TAALBESCHOUWING
|
1.
Inleidende vragenlijst:
2. Wijzigingen in het woord |
|
|
|
|
|
3. Met Andere Woorden: oefeningen 1-2-3-5-7-8-10-12-13-14 ... |
|
|
|
|
|
|
|
|
6. Met Andere Woorden: oefeningen: 15-16-17-18-20-22 |
|
|
|
|
|
9. Met Andere Woorden: oefeningen 22-23-24-25-27-28-29-31-32-35- 37-38-39 |
|
|
10. Taalgeschiedenis: .. |
|
|
11. Met Andere Woorden: oefeningen 40 -41 -42 -44-46-48-50-52-53-54 |
|
|
|
|
|
13. De redenering: soorten : |
|
|
14. Gevoelswaarde + eufemismen en dysfemismen: |
|
|
15. Met Andere Woorden: oef 56-57-59-61-62-64-66-68-71-74-76 |
|
A. Personalia
1. Naam + voornaam: .......................................
2. Geboortedatum:........................................ .
3. Beroep vader: ........................................
4. Beroep moeder: .......................................
5. We lezen de volgende krant/ts: .........................
6. Ik lees daarin altijd: ...............................
7. Ik kijk op TV het liefst naar (3 progr.)................
8. Mijn hobby is: ....................................... .
9. Ik wil later graag: .................................. .
10. Ik denk de laatste tijd veel na over: ................ .
11. Ik kom nooit / regelmatig / dikwijls in een bibliotheek.B. Beheersing van vaardigheden
1. Ik heb veel/ weinig moeite met telefoneren.
Ik telefoneer alleen naar bekenden / ook naar onbekenden.
2. in een discussie voer ik graag / niet graag / nooit het woord.
3. Ik heb veel / weinig / geen moeite om iets voor de klas te vertellen.
4. Tegenover onbekenden praat ik gewoon / praat ik liever niet.
5. Een interview voorbereiden en afnemen heb ik al / nog nooit gedaan.
6. Ik schrijf met veel / weinig / geen fouten.
7. Mijn gedachten op papier zetten vind ik nogal gemakkelijk / vreselijk moeilijk.
8. Ik heb al een paar keer / nog nooit een verslag van een vergadering opgesteld.
9. Ik heb al een paar keer / nog nooit een zakelijke brief geschreven en verstuurd.
10. Met synthese maken heb ik veel / weinig moeite.
11. Ik kan goed / een beetje / helemaal niet typen.
12. Welke aspecten van je taalbeheersing zou je echt nog willen verbeteren?C. Vakkennis.
1. Vul in
a. Noem 3 auteurs en situeer ze in de tijd op tien jaar nauwkeurig.
b. Noem een Nederlandstalig boek waarvan ook een filmbewerking bestaat.
c. Wie schreef de volgende werken?* Het huis van mama Pondo
* Dien avond en die roze.
* Max Havelaar
* Singer Naaimasjien.d. Waar in de tijd situeer je:
* de Tachtigers.
* de renaissance.
* de geuzenliederen
* de dodendansen.2. Omschrijf met eigen woorden de volgende lit. begrippen.
a. lyriek:...............................................................................................
b. epiek:................................................................................................
c. dramatiek:............................................................................................
d. didactische lit.:.....................................................................................
e. stripverhaal:.........................................................................................
f. triviale lit.:........................................................................................
g. enjambement:..........................................................................................
h. klankexpressie:.......................................................................................
i. sprookje:.............................................................................................
j. novelle:..............................................................................................
k. ballade:..............................................................................................
l. cursiefje:............................................................................................
m. legende:..............................................................................................
3. Welk(e) begrip (naam) hoort niet thuis in de volgende reeksen?
Schrijf op waarom niet.
a. Herman Gorter - Lodewijk van Deyssel - Guido Gezelle Willem Kloos - Frederik van Eeden.
........................................................................................................
b. indir.rede - inversie - koppww - metrum - personificatie
........................................................................................................
c. Hugo Claus - Patricia Lasoen - Gust Gils - Lucebert - Jan Vanriet.
.......................................................................................................
D. Welk lesgeheel uit alle lessen Nederlands van alle vorige jaren herinner je je nog het beste?
Omschrijf: * de inhoud ervan. * wat je ermee bijgeleerd hebt.
1. a. Beschrijf in ongeveer 5 regels wat het vak Nederlands tot nu toe voor jou was.
........................................................................................................
........................................................................................................
.................................................. .
.
..
b. Beschrijf in ongeveer 5 regels wat het vak Nederlands dit jaar zeker zou moeten bieden.
........................................................................................................
.................................................... ....................................................
.................................................. .
.
.
2. Streep aan welke werkvorm je al ooit hebt meegemaakt:
¨ doceervorm: de leraar vertelt, de lln luisteren en schrijven op wat hij zegt.
¨ discussie
¨ groepswerk
¨ simulatiespel: een echte situatie wordt nagespeeld
¨ een gastspreker komt iets vertellen
¨ rollenspel: je speelt een reλel gedrag na.
¨ bekijken van film ,video, TV
¨ lezen van een stripverhaal
¨ interview
¨ lezen van een tekst
¨ excursie
¨ maken van een fotoserie
¨ maken van een klankband
¨ toneelspel
¨ tableau vivant
E. Attituden.
1. Streep telkens je keuze aan met een kruisje:
a. ¨ Renaissance ¨ moderne tijden ¨ Middeleeuwen ¨ 19de eeuw
b. ¨ lezen ¨ schrijven ¨ spreken ¨ luisteren
c. ¨ Hugo Claus ¨ Hans Vlek ¨ Guido Gezelle ¨ Paul Van Ostayen
d. ¨ gedicht ¨ toneel ¨ roman ¨ informatieve teksten
e. ¨ punt ¨ uitroepteken ¨ komma ¨ dubbelpunt
f. ¨ impressionisme ¨ experimentalisme ¨ romantiek ¨ naturalisme
g. ¨ Frans ¨ Engels ¨ Nederlands ¨ Duits
h. ¨ taal ¨ literatuur
i. ¨ gevoel ¨ verstand
j. ¨ kennis ¨ handvaardigheid ¨ attitude
2. Hoe belangrijk vind je het vak Nederlands.
¨ Onnodig, want het is m'n moedertaal en die train ik elke dag.
