|
TEKST: VAN DEN VOS REINAERDE
terug naar toetsen 5D
- Na der* talen so ghinc Reynaert
deze
Weder te sinen casteele waert
Sonder orlof , ende mettien afscheid - op
hetzelfde ogenblik
Hevet Lamfroyt den beere versien ,* ontdekt
Ende vernam * dat hi was ghevaen. Zag
Doe ne was daer gheen langher staen.
Hi liep wexh metter haest
Daer * hi die hulpe wsite naest,* waar
- het dichtstbij
Daer * dat naeste dorp stont; waar
Ende dede hem allen cont,* en
maakte hun allen bekend
Dat daer stont ghevaen een beere.
Doe volghede hemceen mekel heere*, groot
leger
Int dorp bleef man no wijf;
Den * beere te nemene sijn lijf om
de
Liept al dat * loepen mochte. liep
alles wat
Sulc was die eenen bessem brochte*, de
een bracht een bezem mee
Sulc * eenen vleghel, sulc een rake *, de
ander - hark
Sulc quam gheloepen met eenen stake,
So * si quamen van haren * werke. Zoals
- hun
Selve* die pape* van der kerke zelfs
de priester
Brochte eenen cruusstaf * processiekruis
Die hem de coster noede * gaf. met
tegenzin
Die coster drouch eene vane
Mede* te stekene ende te slane. Om
mee
Des papen wijf, vrauwe Julocke* 'schatje'
Quam gheloepen met haren rocke* spinrokken
Daer so * iomme hadde gesponnen. Zij
Voer hem allen quam gheronnen * gelopen
Lamfroyt met eere * scerper aex. Een
Al hadde Brune lettel ghemaex, al
voelde Bruun zich niet erg op zijn
Hi ontsach meer ongheval gemak,
hij vreesde groter rampspoed
Ende sette al jeghen al*. Alles
op alles
Doe hi dat gheruchte hoorde,
Hi spranc * up, so dat hem scorde * sprong
- scheurde
Van sinen aensichte al die huut.
Al brochte bruine dat hoeft uut* eruit
Met aerbide * ende met pinen moeite
Nochtan liet hi daer van den zinen
Eene oere ende beede sine lier* een
van zijn oren en beide wangen
Nye* maecte God so leelijc dier. Nooit
Hoe mochte hi zeerre sijn mesrocht*? Erger
zijn toegetakeld
Al haddi thoeft ute brocht,
Eer hi die voete conde ghewinnen,* tot
zijn beschikking krijgen
Blever * alle die claeuwen binnen bleven
er
Ende sine twee hanscoen beede .
Dus ghjerochtebhi uut,met leede* zo
geraakte hij,eruit met pijn
Hoe mochte hi zijn onteert * meer? Onteerd
Doe voete waren * hem zo seer, deden
Dat hi tloepen niet conste ghedoghen *. Kon
uithouden
Dat bloet liep hem over die oghen,
Dat * hi niet wel conste ghesien.
Hine * dorste bliven no vlien* hi en - weglopen
Hi sach suut* onder die zonne in het zuiden
Lamfroyt commen gheronnen * gelopen
Daer na die priester, die heere
Hi quam gheloepen vele zeere,* heel snel
Daer n die coster metter vane,
Daer na lle die prochiaene,
Doe oude lieden metten jonghen.
Daer na squam up haten stap* ghespronghen kruk
Sulke quene, die van ouden * een oud wijf, dat van
ouderdom
Cume* eenen tant hadde behouden nauwelijks
Wie so wille wachte hem dies*: Wie wil zij verdacht op
't volgende
Die * scade hevet of verlies
Ende groet ongheval,
Over hem so willet al*. Op hem komt het allemaal af
Dit sceen * arem man brunen wel. Bleek
Sulc dreechdem nu an sijn vel*, menigeen dreigde hem om
zijn vel
Die des * ghesweghen hadde stille, hierover
Hadde bruun ghestaen tsinen wille*. Naar zijn wensen
handelen.
Dit was beneden * eerer riviere, dichtbij
Dat brune, onsalichst alre * diere van alle
Van * meneghen dorper was beringhet*. Door - omgeven
Doe was daer lettel ghedinghet*. Toen werden korte
metten gemaakt
Hem naecte * groet onghemac. Naderde
Doe een slouch, die ander warp* wierp
Lamfroyt was hem alte scaerp* voor hem zeer kwaadaardig
Een, hiet* Lottram Lancvoet, die heette
Hi drouch eenen verhoernden cloet* stok met koehoorn
als handvat
Ende stacken * emmer na* dat oghe. Stak hem - naar
Vrauwe Vulmaerte scerpe loghe
Ghinkene koken met eene stave* Ranselde hem af met een
stok
Abelquac ende mijn vrauwe Bave
Laghen beede onder die voete* op de grond
Ende streden beede om eene cloete* stok
Ludmoier metter langher nese* neus
Drouch eenen loedwapper * an een pese loden bal
Ende ghincker met * al omme zwinghen*. Mee - zwaaien.
