. su......es in de produ......tie.
  23. Het ...redit van een post.
  24. Een pra....tische ..on...lusie.
  25. Goede ...ultuurgrond.
  26. Een ...a...iuniform.
  27. De e...onomische ...risis.
  28. Een tweeta......tmotor.
  29. Het verschil tussen mi...ro...osmos en ma...ro...osmos.
  30. Een a....teur ...ostumeren.
  31. De ....andidaten .....ontroleren.
  32. De dire.....teur geeft .....rediet.
  33. Een rekening ....ourant.
  34. Een hoge produ....tiviteit.
  35. Het ridi....o van een dis...ussie.
  36. Een tra....taat in o...tober.
  37. Een ....omfortabele ....anapé.
  38. Gevaar voor ele...tro....utie.
  39. Het studenten....orps.
  40. Een .....oöperatieve vereniging.

OPLOSSINGEN

 

VUL IN :QU - K - KW regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. ......uotiënt, ......adraat en .....adrant zijn termen uit de wiskunde.
  2. De .......izmaster dis.......alificeerde de kandidaat.
  3. Het tentoongestelde a....arel is van een hoge ....aliteit.
  4. De anti........aar verkoopt oude boeken en prenten , de anti.......air andere anti.......iteiten.
  5. De .....o....ette dame at .....ro.....etten met een pi......ante saus.
  6. E........ator, ........arts en .............artair zijn aardrijkskundige termen.

VUL IN : X - KS - CC

  1. te.......tiel
  2. e........amen
  3. se.....tant
  4. clima.......
  5. e.....pres
  6. a......epteren
  7. fa.....en
  8. a....ident
  9. e......periment
  10. ta.......
  11. o....identaal
  12. se.....shop
  13. la.........
  14. e....port
  15. va......in
  16. e....plosie
  17. fle........ibel
  18. conte.....t

OPLOSSINGEN

 

VUL IN: I - IE regels Inhoudstafel  einde oefeningen

Voor oplossingen klik onderaan

  1. Die kerk bezit kostbare relikw.........ën.
  2. Wie heeft de soepterr.......ne gebroken?
  3. Neemt u wel eens een asp...r...ntje?
  4. Lust je ook pral....nes?
  5. En of, geef memaar een paar pral....ntjes.
  6. Het r....tme van die art....st sleept me mee.
  7. De publ...ke op...n.... is tegen hem.
  8. Is er een jezu....t in zijn familie?
  9. Republ....keinen zijn voorstanders van de republ....k.
  10. H.....g....nische maatregelen zijn nodig in tijden van ep....dem......ën.
  11. De pol....t...agenten kregen nieuwe kep......s.
  12. Heb je geen souven....rtje van daar meegebracht?
  13. Alle sk......rs en sk...sters raakten veilig beneden.
  14. Wat voor een mach...ne is dat? Nou zeg, veeleer een mach......ntje!
  15. In het arch....f werd een andere arch...varis aangesteld.
  16. Die melod.......ën zijn overal bekend.
  17. In Portugal hebben we sard...nes gegeten.
  18. Mijn vrouw houdt niet van gebakken sard.....nen.
  19. Eten we vanmiddag sard........ntjes?
  20. De art.......st....ke waarde van dat schilderij sla ik niet hoog aan.
  21. Al een muz....kale clown zijn melod.....tjes horen spelen?
  22. Met een goed al...b.... gaat een verdachte vrij uit.
  23. Het vliegtuig tax....de over de startbaan.
  24. We kunnen nog p.....jama schrijven, maar beter nog p...;ama.
  25. Heeft hij veel int....me vrienden?
  26. Niet zo veel, te veel int....m..teit ondernmijnt vaak de vriendschap.
  27. Kolon......n is boekentaal, in gewone taal is dat kolonies.
  28. Off....c....el is het in orde, maar off..c...le mededelingen zijn ook niet altijd te vertrouwen.
  29. Dat loopt nogal eens fal....kant af.
  30. Met zo’n fanat...cus kan ik niet opschieten.
  31. Dat is geen s.....mfon...., maar een potpourr..... van allerlei melod.....ën.
  32. Een verzoekschrift van een groep heet een pet...t..... of pet.......t....onnement.
  33. Een blikje met geconserveerde sard....nes (sard....nen) noemen we een sard....neblikje of sard.....nenblikje.