¨ Overbodig, want je kunt zelf ook boeken lezen, je hele leven lang als je wilt.
¨ Saai vanwege het schoolprogramma.
¨ Een vergaarbak, want alle leraars komen met van alles aandragen behalve Nederlands.
¨ Nutteloos, want ik heb er tot nog toe weinig van bijgeleerd.
¨ Onnodig, omdat er genoeg te leren valt op school.
¨ Noodzakelijk, want je doet er heel wat cultuur op.
¨ Belangrijk, want je leert op een goeie manier spreken, luisteren, lezen en schrijven.
¨ Boeiend, vanwege de afwisseling in onderwerpen.
¨ Plezierig, want je kunt je ontspannen.
¨ Stiekem lekker, want je hoeft niet veel te doen.
¨ Actueel, omdat de teksten modern zijn.
¨ interessant, omdat we onze eigen leefwereld in de teksten herkennen.
¨ Noodzakelijk, want je leert jezelf manifesteren.3. * Beschrijf twee activiteiten uit de lessen Nederlands die je het liefst doet en leg uit waarom.
* Beschrijf 2 activiteiten die je het minst graag doet en leg uit waarom
II. WIJZIGINGEN IN HET WOORD terug naar inhoudstafel
1. Sandhi ( ontleend aan het Sanskriet): assimilatie
Klankwijziging doordat op elkaar volgende medeklinkers invloed op elkaar uitoefenen.
·
Gedeeltelijke assimilatie: leefde ( le.vde): uitspraak verandert maar spelling niet
· Totale assimilatie: lommer van l'ombre: uitspraak en spelling veranderen
· Progressieve assimilatie: invloed 1ste klank op de 2de: vb: allemaal uit altemaal
· Regressieve assimilatie: invloed 2de klank op de 1ste: vb: balling uit banling2. dissimilatie: ongelijkmaking doordat er in het woord nog een zelfde medeklinker voorkomt
vb: murmelen uit murmeren ( vgl: to murmur - murmurer ) tafereel uit tafeleel;3. Metathesis: omzetting - verspringing
vb: vorst - vriezen dertig - drie vers - fris dikwijls van de "r"
3. Bijvoeging van klanken
a. vooraan: prothesis
nonkel - oncle
tachtig - t + achtigb. middenin:
* segmentatie: wanneer de bijvoeging veroorzaakt wordt door een moeilijke uitspraak:
vb: de invoeging van de 'p' in 'boompje' - de 'd' in 'minder, klaarder, zwaarder' ( dus: bij verbinding n+r; r+r )
de laatste doffe 'e' in 'wandelen' - 'stotteren' ( dus: bij verbinding l+n; r+n)
Soms hoor je een begin van een overgangsklank in woorden zoals: kalm ( kalem) - kerk ( kerrek) ( Holland)* epenthesis: in andere gevallen van invoeging vb: korporaal van caporal
c. achteraan: paragoge
vb: rijst uit rijs + t
schoen uit enkelvoud schoe + meervouds 'n' ( schoenen is dus een dubbel meervoud - zie principe van de analogie)4. Weglating van klanken
a.vooraan: aferesis ( afwerping)
vb: makkelijk uit gemakkelijk - heel uit geheel
b.middenin: syncope ( uitstoting)
vb: weer uit weder - kermis uit kerkmis
c.achteraan: apocope (afkapping)
vb: kou uit koude - la uit lade - eind uit einde
5. Proclisis en enclisis
Een minder beklemtoond woord leunt vooraan ( proclisis) of achteraan (enclisis) aan bij een meer beklemtoond woord
Vb: 't is mooi weer - 'k ben'r weer6. Verdoffing
Een heldere klank wordt tot een doffe e. Door het expiratorich ( uitademend) accent van het Nederlands kreeg men verzwakking en daarmee gepaard gaande verkorting van de klinker in onbeklemtoonde lettergrepen tot doffe e. Die klank wordt ook wel eens de reductievokaal genoemd. Vb: hano werd haan: dus eerst verdoffing van de o tot e en daarna apocope: de doffe e valt weg.
7. Diftongering
De ontwikkeling van een tweeklank uit een enkelvoudige klank.
In Brabant ontwikkelde zich in de late Middeleeuwen uit de
[u] de [y] en later de [oe.y]
[i] de [ei]vb: Limburgs [hus] tegenover West-Vlaams [hys] en AN [hoe.ys] - West-Vlaams [zi] tegenover AN [zij]
8. Monoftongering
De ontwikkeling van een enkelvoudige klank uit een tweeklank
Vb: Gothisch: ains - Ned: een - Duits: Baum - Ned: boom9. Umlaut
Hoofdzakelijk de 'i' umlaut. Dit is de wijziging van een beklemtoonde vokaal onder invloed van een 'i' of een 'j' in een volgende, minder beklemtoonde vokaal. Die 'i' of 'j' is later verdwenen.
·
A werd e: sandjan zenden
· Aa werd ee: stadi stede
· Oo werd eu: coquina keuken
· O werd u: goldijn gulden
OEFENING: Lemma 5 pag 345-347 Oplossing oefening
HOE HET GROEIDE - OVER TAALGESCHIEDENIS terug naar inhoudstafel
Het Middelnederlands.
