stadsrandbos
ten zuiden van Antwerpen
in een ruimer kader geplaatst



Startpagina Groen! Kontich
- Startpagina Stadsrandbos

Bosuitbreiding in de regio Antwerpen: 
Nodig voor mens én milieu

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

In het RSV is als doelstelling opgenomen dat we tegen het jaar 2007 10.000 hectare ecologische bosuitbreiding moeten realiseren. In het regeerakkoord van ’99 wordt dit doel nog eens uitdrukkelijk onderschreven. Dit wil zeggen dat er een trendbreuk moet komen : tot voor kort overtrof de oppervlakte die jaarlijks werd ontbost nog altijd de oppervlakte die werd bebost. Daar komt nu verandering in.

AMINAL Afdeling Bos & Groen, de administratie bevoegd voor het bosbeleid in Vlaanderen,  maakte een gewenste bosstructuur op. Wat de bosuitbreiding betreft gaan zij uit van volgende prioriteiten :

Stadsrandbossen

De keuze voor bosuitbreiding aan de rand van steden heeft te maken met een aantal milieu-argumenten. Maar het is zeer duidelijk ook een sociale keuze : stadsrandbossen zijn er voor de mensen.

Mileuredenen voor bosuitbreiding zijn er genoeg. Denk aan het broeikaseffect en de nood om minder CO2 uit te stoten. Bossen kunnen CO2 vasthouden of opslaan. Bossen hebben ook een zuiverende functie : ze kunnen dienst doen als groene longen. Aan de rand van stedelijke gebieden met meer luchtvervuiling is dit zeker nodig.

Bosuitbreiding heeft natuurlijk ook te maken met behoud van biodiversiteit, behoud van natuur. Door bossen aan te planten in de rand van steden zorg je er tegelijk voor dat de open ruimte rond de steden gevrijwaard blijft, dat een halt wordt toegeroepen aan de verdere verstedelijking. Het stadsrandbos markeert de grenzen van de stadsuitbreiding. Nieuw aangelegde bossen kunnen ten slotte de druk verlichten op de schaarse bos- en natuurgebieden in stad en rand, die bedreigd worden door over-recreatie.

De belangrijkste reden om te kiezen voor stadsrandbossen is echter van sociale aard. Mensen in de stad hebben recht op gezonde recreatie, hebben nood aan groen, rust  en ademruimte. En dat op een redelijke afstand. Zodat je geen tientallen kilometers met de auto moet rijden. Maar integendeel vlot het bos in kan met de fiets of het openbaar vervoer.

Kleinere éénheden natuur en bos, groene ruimtes en parken IN de stad moeten ondersteund worden door grotere oppervlakten bos én natuur aan de rand van de stad. Bos heeft daarbij het voordeel dat het als geen ander natuurlijk ecosysteem de capacitiet heeft om hoge bezoekersaantallen op te vangen zonder dat hierbij het ‘rustgevoel’ verloren gaat. Daarom wordt ook gekozen voor grotere oppervlakten (meer dan 100 ha), die je minder makkelijk vindt in de stad, maar wel aan de rand. Kiezen voor stadsrandbossen is tegelijk kiezen voor de leefbaarheid van de stad, is een remedie tegen stadsvlucht.

Om die redenen kiest Vlaams minister Vera Dua bewust voor de ontwikkeling van stadsrandbossen. Zo werden al beslissingen genomen rond stadsrandbossen te Kortrijk en Gent. Studies zijn lopende voor Roeselare, Waregem, Tielt en het Waasland.

Ook voor de omgeving van Antwerpen werd samen met de provincie een studie besteld. Mogelijke locaties worden gerangschikt, op andere ruimtelijke aanspraken onderzocht en op de concrete haalbaarheid voor bebossing getest. 

Bossen in de regio Antwerpen

De provincie Antwerpen beschikt met 15% beboste oppervlakte nog over relatief veel bos, in vergelijking met bv. West- en Oost-Vlaanderen (2 à 3 % beboste oppervlakte).

In de regio Antwerpen zijn de gemeenten ten Noorden van Antwerpen beter bedeeld. Toch zijn er  ook problemen.  Ten noordoosten van de Antwerpse agglomeratie (Kapellen, Brasschaat, Schoten, Sint-Job, ’s Gravenwezel, Schilde) zijn de bosgebieden op grote schaal verkaveld tot woonparken. Het Peerdsbos (Brasschaat)  is letterlijk een stadsbos (eigendom van het Antwerps OCMW), maar de druk door een concentratie van  recreatie, maar ook door infrastructuur (E 19 en nu ook HSL) is aanzienlijk.

Het Grenspark ‘De Zoom-Kalmthoutse heide’ beslaat maar liefst 3750 ha en ligt voor 55% op grondgebied van de Noordantwerpse gemeenten Kalmthout en Essen. Ook de recreatiedruk op (een deel) van de Kamthoutse Heide (1000 ha) is al aanzienlijk.

Er is ook het natuurpotentieel binnen het Antwerps havengebied. Zo is er het project van de realisatie van het landschapspark Kempen-Zeeland (o.m. op grondgebied van Stabroek en Zandvliet).

En er is de antitankgracht (Zandvliet – Oelegem) die een aaneengesloten lint vormt van kleine natuurelementen en habitats. De dreiging van infrastructuur-werken op dit tracé is weggevallen. Maar de keuze voor de uitbouw van een volwaardig groen recreatielint is nog niet gemaakt.