 

6. VUL IN : E - Ë - É -EE - ER

  1. Ik hou wel van een din.......tje, maar zo’n zwaar din....... is me toch te veel.
  2. Het comit....... wenste het jubil....... van de voorzitter waardig te vieren; ook zijn .......ga is uitgenodigd.
  3. De Europ.......se staten zijn de meeste van hun overz......se gebieden kwijtgeraakt.
  4. In Afrika zijn er weer problemen met de ts....ts.....vlieg.
  5. Ik zou hem vinden in een gezellig caf......tje, maar er waren veel caf....s in de straat.
  6. Die krant heeft weinig abonn........s.
  7. We zaten met zijn tw.....tjes in een gezellig coup.....tje.
  8. Zo’n mooi .......tui zou ik ook wel willen
  9. Een soup.....tje is een klein soup.......r.
  10. Wie zal sp….chen op de meeting?
  11. Er lagen prachtige cam......ën in de ......talage.
  12. 24. Echt f…..riek, vuurwerk op de ondez……r
  13. Dat boek is verguld op sn.............
  14. Ken je hier geen be…..digd vertaler?
  15. Hij moest d........moedig schuld bekennen.
  16. Een w…ë pijn belette hem te slapen.
  17. De offici........le uitslag was nog niet bekend.
  18. W…moedig zag hij de boot met geh…sen zeilen z…waarts varen.
  19. Zijn die meisjes jullie log.......s? En die jongens, ook log.......s?
  20. Die fariz….ër kan je niet vertrouwen.
  21. Zij aten pur......... met fricass........
  22. Wat een m….dogenloze wr….daard.
  23. Lust jij ook kw.....peren?
  24. Er zit een r…bok in de Heverl…se bossen
  25. Het werd een kleurig d.......fil....... van mooie kleren.
  26. Ons log….tje vertrekt morgen weer.
  27. Een soir......... is een avondfeest.
  28. Die trein heeft geen coup…..s voor niet-rokers.
  29. Gebruik geen clich......s in je taal.

OPLOSSINGEN

X. NIEUWE WERKWOORDEN VAN VREEMDE OORSPRONG

Terug naar oefening a oefening b inhoudstafel

Het Nederlands heeft de laatste decennia verscheidene werkwoorden aan vreemde talen ontleend . Meestal hebben die werkwoorden een Engelse oorsprong, maar niet steeds (judoën verramsjen). De vervoeging van die werkwoorden is regelmatig: volgens de regel van ‘t kofschip (‘t fokschaap).

Regel 1

Het hele ww min -en eindigt op een medeklinker uit ‘t kofschip: gebruik voor de OVT -te en voor het VD -t. Als er voor de -en een -sh of -ch staat, zoals in finishen en lunchen, dan hoort men aan het einde de sisklank -sj- en komt er ook een -te en -t.

vb: faxen - faxte - gefaxt
  
  shoppen - shopte - geshopt
  
  finishen - finishte - gefinisht

Regel 2

het hele ww min -en eindigt op een medeklinker die niet in ‘t kofschip zit: OVT -de en VD -d.

vb: inzoomen -zoomde in - ingezoomd  
     designen - designde - gedesignd
     showen - showde - geshowd

Regel 3

Het hele ww eindigt op een klinker ( ook een -y-): OVT : -de en VD -d

vb: sprayen - sprayde - gesprayd
     barbecuen - barbecuede - gebarbecued
     rugbyen - rugbyde - gerugbyd

opmerkingen

  1. het ww min -en eindigt op een dubbele medeklinker: één valt weg + gewone regel.
    Volleyballen - volleybalde - gevolleybald
  2. Laat de dubbele medeklinker staan bij een vreemde uitspraak:
    callen - callde - gecalld
  3. soms bestaan dubbelvormen: omdat ze op 2 manieren kunnen uitgesproken worden
    leasen - leaste - geleast - leasen - leasde - geleasd
  4. Soms blijft een -e- staan om de uitspraak van de voorafgaande klinker of medeklinker aan te geven: die blijft dan ook in de vervoegingen staan:
    vb: timen - timede - getimed
    - breakdancen - breakdancete - gebreakdancet

uitz: als de uitsraak -e- betrekking heeft op de -o-: -e- valt weg en -o- wordt verdubbeld.: scoren - scoorde - gescoord ( let wel op; dope: dopete - gedopet om verwarring met dopen -doopte - gedoopt te vermijden)

 