Het beginpunt van de Middelnederlandse periode is uiteraard niet met precisie aan te geven. Traditioneel wordt de grenslijn tussen Oud- en Middelnederlands omstreeks 1100 getrokken. Op dat ogenblik zijn de meest klassieke trekken van het Middelnederlands aanwezig, zoals bv. de verzwakking van de klinkers tot sjwa (doffe e) in niet of weinig beklemtoonde lettergrepen. Met het begin van de 12de eeuw valt ook het begin van de schriftelijke overlevering, waarop het onderzoek van de Middelnederlandse taaltoestanden en taalgebruiken kan worden gebaseerd. Ondanks deze gelukkige omstandigheid blijft onze kennis van het Middelnederlands beperkt, doordat ons onderzoeksbelemmeringen worden opgelegd die ofwel inherent zijn aan onderzoek dat op schriftelijke overlevering is gebaseerd, ofwel specifiek zijn voor de middeleeuwse situatie.
Men moet er rekening mee houden dat in de Middeleeuwen zeer veel, vooral zakelijke documenten, in het Latijn geschreven werden. in verband met de geschriften die in het Nederlands zijn opgesteld, heeft men af te rekenen met een onvastheid van spelling die typisch is voor de hele middeleeuwse periode. Voorts is vooral van de oudste periode bijna niets in zijn authentieke vorm bewaard. De afschriften die wel bewaard zijn, zijn soms meer dan een eeuw jonger dan het origineel en kunnen sterk van de oorspronkelijke tekst afwijken. Men dient ook steeds goed voor ogen te houden dat niet alles wat eens bestaan heeft, in schriftelijke vorm is vastgelegd en dat evenmin alles wat eens schriftelijk is vastgelegd, overgeleverd is. De taal in zijn volledigheid reconstrueren uitsluitend aan de hand van schriftelijke teksten blijft altijd een onmogelijkheid, omdat spreektaalgegevens zoals de articulatie en de intonatie nooit in schrijftaal gevat kunnen worden. Wel mogen we aannemen dat de middelnederlandse overgeleverde schrijftaal dicht bij de gesproken taal van toen zal hebben aangeleund. De middeleeuwse schrijftaal is veel minder boekachtig en gekunsteld, veel eenvoudiger en natuurlijker dan de schrijftaal die ons uit latere periodes is bewaard. Daartoe zal wellicht de omstandigheid hebben bijgedragen dat zeer veel van de middeleeuwse teksten geschreven werden om voorgedragen te worden. Het geschrevene was bestemd voor een luisterpubliek en niet voor een leespubliek, dat zich de tijd kan nemen om kritisch-analyserend te lezen en te herlezen.
De periode van het Middelnederlands laat men gewoonlijk tot 1500 ca.1550 doorlopen. De taal van omstreeks 1500 is vanzelfsprekend niet meer dezelfde taal als die van omstreeks 1100. in een periode die ruim vier eeuwen in beslag heeft genomen, heeft de taalontwikkeling niet stilgestaan. We moeten derhalve met een chronologische verscheidenheid binnen deze periode rekening houden. Toch levert een strikte indeling in afzonderlijke tijdvakken ook weer moeilijkheden op. Vooreerst kunnen we die indeling alleen baseren op de overgeleverde schrijftaal, die in se behoudend is. Voorts heeft de sterke continuοteit van de middeleeuwse cultuur in het algemeen zich ook op het vlak van de taalontwikkeling laten gelden.
Behalve een chronologische moet men ook een geografische verscheidenheid in aanmerking nemen. Het Middelnederlands is in feite een verzamelnaam voor de verschillende dialecten die in de periode van de Middeleeuwen gesproken en geschreven werden. Niettemin is de voorstelling alsof alleen maar dialect gesproken en geschreven werd, ook weer te simplistisch. Er kan geen sprake zijn van een echte, hechte eenheidstaal, maar wel van natuurlijke standaardiseringsprocessen, die nu eenmaal in de sociale valentie van taal gegeven zijn.
Wat de gesproken taal betreft, mogen we aannemen dat in de kloosters, in de hoven en in de handelssteden wellicht bevolkingsmenging en dus ook taalmenging heeft plaatsgevonden. Daarbij zullen plaatselijke centra van cultuur zoals bv. bloeiende steden als Ieper, Brugge, Gent en Antwerpen ook op taalgebied normbepalend voor de omliggende kleinere steden en het omliggende platteland zijn opgetreden. De toonaangevende positie van deze steden en van de aldaar gesproken taal zal tot navolging van de prestigevarianten hebben geleid en aldus tot het ontstaan van een plaatselijk beschaafd taalgebruik hebben bijgedragen.
Ook wat de geschreven taal betreft, zijn naast de blijvende dialectische diversiteit natuurlijke, veeleer spontane dan bewuste veralgemeningstendenzen waar te nemen.
Limburg, het gebied dat op de oudste letterkundige traditie kan bogen, heeft nooit een sterke invloed op het Westen uitgeoefend. Met de Vlaamse geschriften, die van iets latere datum zijn, worden daarentegen wel de grondslagen van een schrijftaaltraditie gelegd.
Als in de veertiende eeuw het zwaartepunt van de letterkundige bedrijvigheid van Vlaanderen naar Brabant verschuift, doordat de schrijfcentra van ridderepiek en van didactiek zich geleidelijk aan in Brabant gaan concentreren, dan staan de literaire geschriften die in deze Brabantse centra tot stand komen sterk onder invloed van de Vlaamse voorgangers. Er is dus aanleiding om voor die tijd van een Vlaamse hegemonie te spreken, aangezien de Brabantse auteurs zich in de Vlaamse schrijftaaltraditie hebben ingeschakeld.
Men moet uiteraard bedacht blijven op ongewilde, onbewust ontsnapte Brabandismen, evenmin mag men vergeten dat in Brabant zelfstandig reeds in het begin van de dertiende eeuw een traditie van literatuur in de volkstaal was ontstaan, met name in de mystieke prozageschriften.
