De astero´dengordel

Waar zijn ze te vinden?

Tussen de banen van Mars en Jupiter bevindt zich een gordel van ontelbare stenige brokstukken. Deze brokstukken worden astero´den of planeto´den genoemd. Er zijn er ook enkele die buiten de baan van Jupiter of binnen de baan van Mars komen. Ze komen af en toe zelfs vrij dicht bij de aarde, in 1994 kwam planeto´de 1994 XM1 tot minder dan 100 000 km, dichter dan de maan.
De beide maantjes van Mars, Phobos en Deimos, zijn met hun onregelmatige vorm waarschijnlijk ingevangen planeto´den. Ze kwamen te dicht in de buurt van Mars en zijn niet meer aan de zwaartekrachtwerking kunnen ontsnappen.
De gasplaneten hebben ook een hele reeks maantjes met onregelmatige vorm en afwijkende banen. Waarschijnlijk zijn de meesten hiervan ook ingevangen planeto´den. Jupiter heeft zelfs nog meer gezellen. Dit zijn de zogenaamde Trojanen.

Ontstaan

De planeto´den zijn waarschijnlijk overblijfselen van mislukte planeetvorming. Als bij de vorming van een ster de wervelende gasbol zich samentrekt, laat die een platte schijf achter. In deze platte schijf kunnen er plaatselijk samenklonteringen voorkomen, zodat uiteindelijk hopen stof en brokstukken achterblijven. Deze botsen en smelten samen, waardoor ze groter worden en nieuwe brokstukken blijven aantrekken. Uiteindelijk ontstaat hieruit een planeet.
Bij de planeto´den is er hier iets mis gelopen. Door de aantrekkingskracht van Jupiter, die al gedeeltelijk gevormd was, konden de brokstukken tussen Mars en Jupiter niet samensmelten tot ÚÚn planeet, maar bleven het losse brokstukken.
Omdat de astero´den nooit in een planeet zijn opgegaan, zijn dit zowat de oudste voorwerpen in het zonnestelsel.

Types

Planeto´den komen in alle vormen en maten voor, van kleine korrels tot Ceres, de grootste, met een grootste middellijn van meer dan 1000 km. Toch kunnen ze in drie grote groepen verdeeld worden.
Het S-type komt het vaakst voor, en bestaat voornamelijk uit gesteente. Het M-type komt minder voor, en heeft een groot gehalte aan metalen, vooral ijzer en wat nikkel. Het C-type is het zeldzaamst, en bevat grote hoeveelheden koolstof.

Schattingen van het aantal planeto´den lopen uiteen. De meeste zijn te klein om vanop de aarde waargenomen te worden, alhoewel het er niet veel kunnen zijn. Ruimteverkenners zijn immers zonder botsingen naar Jupiter en verder kunnen vliegen, dwars door de gordel. De totale massa van alle planeto´den zal waarschijnlijk een stuk lager liggen dan 1% van die van de aarde.
Tot nu toe zijn er nog maar enkele astero´den bezocht door ruimtevaartuigen. De Galileo-sonde heeft op weg naar Jupiter foto's genomen van Ida. Er bleek zelfs een klein maantje rond deze grote planeto´de te draaien, Dactyl genaamd.

Ida en Dactyl

Foto van Ida en Dactyl, genomen door de Galileo-sonde.
(foto NASA/JPL-Caltech)

Dactyl

Dactyl, het kleine maantje van Ida.
(foto NASA/JPL-Caltech)

» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 14.2.2006
Copyright © 2000-2006, Maarten Driesen