OEFENINGEN

ZET DE WW IN DE JUISTE VORM regels inhoudstafel

Voor oplossingen klik onderaan

  1. Op een warme zomeravond hebben wij altijd ....................................... (barbecueën)
  2. In een land als België moet er heel veel ................................ (lobbyen) worden, wil je een verantwoordelijke positie bekleden.
  3. President Bush heeft tijdens zijn ambstermijn regelmatig .............................. ( golfen)
  4. Toen mijn vader nog leefde ............................. (scrabbelen) ik vaak met hem.
  5. Elke avond ............................ (bingoën) televisiekijkend Vlaanderen erop los.
  6. In de laatste rit van de Ronde van Frankrijk ....................... (finishen) de Spaanse wielrenner als voorlaatste.
  7. Er gaat geen fuif voorbij of mijn broer ..................................... (breakdancen)
  8. Dankzij de nieuwe technologieën kan er naar hartelust worden ........................ (printen) en ............................. (faxen)
  9. Het automatiseringsproces heeft ervoor gezorgd dat vele jonge mensen hun kennis hebben ............................... (saven) op harddisc.
  10. ................................ (rugbyen) jij nog elke zaterdag? (vanaf 11: 9 voor Spel)
  11. Tot vorig jaar ......................... (cricketen) er een ploeg Britten in het park, maar nu zijn er enkele spelers terug naar Engeland.
  12. De kinderen ............................. (frisbeeën) vroeger vaak in de tuin, maar verdwaalde schijven leidden tot burenruzies.
  13. Wie ................................ (carpoolen), draagt effectief bij tot een betere luchtkwaliteit.
  14. Waarom .......................... (leasen) jullie die bureaucontainers niet?
  15. Ik ......................... (saven) mijn artikel nog even en dan stop ik ermee voor vandaag.
  16. Vroeger heb ik nog ....................................... ( volleyballen), nu volg ik alleen nog de wedstrijden op TV.
  17. ............................ (barbecueën) jij vanavond, want ik moet de gasten ontvangen.
  18. Er wordt verwacht dat de animatieploeg ook ‘s avonds de vakantiegangers nog ..................... (entertainen)
  19. Nu doen we de opmaak met een computer, als je ziet hoe we vroeger een boek ..................... (lay-outen) lijkt dat wel prehistorisch.
  20. Omdat het clubbestuur de vertrektijden slecht ........................... (timen) had, ontaardde de rally in een chaos.
  21. Toen de voorzitster van de handwerkclub na jaren de fakkel doorgaf, .................................... (quilten) de clubleden een prachtig werkstuk als afscheidscadeau.
  22. Jij .............................. (skateboarden) ongelooflijk knap, maar ik vrees dat je de veiligheid van de wandelaars in gevaar brengt.
  23. ........................... (timen) nu eens precies hoe lang we over de terugweg doen.
  24. Vroeger ........................ (coaten) fabrikanten alleen hun duurdere foto-objectieven.
  25. Het koor, de solisten en het orkest zijn apart opgenomen, maar als de band ........................... (mixen) is hoort niemand het.
  26. Voor ik ......................... (squashen) speelde ik tennis;
  27. Als we nu vanavond eens ............................ (scrabbelen), er is toch niets behoorlijks op TV.
  28. De gifvaten werden gewoon ergens in zee ........................ (dumpen) en niemand weet hoe lang ze zullen standhouden.
  29. .......................... (choken) toch niet altijd meteen, je verzuipt de motor gewoon.
  30. Als jij nu eens even ............................. (dominoën) met Paultje, dan was dat kind ook al weer blij.

OPLOSSINGEN

 

IX. DE UITGANGEN VAN HET WERKWOORD terug naar oefening inhoudstafel

(1) De OTT

1ste persoon: stam
2de en 3de persoon: stam + t
opmerking: jij: stam + t; maar bij inversie als "jij" het onderwerp is:
  
stam alleen.
  
vb: jij vindt je broer - vind jij je broer - vindt je broer het doek.

(2) De OVT

Alleen stam + t bij " gij ".
zwakke werkwoorden: stam + de/te
te: bij werkwoorden waarvan de stam eindigt op een van de medeklinkers uit " 't fokschaap " vb: antwoordde - waste.

(3) Het voltooide deelwoord.

De uitgang van het voltooide deelwoord wordt bepaald door de OVT. antwoordde - geantwoord - liften - gelift.

Hoe herken ik een voltooid deelwoord.