Vanaf het begin van de 15de eeuw begint ook Holland mee te tellen, doordat daar van dat ogenblik af belangrijke geschriften tot stand komen. De taal van de in Holland tot stand gekomen geschriften is nooit zuiver Hollands geweest. Daarvoor was de invloed van de oudere Vlaams-Brabantse schrijftraditie reeds te groot.
Het Nieuwnederlands.
1. Het Noorden.
Het belangrijkste feit uit de geschiedenis van het Nieuwnederlands is het ontstaan van de Nederlandse standaardtaal. Aanzetten tot standaardisering hadden reeds in de Middeleeuwen plaatsgevonden. Bij de overgang van de middelnederlandse naar de Nieuwnederlandse periode hebben een aantal extern-linguοstische factoren ertoe geleid dat door een bewuste ingreep in en cultivering van de taal de natuurlijke, veeleer onbewuste standaardiseringsprocessen van de Middeleeuwen hebben versneld. Deze extern-linguοstische factoren zijn: de uitvinding van de boekdrukkunst, de Hervorming, het Humanisme en de Renaissance.
Aanvankelijk zag het ernaar uit dat het standaardiseringsproces zich in de eerste plaats in het zuiden van de Verenigde Provincies zou afspelen en dat met name het Brabants, dat gesproken werd in belangrijke steden zoals Antwerpen, Brussel, Leuven, Breda en 's Hertogenbosch gestandaardiseerd zou worden en verspreid over de overige gewesten van het Nederlandse taalgebied. De geschiedenis heeft echter anders beslist. Politieke factoren hebben bepaald dat de standaardtaal zich verder in Holland zou ontwikkelen en dat ondanks een groot aantal zuidelijke ingrediλnten die het uitzicht van de standaardtaal, vooral van de schrijftaal, mede hebben bepaald uiteindelijk het Hollands als cultuurtaal over de andere gewesten zou uitzwermen.
De bemoeienissen van de drukkers met de standaardtaal waren vooral van praktische aard, geοnspireerd door economische motieven. Door de uitvinding van de boekdrukkunst werd de markt voor de literatuur, wetenschap en filosofie in geschriften aanzienlijk uitgebreid. De prijs van het boek kon in tegenstelling tot die van het handschrift laag worden gehouden en de oplagen konden dank zij de eenvoudige vermenigvuldigingstechnieken worden vergroot. Om het ruime publiek, dat op die manier werd geschapen, te kunnen bereiken waren de drukkers ertoe verplicht zich met standaardiseringsproblemen bezig te houden.Zij dienden ervoor te zorgen dat de taal van de drukwerken zo algemeen mogelijk en de spelling zo consequent mogelijk was.
De eerste spellingstraktaten van de Nederlandse taal verschenen dan ook in drukkerskringen.
Door de hervormingsbeweging werd het Nederlands met een gezag bekleed dat het voordien nooit bezeten had: het werd taal van de kerk, taal van de actuele godsdienstige polemieken en taal van de Bijbel, nadat de Staten-Generaal de opdracht tot vertaling uit het Latijn in het Nederlands hadden gegeven. Het vertalersteam dat hiervoor werd samengesteld, bestond grotendeels uit Zuid-Nederlanders. De vertaling die uiteindelijk tot stand kwam, was dan ook hoofdzakelijk Zuid-Nederlands. Als ten gevolge van de geproclameerde godsdienstonvrijheid in de zuidelijke gewesten, de hervormingsbeweging zich mettertijd in het Noorden lokaliseerde, werd de Bijbelvertaling niet aangepast. Hierdoor werd het Zuid-Nederlandse element in de standaardtaal versterkt. En aangezien het Zuid-Nederlands op dat ogenblik archaοscher was dan de meer geλvolueerde Hollandse dialecten, zou de Bijbel van dan af ook een conserverende en archaοserende invloed op de standaardtaal uitoefenen. Men bedenke hierbij dat in protestantse kringen de Bijbel dagelijks gelezen en herlezen werd. De taal van de Bijbel kon dus een grote invloed uitstralen.
De rol van de grote West-Europese cultuurstromingen van de 15de en 16de eeuw bij het ontstaan van de Nederlandse standaardtaal lijkt op het eerste gezicht paradoxaal. Waren humanisten en renaissancisten niet vurige bewonderaars van het Latijn en het Grieks en hielden zij zich niet bezig met de studie van de klassieke talen en de klassieke cultuur?
Dat is zeker juist. Daarbij dient men echter even goed voor ogen te houden dat het contact met de antieke cultuur en met Italiλ, dat als de bakermat van de zo vurig bewonderde antieke beschaving werd beschouwd aan humanisten en renaissancisten de argumenten opleverde voor de cultivering en standaardisering van de Nederlandse taal.Was de grootheid van de antieke beschaving immers niet te danken aan de omstandigheid dat Romeinen en Grieken wetenschap, filosofie en literatuur in hun eigen moedertaal hadden gepleegd? En troffen humanisten en renaissancisten in Italiλ niet eveneens een hoogstaande, bloeiende eigentijdse literatuur in de volkstaal aan? Voeg daarbij nog de bekeringsijver van deze aanbidders van de antieke wijsheid, hun bijna overdreven ijver om zoveel mogelijk mensen met de antieke cultuur in contact te brengen. Dwong hun bekommernis om de antieke levensfilosofie op een zo ruim mogelijke schaal te verspreiden hen niet tot het gebruik van de moedertaal, die in tegenstelling tot het Latijn of het Grieks voor iedereen verstaanbaar was? Men begrijpt dat de tijd voor een cultuurtaal rijp was: de eigen taal werd de moeite waard bevonden om gebruikt en bestudeerd te worden. Maar in de ogen van de aanhangers van deze in wezen aristocratische en elitaire cultuurstromingen was de gewone taal niet goed genoeg.