Bespreking
1. bespreking.
1.
talen: woorden
5. ghevaen: Voltooid deelwoord van vangen: analogieprincipe
12. heere: leger; vgl :heir (vgl naamgeving: zie ook Walter)
13. wijf vrouw: zie betekeniswijziging: pejoratief.
14. al wie lopen kon liep om de beer zijn leven te nemen
life: leven vgl :Engels
mochte: kunnen vgl Engels: may - Duits: m`gen.
20. pape van der kerke: pastoor.
23. vane: vlag
25. des spapen wijf: genitief -bewijs dat priesters toen nog
getrouwd waren.
28. gheronnen: vgl Engels: to run.
29. aex: bijl, aks - vgl Engels: axe - scerper: datief
30. lettel: luttel: weinig: vgl Engels: little.
34. scorde: scheurde: umlaut - vgl scorbut: scheurbuik.
35. huut: huid: diftongering
36. al kreeg hij er zijn hoofd met moeite uit.
38. van den zinen: van hemzelf
42. haddi: enclisis - thoeft: proclisis
45. hanscoen: nog geen stapelvorm- twee hanscoen beede: pleonasme
ghesien: infinitief ipv voltooid deelwoord - prefix -ge-drukt
perfectief
aspect uit: volledig zien.
52. vlien: vluchten - van vlieden - vgl Engels: to flee en
Duits: fliehen.
53. suut onder die sonne:in het zuiden onder de zon = 's
middags.
62. cume: nauwelijks vgl Duits: kaum
67. dit sceen arem man Brunen wel: dit bleek wel zo bij de arme
Bruin.
68-70. diegenen bedreigden hem nu wel, die anders mooi zouden
gezwegen
hebben had Bruin vrij kunnen handelen.
72. alre: alle: assimilatie - genitief
74. ghedinghet: korte metten vgl : een geding
81. emmer: immer, steeds
scerpe loghe: loghe = zeepsop: Vrouwe Vulmaerte ging hem zeer nijdig
met een stok te lijf.
89. zwinghen: zwaaien vgl Engels: to swing.
2. kenmerken. Drie elementen uit de middeleeuwse maatschappij
worden hier belachelijk gemaakt.
1. de adel:
Bruun: smbool van de profiterende landadel: Bruun dacht honing te
vinden maar wordt door Reinaert in de val gelokt.
2. het volk: wordt nogal potsierlijk afgeschilderd omwille van
- hun uiterlijk:
- Lottram Lancvoet: 81
- sulke quene...: 61
- Ludmoer metter langher nese: 87
- hun "wapens":
- bessem, vleghel, rake: 16 -
17 - 18
- de pape: cruusstaf: 21
- coster: vane 23
- vrauwe Julocke: met spinrokken 26
- Vrauwe Vulmaerte: met eenen stave 83
- Lottram Lancvoet: koehoorn 8O
- quene: krukken 61
- hun agressiviteit: alhoewel ze in andere omstandigheden bang
zouden weggelopen zijn = laf, dom, naVef.68
- 69 - 70 + 84 - 85 - 86
3. de geestelijkheid.
pastoor en koster: lopen met het kruis en vechten dapper mee.
3. opmerking:
auctorieel standpunt: regel 63 ev. auteur komt rechtstreeks in het
verhaal: Wie so wille wachte hem dies: ....
eerder moraliserende toon.
Vooraleer de toets te maken raadpleeg je nog enkele gegevens in Lemma 5 en in
je syllabus over
Reinaert.
FORMATIEVE TOETS
1. Wat zijn de bronnen van Reinaert? + uitleg.(3)
2. Wat is de bedoeling van dit werk? Algemeen.(2)
3. Zet om in modern Nederlands. (5)
Voor hen allenquam gheronnen
Lamfroyt met eere scerper aex..
Al hadde Brune lettel ghemaex,
Hi ontsach meer ongheval
Ende sette al jeghen al.
Eer hi die voete conde ghewinnen
Blever alle die claeuwen binnen
Ende sine twee hanscoen beede.
4. Geef bijkomende kenmerken van "hanscoen".(1)
5. Welke aspecten van het volk worden in dit uittreksel belachelijk
gemaakt? (4)
OPLOSSING TOETS
|