= dikwijls voorafgegaan door het prefix " ge "

vb: geantwoord - gepast - gelopen - gedronken -opgedaan.
maar: verdronken - beantwoord - verstaan

= meestal voorafgegaan of gevolgd door een hulpwerkwoord: hebben - zijn - worden

vb: hij is verdronken - hij heeft beantwoord - hij wordt verstaan.
maar: beknopte bijzin: gekomen aan het water, bleef hij staan.

(4) De imperatief.

Enkel stam: zowel enkelvoud als meervoud.
vb: houd uw woord - blijf staan - vind de bal.

(5) Het werkwoord gebruikt als adjectief.

Als een werkwoord gebruikt wordt als adjectief gelden de werkwoordsuitgangen niet meer.
vb: de verrichte taak - de vergrote foto - de verlichte straten - de zwaar belaste
wagen.

 

Oefeningen.

1. De uitgangen van het werkwoord. Regels inhoudstafel

voor oplossingen klik onderaan

  1. Het is van belang, dat je herhaal.., wat je geleer.. hebt
  2. Toen de spelers niet nalieten elkaar te hinderen, gelas..e de scheidsrechter hen het veld te verlaten.
  3. Ik had hem in jaren niet gezien, maar ik heb hem dadelijk herken..
  4. Het gebeur.. niet vaak, dat een vierling geboren wordt.
  5. Verleden jaar overnach..en we in een eenvoudig logement.
  6. Mijn vriend hou.. duiven; hij is daar altijd mee bezig.
  7. Na felle strijd werd het prijsgegeven terrein herover..
  8. Als je soldaat bent, eist men van je, dat je gehoorzaam..
  9. Onze kerk, die in de oorlog verniel.. werd, zal eindelijk herbouw.. worden.
  10. Je denkt toch niet, dat je vader die uitvluchten geloof..
  11. De hond lei..e de blinde door de drukke straten.
  12. Als vader een postpakketje ontvangen heeft, zen.. hij de afzender dadelijk bericht.
  13. Doordat de schaatsen niet goed ingevet waren, roes..en de ijzers.
  14. Daar ik geen antwoord kreeg, heb ik de vraag herhaal..
  15. Als je de kolen 's zomers bestel.., betaal je er minder voor dan 's winters.
  16. Toen het vliegtuig lan..e, waren de wachtenden wie er zouden uitstappen.
  17. De kapitein van de Bounty wilde zonder tegenspraak gehoorzaam... wor den.
  18. Met allerlei chemische middelen bestrij.. men de sprinkhanen in Afrika.
  19. Wil je me eens uitleggen, wat dit woord beteken..?
  20. Nadat we een uur gefietst hadden, rus..en we uit.
  21. We zouden dat verhaal stellig niet geloof.. hebben, als het niet door anderen bevestig.. was.
  22. Het wor.. tijd, dat men die uitgebran.. e villa herbouw..
  23. Het geschie..e  zoals voorspel.. was.
  24. We hebben hem eraan herinner.., dat hij nog iets te betalen heeft.
  25. Sinds wanneer rij.. de autobus door jullie straat?
  26. Hoe wor.. zout gewonnen?
  27. De verwach..e salarisverhoging werd niet doorgevoer..
  28. De uitvinder heeft zijn plannen ontvouw..
  29. Door al dat gepraat lei.. je de aandacht af.
  30. Beter ten halve gekeer.. dan ten hele gedwaal..
  31. Wie zijn neus schen.., schen.. zijn aangezicht.
  32. De acteur vergis.. (OVT) zich enkele keren in zijn rol.
  33. De jongens stapten met (bezweten ..........) gezichten van de fiets.
  34. Waarom kla.. je toch zo in je schrift.
  35. Het ( aanbesteden..............) werk wor.. binnenkort uitgevoer...
  36. Wat zagen de bevrij..e gevangen er vermager.. uit.
  37. Een longontsteking verhaas..e de dood.
  38. Zo'n gevernis..e deur kan niet geverf.. worden.
  39. He publiek begroe..e luidruchtig zijn verafgo..e acteur.
  40. De werkster heeft het kantoor gestofzuig.. en gestof..
  41. Wor........... de vakantie dit jaar niet verleng........?
  42. Hij vin...... de prijzen altijd te hoog, ik vin....... ze normaal en wat vin......... jij ervan?
  43. Je wen............ je steeds weer tot mij om hulp, waarom wen........ je je niet tot iemand anders.

OPLOSSINGEN