Ze moest opgevoerd worden tot een hoogstaand cultuurinstrument, dat zeker niet bij het Latijn achter mocht staan. Anders gezegd: de vormenweelde die het Latijn met zijn vele verbuigingen en vervoegingen kenmerkt, werd op het Nederlands overgedragen. Allerlei vormonderscheidingen werden ingevoerd, omdat vormenweelde aan het renaissancistische ideaal van een rijke en sierlijke taal beantwoordde. Ook de zuiverheid van het klassieke Latijn moest op het Nederlands worden overgedragen. Dit gaf aanleiding tot puristische acties.
De opstand van de Nederlanden tegen het Spaanse bewind in 1568 leidde tot de onafhankelijkheid van de noordelijke provincies en tot de scheuring van de zuidelijke gewesten van het Nederlands taalgebied. Nederland werd een zelfstandige staat waarbinnen de standaardtaal als het eenheidssymbool van de jonge natie ten volle zou ontwikkelen. Het Nederlands werd nu ook uitgebouwd als bestuurstaal, als rechtstaal, als taal van de regering en van de administratie.
Als in 1585 de Schelde gesloten werd, was meteen ook de rol van Antwerpen als economisch en cultureel centrum uitgespeeld. De zuidelijke provincies geraakten in verval en de hegemonie, ook op het culturele en talige vlak, ging over op de noordelijke gewesten, met name op Holland met als voornaamste centrum Amsterdam. Er ontstond een massale emigratiebeweging van Zuid-Nederlanders die om economische en godsdienstige motieven hun heimat verlieten en naar de aantrekkelijke, vrije noordelijke provincies vluchtten. Zij verschenen in het Noorden in groten getale en bovendien grotendeels als aanzienlijke burgers. Ook in hun nieuwe vaderland namen zij al snel vooraanstaande maatschappelijke posities in, zodat de zuidelijke dialecten in de Hollandse steden van toen dagelijks te horen waren. Door dit levendige taalcontact ontstond in de Hollandse steden een mengtaal,met als basis het Hollands en met een belangrijk aandeel van het Brabants en het Vlaams. Vooral de Vlaams-Brabantse schrijftaal werd in de Hollandse steden graag nagevolgd.
Wat de gesproken standaardtaal betrof, lag het met de Zuid-Nederlandse invloed anders. Een algemeen beschaafde spreektaal heeft zich in feite pas in de loop van de zeventiende eeuw ontwikkeld.De Zuid-Nederlandse invloed was dan stopgezet, o.m. door een kortstondige, maar hevige reactie tegen al wat Vlaams of Brabants was. In de eerste plaats ontwikkelde de norm voor de gesproken taal zich in Holland door het taalverkeer op interstedelijk niveau, dus door persoonlijke contacten van kooplui, wetenschapslui, patriciλrs en regenten. In de tweede plaats ontwikkelde de norm zich door aanpassing van het spreken aan de schrijftaal. De schrijftaal bezat immers een mate van vastheid en eenheid waaraan het veelvormige spreken zich spiegelen kon. In zoverre de schrijftaal Zuid-Nederlandse elementen bevatte, konden die dan ook in de spreektaal worden overgenomen. Van uit de Hollandse steden werden de standaardtaalelementen, ook de Zuid-Nederlandse, over de hele Noord-Nederlandse omgeving verspreid. Zo is het te verklaren waarom een aantal Zuid-Nederlandse taalelementen over het gehele Nederlandse taalgebied zijn uitgezwermd. Dat is niet aan rechtstreekse invloed van het zuiden op Nederland toe te schrijven maar aan Holland, dat bij de verspreiding van zijn ten dele vanuit het Zuiden verworven taal een veel grotere expansiekracht aan de dag heeft gelegd dan het Zuiden ooit heeft bezeten.
De standaardtaal werd aanvankelijk alleen gehanteerd door een elitaire kring van hovelingen, letterkundigen, juristen en vooraanstaande kooplui.
Deze beperkte groep van standaardtaalbeheersers maakte bovendien van de cultuurtaal slechts gebruik in schriftelijk taalverkeer en in formele gesprekssituaties, dus in de vormelijke omgang en in publieke of officiλle situaties in rechtszaal, raadzaal of Kerk.
Pas in de loop van de 19de en 20ste eeuw is de standaardtaal in haar gesproken en geschreven vorm veralgemeend. De factoren die daartoe hebben bijgedragen zijn: de bevolkingsmengingen, de groei naar een grotere bestuurlijke eenheid, de democratisering van het onderwijs, de grotere mobiliteit ten gevolge van de ontwikkelingen van verkeer en techniek, de opkomst van de geschreven pers en later van radio en televisie. Doordat steeds meer mensen hun kinderen in de standaardtaal opvoedden, is deze ook meer en meer het gewone communicatiemedium voor informeel taalverkeer geworden, al zijn de dialecten niet helemaal verdwenen. Vooral op het platteland en in de ondercultuur blijven zij een gegeerd communicatiemiddel in de vrienden- en gezinskring.
2. Het Zuiden.
Terwijl de noordelijke provincies zich na hun onafhankelijkheid als een zelfstandige staat ontwikkelen, bleven de zuidelijke provincies tot in 183O politiek onzelfstandig. De oorlogen die over de toekomst van het Zuiden beslisten, liet de bevolking met een opvallende lijdelijkheid en gelatenheid over zich heen gaan. De gedurige betrekkingen met vijanden, de gedurige bezettingen en de gedurige wisselingen van soevereiniteit zullen zeker niet het zelfrespect en het zelfbewustzijn van de bevolking hebben verhoogd. Van de omstandigheden ging een drukkende invloed uit op het politieke en nationale bewustzijn. De voedingsbodem voor een nationale taal en voor een bloeiend cultuurleven ontbrak dan ook geheel in de Spaanse tijd was er behalve de politieke onzelfstandigheid, een economische doodsheid,o.m. ten gevolge van de Scheldesluiting. Er was een toestand van godsdienstonvrijheid en een culturele doodsheid,o.m. ten gevolge van de massale emigratie van de vooraanstaande burgers naar het Noorden, die voor het zuidelijke culturele leven een aderlating betekende. Er heerste een algemene ontreddering. Contacten met het geλmancipeerde Noorden waar de Nederlandse standaardtaal bloeide, bleven uit of werden door het godsdienstverschil bemoeilijkt. De grote invloed die de Gereformeerde Kerk in de Nederlanden op de ontwikkeling en de verspreiding van de standaardtaal had, bleef hier uit doordat die Kerk verboden was.