En om het plaatje volledig te maken wordt er nu ook gedacht rond de mogelijke realisatie van een Regionaal Landschap Voorkempen (door het heropgestarte ‘Red de Voorkempen’ en de provincie).

In vergelijking hiermee scoort het zuiden van de regio bedenkelijk lager, wat bosoppervlakte betreft. In het Provinciaal Structuurplan worden enkele kleinere bossen opgesomd in de gordel rond de verstedelijkte zone Antwerpen, in het zuiden  : het Bos van Moretus (Boechout), het Broekbos (Kontich), de bossen rond de kastelen Klaverblad (Wilrijk) Cleydael (Aartselaar) en het kasteel van Hemiksem.

In het noorden van de regio is er eerder nood aan een goede bescherming, aandikking en zoveel mogelijk verbinding van bestaande bos- en natuurgebieden.

In het Zuiden van Antwerpen kunnen ook bos- en groengebieden verbonden worden, maar is er duidelijk meer nood aan nieuwe bebossing. Er is nood aan minstens 200 à 300 ha echte bosuitbreiding. Uiteraard liefst ook vertrekkend van bos- en groenelementen die al aanwezig zijn.

Voor de Rupelstreek werd reeds een project ingediend voor het gebied ‘De Reukens’ (Aartselaar). Hiervoor moet een onteigeningsbesluit komen en een apart RUP. De financiering zou door gewest en gemeente samen kunnen gebeuren.

Ook het versterken van de band tussen de kasteelbossen (Wilrijk – Aarstelaar – Hemiksem) werd reeds voorgesteld (cf. districtsraad Wilrijk).

Stadsbossen versus stadsrandbossen ?

Ook binnen de stad Antwerpen zelf wordt werk gemaakt van een bebossingsproject. Zes sites werden als te ontwikkelen “stadsbossen” aangeduid en daarrond is ook een studie lopende. Het gaat m.n. om het Muisbroek, de Oude Landen (Ekeren), Ertbrugge en de Fortvlakte (op de grens Deurne/Wijnegem), Petroleum-Zuid en Antwerpen Linker-Oever. De twee laatste bestemmingen vormen hoedanook de inzet van discussie. De ontwikkeling van een nieuw natuurgebied ter uitbreiding van de Hobokense Polder staat tegenover andere expansieplannen in dit gebeid. De aaneenschakeling en uitbreiding van het Sint-Annabos, het Rot, het Vlietbos en vooral Blokkersdijk stuit op de plannen van de sluiting van de ring, de verdere ontwikkeling van het gebied rond het Galgeweel op woonuitbreiding.

Technisch gezien zijn dit geen stadsrandbossen : de oppervlaktes zijn te klein en ze liggen op grondgebied van de stad. Maar in feite is de filosofie dezelfde. Vandaar dat ik ook aan minister Dua de vraag wil stellen om ook deze  stadsbos-ontwikkelingen nog steviger te ondersteunen (ook nu is er al een tegemoetkoming tot 80% voor bosuitbreiding in de stad mogelijk)  en niet te eng vast te houden aan vrij enge criteria van wat een stadsrandbos juist moet zijn.

In de stedelijke context wordt de term ‘stadsbos’ overigens dikwijls gebruikt voor groen- of natuurontwikkeling in het algemeen. Zo was er in het Globaal Structuurplan Antwerpen sprake van een ‘ringbos’ waarmee men duidde op de groene bermen langs beide zijden van de kleine ring die een aaneengesloten groengebied vormen van de Konijnenwei  tot  het Rivierenhof  (met waardevolle stukken als bv. het natuurgebied Wolvenberg ter hoogte van  Berchem station).

Een tweede (onderbroken) groene ring is de 19° eeuwse fortengordel (Brialmontforten) rondom de stad (fort van Merksem – fort VI, fort VII, fort VIII). Het binnenstuk van Fort VII is een natuurreservaat. Voor de rest gaat het om waardevolle stukken natuur, die ook veel voor recreatie gebruikt worden. De provincie maakte overigens een rapport op over alle forten rond en om Antwerpen met ook aandacht voor natuur-ontwikkelingsmogelijkheden.

Een ander project dat dikwijls ook onder de noemer van stadsbos-project doorgaat, is de ontwikkeling van het spooremplacement Noord. Hier werd niet zo lang geleden een doorbraak bereikt : het project krijgt een groene, recreatieve invulling. Hoewel het technisch gezien niet om een stads(rand)bos gaat…

In de stad moet gediscusieerd worden over alle resterende groene ruimten. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de bestaande ruimtelijk bestemmingen, maar moet ook een maatschappelijke afweging kunnen plaats vinden door de opmaak van BPA’s die in de eerste plaats kiezen voor de leefbaarheid van de stadsbewoners (cf. Eksterlaar, BPA 30 in Wilrijk, ..)

Besluit

Bebossingsprioriteiten voor heel de regio Antwerpen :

  1. Er is nood aan een groot stadsrandbos-project ten zuiden van Antwerpen.
  2. Dit sluit kleinere projecten in de Rupelstreek en de streek Neerdorpen niet uit.
  3. Daarnaast moet werk gemaakt worden van de vrijwaring en aandikking van de bosgebieden in het noorden van de regio
  4. Er is nood aan meer steun van het gewest voor kleinere natuur- en stadsbosprojecten in de stad, naast steun voor projecten die groenontwikkeling en leefbaarheid in de stad bevorderen.

 

Johan Malcorps
13 mei 2002