Chronologie van ontdekking van planeten en manen

De huidige rijkdom van negen planeten en meer dan honderd manen werd natuurlijk niet van de ene op de andere dag ontdekt. Een kleine chronologie van de ontdekkingen.

De oudheid

Al sinds de oudheid, voor de komst van de telescoop, zijn een aantal planeten en andere hemellichamen bekend: Onder ideale omstandigheden is zelfs Uranus zichtbaar met het blote oog, maar dit onbeduidende puntje is nooit opgevallen tegen de overweldigende achtergrond van sterren.

De 17de eeuw

In 1609 hoorde Galileo in Venetië vertellen over een toestel dat toeliet verafgelegen objecten vergroot te zien. Het was uitgevonden door de Vlaamse glazenmaker Hans Lipperhey, die reeds in 1608 een patent had ingediend, dat geweigerd werd. Galileo, overtuigd dat hij het beter kon, bouwde toen zijn eerste telescoop en richtte die in 1610 naar de hemel. Het was het begin van een reeks ontdekkingen die eeuw, die het totale aantal bekende manen en planeten verdubbelde:

De 18de eeuw

Door al deze ontdekkingen was tegen het einde van de 17de eeuw het heliocentrisch wereldbeeld van Copernicus min of meer algemeen aanvaard. In de 18de eeuw werden er echter maar 5 nieuwe grote hemellichamen ontdekt, allen door William Herschel:

De 19de eeuw

Met de komst van betere telescopen en nieuwe technieken als fotografie nam het aantal bekende objecten in het zonnestelsel spectaculair toe. Het overgrote deel van deze objecten waren echter asteroïden, waarvan er 464 bekend waren tegen 1899. Er werden maar 9 manen en planeten ontdekt: Merk op dat Pluto nog altijd niet ontdekt is op het einde van deze eeuw.

De 20ste en 21ste eeuw

Door de komst van ruimtevaart, computers en steeds betere, nieuwe technieken zijn er nu meer dan honderd manen en planeten bekend in het zonnestelsel. Ik ga dus niet alle ontdekkingen in deze eeuw opsommen. Behalve misschien die van Pluto, de negende planeet: in 1930 door Clyde Tombaugh ontdekt.
» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 18.3.2005
Copyright © 2000-2005, Maarten Driesen