Ook de positieve invloed van de regeringsorganen op de ontwikkeling van de Nederlandse standaardtaal bleef uit door de afhankelijkheid van een vreemd hof. De regeringstaal, de taal van de centrale administratie was immers het Frans: ambtenaren, juristen en edelen waren in hun verkeer met Brussel door omstandigheden gedwongen tot het gebruik van het Frans.
Op die manier werd een situatie in het leven geroepen waarin het Frans een statustaal werd: al wie een enigszins hoogstaande positie bekleedde of wenste te veroveren, leerde Frans. Het Nederlands bleef bestaan maar kreeg een kwalijke naam: het kon slechts voldoen op regionaal of lokaal vlak en in informele situaties. In de Oostenrijkse periode verandert er niets aan de taalsituatie; integendeel. Al voerde het Weense hof geen actieve verfransingspolitiek, toch werd door de passieve aanvaarding van de bestaande taaltoestand, door het zich onverschillig aansluiten bij de al bestaande neiging om het Frans als taal van de cultuur en het moderne geestesleven te beschouwen, een diepgaandere verfransing bewerkstelligd. In de nieuwe organisaties waar geen sterke traditie het Nederlands beschermde, nam het Frans onmiddellijk de leidende positie in.
Door heel deze droevige geschiedenis heen moet men rekening houden met het werk van enkelingen, bv. letterkundigen, die in het Nederlands bleven schrijven, die contact met het noorden bleven behouden, die zich bewust waren van de bedreiging van het Frans, die weigerden zich door de verfransing te laten opslorpen en zo uiteindelijk de redding van het Nederlands in het zuiden hebben bewerkstelligd.
Daarnaast moet men rekening houden met het werk van de parochiegeestelijkheid, die in haar contact met de parochianen het Nederlands bleef hanteren en die stichtende en moraliserende lectuur in het Nederlands verzorgde. Al is het enerzijds bedroevend te moeten vaststellen dat het aandeel van de volkstaal ineenkromp tot louter vulgarisatie, tot wat de menigte wezenlijk bereiken kon, toch is het anderzijds ook mede precies daardoor geweest dat het volk zijn taal bleef handhaven.
In de Franse tijd werden de zuidelijke Nederlanden in alle opzichten een Franse provincie, onderworpen aan de actieve verfransingspolitiek die de Franse regering had uitgekiend en tegenover al haar talige minderheden voerde om een volledige assimilatie te bewerkstelligen. De verfransing was dan ook zo ver doorgedrongen dat de actieve vernederlandsingspolitiek van Willem I in de daarop volgende periode van het Verenigd Koninkrijk op verzet stuitte en mislukte. Na de onafhankelijkheid komt eindelijk in de Vlaamse Beweging verzet tegen de paradoxale situatie waarbij een Franstalige regering aannam dat het Frans de meest gesproken taal in Belgiλ was, terwijl in werkelijkheid nog niet ιιn op twee Belgen de taal van de centrale regeringsorganen verstond. De Vlaamse Beweging die als een romantische, letterkundige actie gestart was, belandde weldra in de politiek en ging ijveren voor de erkenning van het Nederlands als nationale taal, later voor de erkenning van de eentaligheid van de Vlaamse gewesten.
De strijd om het Nederlands werd niet alleen bemoeilijkt door een enorme tegenstand van de Franssprekenden, die weigerden het door hen verworven cultuurinstrument te laten vervangen door wat zij " ce jargon dιtestable " noemden, maar ook door een interne verdeeldheid binnen de Vlaamse Beweging zelf.
Twee tegenstrijdige standpunten ontwikkelden zich aangaande de norm waaraan het Nederlands, zodra het zijn positie als nationale taal verworven had, diende te voldoen. Een echte, optimaal functionerende standaardtaal bestond immers nog niet. Er waren alleen de dialecten en voor zover nodig, werd in schriftelijk taalverkeer een min of meer bij de dialecten aanleunende schrijftaal gebruikt, die echter veel archaοsche elementen bevatte. Bovendien waren in de schrijftaal mettertijd ook een groot aantal gallicismen en belgicismen geοncorporeerd ten gevolge van de tweederangspositie van het Nederlands, waardoor een vertaalsituatie was ontstaan waarin uit het Frans in het Nederlands werd vertaald.
De voorstanders van de grootnederlandse gedachte bonden tegen die archaοsmen, gallicismen en belgicismen de strijd aan. Zij meenden immers dat het Nederlands in Belgiλ zich diende te richten naar de standaardtaal zoals die in Nederland leefde. Historisch gezien vormden de Nederlandstaligen in Belgiλ en Nederland immers ιιn taalgemeenschap, die door een gemeenschappelijke taalontwikkeling werd gekenmerkt. De draad diende nu opgenomen te worden waar hij afgebroken was. De taaleenheid, die Nederland en het Nederlandstalig gebied van Belgiλ had gekenmerkt,diende te worden hersteld, aangezien deze oplossing voor het Nederlands in Belgiλ de enige overlevingskans tegen het agressieve Frans bood.
