Doorloopbal1

Beginhouding:

De speler loopt aan richting korf
De armen zijn licht gebogen en reiken uit naar de bal

 Verloop:

De speler vangt de bal in zweeffase
Er mogen nu nog twee vlotte passen gezet worden: de eerste pas is iets groter om af te remmen, de laatste, kleinere pas is de afstoot.
De armen zwaaien opwaarts.
Het lichaam wordt volledig gestrekt, enkel het zwaaibeen hangt in een hoek van +/- 90.
De bal wordt op het hoogste punt gelost.

 Foutenanalyse:

De speler zet een stap teveel (loopfout).
De speler zet een stap te weinig, de beweging opwaartse beweging wordt ongecontroleerd.
De bal wordt niet lang genoeg begeleid.
De laatste pas is te groot waardoor de opwaartse beweging te beperkt is.

 Afbeelding:  

 

 


Terug

1 Gebaseerd op : Korfbalinitiatie op school, Verbist H. en De Rudder D.