Tegenover dat standpunt stond de opvatting dat Nederlands in Belgiλ recht had op een zelfstandige ontwikkeling, los van het Frans uiteraard, maar evenzeer los van het Nederlands zoals dat in het Noorden werd gesproken. De eigenheid van het Belgische volk leende zich niet tot de aanvaarding van de noordelijke, on-eigen taal. De strijd werd aangebonden tegen de gallicismen, maar evenzeer tegen de Franse bastaardwoorden die ten gevolge van aanvaarding van de Nederlandse norm uit het noorden waren overgewaaid. Op die manier werd een uiterst verwarde situatie gecreλerd: door de enen werden purismen geschapen waarop de anderen met afkeuring reageerden; door de anderen werden archaοsmen en belgicismen geweerd, die dan weer door de enen met felle verbetenheid werden verdedigd.
Een degelijke taalpolitiek op het vlak van de normenproblematiek is nooit gevoerd en het ziet ernaar uit dat de twee tegenstrijdige standpunten hun gelijk hebben gekregen in twee tegenstrijdige bewegingen waaraan het Nederlands in Belgiλ nu onderhevig is. Enerzijds is er een beweging naar de noordelijke norm toe, die het natuurlijke gevolg is van de verruimde contactmogelijkheden met het noorden ten gevolge van de grotere mobiliteit. Anderzijds is er een beweging van de noordelijke norm weg door de ontwikkeling van een eigen Brabantse norm ten gevolge van het politieke, economische, sociale en culturele prestige van de provincies Brabant en Antwerpen.
DE REDENERING. Terug naar inhoudstafel terug naar theorie
Voor oplossingen klik onderaan
Oefeningen.
1. Bouw syllogismen met de volgende major
- dichters hebben gevoelige naturen
- materialisten negeren het bovennatuurlijke.2. Bouw syllogismen waarvan de conclusies luiden:
- De Gentenaar houdt van vrijheid.
- Een zwarte is met rede en verstand begaafd.
- De aap is sterfelijk.
- Zwemmen is gezond.3. Waarom leiden de volgende premissen tot geen conclusie?
- Zwaluwen zijn zangvogels. Kanarievogels zijn zangvogels
- Amerikanen houden van film. Italianen houden van opera.4. Wat valt er op bij de volgende redenering?
Alle koppensnellers zijn mensen; alle mensen zijn redelijke wezens; alle redelijke wezens zoeken het geluk; daarom zoeken alle koppensnellers het geluk.
5. Welke eigenaardigheden vertonen de volgende redeneringen?
- Als de ene klas vrijaf krijgt, moet ook de andere vrijaf krijgen.
- Als zelfs goede leerlingen een bijwerk krijgen als ze praten, hoeveel te meer moeten dan slechte leerlingen gestraft worden.
- Hij is een bewonderaar van klassieke muziek, dus kan hij niet gefloten hebben bij de muziekuitvoering door het filharmonisch orkest.
- En: Hij heeft niet gefloten bij die muziekuitvoering, dus is hij een bewonderaar van klassieke muziek.
- Waarom is Sint-Franciscus van Assisi een grote heilige? Omdat hij eer najoeg? Omdat hij geleerde boeken geschreven heeft? Omdat hij bisschop of paus was? Omdat hij van zijn jeugd in een klooster verbleef? Neen. Maar wel omdat hij de minste onder de minsten wilde zijn.
- Je twijfelt eraan of een leerling wel geregeld zijn les moet leren. Kijk dan maar eens wat er gebeurt met diegenen die hun lessen verwaarlozen.
- (Tot jongens die affiches ronddragen voor de ABN-week maar tussendoor dialect spreken) : En juist jullie zouden nooit anders dan ABN mogen spreken.
- Als Kurt Waldheim aftreedt, komt er een regeringscrisis in Oostenrijk. Als hij aanblijft als president, kan de regering evenmin functioneren vanwege de politieke controverse.
- Als het Nederlands niet in de weg stond, zouden er in Vlaanderen virtuoze romans verschijnen ( Johan Anthierens)
6. Wat valt er op bij de volgende redeneringen?
Alle mensen zijn sterfelijk. Dus is Jan sterfelijk.
Jan is een mens. Dus is hij sterfelijk.
7. Hier volgen een paar paradoxen: wat treft je hier?
- " Weet je Johannes ",ging Pluizer voort, " Wat een groot gebrek van Wistik is ? maar je moet het hem nooit zeggen, want dan wordt hij erg boos ". " Nu, wat dan ? "vroeg Johannes. " Hij bestaat niet. Dat is een groot gebrek, maar hij wil het niet weten ". ( als positivist bedoelt Van Eeden dat het idealisme geen zin heeft)
- Doch ik ontwaarde dat uwe bevolking arm is, en hierover was ik blijde in het binnenste mijner ziel. ( Max Havelaar)
- Dood, hij blijft levend, gestorven, onsterfelijk. ( over Gezelle)
EUFEMISMEN - DYSFEMISMEN. Terug naar inhoudstafel einde oefening
Voor oplossingen klik onderaan
Aanvullende oefening 1: Stel de waarheid in onderstaande zinnen aantrekkelijker of minder hard voor.
- De betaalmeester werd ontslagen, nadat hij was betrapt op bedrog.
- De regering heeft zich volgens de woordvoerder van de president nooit schuldig gemaakt aan leugenachtige berichtgeving.
- Onder zeelieden hebben de geslachtsziekten altijd lelijk huis gehouden.
- Bij controle is gebleken dat u bij het opmaken van het bestek een grove fout hebt gemaakt.
- De journalist van de Handelskrant had geschreven dat een kindse oude vrouw als Carolussen thuis achter de kachel, maar zeker niet in het parlement hoorde te zitten.
- Van de vermiste vrouw, die 65 jaar oud is, wordt beweerd dat ze zwakzinnig is.
- Het lijk van de verongelukte matroos werd in zee gegooid.
- Een onderzoek heeft nu aan het licht gebracht, dat de bootsman zich al meer dan tien jaar schuldig maakt aan veelwijverij: hij is namelijk met vier vrouwen tegelijk getrouwd.
- Nu ook India over de A-bom beschikt, is de dreiging van een atoomoorlog weer groter geworden.
- De marconist werd in allerijl overgebracht naar het plaatselijke ziekenhuis. Daar werd zijn linkerbeen geamputeerd.
- Het Irangate- schandaal heeft in heel de wereld heel wat stof doen opwaaien.(Corr. taalgebruik opgave 73)
- De accountant had een zenuwinzinking en heeft in een toestand van neerslachtigheid zelfmoord gepleegd.
- Op de muur van het WC stonden allerlei schunnige tekeningen.
- De keuring van het vee geschiedt in het slachthuis onder controle van de staat.
- Oom Frederik had een ziekelijke neiging tot stelen.
- Niet in alle landen kun je voorbehoedmiddelen overal vrij kopen.
- Op het slagveld stonk het verschrikkelijk naar rottende lijken.
- De Westeuropese staatshoofden hebben beloofd in het komende lustrum nog meer geld te zullen geven aan de achterlijke landen van Zuid-Amerika.
- In een Nederlandse inrichting, waar zwakzinnige kinderen worden verpleegd, zijn bij een brand vier personen omgekomen.
- Uw oneerlijkheid bij de interpretatie van de feiten kan niet langer worden geduld.
- De kwartiermeester leed aan suikerziekte en hij mocht uitsluitend rauw bereide gerechten eten.
- De wachthebbende officier vroeg, of ik hem wilde aflossen, want hij had enorme last van buikloop.
- Vermoed wordt dat de schipper dronken was,toen de aanvaring zich voordeed.
- Volgens de procureur had de betichte zich al eerder schuldig gemaakt aan oneerlijk praktijken.
- Buitenlandse arbeiders worden niet door iedereen in ons land met open armen ontvangen.
- Door een ongelukkige val in het ruim had de matroos kwetsuren in de onderbuik opgelopen en was hij geslachtelijk onmachtig geworden. (Corr. taalgebruik. opgave 111)
Opgave 2: Welke waarheden zijn in de onderstaande zinnen voor de gelegenheid in een speciaal tenue gestoken.
- Heel wat buitenlandse investeerders voelen zich tot Mexico aangetrokken door het gunstige sociale klimaat dat er heerst en tevens
door de buitengewoon begrijpende en soepele houding van de vakbondsleiders.- Die mecanicien heeft beslist het buskruit niet uitgevonden.
- Als je tien uren ononderbroken op de commandobrug hebt gestaan, doet zo'n pittige hartversterking je goed!
- De V.R.T. heeft aangekondigd dat er ten behoeve van de gehoorgestoorden speciale programma's zullen worden uitgezonden.
- Ofwel is die kerel een simulant, ofwel is hij werkelijk ernstig ziek.
- indien de Westerse wereld en de Arabische staten inzake de petroleumvoorziening geen overeenkomst kunnen bereiken, zou het wel eens tot een confrontatie kunnen komen, aldus de Amerikaanse president Clinton.
- De directeur-generaal van de holding werd ervan beschuldigd dure public-relationsgeschenken te hebben gegeven aan hoge regeringsambtenaren.
- Het absenteοsme van sommige gemeenteraadsleden werd andermaal aan de kaak gesteld.
- Volgens officinle woordvoerders zal het niet lang meer duren, voordat de rebellen verdreven zullen zijn en heel het gebied door de regeringsstrijdkrachten gepacificeerd zal zijn.
- Het stoffelijk overschot zal worden gecremeerd en de as zal worden bewaard in het columbarium.
- De delinquent was in zijn jeugd veel ziek geweest en dat verklaarde volgens de rechter waarom hij analfabeet was.
- De Ruandese regering werd er door de grote mogendheden van beschuldigd zich schuldig te maken aan genocide ten opzichte van de leden van de Tutsi stam.
- De resultaten van de autopsie zijn nog altijd niet bekendgemaakt.
- De ziekte van de kapitein had een eindfase bereikt.
- Euthanasie werd al toegepast in het grauwe verleden.
(Corr.taalgebruik opgave 81
Opgave 3: Vul aan met taalvormen die een gunstige indruk maken of waardoor de harde waarheid verzacht wordt.
- Wat in communiquι's van de legerleiding " een tactische of elastische .................... " heet, is in werkelijkheid niet anders dan een vlucht.
- De fabriek van Zeon in Hamburg heeft een ingrijpende .................... aangekondigd: aan meer dan 3000 werknemers zal worden gevraagd naar ander werk uit te ..............
- ..................... is een prettiger klinkende benaming voor kansspelen.
- Ondanks de economische .................... zijn het volume van het maritiem transport en het aantal eenheden van de koopvaardijvloot in 1974 gestegen.
- Een minder harde term voor letterdieverij is .................
- Als we zeggen dat de produktie wordt opgedreven, bedoelen we daarmee dat de verhoging van de produktie op onverantwoorde of onrechtmatige wijze geschiedt en dat zulks voor de tewerkgestelden ernstige nadelen kan hebben. Gunstiger klinkt: de productie vergroten of..................
- In plaats van de agressieve omschrijving " Ministerie van Oorlog " geeft men in heel wat landen de voorkeur aan " Ministerie van ....................."
- Een zieke die door de dokters is opgegeven, die dus het ..................... heeft bereikt, wordt in de ziekenhuis terminologie een .................... patiλnt genoemd.
- Mensen met weinig geld worden eufemistisch omschreven als "personen met ....................... financiλle middelen " of " economisch .....................".
- Een bedrijf dat zich slechts ten koste van grote inspanningen staande kan houden , wordt een ................. bedrijf genoemd.
- Op de gebruiksaanwijzing van de zetpillen stond niet dat ze in de aars moesten worden gestoken, maar wel dat ze.............. moesten worden toegediend.
- De directeur stelde zijn ondergeschikten aan ons voor als zijn(CT opg85)